Mijn onderwerp

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: Robinson Crusoe | taal

Jaap Schot, 12 augustus 2003

Mijn onderwerp is toch eigenlijk mijn taal, omdat ik anders niks ter bestudering in handen, voor handen, beschikbaar heb. En ik wil bestuderen, wetenschap bedrijven, mijn omgeving kennen en dan is die omgeving voor mij die van een Robinson Crusoe die alles wat hij nodig heeft van het scheepswrak haalt en merkt dat hij de voorraden levenslang niet op krijgt.
Wat kan dan dat eiland hem schelen, dat zal zijn tijd ook wel duren. Wat brengt mij tot voortbestaan? Dat is de vraag dan, het antwoord ‘de ander’ is niet bruikbaar. Het voortbestaan zit ingebouwd, wordt niet gewild, er wordt en werd niet toe besloten, ik doe niet, ik gebeur, zoals een wervelwind gebeurt. Ik besta niet, ik verander, er is niets blijvends dat die eender blijvende eigennaam draagt, daar bij past, want ook gelijk blijft. Zelfs dat geheugen blijkt heel erg mee te veranderen, dat geheugen dat dan lang als bron van permanentie geldt bij het met geweld wijs willen praten van die gewoonte ‘een eigennaam geven’ en ‘zich een identiteit denken’.
Ik ben een gebeuren en ik leerde over mezelf praten zoals over anderen en zoals anderen over mij. En die manier van bespreken, daar merk ik onvolkomenheden bij en in op, als ik er naar streef dat wat mijn tekstaanmaker aan tekst aanmaakt past bij wat ik opmerk, waarneem, onderscheid, zie gebeuren.
Ik merkte dat gevoel ontstaat bij onkunde en onbegrip en onverstand en bij ‘geluk en pech, nodigs betreffend’. De vreugde om de grote verse vis die zich liet vangen. De lust die kleeft aan functioneren. De onvrede als een poging niet lukt, een manier van pogen niet blijkt te kunnen lukken. Die onvrede omzetten in constructieve ontevredenheid en/of in zich niet vastbijten in het gestelde doel.
De aangeleerde taal past bij de civilisatie die ik verlaten heb, waar ik als Robinson Crusoe geen deel meer van uitmaak. Het is hun wereld, niet de mijne. Hun staatsreligies en bevrijdingsreligies en verlossingsreligies zijn de hunne, voor hen passend en bruikbaar in hun situatie van gevangen gehouden en gebruikt worden, als vee, als paarden en olifanten en circusdieren. Als Robinson C. word ik niet gebruikt, leef ik niet als vee, maar LEEF ik, met dat rare schip, dat een winkelcentrum is, als mij omgevend ecosysteem. Een vruchtboom (bananenpalm als schoolvoorbeeld) is natuurlijker maar niet minder wonderlijk dan een winkelcentrum of een 23ste eeuws schip dat jarenlang volautomatisch de voorraden in goede staat houdt en aanvult.

Mijn hersens hebben toen ik mijn moedertaal leerde, leren functioneren in het aanmaken van tekst. Het maakt mij niets uit of ze wel of niet in de civilisatie het maken van kunst een gelijkwaardig alternatief vinden voor taalgebruik om kwalitatief anders te weten, anders te kennen. Ik ben Robinson Crusoe op mijn eiland, ik leef solitair, geestelijk gesproken. De aanwezigheid aan boord van dat gestrande schip van biologisch geproduceerde robot-computers die niet aanspreekbaar zijn voor mij, verandert aan die situatie niets, maakt mij niet minder solitair, niet minder alleen, niet minder zelfstandig.

 

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *