Mijn bespreking van hoe de wereld in elkaar zit

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 6 januari 2001

Plaatjes moeten tekenen dwingt tot beelden en die dwingen tot eenvoud. Marten Toonder: "Bommel heeft de energie".
Hoe Robinson en Vrijdag onze vorm van economie vestigden op hun eiland: Vrijdag, jij neemt het water, ik sluit mijn bron af. Ik neem de noten en het andere eetbaars. We laten ze (een voor een vulkaanuitbarsting gevluchte stam) elkaar betalen met de munten die we in het schip gevonden hebben en we helpen elkaar bij het verdedigen van het bezit. Elke dienstverlening waar we ook maar een vinger achter kunnen krijgen organiseren wij, als werkgever. Zelfs vreemdgaan organiseren we: als pooiers. Wij doen alsof we er over waken dat ze elkaar niet bedriegen en laten ze van elke financiële transactie BTW betalen voor ons 'orde handhaven'.
Alles wat ze produceren nemen wij van ze af in ruil voor wat eten en drinken. Het afgepakte zal ook nodig en/of begeerd blijken en ziet, wij bewaren het in grote bewaakte schuren. Loon uitbetalen in natura moet zo snel mogelijk worden gestaakt. Als loon in geld wordt uitbetaald moet niet alleen stelen, maar ook produceren buiten ons om met geweld worden verhinderd.

Robinson en Vrijdag spraken, toen de voor een natuurramp gevluchte volksstam op hun eiland geland was, af:
"ik (Robinson) heb (bijvoorbeeld) het water, de rivier van het eiland ontspringt immers op mijn helft van het eiland en jij, Vrijdag, hebt (bijvoorbeeld) 'het eten', want bij jou op jouw helft van het eiland is de bebouwbare grond en staan de vruchtbomen. Als de nieuwkomers voedsel proberen te nemen, schiet jij er een paar dood, om een voorbeeld te stellen en als ze om water komen, doe ik hetzelfde. Zo leren we ze dat zij niets hebben en wij wel. Als ze proberen ons te bestrijden, werken we samen. Wij zijn superieur bewapend en we zullen gegarandeerd winnen.
Dan richten we het zo in: iedere keer als ze om iets (voor hen dan daar) nodigs komen vragen, laten we hen iets voor ons doen, voordat we hen, zogenaamd als loon, in ruil voor hun dienst, geven wat ze nodig hebben voor (c.q. op) die dag."

"We laten (bijvoorbeeld) zo iemand 50 liter water putten en geven hem dan 25 liter mee naar huis. Overeenkomstig handelen we ten aanzien van vruchten en veldgewassen. Wat ze 'voor ons' geproduceerd [geput en geplukt, gejaagd en verzameld, verbouwd en geoogst, verzonnen en gemaakt] hebben, dat deel daarvan wat zij niet mee krijgen, kunnen en gaan we gebruiken als 'loon' voor anderen, die voor ons een dienst vervullen waarvan ze geen deel mee naar huis kunnen nemen.
Als bespreekvoorbeelden nemen we prostitutie en huishoudelijk werk. Aan wie deze diensten verlenen geven we als loon iets van wat die anderen 'voor ons' hebben geproduceerd. Zo zullen wij zeer goed verzorgd worden en zij zullen allerhande nieuwe diensten verzinnen om aan ons te verlenen en nieuwe uitvindingen doen om aan ons te verkopen.
We zullen de munten die wij uit het wrak van het schip hebben gehaald invoeren als geld, zodat ze op hun beurt bezit krijgen en elkaar gaan betalen voor diensten. [Als gebruikten zullen ze niets liever doen dan ons gedrag naspelen. Zoals kinderen dat doen: overdrijvend.] Op den duur zullen ze ons 'bezitten' (= hen afschepen met minder dan ze maakten) niet meer kunnen onderscheiden van hun 'bezitten,' want we zullen die twee vormen van bezitten dezelfde naam laten hebben ['betalen'] en door dezelfde anderen voor ons en voor hen laten beschermen: dat beschermen van allen tegen diefstal en wanbetaling is voor die beschermers hun dienst aan ons, wij betalen hen daarvoor. De gebruikten zijn grote voorstanders van die bescherming, want: zij mogen geen wapens hebben en niet onderling vechten, dus (= daardoor) móeten er specialisten komen die gewapend en tot geweld plegen bevoegd zijn en hun en ons eigendom beschermen. Wij doen dan alsof wij 'gelijke rechten' hebben, dat slikken ze, want wij houden hen (in de tijd dat ze zich op hun omgeving oriënterend leren) op school en daar bezig met alles behalve met wat hen in hun eigen leven daar dan overkomt doordat wij de stand en gang van zaken hebben geregeld zoals die geregeld is en geregeld gehouden wordt, door de politie (zo noemen we die 'beroeps-gewapenden-en-tot-geweld-bevoegden')."

"Hoe kom je zo snel op zo'n verhaal?" vroeg Vrijdag.

"Nou, dat is niet zo moeilijk als het lijkt", zei Robinson, "bij ons thuis in 'het vrije Westen' was de zaak zo liberaal-rechtsstatelijk geregeld en iedereen trapte daar met grote platvoeten in. Niet dat er naar betere ideeën gezocht of gevraagd werd, maar er werd ononderbroken geroepen (en geloofd) dat er geen beter systeem denkbaar was."

"Nou, voor de bezitters die genoeg hadden, klopte dat ook wel."

"Inderdaad en wie zou hen tegenspreken?. Oh, er werd tegengesproken en er werden zelfs andere manieren geprobeerd plaatselijk en tijdelijk, maar omdat de analyse van de 'maatschappelijke orde' te oppervlakkig gebleven waren, mislukten die experimenten, vooral ook omdat die vele bezitters die niet meededen oorlog met die experimenterende lui gingen voeren."

"En toen?"

"Nou, de bezitters ontdekten dat ze niet te zuinig moesten zijn met loon, zodra de gebruikten meer presteerden. Door er opleidingen te gaan geven, maakten ze de scholen tot iets meer dan jeugdgevangenissen (van straat en buiten de bezittingen houden en leren gehoorzamen en 'zich beheersen'). Daarvoor, vroeger, leerden de gebruikten hun jongen het bruikbaar gedrag (in gilden) en ze gaven ook de oude verhalen (religies en herinneringen aan vrij-zijn en zelf hebben) door. Dat werd van hen overgenomen zodra en voor zover het technisch kon en toen beetje voor beetje nagelaten."
"De opgevoerde arbeidsproduktiviteit ging gepaard met meer loon en dus met meer gelegenheid voor de gebruikten om onder elkaar, ons, de bezitters, na te spelen. Vreemd genoeg bleek pas toen hoe infantiel we ze hadden laten blijven, ondanks heel veel scholing en opleiding. Hun kritisch vermogen stond en bleef op nul, ze gingen helemaal óp in dat naspelen: ze hadden helemaal niet door dat ze dat deden: naspelen. Elke (collectieve) herinnering bleek uitgewist, elke herinnering aan: zelf leven, vrij zijn, zelf doen, zelf denken, zelf waarnemen, bestuderen, begrijpen (conceptualiseren), beschrijven, hanterend bestuderen en bespreken van eigen lijf-zijn, eigen doen, eigen denken en eigen omgeving.
Na 'tig' generaties gebruikt te zijn was en bleek het volstrekt VEE geworden. Slachtvee wou het niet zijn, maar gebruiksvee en circusdieren waren ze maar al te graag."

Mijn bedoelingen met dit: 'verhalen vertellen'.

Het gaat er mij met het bovenstaande alleen maar om nog eens duidelijk te maken hoe de wereld waarin wij leven in elkaar zit. Al zijn in de Franse Revolutie veel van die parasieten van de soort van Robinson en Vrijdag onthoofd, de functie, het parasiteren bleef onverkort bestaan, er bleef politie, er bleef loonarbeid [= aan 'het doen en nemen van wat je nodig hebt', je natuurlijke leven, ongelijke, 'vervreemde' arbeid], kunstjes doen 'at gunpoint' voor de Bezitter, de parasiet.
- Al laat de abstract geworden PARASIET alles voor zich doen door arbeiders, het dwingen, het bewaken, het 'managen';
- al is iedereen die koopt graag deeltijdparasiet;
- dat maakt niets uit. Wat ik beschrijf, waar ik mee begrijp, is: een bemanbaar organisatieschema van 'onze wereld'. De bemanning was nooit statisch. Zo min in dit organisatieschema als in een toneelstuk. Die wereld is zo eender gebleven als het toneelstuk Othello, als dat in de loop van de tijd en variërend met de plaats van opvoering, steeds door anderen in een andere aankleding werd (is) gespeeld.

Ik maak vertelbare verhaaltjes, want ik wil voorkomen dat de lezer doorleest bij termen als 'privaatbezit', 'loonarbeid', en dergelijke. Die abstracte begrippen [ --> besprekingen] zijn niet onjuist, ze functioneren alleen maar anders dan van deze beeldende, bemande verhaaltjes: Robinson en Vrijdag, die ooit zozeer ruzie hadden dat ze ieder op hun eigen deel van het eiland gingen wonen, de ander buitensluitend en dus in de rest van het eiland opsluitend. Die twee hadden al voor die ruzie de wapens onder elkaar verdeeld, want geen van beide kon rustig slapen zonder machtsevenwicht. Dit soort verhaaltjes, daarmee is visueel voorstelbaar dat buitensluiten = opsluiten. Praat men over 'privaatbezit', dan zijn er ontelbare bezitters en wordt het ineens veel moeilijker ineens te zien dat bezitten = buitensluiten = opsluiten van iedereen in zijn eigendom. Dan ziet men niet zo snel dat een arme opgesloten zit in een kleine cel(ruimte).
In dat verhaal over die politie op dat eiland van Robinson en Vrijdag en de volksstam, is het veel makkelijker te denken dat als die politie niet langer 'prioriteit geeft aan het oplossen van inbraken en eenvoudige mishandelingen', zoals bij ons hier nu het geval is, dat dan iemand denkt: "ik wil mijn geweer terug, ik wil mijzelf (weer) kunnen verdedigen." Ook is het in dat verhaaltje veel gemakkelijker te begrijpen waaróm de politie die prioriteit zo makkelijk even opgeeft, 'om budgettaire (=financiële) redenen': dit zoveelste-generatie vee komt toch niet tot bewustzijn van haar leefsituatie.

Ik kan niet mooi verhalen vertellen, maar dit onderwerp (deze 'maatschappelijke' werkelijkheid) moet uitdrukkelijk NIET abstract besproken en op basis daarvan geteld en berekend worden. Wiskunde en logica zijn hier alleen maar middelen om een geheimtaal aan te maken voor degenen die thuis in het geheim worden ingewijd en een vals bewustzijn voor wie kinderen van gebruikten zijn; waardoor het onmetelijk zeldzaam blijft dat (zoals dezer dagen in een tussenopmerking) op de radio de vaststelling is te horen dat een gezamenlijke munt hebben (de Euro!) neerkomt op het technisch gedwongen zijn tot het voeren van een militair beleid om die munt zijn waarde te geven en te laten behouden.
Zonder vuurkracht geen koopkracht. Zonder vuurkracht is er geen reden om het stelen (= de slechts eenzijdig gewenste eigendomsoverdracht) na te laten. Vuurkracht in de handen van de bezitters beschermende betaalde militairen / politie / geheime politie.
Recent schoolvoorbeeld van dit verhaal op IETSenniveau: de Golfoorlog. Sadan dacht dat het nemen van Koeweit hem wel zou worden toegestaan, mede als loon voor zijn strijd tegen Iran en andere 'diensten' die hij aan 'het Westen', aan de dollar dus, had verleend.
Wie de wereldmunt heeft (nu de USA) moet het bezit verdedigen, moet wereldpolitie zijn. Boven de IETSen staat geen wereldregering. De IETSen spelen in hetzelfde spel en wel volstrekt antagonistisch, het is pure hoop, dus pure onzin, dat er aanvaard-gezamenlijke belangen zouden kunnen zijn die tot samenwerking of zelfs maar tot oorlogsbeperking zouden kunnen leiden. Het grote vernietigen [van de natuur, de ecosystemen en daarvoor voorwaardelijke evenwichten en 'het van nature ongestoord veilig opgeslagen zijn van gifstoffen voor levends', de allen treffende nadelen van radioactiviteit als schoolvoorbeeld] dat interesseert de in gevecht gewikkelde spelers met de IETSen volstrekt niet, want: het zal hun tijd wel duren en de anderen zijn VEE. NIET ALLEEN IN HUN VISIE ZIJN DE ANDEREN VEE, OOK IN FEITE. Hoe hard vee ook loeit en mekkert enz. als het niet goed wordt verzorgd, het helpt nooit. Want het is maar vee.

Wij zijn vee. Het is onzin een als vee geboren kalf te verachten omdat het niet in het wild geboren is en niet een 'wild type' genencombinatie IS. De gebruikers van IETSen zijn net zozeer VEE als wij, gewone mensen, dat zijn. Zij echter zouden, opdat de mensheid (in de IETSen waarin ze nu eenmaal zich aantreft) zou overleven, moeten handelen (en met ons als vee omgaan) zoals wilde dieren dat in het wild doen, omdat die niet anders kunnen, niet omdat die zo boordevol wijsheid en verstand en technisch kunnen zitten dat ze het dáárdoor beter doen dan wij. Die wilde dieren zijn vergeleken bij 'ons' mensen, weinig flexibel, star, onhandig en lui als ze 'hun buik vol hebben', in hun behoeften hebben voorzien, bevredigd zijn. Zij zijn ooit klaar, 'wij' niet.
Wij zullen niet overleven door meer en betere technieken, maar door weer te (durven) sterven totdat er niet meer van ons zijn dan onze omgeving daar dan er kan dragen. Het is er mee als met die boom in de zomerstorm: die waait om en wordt ontworteld doordat elk blaadje zich vasthoudt en elk twijgje (klein IETS) op zijn beurt en elke tak (groot IETS) op zijn beurt ook weer.
Er kan er niet Een sterven voor allen. Dat kan de zonde [= het in de natuur ('in het paradijs') foute gedrag] niet teniet doen. Er is 'bij God, de Schepper' geen vergeving: ongedaan maken kan niet, zo zijn de natuurwetten niet; gedane zaken nemen geen keer. De mensenplaag loopt precies zo af als iedere plaag, daar wijkt 'de natuur' niet van af. Het duurt lang, dat plaag-zijn van de diersoort 'mens' met zijn satelliet-plagen, zijn symbionten, zoals graan en honden en varkens en runderen en kool. Maar op een tijdschaal van miljoenen jaren is ook deze plaag te plaatsen.
Wij zijn vee in een intensieve mensenveehouderij. We zijn gebruiksvee en circusvee. En omdat we dieren van onze eigen soort houden en (jawel, in deeltijd zijn we boer en 'stuks vee' !!) erdoor gehouden worden, slachten en eten we elkaar in de regel niet, slechts bij hoge uitzondering.
Dit is geen leuk verhaal over een leuke werkelijkheid. Het is echter een waar verhaal. Het onderlinge rangschikken en vechten om nodigs en om onnodigs is biologisch en dat is onvermijdelijk en feitelijk niet ter zake: de plaag wordt er niet minder door en het vee-zijn houdt er niet door op, het levert geen selectie in de richting van stervensmoed, opgeven van individualiteit en het stellen van kwaliteit boven kwantiteit van 'aanwezige mens'.
Onmetelijk en door omvang onbeschrijfelijk is de rimram die de massa mensenvee uitspreekt en aanmaakt. Er is het gejuich om de cultuur [ = de som van de onnodige kunstjes die om den brode gedaan worden. Let ook op de wijze waarop daarover gesproken wordt: "vorst Dinges bouwde dit wereldwonderlijke grafmonument voor zijn jong gestorven vrouw." De bedroefde man kon waarschijnlijk nog niet eens metselen.] en om de wetenschappelijke vooruitgang die tegenwoordig slaat op slechts wellicht ooit als wapens voor IETSen bruikbaars: 'het allerkleinste' en 'de computers en satelliet-technieken die ontwikkeld worden achter de schaamlap van astronomie'.
Het mensenvee wordt gebruikt via IETSen om wapens aan te maken en te vechten, voor die IETSen waarin ze opgesloten zitten (= waarin ze zich aantroffen en die ze slechts vanwege de kwaliteit van hun txaenz kunnen verlaten, doordat ze als drager van die txaenzkwaliteit in andere IETSen welkom, want te gebruiken, zijn; brain drain e.d.).

Voorwaarde voor en nut van het zien van het grote schema:
Het in het hoofd hebben van veel informatie over wat en wie waar precies en wanneer en hoe, maakt het zien van dit grote schema alleen maar moeilijker. Wie het bemannen en welke IETSen winnen en blijven bestaan of ophouden te bestaan, dat is niet ter zake. Het gaat er om te zien 'dit is een voetbalwedstrijd', alles waar al die toeschouwers op letten, op reageren, hun hoofd mee vullen, is totaal niet meer interessant. Dat is het niveau waarop ik wil weten hoe de wereld in elkaar zit. Hoe de wedstrijd is verlopen hoe de stand is en hoe de wedstrijd verder zal verlopen is mij totaal onverschillig. Ik kies ook geen partij en ik kijk niet eens of er bewonderenswaardig spel optreedt of niet. Het is hun wedstrijd, niet de mijne.
Een hoofd vol niet-details, niet-eigennamen. De moed (voor jezelf en anderen) het niet-kennen van wat je slechts weet te erkennen. Dat zijn voorwaarden. En het nut? Het levert je een niet-aanbak-laag op, waardoor al die contemporaine, actuele gebeurtenissen en daden die niet op hun initiatief jou raken, jou ook niet 'psychisch' (door jouw reiken) beroeren. Anders gezegd: vrij-zijn, buiten-zijn is weer mogelijk [let wel, niet fysiek, maar 'in de geest'.].

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *