Meningsvrijheid

Categorieën: 2010, 1 januari – 2014, 31 december | Archief

Trefwoorden: civilisatie | illusief spel | waarheid

Jaap Schot, 24 februari 2010

Verlos ons van de vrijheden en de meningen, Heer, geef ons de vrijheid en de constateringen weer. Die Heer, die dat zou kunnen, daar is helaas slechts geloof in. Telkens weer in de geschiedenis waren er lieden, die wisten dat er slechts spráke van was, dat spreken ervan, dat deden zij zelf. Hún mensen wilden zij er niet toe brengen er in te geloven. Integendeel: aan hún mensen legden ze uit, dat alleen de Naam te gebruiken was, als sociaal gereedschap voorhanden was. Om te gebruiken, zij het niet ijdel, niet zómaar. Uw naam worde geheiligd. Zie trefwoord ‘heiligen’. Als er niets állen heilig is, is er geen cohesie tussen de mensen. Daarom moet er het een of ander iets heilig genoemd worden, om bij te zweren. Deze civilisatie hééft geen cohesie, geen samenhang. Er is niets ‘allen heilig’. De heilige meningsvrijheid heft zichzelf als heilig op.

Sociaal (tussenpersoonlijk) is er geen plaats voor waarheid. Dat de bijeenlevenden één zijn , sámen leven, dat is DE leugen, HET valse bewustzijn, dat de angst vervangt, zolang het werkt (i.c.: afhoudt van opstand, revolutie, ongehoorzaamheid, wetsovertreding, misdaad). Onwaarheid vervangt dan de intimidatie met openbare terechtstellingen en willekeurige moorden.
De waarheid omtrent het sociale (het in civilisatie bijeenleven) ís dat er binnensoortelijk txaenzvampirisme bedreven wordt: door iedere geciviliseerde zoveel als hij daar dan kán. Kunnen is: de vaardigheid én de gelegenheid hebben. Om die vaardigheden onder de bevolking te verspreiden is er het onderwijzen daarvan op televisie en via andere media. Het genieten van consumeren en heersersgedrag van álle denkbare aard, wordt voorgeleefd. En dán is er alleen nog ‘aan geld komen’, want geld is ‘dat wat consumptiegelegenheid ter beschikking stelt’. Gelegenheid, hier, evenals geld, zonder énige specificatie. Alleen in uiterste gevallen is er een lijfelijke beperking t.a.v. consumeren. Er is, bijvoorbeeld, zelfs voor de ergste invaliden een prostitutievoorziening.
Om aan geld te komen moeten de meeste mensen “werken”, dienen voor geld. Dat lokt niet iedereen aan en daarom zijn ook alle andere manieren om aan geld te komen aan te treffen en tegenwoordig heten die manieren van ‘aan geld komen’ ook allemaal ‘verdienen’ (de afgesleten vorm van ‘dienen voor’). Geld stinkt niet en kan wit gewassen worden, een keer extra van eigenaar wisselen, zodat het niet meer ‘zwart’ is.
De civilisatie als geheel is nergens aan bezig. Als er al een procesmatigheid aan te treffen is in het wereldgebeuren, dan is het in de techniek. De parasieten vonden geen nieuwe vormen, want het ging hen om het genot zich minderen aan te schaffen (anderen te vernederen). Volgens sommige onderzoekende biochemici scheiden dominerende apen intern een verslavend, psychotroop stofje af. Stofje weg, dominantie weg. Het zal best. Gebeuren waar geen stof ‘onder zit’, bij betrokken is, bij verandert, hoe dan ook, daar is vooral en uitsluitend spráke van. In vadertaal dus. Het onderwerp van de rationalist. De rationalist is diegene die er genoeg aan heeft dat er een woord is, want dan kan hij er van spreken. En dat recht heeft hij. Recht is van dat spul dat voer voor rationalisten is. Geloof in goden is in de ogen van de rationalist niet nodig, maar zeker aan te bevelen voor wie troost nodig, want de optimale leefomstandigheden niet, hebben. Goden en rechten zijn troostend en inspirerend en enthousiasmerend voor losers en mooi gereedschap voor wie mensen gebruiken: men maakt (‘schrijft’) er de besturingsprogramma’s (analoog aan Windows, Vista en dergelijke dingen van ándere merken) mee, die in kinderen ingebouwd moeten worden om ze tot bruikbare burgers te maken.
Kinderen hebben als aanleg ‘te waarschuwen te zijn’. Ze komen en gaan (vluchten) op basis van wat anderen zeggen, roepen. Dat ‘te waarschuwen zijn’ wordt misbruikt door al diegenen die niet melden, niet tot aangetroffen nodigs aanzetten, maar onnodigs voorstellen als ware het nodig (door ervan te spreken in dezelfde uitspreekvorm als wie meldt). Ervan ? er over. Wie van rechten en goden spreekt reflecteert niet op die ‘concepten’ / ‘begrippen’. Wie op zijn (anderen horen en daardoor, bij déze aanleg voor ‘taaldier zijn’ zelf gaan) spreken reflecteert, - er virtueel afstand van nemend zoals iemand doet die in een spiegel kijkt – díe spreekt óver rechten en goden. Bíjspraak is niet mogelijk, het bespreken van goden en rechten, dát kan niet. Er is immers bij die woorden niets aan te treffen, dat niet gespééld wordt, niet illusief is, ‘afspraak’ in een spel.

De licentie (toestemming) om te zeggen wat je aan tekst invalt heeft gevolgen:
1. de taal verslijt.
2. alle woord-begrip-combinaties verslijten.
3. Dat verslijten wordt ook (mede) door de compromisdemocratie veroorzaakt, waar de onduidelijkheid wordt nagestreefd.
4. enz.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *