Mekker

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: tekstaanmaker | txaenz

Jaap Schot, 28 augustus 2003

Als ik merk dat ik scheld, is het me duidelijk dat er iets centraals in mij geraakt wordt. Die emotie die in een scheldwoord als ‘gemekker’ tot uiting komt moet, -dat spreekt voor mij vanzelf - , worden opgespoord, bestudeerd en door KENNEN en begrijpen vervangen. Zodat hij niet meer optreedt.
=====
Dit opstel is een voetnoot bij een opmerking in een ander opstel waarin ik het volgende schreef:
“Mekkeren. / 25-8-03 21:39:
==================
Mekkeren is het geluid van de geit, een prooidier. Ongelijk aan wat het bovenstaande aangeeft dacht ik bij ‘gemekker’ aan het zeggen tegen de ander in de buurt: “kijk, een ………… , mooi hè” en alles van gelijke structuur waar in en door gezelschap je gedachten door beschadigd, onderbroken en verdrongen worden. Het wezenloos gezellige verbale vlooien.” Enz.
=======
Wij, mijn gezelschap en ik hebben, indien al iets, dan toch in ieder geval niet dat [die daar toevallig fladderende vlinder, die wolk, dat incident, die film die we beiden zien ] als gezamenlijk onderwerp in ons leven, in het echt, serieus [serieus is ongelijk aan ‘ernstig als vreugdeloos’].
========
De lezer en ik, wij leven tussen een ontelbare hoeveelheid voorwaarden (potentiële medeoorzaken), noodlottige omstandigheden die samenlopen, samenkomen, mijnen zijn waarop wij kunnen lopen, boobytraps, dat ligt, staat, hangt, loopt daar allemaal om ons heen “voor ons klaar”. Wat er aan voor mij gevaarlijks en verheugends mogelijk is, is zo talrijk dat het zelfs als het allemaal voor mij waarneembaar zou zijn, voor mij niet te bevatten zou zijn. Het gaat me allemaal te boven, puur door de hoeveelheid al en het is dan ook nog eens grotendeels voor mij zelfs niet waarneembaar. Kortom ik loop door het leven als een blinde door een stad. Nee, nog veel erger ‘blind’ en ‘doof’ en ‘zonder reukvermogen’.
=========
Dit is waar, dus dit moet ik ononderbroken WETEN (dat is ongelijk aan ‘op het beeldscherm van mijn bewustzijn hebben als tekst of als beeldmateriaal’). Ik moet het WETEN en daar zorgt mijn onbewust (= mijn genoemd beeldscherm voor andere dingen beschikbaar houdend) ‘programma voor het tot gedrag verwerken van opgemerkte dingen’ dus voor. Door dat programma heen stroomt een flinke hoeveelheid van mijn txaenz.
Onze omgeving is één groot boordevol mijnenveld, waarover de legende vertelt dat er schatten te vinden zijn. Vooral onze sociale omgeving (de gezamenlijke anderen) lokt ons, met ‘liefde’ en ‘aandacht’ (respect, rang, eer etc.). NODELOOS. Maar wij (als geciviliseerden, verzorgd, beschermd, maatschappelijk gebruikt, wat ‘geplaatst’ heet) hebben, zo min als kinderen, iets om handen, iets nodigs te doen, wij spelen (verdoen spelend de meeste txaenz).
Er is niets leerzaams (= mijnen vermijden mogelijk makends) aan de onderwerpen van de gezellige prietpraat. En de inhoud van prietpraat is niet alleen maar ‘gezellige kout’, nee, er zijn ook de plicht en het recht en het kwaadspreken / het ‘schande spreken van’ en de innerlijk bewegende ontferming met zielige anderen. Er is alles over ‘dat daar’ en over ‘die daar’ en er is het streven (naar wat ook). Dit alles leidt tot veel onnodig extra bewegen in het mijnenveld. Het grote bijdragen aan het samenlopen, het elkaar treffen van oorzaken wordende omstandigheden.
=========
Wij hoeven geen goed te doen en we hoeven geen kwaad te doen: niets onnodigs hoeft en alles wat nodig is (dat is hier: gedaan wordt) om te LEVEN (= volledig,- met álle organen dus en zo goed mogelijk en zo harmonieus mogelijk – functioneren) is natuur en valt buiten alle beoordelen (normen en waarden en zeden zijn allemaal verzinsels), laat staan veroordelen, buiten alle loven en alle laken, alle toejuichen en alle betreuren.
=======
Het bovenstaande is bepaald niet onbelangrijk of zweverig.
==========
Dat ik minimaal zes miljard vrije willen en ontelbare mijnen (potentiële oorzaken) niet kan kennen en dus met mij blindheid moet leven is het abstracte inzicht dat ik nodig heb.
Tussen dit hoogste abstracte en het uiterst concrete (mijn alledaags, waarneembaar nodige gedrag, mijn eten en slapen enz. ligt al datgene waaraan ten onrechte de txaenz wordt verdaan: het middenveld van verzinsels, dat niet helder te krijgen is en niet hoeft te worden gekend, geweten, laat staan onthouden en gedaan / bewerkt. Poeha is het, dat tussenniveau. Er heerst de schijn / suggestie van kenbaarheid (--> veiligheid). Daarnaast is er het spelen, de vlucht ván het opletten, ván het ‘mijnen kijken’.
===========
30-8-03 23:02| 31-8-03 0:01:
===========
Dit opstel gaat hier over: het hoogst bereikbare en enige doel van ieder exemplaar van de diersoort mens, en dát zijn wij, en anders NIETS, is: volop helemaal, dier zijn, vrij dier, geen vee, niet alleen geen slachtvee, maar ook geen gebruiksvee (zoals paarden en olifanten) en ook geen circusdier.
Dat is anders te zeggen met de woorden: niets onnodigs hoeft. Alleen het (voor mijn LEVEN nodige moet ik).
========
De spelen die mensen spelen (ik neem voetballen en schaken als voorbeelden in gedachten) zijn rituele oefeningen in ‘geciviliseerde zijn’:
* In het zich met elkaar meten zoeken de spelers uit hun midden de beste kandidaat voor de baan die de baas wil bezetten, bemannen, waar die personeel voor zoekt.
* In het zich inspannen tot het uiterste, alsof het leven ervan afhing en dat zonder iets nodigs / bruikbaars mee naar huis te kunnen nemen (idealiter, zie de amateur legende van de olympische spelen) toont de deelnemer dat hij het LEGE (aan zijn dierlijke belangen totaal vreemde) BESTEDEN VAN ZIJN TXAENZ aanvaardt. Hele stadions brullen enthousiast bij dat ‘zich inzetten’ van de spelers.
* Wie ‘aan zet’ is, is soeverein, staat er alleen voor, is totaal verantwoordelijk voor wat hij aan gedrag kiest, enz. Hier speelt men ritueel het ‘vrije ondernemen’, het risico nemen.
* Wie aan het spelen is, ervaart als positieve steun het feit dat er regels zijn, dat hij in alle omstandigheden weet wat na te streven. De spelsituatie is het volstrekte tegendeel van ‘de werkelijkheid der levens’, waar geen regels zijn en geen overzicht van de omstandigheden mógelijk is. Religies worden door gelovigen misbruikt om zich te suggereren dat ze er (de) spelregels voor het leven uit kunnen halen (lezen, bijeensprokkelen).
============
Als de civilisatie het dier niet zou verachten, zou het zijn eigen propaganda ontkrachten. Als het ‘dier zijn’ niet verachtelijk is, is het duidelijk het hoogste, de rest is gesuggereerde flauwe kul, onnodigs. Het hele economische systeem -, een manier om het houden van mensen als gebruiksvee te beschrijven zonder deze bezigheid expliciet en duidelijk te benoemen -, berust op het algemeen begeerd zijn van zulke dingen als goud, diamanten en zeldzame artefacten. Onnodigs dus.
======== 31-8-03 0:30|||||
=========== 28-8-03 12:43:
Ik ben klaar met alles om mij heen dat mij niet raakt: iedereen doet zijn best (als er zoiets als ‘doen’ zich voordoet) en alles gebeurt omdat het niet anders kan plaatsvinden. Ik heb geen reden om aan het bestaan van vrije willen te geloven of te twijfelen, beide bezigheden zijn onzinnig. Ik vat het oorzaak-gevolg-schema ook op als een model, een bespreekbeeld, zowel dat lineaire biljartmodel als het meerdimensionale model (“Lauf der Dinge” filmpje). Ik geloof daar dus ook niet in en twijfel daar ook niet aan. We doen het ermee, het opvatten, verwachten en bespreken, en dat gaat er heel ver en heel lang goed mee. Het zij zo.
Het bovenstaande is de beschrijving van een automatisch watercloset waar alle waarnemingen worden weggespoeld naar een zinkput die met een riolering in open verbinding staat. Er is geen verwerken, maar alleen wégwerken.
Dit wegwerken op deze automatische manier bespaart mij heel veel txaenz, die ik nu (daardoor dus) kan inzetten voor het omgaan met wat mij raakt, om dat te lijf te gaan met mijn KUNNEN en mijn VERSTAAN (verstand).
======
Dit wegwerken werkt zoals sommige programma’s op mijn pc: zonder het beeldscherm (van mijn bewustzijn) te vullen. Mijn bewustzijn (het beeldscherm) is dus beschikbaar voor andere dingen, voor hetgeen mij raakt en dat is altijd actueel. Actueel en: slechts mij betreffend, dat is de definitie van ‘raken’, van ‘mij raken’ en het initiatief van dat raken ligt buiten mij, ik zit niet te reiken, naar wat dan ook. In ieder geval niet naar iets onnodigs. Als alles z’n gewone gang gaat snak ik niet naar adem, dorst mij niet en zoek ik geen voedsel, val ik niet om van de slaap, moet ik niet dringend naar de wc, enz..
========
Als díe rust er is, wordt er oud materiaal verwerkt, worden er meer omvattende inzichten gezocht en/of verwoord of werkt het brein nauwelijks aan iets anders dan het verwerken naar gedrag van het opgemerkte in de omgeving.
28-8-03 13:06|28-8-03 13:10:
Ik ben dan niet bewusteloos, maar ik maak geen droom en geen tekst aan, het aanmakende breindeel laat in ieder geval mijn geestesoor en mijn geestesoog met rust. RUST heb ik dan dus. Daar gaat weinig bóven. Vandaar dat ik het ‘gemekker’ noem als er dan iemand mijn aandacht tracht te trekken en/of op iets te richten, zonder dat daar enige noodzaak voor is, zomaar ‘voor de gezelligheid’, om de stilte te breken.
=========
28-8-03 13:15||29-8-03 12:49:
==========
Het verwerpen van gezellige kout, prietpraat en het gewezen worden op dingen in de omgeving die mij niet bedreigen, die ik niet zoek, die buiten mijn bereik liggen, enz., dat verwerpen doe ik niet zonder reden en het schelden bij dat verwerpen (‘gemekker’ is een scheldwoord) wijst er op dat er iets zwaars aan da hand is.
