Menen, 1997

Categorieën: 1995, 1 januari – 1999, 31 december | Archief

Trefwoorden: begrippenapparaat | meningen | omgangstaal | propaganda | samenleving

Jaap Schot, 9 december 1997

Als U mij vraagt of ik (niet ook) van mening ben, dan antwoord ik U: "Nee, ik ben niet ook, zoals blijkens Uw vraag anderen, van mening gemaakt, maar van waarheid wens ik te zijn: laat ons dan ook hier nu waarnemen wat ons daartoe gegeven is."
"Oh, U bedoelde te vragen naar een wensplaatje dat ik naast de werkelijkheid zou houden, nog exacter: naar de overeenkomst op het door U genoemde punt, tussen mijn plaatje en Uw plaatje ?"
"Of was het onderwerp nog weer iets anders ? Vroeg U naar de overeenkomsten tussen de door U resp. door mij gebruikte theorie, het in Uw resp. in mijn brein gebruikte begrippenapparaat ?
Ook daar kan ik niet zomaar op ingaan mee meegaan. Ik wil eerst op de juiste, exacte bewoordingen, de uiterste herleiding en analyse van de vraag in gaan.
Antwoorden op een vraag komt pas heel laat, namelijk na die herleiding en die analyse en als de vraag dan nog ter zake is gebleken."

Wat ik, met andere woorden gezegd, doe, is: ik breek het spel dat bestaat uit (en in) het gebruiken van de omgangstaal als speelveld en als regelverzameling.
Met de omgangstaal wordt het speelveld, de speelruimte, van het denken afgebakend, beperkt. Ook wordt met het gebruiken van de omgangstaal een verzameling regels ingevoerd voor het spel dat 'met elkaar spreken' is.

Een voorbeeld:

Tegenwoordig is het doorbreken van taboes een positief gewaardeerde bezigheid.
In de door mij ontwikkelde begrippenverzameling kan ik stellen: wat er bij het doorbreken van vele taboes gebeurt, is niets anders dan het openen van markten, die door de geboden en verboden van tradities en religies gesloten werden gehouden.

Veel van die taboes hebben met de menselijke voortplanting en de daarbij horende omgang tussen mensen te doen.
Het is niet moeilijk te zien dat menigeen kinderen neemt om zich aan de anderen als bezitter van kinderen te kunnen tonen. Men wil kinderen bezitten, hebben.
Hiermee hangen de ontwikkelde mogelijkheden samen om kinderen te maken, zoals men dingen in het algemeen produceert. Die mogelijkheid is er pas echt, sinds men het kan doen en kan nalaten, door het gebruik maken van voorbehoedende middelen en technieken. De medische stand heeft het leveren van kinderen tot haar bezigheid gemaakt. Er was en is een enorme markt voor kinderen. De medici hielpen eerst alleen de doe-het-zelvers, die er moeite mee hadden. Tegenwoordig echter kunnen ook vrouwen alleen aan kinderen geholpen worden, via zaadbanken. Ook mannen alleen kunnen een kind geleverd krijgen, via een haar baarmoeder verhurende draagmoeder. Op bestelling wordt een kind geleverd, tegen betaling. De markt voor kinderen is open.

Een ander voorbeeld van het doorbreken van de taboes, beter: de verbodsbepalingen ten aanzien van het propageren en uitvoeren.
Om redenen die te bedenken, maar verder niet ter zake zijn, als ze hier en nu niet meer gelden, hebben tradities en religies het uitvoeren van promiscuïteit en van schijnbewegingen verboden. Het bedrijven van schijnsexualiteit met familie, met kinderen, zomaar met ieder willekeurig lid van het andere geslacht en met leden van hetzelfde geslacht werd verboden.
Wat we nu zien gebeuren is het propageren van het teniet doen van die verbodsbepalingen, het openen van de markten voor diensten op dat gebied. Het feit dat vrouwen bezit zijn, maakte dat voor promiscuïteit de hoeren de gelegenheid moesten openhouden, totdat de partnerruil als mogelijkheid werd ingevoerd.
Het verveelt me alle combinaties en mogelijkheden van de markt der sexueel ingekleurde omgang tussen mensen uit te schrijven. Ik vind dat evenmin interessant als alle technische mogelijkheden om aan kinderen te komen.
Het gaat mij om het algemene schema: elke opgeheven verbod opent een nieuwe bestaande, maar klein en exclusief gebleven markt.

Ik noem dit verschijnsel 'taboe-doorbreking' liever een voorbeeld van de 'vermaatschappelijking' van de samenleving. Andere namen voor die vermaatschappelijking zijn er ook: 'commercialisering', 'zedelijk verval', 'afnemen van religiositeit', 'ontkerkelijking enz..

Hier dient even een opmerking bij gemaakt te worden, vaak is er sprake van het heropenen van markten. De verboden zaken waren vaak lange tijd toegestaan. Neem b.v. de nu illegale drugs, zoals heroïne en cocaïne, die voor de jaren dertig nog niet verboden waren. Ook het in films laten zien van homosexualiteit schijnt voordat Hollywood zich zelf ging censureren (rond 1930) gewoon geweest te zijn.

Ik denk dat het openen van markten de echte drijfveer achter dit alles is. Aan wat verboden is, valt minder te verdienen dan aan wat mag. Op het eerste gezicht schijnen daarbij tegenvoorbeelden te vinden te zijn: neem nu de handel in illegale drugs.
=
De markt is groot voor pijnstillers, kalmeringsmiddelen, alcohol, sigaretten en koffie, om maar eens een paar legale psychotrope stoffen te noemen. Deze psychotrope stoffen beïnvloeden de werking het brein en daarmee dat wat men zich (in de vorm van gevoelens) bewust wordt.
Het doorbreken van taboes beïnvloedt hetgeen men van buiten af door anderen in het bewustzijn gebracht krijgt, het doorbreken verandert aan het werken van de bewustzijnsindustrie en langs die weg weer hetgeen men zich bewust wordt.
Daarbij is er een fundamenteel onderscheid tussen 'het nooit meer horen praten over iets' enerzijds en het 'als gewoon handelsartikel ononderbroken gebruikt zien en te koop aangeboden krijgen' anderzijds.
Het zien consumeren door anderen wekt in de jongeren die zich aan het aanpassen zijn en in de aangepasten de wens op om het artikel in kwestie ook eens te proberen. De producenten zullen het artikel ook 'pushen'. Wat propaganda is voor de religies en voor de politieke partijen, dat is 'pushen' voor wie van verbruikersgewoonten leven : voor de aanmakers van goederen en de verleners van diensten.
=
Bij zoveel werkeloosheid, d.w.z. bij zo'n overschot aan mensen hebben de religies geen kans. Zoals er voor alle vormen van vernietiging van de natuur om ons, mensen te koop zijn, zo zullen er ook voor alle vernietigingsvormen van de natuur in de mensen mensen te koop zijn. Zoals voor de bescherming van de natuur weinigen naast de niet-menselijke levende wezens zelf beschikbaar zijn, zo zullen er ook weinigen beschikbaar zijn om de individuele kinderen te beschermen tegen het in gebruik en in misbruik genomen worden.

Iedereen blijft alles vreemd, wat hij niet in zichzelf verneemt.

Als er een deugdelijke dierenbescherming was, dan zou er geen folteren voorkomen in gevangenissen. Een mens is een dier en het beschermen van dieren gebeurt pas technisch goed als het uit ieder individueel mens zelf komt. Hetzelfde geldt voor de bescherming van iedere enkeling in de maatschappij. Iedereen is zwakker dan een groep koopkrachtige anderen samen. Iedereen wordt tot dienen voor geld gedwongen door de gezamenlijke bezitters. Het wordt niet als een misdaad beschouwd wanneer men de gelegenheid om in bepaalde vormen te dienen voor geld vernietigt door een machine, robot of computer ervoor te maken. Na de tijd dat men voor een loon kon schoonmaken of typen komt nu de tijd dat men voor een loon zwanger kan zijn, een kind kan laten groeien in zich, alsof men een volkstuintje was, waar een ander zijn groente in verbouwt. Wat we nu meemaken is het goedpraten tegenover de bevolking van het opkomen van dit soort wijzen om anderen te gebruiken. Ook het verbod op kinderarbeid wordt aangevallen tegenwoordig. Als progressief en liberaal gepraat vinden we nu het openen van nieuwe markten, nieuwe werkgelegenheid, nieuwe vormen om (zich) te (laten) gebruiken.
Ik weet niet hoe het andere mensen vergaat, ik walg er van. Wat mij vooral opvalt is dat de mensen die er een rol in spelen, die er aan mee doen, vaak zelf niet schijnen te zien waar ze aan bezig zijn. Zij zijn modern en doen dus mee aan wat gebeurt.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *