Jaap Schot, 6 maart 2007
Ik wil volwassenen onderwijzen en heb daarvoor sinds mijn benijdenswaardig vroege pensionering geen gelegenheid meer voor. En geen financiële prikkel.
Maar ik vond het zo fijn om te doen. Daarom ben ik doorgegaan met lessen en cursussen voor te bereiden, ook al wist ik dat ik ze niet zou kunnen ‘geven’.
In de loop van de jaren werd de inhoud van die lessen en cursussen doordachter.
En nu ik oud begin te worden en het Internet er is, waag ik het er maar op.
Ik zet lesvoorbereidende teksten en cursusschema’s, met werkopdrachten en zo, gewoon op het Internet.
Dan kan iedereen erbij en ermee doen wat hem/ haar goeddunkt.
Een nadeel van het Internet is dat we elkaar niet zien of horen, niet merken dat we bestaan.
Aan universiteitsstudenten in hun laatste studiejaar mocht ik iets vertellen over het richten van de aandacht van leerlingen op een schoolvak.
Dat werd ook niet meteen een gesprek. Dat uitblijven van ‘met elkaar omgaan’ is dus niet echt zo bijzonder.
Het gaat om
- het onderwerp, en
- hoe dat is (≈ aan ons verschijnt), en
- de verhalen, begrippen en woorden waarmee erover te denken is.
- Er zijn verhalen, begrippen en woorden aan te treffen. Dat deden we toen we leerden praten en dat overkomt ons nog steeds als we iets op een – voor óns, nieuwe – manier horen bespreken.
- Maar – en dat is deel van deze cursus – we kunnen ook zelf verhalen en begrippen aanmaken. En, jawel: woorden vormen.
Ik breng deze – mijn eerste –
cursus op Internet
als een cursus LITERATUUR.
- Literatuur:
- onderscheiden van leesvoer/ pulp
- lezen
- analyseren
- wat de ingrediënten zijn
- wat de schrijver ermee deed
- zelf ingrediënten aanmaken voor boeken als “Mijn Robinson” en “Die andere boerderij der dieren”.
- Er is in de taal die ik leerde, niet alles te zeggen.
- Schoolvoorbeeld: Mohammed kon het kapen van verkeersvliegtuigen nog niet verbieden.
Anders had hij dat vast wel gedaan, in naam van Allah en (zoals in de Koran gebruikelijk) met een toegevoegde vervloeking of bedreiging.
Ook kon hij niet schrijven dat de gelovige zich onthoudt van psychotrope stoffen, verdovende middelen, of zo. Nee, hij verbood in naam van Allah het drinken van alcohol.
Wee de gelovige, die – alcohol mijdend – zich onder de duidelijke bedoeling van Allah uit wurmt, en 'spuitend en slikkend' zich het bewustzijn verandert.
Hoe dat taalgebeuren in ons plaats neemt, is onzichtbaar (niet te kennen).
Maar ik was niet van plan hier nu over Allah te schrijven. Ik had een voorbeeld nodig en dit kwam op.
Ik noteer alleen wat mij invalt. Zó kom ik aan mijn tekst.- Wat ons aan ‘gedachten’ invalt, maakten we niet eerst aan.
Het overkómt ons toch dat een gedachte ons invalt. Of is dat bij mij zo, en bij anderen niet?
Ik zal het nooit kunnen kennen, de ander is ons ook al onkenbaar.
Gedachten lezen is een (leuk, spannend) verzinsel. Maar dat het een verzinsel is, kan ik niet bewijzen. Hoef ik ook niet.
- Schoolvoorbeeld: Mohammed kon het kapen van verkeersvliegtuigen nog niet verbieden.
- En als we het over taal krijgen, krijgen we het over ‘wat we aanleerden en waarbij we leerden praten', waardoor de woorden voor de één een etiket zijn op een heel ánder begrip dan voor de ander.
- Schoolvoorbeeld: de één denkt bij ‘vader’ aan iets heel anders, dan de ander.
Zelfs bij dezélfde vader is dat nog het geval. Kun je nagaan als de vaders verschillen.
En waar denkt een vaderloos (vadervrij) opgegroeid ex-kind aan? Dat gaat dus over aangeleerde gevoelsinhoud.
- Schoolvoorbeeld: de één denkt bij ‘vader’ aan iets heel anders, dan de ander.
- Wel, dan wordt zo’n cursus dus ook van belang voor in- en uitburgeren.
Wat je aangeleerd hebt, bijvoorbeeld het eren van de koning van Hispanje.
Dat is dus ook niet aangeboren en hoeft dus ook niet, als de dwang (← de bedreiging met geweldpleging door anderen) wegvalt.
Dit is een eerste ingrediënt voor “Mijn Robinson” van de lezer/ cursist, bedoeld als voorbeeld.
Dit is een eerste schema. Ter kennismaking.
0 Reacties