De mens als dier is zeer beperkt in zintuiglijke uitrusting en zijn taal vult die uitrusting wel enigermate aan, maar wij zijn allen nog ‘vrijwel blind’ te noemen. De mate waarin wij iets van onze omgeving kunnen waarnemen voldoet om tot voortplanting te komen en de soort is zelfs een plaag geworden. Voortbestaan als soort is echter niet voldoende voor ons, taalgebruikers, die leven bekijken en beschrijven als een produceren, als het maken van iets van txaenz als materiaal: wij willen, zo bekijkend en besprekend, iets van ons leven maken. Het opmerken van deze besprekingswijze, dit als van opzij tegen het gebruiken van de taal, in dit geval deze besprekingswijze, aankijken, kan en kon slechts door de aandacht (de txaenz) áf te leiden van de omgeving, náár wat er in de opmerker als taaldier gebeurt.
29-8-03 13:00||29-8-03 13:02:
Het is enorm belangrijk, vind ik, naar de taal die in mij werkt te kijken, voor míj is dat belangrijk en ik ben de enige die deze werkzaamheid daar, indirect, door uit te schrijven wat mij aan tekst invalt, kan bestuderen. Daaraan moet ik dus txaenz besteden (resp. / c.q. ik moet dat ‘besteden’ laten gebeuren: ik moet aan de tekstaanmaker en doordenker van die tekst txaenz láten, die txaenz niet aan andere dingen (laten) besteden. Dat, mijn txaenz láten aan dat programma ‘taalonderzoek’ dat in mijn brein draait, gebeurt, voor anderen onwaarneembaar, maar het is míj een voortdurende zorg, het ‘inwendig taalonderzoek’ is mijn lievelingsprogramma. Daarbij stoort mij alle prietpraat en alle onnodige tekst (en alle aandachtrichterij überhaupt).
Ik ben ergens aan bezig, aan dat onderzoek, dus kan ik gestoord worden. Wie nergens aan bezig is, kan ook nergens bij gestoord worden. Wie zijn txaenz aan het verdoen is en/of aan de gebruikers van de media bijvoorbeeld geeft om zijn bewustzijn te vullen of zich aan het ontspannen is, die loopt grote kans mij te storen, alleen maar door mij in zijn txaenzverspillen te betrekken.
Het is een mooi bespreekbeeld: er zijn van die programma’s die de ongebruikte capaciteit van een (willekeurig iemand z’n) gewone pc gebruiken om een piepklein deeltje van een reusachtig wetenschappelijk rekenproject te doen. Daarvan verschijnt dus niets op het beeldscherm, het enige wat te merken is, is dat er geen capaciteit ongebruikt is. Zo draait mijn programma ‘onderzoek taalgebeuren binnen in mij’. Ook zonder beeld, zonder tekst, zonder uitschrijven draait dat. En is dus stoorbaar, benadeelbaar, af te knijpen. Dat moet dus zo nodig ook gewoon gedaan worden, maar indien er niets nodigs te doen is met de txaenz in gebruik, dan niet.
Dat is het hele verhaal, ingewikkelder is het niet.
=/29-8-03 13:20||\= 29-8-03 13:34:
Noem het mijnentwege dat ik gierig ben, dat ik met mijn txaenz omga als ware die waardevol. Als had ik er een beperkte voorraad van en een plan mee in uitvoering. Dat is een goede voorstelling, maar daarbij dient dan bedacht te worden dat ik aan het uitvoeren van het plan lust beleef en niet zozeer zit te streven naar het áf krijgen van het project. Ik woon in wat ik reeds bouwde. En dat wat ik bewoon eist betrekkelijk veel onderhoud. Die uitdrukking ‘eist onderhoud’ is eigenlijk fout: ‘staat onder voortdurende destructieve druk’ is exacter: de media zijn de wapensystemen waarmee dat bouwsel wordt aangevallen, door afleiders en propagandisten.
======== 29-8-03 13:42|| 29-8-03 15:22:
Tekstaanmaker en droomaanmaker werken als klieren met interne secretie, maar wat afgescheiden wordt is waarneembaar, bewust te maken en dat gebeurt dan ook.
======= einde op vrijdag 29 augustus 2003 hier ==|||
vervolg: zaterdag 30 augustus 2003 // 31-8-03 0:31 ||||||

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *