Mensen platdrukken

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief | Overige teksten

Trefwoorden:

Jaap Schot, 5 april 1985

De hoeveelheid mensen op een beperkt oppervlak is een voorwaarde, geen oorzaak van dat kwaad dat bestaat uit het platdrukken van mensen, het uit hun oorspronkelijke natuurlijke vorm drukken en het hen in zulk een onnatuurlijke vorm houden. Wanneer er op iemand druk uitgeoefend wordt, kan hij kiezen tussen van vorm veranderen en van plaats veranderen. Als ik mij kan verwijderen van een voorwerp dat mij dreigt plat te drukken, dan doe ik dat. Pas in allerlaatste instantie, als ik echt in geen enkele richting weg kan, zal ik proberen de druk te weerstaan en als dat niet lukt pas, zal ik van vorm veranderen. Van vorm veranderen is nog geen beschadigd worden, maar het zit er heel dicht tegenaan, de vormverandering moet niet duren. Voor het lichaam is dit verhaal volledig duidelijk. Als spreekbeeld kunnen we dit verhaal ook voor het geest-zijn gebruiken.

Een mens is van nature als geest bolvormig, zonder scherpe kanten waaraan anderen zich kunnen bezeren en zonder haken en ogen waaraan hij kan blijven hangen en/ of vastgepakt en vastgehouden kan worden.

Wanneer een mens zich geborgenheid, vaste relaties, vaste banen, een specialisatie, een vaste woon- of verblijfplaats, een vast geloof, een vast begrippensysteem kiest, stelt hij zich als het ware op met zijn rug tegen een muur. Tussen die muur en hem aanvallende anderen kan zo iemand dan in verdrukking geraken. Ook het zich iets voornemen en dat ondernemen, naar het verwerkelijken daarvan streven, is een vorm van zich aanmelden en vatbaar maken voor verdrukking. Dat geldt zowel voor die carrièremakers die het alleen maar ver willen brengen, langs het geeft niet welke weg, als voor diegenen die precies en met name weten wat ze worden willen.

ELKE VASTHEID, STATISCH OF DYNAMISCH, MAAKT VATBAAR VOOR GEWELD.

Alleen aan wie zich een weg heeft uitgekozen kan het overkomen dat iemand hem in de weg staat. Alleen aan wie zich tegen een muur van vastigheid heeft opgesteld (binnen een bunker van onveranderlijkheden heeft opgesloten) kan het overkomen dat hij onder druk wordt gezet, terwijl toch niet alle mensen op en tegen hem gericht zijn.

Wat is de ruimte die een mens van nature nodig heeft? Betere formulering van deze vraag: wat is de ruimte die ik nodig heb, hier, nu, van nature, d.w.z. om mij als lichaam en geest gezond en goed te ervaren (te voelen)? Het antwoord op deze vraag in deze laatste formulering is tenminste te vinden. Om het antwoord te vinden is het nodig te onderscheiden tussen nodig en onnodig, tussen aangeleerd en van nature.

Wie bewegelijk en daardoor vrij van onderdrukking wil blijven en bovendien wil leven ook nadat anderen hem niet langer voor hun ondernemingen willen gebruiken als werknemer, zal moeten zoeken naar het verkrijgen van iets wat men wel 'ervaring', of 'levenswijsheid' heeft genoemd. Wie niet zich kinderen wil aanschaffen en die via emotionele binding wil bruikbaar maken voor zijn oude dag, zal een andere truc moeten verzinnen als hij wil overleven. Onze verzorgingsstaten in Europa voorzien in zulk een alternatieve oplossing. Wijsheid is niet langer gevraagd, in technische vaardigheden met nieuwe technieken zijn jongeren beter te scholen. Kinderen zijn minder bruikbaar voor bedrijven als ze vastzitten aan hun ouders. Dat zijn al voldoende redenen om een sociaalstaat te handhaven.

In de civilisatie hebben de -cratieen en de -ismen hun plaats. De democratie en het kapitalisme, anders benoemd: de pantisocratie en de geldsamenleving zijn anarch. Er zijn verschillen in kracht, maar macht is er niet erfelijk, niet eindig, is geen bezit. Macht is krachtuitoefening op anderen die niet bewegelijk zijn.
Vraag:
Wie zijn niet bewegelijk ?
Antwoord:
Ten eerste zijn dat de gevangenen, de slaven, die niet de gelegenheid krijgen weg te gaan en voor wie niemand een ontsnappingsweg open laat. Gevangen is slechts hij tegen wie alle anderen zijn, als het er op aankomt hem de gelegenheid tot ontkomen te laten.
Erger gevangen dan de gevangene is de slaaf. De slaaf is vergeten dat er een 'buiten' bestaat. Waar ik in mijn boek veel ruimte aanbesteedde is he beschrijven van de slaaf van de wereld, die mens dus die niet meer weet dat er een ruimte voor lichaam en/of geest is buiten de wereld. Als er dan al geen aardoppervlak meer is om 'in het wild' op te leven, dan is er toch nog een begrijpen dat vrij is. Het is toch nog te beseffen dat de wereld een gevangenis is.

Wat ik in dit opstel uitschrijf is dat er in de wereld nationale staten zijn waarbinnen de enkeling kan bewegen. Wat ik in dit opstel aanwijs is het feit dat zich qua beroep specialiseren een manier is om zich op te sluiten en zich opsluiten is de manier om zich in het gevaar te begeven onder druk gezet te worden. Alles wat vastzetten is, is een manier van zich veilig stellen, als in een bunker, het is tevens het voldoen aan een noodzakelijke voorwaarde voor het onder druk gezet worden. Wie beschutting zoeken in vastigheid, geven meteen ook aan anderen de gelegenheid hen onder druk te zetten. Elke bunker is ook een gevangenis.

Bewegingsvrijheid is misschien wel DE vrijheid waaraan het vrije westen, de vrije wereld, haar betiteling nog enigszins terecht kan ontlenen.

Wie carrière maakt prikt zich niet vast op een enkele functie, een enkel beroep. Zo is een carrière te bekijken voor zover ze bestaat uit het uitvoeren van werkzaamheden.

Wie carrière maakt legt zich niet vast op een vaste verzameling mensen waarmee hij door het leven gaat, zijn relaties zijn zuiver instrumenteel, op elke plaats waar hij komt zijn weer andere lieden van belang. Het gaat er om met deze lieden positieve relaties op te bouwen. Lui met wie dat niet lukt, daar moet je bij uit de buurt, zij weg of jij weg. Vijanden mogen er slechts voor je zijn buiten de club waarin je werkt.

Carrière maken heeft die drie nu genoemde doelen:
1. omstanders en medestanders doen samenvallen
2. door bewegelijkheid voorkomen dat je onder druk gezet kunt worden
3. zorgen dat je ook op je ouwe dag nog gelegenheid hebt om van en met anderen te leven.

Daarnaast zijn er wat nadelen:
1. je leeft niet in het wild, je bent en blijft dus vervreemd van je eigen lichaam en je eigen geest, je wordt en blijft een persoon, 'iets in de maatschappij', je wordt nooit iemand, nooit een volwassene als individu
2. je leeft niet in een cultuur.

Samengevat: je komt nooit aan leven toe, alleen aan overleven en aan compenserend, ontspannend, genieten, dat consumeren blijft.

Binnen de wereld, en daarin zitten we gevangen, kunnen we niet beide hebben: als we ons geborgenheid aanschaffen zullen we lieden tegenkomen die ons onder druk zetten, waarbij onze verplichtingen tegenover b.v. vrouw en kinderen, tegen ons gebruikt worden. Ook alle waarden en normen, alle fatsoen, alle menselijkheid, alle eerlijkheid, alle openheid, alle deugden, kortom, zullen ze tegen ons gebruiken.
Vraag:
Wie zijn 'ze'?
Antwoord:
"Ze" zijn de vechtmachines waarmee "onze" wereld overbevolkt is. Lieden die alleen maar uit zijn op iets, wat dan ook. Zowel voor degenen die kozen voor zekerheid, voor het leven in een bunker, als voor de lieden die op kruistocht zijn voor hun geloof, als voor de lieden die alleen maar als enkeling carrière aan het maken zijn, voor hen allen zijn wij alleen maar dingen waarop ze druk uitoefenen, die ze proberen uit te persen, proberen te benutten, proberen te gebruiken. En zij zijn dat ook voor elkaar.

Wie kiest voor zekerheid, veiligheid, geborgenheid, vastheid, stelt zich daardoor zo op dat hij onder druk gezet kan worden. Wie zich buiten alle bunkers en loopgraven houdt, b.v. omdat die hem een opgesloten gevoel geven, heeft, -naast op goed geluk leven-, nog slechts de mogelijkheid om zich door de massa tijdgenoten te bewegen zoals een bosdier door een bos: zonder de vaste plaats van een boom en zonder het gevoel te kunnen hebben echt deel van en van belang voor het bos te zijn.

Reflectie: De "over elkaar heen buitelende" beelden in dit opstel tonen alleen aan hoe beperkt elk beeld is in de hoeveelheid relaties die ermee kunnen worden aangewezen (in de vorm a:b=c:d).

De anderen in democratie en kapitalisme zijn als bomen om jou, consument, als eekhoorntje. Van sommige bomen lust je de vruchten. Door vele bomen laat menigeen zich brengen tot het eten van 'ouweltjes' (hosties): voedingsloze schijnvruchten en tot het aanhoren van, geloven in en rekening houden met onnodige fictie, verzinsels.

Wie daaraan ontkomt, leeft nergens voor. Het leven is nog slechts iets dat gerekt kan worden. Het leven blijkt ineens geen inhoud te hebben. Dat had het in het wild ook niet. Mensen kunnen voor elkaar ook niet als levensinhoud dienen: hoeveel keren je ook nul neemt, het blijft nul. Hoeveel zinloze existenties je ook bij elkaar zet, het blijft een zinloos geheel.

Als het leven zinloos is, is overleven ook niet langer voldoende. Omdat de ruimte in het wild, voor lust beleven er niet is, wordt de mens teruggeworpen op het beleven van plezier, het surrogaat dat de civilisatie maakte voor lust. Dat plezier komt neer op het consumeren van onnodigs, niet op het zelf speels doen van onnodigs. De hoeveelheid vrije tijd, die over is na het doen van wat je toegestaan wordt te doen aan wat voor jou nodig is om te overleven, is zo groot, -doordat anderen je de werkeloosheid in verzorgen in hun gespecialiseerd diensten verlenen voor geld-, dat je die niet met speelse activiteiten kunt vol krijgen.

Er is niets positiefs van te maken. De mensheid in deze massa bijeen is een enorme leedfabriek. Het leven heeft geen zin, geen taak, nodig, zodra, zolang en in zoverre het lustvol is. Dat is het zodra, zolang en in zoverre dat wat nodig is, -als functie van onze nooddruft, ons technisch kunnen en de aard van onze omgeving-, en daarom door ons gedaan moet worden, ons lichamelijk en geestelijk doet functioneren en aan dat functioneren lust doet beleven.

De structuur van onze samenleving is zo, dat door specialisatie niemand meer aan een voldoende gevarieerde verzameling voor hem nodige manieren van doen komt, om volledig te functioneren, en daarin alle mogelijke en daarom nodige, vormen van lust te beleven. In de natuur, in het wild, in het oorspronkelijk gegevene, is het namelijk t.a.v. lustvol functioneren zo, dat dat wat er mogelijk is, ook nodig is. Nodig als oorzaak voor het als positief ervaren van het leven.

Men verpest, verziekt, bederft voor elkaar het leven, als men als specialisten gaat samenleven. Voor de topprestaties van de gespecialiseerden levert men het eigen functioneren in. Wij, de eventuele lezer en ik, hebben dat niet geïnitieerd, wij werden er in geboren, beter woord: geworpen. Ons werd en wordt gesuggereerd dat het zelf leven veel te moeilijk is, maar dat is een leugen. Om het te moeilijk te maken moeilijk is, maar dat is een leugen. Om het te moeilijk te maken verboden zijn) nodig.

We zouden de dienstverleners tot hulpverleners kunnen maken en de beslissingen aan onszelf kunnen trekken. We zouden het initiatief terug kunnen proberen te nemen en het ook bij de anderen kunnen laten. Geholpen kan slechts worden wie poogt en daarin bij uiterste optimale krachtsinspanning niet slaagt.

Wie kozen om zich te specialiseren kunnen zich geen zelfverzorging over de hele linie veroorloven, hun tijd gaat zitten in de competitie, in het op de hoogte blijven en in het carrière maken. Op hen werkt de selectiedruk vanuit hen die zich voor zo weinig mogelijk geld (tegenprestatie) met zoveel mogelijk toppresteren willen laten dienen: die anderen die zich specialiseerden.

Specialiseren was de verkeerde weg waarop men werd gebracht. De vraag is hoe men van die weg als massa ooit weer van af komt. Het gespecialiseerd-zijn is een bezit. Dat bezit heeft de concrete vorm van een diploma. De scholen als diplomafabrieken zullen echt niet gesloten worden. Niemand gooit zomaar zijn diploma's weg. Het verheerlijken van de topprestatie en het ontmoedigen van het amateuristische blijven waarschijnlijk. Ik zie geen eind aan dit leed.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *