Mijn protestantisme

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: apperceptieve massa | Auschwitz | civilisatie | Krishnamurti (Jiddu) | Mammon | mensengebruikerij | Trotteldrom | txaenz

Jaap Schot, 17-25 januari 2003

Als genencombinatie is ieder mens in de natuur alleen, los van de anderen. Door geboren en getogen (opgenomen, van een confectie apperceptieve massa voorzien, en ingewijd) te worden in een groep (na enige tijd en enige groei werd dat een cultuur) werd een exemplaar van de diersoort mens één met anderen [Zie boek ‘Wij zijn Mesquaki, wij zijn een’] vormde met hen samen een functionerende (waarschuwende en afsprekende) eenheid, een groep, in tegenstelling tot een verzameling. Samen extra sterk in de verdediging, iedereen extra veilig door aller oplettendheid, samen doeltreffender bij jacht en oogst.
Let op: de tradities (omtrent wat moet en mag) zijn geen afspraken van en tussen de aanwezigen, zij zijn ‘vanouds’ en spreken vanzelf. Er is geen mogelijkheid om als enkeling te kiezen voor wel of niet deelnemen aan het geheel.
De stichters van de civilisaties isoleerden die groepsleden van elkaar, vernietigden de kracht en de voordelen, die voortkwamen uit de saamhorigheid. Wat de laatste tijd ‘moderniteit’ heet is propaganda voor dat alleen gesteld zijn, die isolatie. Propaganda van en voor diegenen die voordeel namen waar eenheid werd teniet gedaan.
========
Buiten, voor en na het komen van die groepen met tradities was ‘de mens’
23-1-03 12:27:
========
Door je een eigennaam te geven die verder naar niemand anders verwijst, stelt de (“onze”) civilisatie hier nu je alleen, apart los in de wereld: eventueel samen zijn met anderen is particulier, privaat, je eigen keuze, waar de civilisatie (het recht) geen rekening mee houdt, tenzij je er een AKTE van laat maken (notaris / gemeentehuis). Nog toen ik kind was in een dorp werd ik anders dan met de eigennaam van het stadhuis aangeduid: ‘ik was de jongste van Geertje van Kees E.’ Die aanduiding was meteen een plaatsing.
Alles wat je aangedaan wordt, word je aangedaan als enkeling, als individu, als exemplaar van je soort, als losse genencombinatie. Zo word je behandeld, toegesproken en besproken.
Dán, dat gegeven zijnde, is het ook zinnig voor jou als aldus gedefinieerde, om je als enkeling, als zelf staande, als zelfstandige te stellen tegenover dat geheel dat jou (en alle anderen) isoleert van alle anderen en op deze wijze ‘zich’ als ‘zo samenhangend als een hoop los zand’ definieert. ‘Zo samenhangend als een hoop los zand’ betekent in ieder geval ook: ‘niet een organisme vormend’. De relaties tussen soorten cellen en individuele cellen in een organisme zijn voor het beschrijven van de (onze) civilisatie niet passend, niet bruikbaar. Er is geen afhankelijkheid, geen constructieve interactie, geen voorwaardelijkheid van de een z’n bestaan (gebeuren / functioneren) voor het welzijn van de ander. Dat wordt nog eens duidelijker dan vroeger tot uitdrukking gebracht in het vervangen van woorden als ‘patiënt’ door klant. En door elke hulp en betaalde bezigheid een ‘product’ te noemen. De economische termen werden algemeen en voor alles geldend gemaakt. Dat is een recente vernietigende slag door de civilisatie toegebracht aan de stervende cultuur.
Het gejank om waarden en normen is dan ook vreemd aan de daden (zetten, als bij andere spelen) in en doelen met de civilisatie (zeg maar, om de gedachten te bepalen: het rangschikken, het toe-eigenen, de aanmaak en de verdeling van het consumeerbare en de politiek). Het is in deze civilisatie precies zo als in haar religieuze vieringen: de voetbalwedstrijden: het enige dat genoteerd wordt en telt voor de toekomst is het doelpunt. Elke onopgemerkte onsportiviteit en overtreding verdwijnt in de vergetelheid, evenals elke actie die niet slaagde. Veel toeschouwers en beschouwers praten en mekkeren om die overtredingen enzovoorts, maar dat is ten aanzien van het echte leven ook zo, zie de kranten. Ondertussen verandert er daardoor niets aan de aard, de stand en de gang van zaken ‘in de wereld’ resp. ‘in het voetbal’.
=======
“Zet de economie op 1” roepen de ondernemers ons toe. “De wedstrijd mag niet dood gefloten worden” heet dat in het voetbal, dat is: bij de religieuze viering van ‘ons systeem’, waar de toeschouwers het schema moeten leren aanvaarden: het schema dat hetzelfde is in voetbal en in het echt (de ‘economie’).
==========
Het is zaak voor de tot enkeling gedefinieerde om op te merken dat hij als apperceptieve massa kreeg waar hij mee zit via wat men hem onderwees en wat hij leerde door het hem zonder alternatief omgevende, aan hem verschijnende.
Je apperceptieve massa groeide niet van binnen uit, kwam niet tot ontwikkeling, maar werd je aangesmeerd.
=========
Dat is het centrale inzicht dat iedereen als enkeling tegenover ‘het systeem’ moet stellen. “Ik ben niet wat er van mij geworden is door wat er toevallig leren in mij veroorzaakte, inclusief wat jullie mij aandeden (inclusief onderwezen) met of zonder bedoelingen, goede of kwade.
Als ik ‘ik’ zeg bedoel ik mij als genencombinatie en wel abstract, dat is: ontdaan van de aangeleerde (inclusief aangesmeerde) eigenschappen, gewoonten, angsten, inspiraties, vooroordelen; ontdaan van dat alles waarvan het POGEN TE BESTAAN, POGEN TE GEBEUREN, “IN MIJ” (in mijn hersens, in mijn brein) door mij niet wordt ontkend.

Een mens z’n apperceptieve massa is een factor
in het product dat zijn txaenz is.

==========
23-1-03 21:05:
==========
Een factor kun je niet verwijderen, maar, als het zo is dat tekst van anderen die apperceptieve massa mede vormde en onderhoudt (begrippen worden steeds weer door andermans tekst die ik hoor, door mij ‘passief’ gebruikt, bij het verstaan van het gezegde), dan zal ook mijn eigen uitgeschreven tekst inwerken op die apperceptieve massa, dus binnen in mij subversief zijn, verzet bieden.
Dat is de truc: als ik me gedraag zoals mijn apperceptieve massa mij als [ = in haar functie van] gedragsdeterminantenpakket (gdp) suggereert, influistert, doet neigen tot, dán heb ik het bedrieglijke gevoel ‘mijn eigen zin’ te doen, terwijl mijn nadenken mij verduidelijkt: je wordt langs binnen van buiten af bestuurd.
========
Dat concept ‘apperceptieve massa’ is al zo’n 170 jaar oud. Het stamt uit de associatiepsychologie en wat ik nu daarbij wil opmerken is dit: ene psycholoog Heymans in Groningen is in het meten van perceptiedrempels gedoken, wetenschap bedrijven naar aanleiding van die theorie. Freud c.s. hebben uitgezocht hoe een mens zijn apperceptieve massa kan leren kennen, er al onderzoekend, benoemend en besprekend enige verandering in kan aanbrengen en er mee kan leren leven.
Ik heb de besprekingen van Jiddu Krishnamurti zo opgevat dat hij stelde dat het verkennen en bestuderen van deze gezamenlijke sporen van het eigen verleden zonde van de txaenz was, het gaat er om het verleden los te laten. Het verleden heeft namelijk niet via onze apperceptieve massa ons vast, maar in onze onnodige gelijkstelling van onszelf met onze apperceptieve massa, houden wij ons verleden vast.
===========
Ik heb het blijkbaar nodig gehad om de herkomst van mijn apperceptieve massa (uit natuur, cultuur en civilisatie, drie met elkaar in dodelijk gevecht zijnde aparte bronnen) tot mij door te laten dringen. Die driedeling drong zich aan mij erg duidelijk op doordat ik thuis niet met civilisatie in aanraking ben gekomen: Moeder haatte ‘de wereld’, zoals de civilisatie bij orthodox protestanten heet. [Zie bijvoorbeeld tv-films over Amish.]
=========
Weer is dat beeld van die hoop losse zandkorrels bruikbaar en wel voor mijn apperceptieve massa. Er is geen enkele intelligente macht bezig geweest van de stroom dingen die ik leerde doordat dit mij overkwam, een passend geheel te construeren. Het geheel van aangeleerde herinnerbaarheden, inspiraties, angsten, enz. enz. vormt geen geheel, het is niet zo dat de onderdelen voor een prefab (elders tevoren doordacht en in in elkaar zetbare / passende onderdelen aangemaakt) ‘huis’ in mijn ‘levenservaring’ werden en worden thuisbezorgd. Er ís van al die losse ervaringen (aangeleerde ‘zaken’) geen constructie te maken: het is een hoop rommel.
[Rommel: Dingen die voor deze of gene constructie voortreffelijke onderdelen zouden zijn, zijn rommel waar de ándere, bijpassende onderdelen afwezig en niet te halen zijn. Rommel zijn is dus situatief.]
==============
Uit het bovenstaande volgt: ik ga helemaal niet zoeken wat ik ‘in huis’ (in mijn apperceptieve massa) heb en wat ik daarvan zou kunnen bouwen. Ik laat het allemaal gewoon gebeuren daar binnen in me, maar: ik besteed veel txaenz aan het als toeschouwer, waarnemer, beschouwer, uit te schrijven wat er mij bewust wordt, invalt, uit mijn apperceptieve massa, die ik door dat uitschrijven helemaal op ‘onder woorden brengen’ heb afgericht.
Als die in uitschrijven doorgebrachte txaenz stroomt door mijn gepostuleerde ‘oorspronkelijke, onbedorven kind – IK’, dat daardoor, door dat erdoor stromen van die txaenz bestaat, gebeurt, zoals een bedding bestaat als rivier doordat er water door stroomt.
==========
Als ik in dit opstel mijn inspiraties beschrijf, doe ik dat in de termen en wijzend op de contexten en herkomst die deze inspiraties toevallig bij mij, in mijn geval, hadden en hebben.
Het kan zijn dat er anderen zijn die echt dezelfde inspiraties hebben [met andere woorden: dezelfde MEMEN, zo men ook eens gebruik wil hebben voor deze moderne naam voor al of niet boze geesten, van de soort die Jezus uitdreef en in de zwijnen liet gaan], maar ze opliepen vanuit heel andere ervaringen in een heel ander milieu en gepaard aan heel andere tekst.
Als twee mensen iets verschillends zeggen, dan is het niet zeker dat ze ook iets verschillends beschrijven / melden.
Andersom geformuleerd is het een bekend gezegde:
Als twee mensen hetzelfde zeggen, ís dat nog niet het zelfde.
=========
Toch maar blijven uitschrijven (en het voorafgaande blijven doen: in begrippen, bespreekbeelden en verhalen onderbrengen / uitdrukken van het non-verbale dat zich in je apperceptieve massa roert, voordoet, vormt).
[‘Doen’ is hier niet het juiste woord: het gebeurt in mijn txaenz buiten mijn greep, IK kom pas bij en na het horen met mijn geestesoor van de aangemaakte tekst aan bod: om te redigeren en uit te schrijven. Waarbij dat redigeren niet veel voorstelt.]
===========
23-1-03 21:53||||
==========
21-1-03 12:33:
Het onderstaande opstel gaat over het toevallige zo-zijn van mij, preciezer: van mijn apperceptieve massa, anders gezegd mijn memencombinatie, mijn bundel inspiraties en inzichten. Dat zo-zijn is toevallig ten opzichte van mijn genencombinatie, als ik elders, tussen anderen en in een andere tijd was geboren en getogen en had geleefd, was er heel wat anders ‘van mij terecht gekomen’, was ik heel anders uitgegroeid, had ik misschien wel gebloeid en vrucht gedragen.
Ik vertel over mijn zo-zijn in een logisch en consistent gemaakt ‘geschiedenisverhaal’, een keuze van weinige feiten uit de ontelbaar vele, mooi geschikt (zoals een veldboeket geplukt en geschikt wordt).
Mijn zo-zijn is net zo oninteressant als dat van alle andere mensen. Wat mij overkwam is voorbij en wat ik daardoor leerde bevindt zich alleen in mij. Slechts als ik ‘wat ik leerde’ “gebruik” als criterium voor gedragskeuze, zonder daderschap geformuleerd: als ik het gedragskeuzedeterminant laat zijn, werkt dat verleden nog via mij na. Slechts dán, als ik zo laks ben mij niet te ontworstelen aan dit mij toevallig aanklevende, werkt het verleden na. Er is veel laksheid bij velen en er is dan ook veel verleden nog in actie.
Moeders liefde voor mij was onvoorwaardelijk, ik hoefde er niets voor te doen en dat betekende door toevallig regelingen omtrent schoolbegin en mijn verjaardag: zes en een half jaar rust, buiten de civilisatie, niet in gebruik en niet ‘tegen mijn zin op buitenbesturing’, het betekende ook het niet ontwikkelen van een ‘zin’, een eigen wil tegen die van anderen. Er was zoals in ieder ‘hoger’ dier een ‘niet op anderen betrokken bezig gaan en zijn’ en de daaruit voortvloeiende tegenzin ten opzichte van het storen daarbij, door anderen, die mij op (hun) buitenbesturing wilden zetten. Zolang die soort anderen er niet waren merkte ik ‘natuurlijk’ niks van zelfbestuur. Dat begrip ‘zelfbestuur’ ontstaat pas als tegenstelling tot ‘buitenbesturing’, dwang, onderwerping, gebruik, dreiging.
=========
Het modieuze moderne begrip ‘identiteit’ komt uit dezelfde koker als Moederdag en de kerstman: de koker van de commercie. Dat begrip ‘identiteit’ is de uitnodiging aan iedereen om ‘Louis XVItje’ te spelen: zijn eigennaam te geven aan “zijn” smaak, stijl, toevallige voorkeuren en dergelijke in zijn appercceptieve massa.
=========
21-1-03 12:57||||

Het protestantisme is iets uit de geschiedenis. Daar was ik niet bij en ik ben niet betrokken bij wat er nu aan protestantisme is. Ik werd geboren en getogen (kerkgang, bidden en danken bij het eten, bijbel voorlezen thuis, zondagschool, godsdienstlessen van een dominee op de Rijks H.B.S. enz. enz.) in het protestantisme.
Moeder zei dat de kerkmensen schijnheiligen waren. Ik werd op de openbare school gedaan omdat Moeder vond dat je op school bent om te leren, niet om te bidden en psalmversjes te zingen. En ze vertelde van een vroegere buurvrouw die Rooms en arm was en voor haar gestorven man nog steeds aan de Kerk betaalde om hem uit het vagevuur te laten bidden.
Oh ja, en mijn grootmoeder had gediend bij een bekeerde man, die tegen sport was en daarom zette mijn grootmoeder het radionieuws af, zodra de sportberichten begonnen.
Er was dus zowel dat orthodox protestantisme, als iets over de paapse superstitiën als iets over het eigentijdse wereldse heidendom (de sport als religieuze viering van het houden van mensen als gebruiksvee, zoals ik het veel en veel later leerde begrijpen, doorzien en beschrijven).
Moeder meldde ons dat de wereld geen veilig gebied was en dat er geen recht was, zoals vertrouwende kinderen zich dat voorstelden.
===========
Ik had geluk: ik had de juiste leeftijd, juist toen ‘het systeem Nederland’ aan het herrijzen was en de kinderen opvatte en behandelde als goed te scholen en op te leiden aankomend menselijk gebruiksvee, mensenmateriaal, ‘menselijke hulpbronnen’. Scholing en opleiding waren gratis, ik ben zelfs nog eens (f. 60,-) betaald door mijn werkgever, een oorlogsindustrie, voor het slagen voor mijn praktijkdiploma boekhouden’.
Als een systeem het nodig acht hoeft er echt niet gevochten te worden voor goed onderwijs, want dan komt er dan. Tot en met mijn universitaire studie was alle onderwijs gratis, met andere woorden: toegankelijk voor mij, die zonder erfenis of startkapitaal geboren ben. Als het onderwijs duur en/of van minderwaardige kwaliteit is, dan komt dat doordat het systeem de jeugd niet kan gebruiken in een plan, een plan van private ondernemingen die winst maken door ‘het uitbuiten van loonslaven’ of hoe men dit ook anders, bijvoorbeeld inspirerend of vriendelijk of naïef wil benoemen.
=======
Het kind dat zulke kansen krijgt kan er voor kiezen al zijn txaenz te besteden aan leren, zonder eigen plan, naïef er van uitgaand dat de [door de grote mensen, de ouderen, de daarvoor uitgekozen specialisten uitgekozen en onderwezen] leerstof de moeite van zijn leren waard is. Ik ben zeer lang ongelooflijk naïef geweest. Ik wist absoluut niet wat het systeem was (is) en (dus) ook niet dat en waarvoor ik gebruikt werd. Gedurende 21 jaar dagonderwijs, ik schuwde elke opleiding, elk opvatten van onderwijs als opleiding, bleef ik naïef.
=======
Al die schijnbaar voor ieder ander vanzelfsprekende inzichten in de civilisatie kreeg ik pas nadat ik was afgestudeerd en het heeft me toch een tijd geduurd: zeg maar gerust: tig jaar.
===========
18-1-03 22:31||18-1-03 22:45:
===========
Om precies te zijn duurde het tot na mijn laatste ontslag als werknemer dat ik txaenz genoeg had om me er echt in te verdiepen en wel omdat ik niks anders te doen vond: geen hobby’s en geen maatschappelijk functioneren, geen netwerk, geen lidmaatschappen.
Eindelijk de situatie die mij toen ik op de kweekschool daarover hoorde vertellen aanlokte, die van ‘alle txaenz hebben om te studeren, kennis te nemen’, zoals de Jezuïeten. Maar beter was en is mijn situatie: geen bijgeloof en geen hiërarchie en geen toezicht van opzij, vanwege publicatie. Alle voordelen van kluizenaarschap, zonder geloof, armoe, kuisheid en gehoorzaamheid.
===========
Het nieuwe testament doet het oude niet teniet. Het protestantisme verwierp slechts de staatsreligie, niet de Bijbelse begrippenapparatuur. Een volgende stap was het doorzien van het hoe, de werking, het mechaniek van de mensengebruikerij.

Correcties en aanvullingen: zaterdag 25 januari 2003:
======
De orthodoxe protestanten bespreken zichzelf en hun situatie moeiteloos als die van gebruiksvee: schapen, paarden, slaven (dienstknechten). Maar: vee van God, niet van de een of andere vorst, die dan door God zou zijn aangesteld. De protestant heeft geen meerdere op aarde en ook geen mindere. Voor God zijn wij allemaal gelijk en dat wat ‘voor God’ is, in Zijn ogen is, volgens Zijn Woord geldt, is als enige waar.
[‘Waar’ in die niet empirische betekenis van geopenbaard, dat is: door God zelf gemeld en als ‘informatie om mee rekening te houden’ onbetwistbaar geldig (dus NOOIT in tegenspraak met waarneembaars / gegevens).]
[orthodox: niet orthodox spreken is wezenloos gepraat. Zoals ware uitspraken passen bij je waarnemingen daar dan, zonder toevoegingen en weglatingen, zo past ook je bespreking met je religieuze begrippen bij je mentale gedrag, dat weer naadloos en zonder franje en verdoezelingen past bij je daden.]
[‘geen meerdere op aarde en ook geen mindere’, dat zich ongerangschikt achten kenmerkt slechts een deel der protestantse christenen. Toen er Rooms gemaakte Christenen protesteerden, in opstand kwamen, gingen ze op weg, kwamen ze in beweging. Na iedere stap bleven er staan, buiten adem, niet in staat verder te gaan, door te gaan met veranderen. Wie ‘op de hoogte van deze (zijn) tijd’ wil komen, moet vanaf waar hij is, stap voor stap nemen, denkstap voor denkstap, onwaarheid voor onwaarheid moet hij plaatsen en ervan nagaan waar die leugen vandaan kwam en wat voor gevolgen die heeft (veroorzaakt).
De hele weg, stap voor stap, er is geen alternatief, er is nergens overheen te springen. Maar wat je niet geleerd hebt, hoef je niet te behandelen (te ontzenuwen). Daarom heeft het een groot voordeel als protestant getogen te worden. Dat voordeel is de rijke begrippenschat die in de bijbel te vinden is. Sommigen, weinigen, zullen evenveel begrippen en onderscheidingen en verhalen elders vandaan krijgen en halen. En de meeste mensen leven in grote armoe voor wat betreft om mee te denken bruikbare onderscheidingen, begrippen en verhalen.
[‘Om mee te denken bruikbaar’ zet ik er bij, want ik weet dat velen boordevol onderscheidingen zitten: van automerken en danspassen en muziekdingen en sportdingen. Daar is niet datgene mee te doen dat ik ‘denken’ noem. Er wordt mee gepraat en over geschreven, maar dat is net zo min ‘denken’ als boekhouden dat is.]
===================
25-1-03 16:14|
===============
De ene club protestanten kwam verder dan de andere, telkens weer waren er voordenkers / doordenkers, die een stap extra namen. Zo hebben bijbellezers vrij vroeg in de gaten gekregen dat Paulus ongelijk was aan Jezus Christus. Ten aanzien van een van zijn uitspraken meldt Paulus zelf ‘dat zeg ik, niet Christus’. Het nieuwe testament, niet zoals de geschriften der kerkvaders ongelezen gelaten door de gewone protestanten, staat heel erg vol met opvattingen van die Paulus en wel zulke uitspraken, dat onlangs nog iemand een boek heeft geschreven om aan te tonen dat Paulus een Romeinse geheim agent was, die ‘under cover’ de Christenheid binnendrong en zo van binnen uit de misinformatie verspreidde dat de (Romeinse) overheid gehoorzaamd moest worden.
=========
Dat zijn leuke dingen voor de mensen. De Bijbel wordt gebruikt om op ideeën te komen en heel veel van wat de heren van de wereld willen, staat er niet in of staat er anders in. “De Bijbel is geen vaderlands / ‘Brussels’-Europees wetboek”, het tegendeel is ook weer: wetboeken zijn geen Bijbels, ze hebben geen enkel “moreel” of “ethisch” gezag: de meerderheid der volksvertegenwoordigers vertolkt niet de stem Gods en spreekt geen waarheid. Gelden = met wapendreiging afgedwongen worden. Wetten gelden, iets anders ‘doen’ ze echt niet. En dit is een schoolvoorbeeld van een verhullende manier van zeggen: wet is wat ‘ze’ met dreiging afdwingen. Die vooraanstaanden, belangrijken, die ik hier met ‘ze’ aanduidt, de mannen die ‘zaken seponeren’ met diegenen die het ‘aansturen’ zijn dat, proberen alle anderen ertoe te brengen genoegen te nemen met we in plaats van ‘ze’. Nee, 999 van elke duizend mensen heeft er NIETS mee te maken, heeft geen invloed, doet niet mee, kán met geen restje van verstand in gebruik ‘we’ zeggen, hier.
Zelfs wie het (bijbelse) begrip ‘God’ nog gebruikt weet heel zeker: de overheden komen níet van God. Integendeel: zie wat Samuël antwoordt als het volk een koning wil hebben.
Dat zijn leuke dingen voor de mensen.
Maar maak je niet ongerust: zelfs de Evangelische Omroep laat niet de Bijbel voorlezen, gewoon van kaft tot kaft. Zelfs dat te doen, zonder commentaar, zou subversief zijn. Dat bewijst de ontwikkeling van het protestantisme, in de wereld leven (ruimtelijk, niet als deelnemer) en de Bijbel lezen, dat brengt vele inzichten voort. Ongeliefde inzichten.
==============
Weg met alle beelden en schilderijen en kleuren: de hele zaak onder de witkalk. Als je daar iets meent te zien, dan weet je zeker dat het je eigen projectie is. De Bijbelse boodschap is geen verhaaltjesboek en elke voorstelling die erbij gemaakt wordt is ongepast, zoals elk beeld van God ongepast is. Ongepaster nog dan “de Vrede graast de kudde voor” uit het gedicht waar die Tachtiger op aanviel.]
==========
17-1-03 12:03|17-1-03 12:55:
===========
Dat de protestant, die ooit Rooms gemaakt werd, als kind, aanvankelijk het idee (verzinsel, concept) ‘God’ in gebruik houdt om zich rechtstreeks ermee te verhouden in plaats van via de priesters, is een verstandige daad. Geen begrippen weggooien voordat je zeker weet dat jij er niets mee kunt. Tegenwoordig zien we veel Rooms gemaakten, die hun Roomse missie ‘de wereld het goede te brengen en haar ten goede te veranderen’ behouden en invullen met socialisme. Hetzelfde streven buiten de Kerk, dat er ook binnen wel is gedaan, al werd het daar altijd verdund om het machtsinstituut niet te schaden.
========
De Bijbel geeft de lezer ervan een grote verzameling bespreekbeelden. Maar het is een van de tien geboden dat wij ons voor geen van deze bespreekbeelden mogen buigen, noch onze txaenz ervoor besteden (‘hen dienen’ heet dat) en zodoende, txaenz door dat kanaal (dat bedenksel) heen stuwend, het doen bestaan ( = doen gebeuren).
=====
De naam van de rivier. De naam van de rivier is niet de aanduiding van (de wegwijzer naar) de geul, noch naar het water. Het water is er zonder de geul, is er en stroomt zelfs.
25-1-03 16:54|||
De naam van de gediende god is niet de naam van het in het brein functionerende verzinsel (volgens de moderne verhalen: DNAketens en verbonden dendrieten en synapsen enz.) en niet de naam van de stroom txaenz die de gelovigen al offerend samen stellen (het stromen dat zij als trotteldrom doen gebeuren). Waar is het dan wel de naam van?
=========
De bijbel is een oud boek en geeft dus oude bespreekbeelden en het is een boek van mensen ver weg die anders leefden, dus: ook ándere bespreekbeelden.
Het oude bespreekbeeld wordt natuurlijk niet ongeldig als bron van a:b=c:d relaties. Wij leven in een mensengebruikerij. Het oude beeld is dat van het gebruiken als vee, als paard, als schaap, als hond, als ezel. Dat was toen daar.
Maar nu hier. Enige avonden geleden zag ik weer eens een aflevering van ER, die medische help machine ergens in de USA. Daar werd het probleem aangekaart dat ontstaat als een amok lopende schutter die al ettelijke mensen heeft doodgeschoten het hospitaal binnengebracht wordt met zelf wat kogels in zijn lijf. De behandelmachine werkt gewoon verder en gaat ook deze verwondingen enz. te lijf. Ergens in deze of gene bezige arts gaan er dan een paar hersencellen ‘op de juridische toer’ en er ontstaat de gedachte: waar ben ik aan bezig? Aan het inzicht ik ben een machineonderdeel komt ie natuurlijk niet toe, hij is per slot van rekening slechts arts en de serie mag niet controversieel worden: de gebruikten dienen hun vals bewustzijn, hun de werkelijkheid missende, fout besprekende, begrippenapparatuur, te behouden: in dit geval die van het orthodox protestantse (bijbelse, oude, elders ooit passende beelden, schapen en zo gebruikende) USA christendom resp. van de wereldse USA-droom (“ik ben een koning die zijn rijk verovert en vestigt”).
========= 17-1-03 13:17:
Ze zijn machineonderdeel, maar als ze dat beseffen, ‘denken’ ze wat het socialisme toen het nog leefde leerde: Heel het raderwerk staat stil als Uw machtige arm het wil. Dat past niet in het land dat het speelbord is waarop ‘Koninkje’ wordt gespeeld en ‘Koninkrijkje veroveren en vestigen’.
===========
Het radertje wacht tot het tandje van het andere rad er is: de schriftelijke opdracht, het langskomende te bewerken stuk (de volgende klas in het onderwijs is daarvan een mooi voorbeeld), de volgende te sorteren appel, de volgende te behandelen beenbreuk, de volgende rechtszaak, de volgende militaire oefening, de volgende bombardementsvlucht, het volgende transport te selecteren en te vergassen Joden.
==========
Iedereen doet zijn werk.
Welk onderdeel van een (mechanisch) horloge is nu de zetel van het tijdaangevend vermogen? Waar ligt de oorzaak van het boosaardig achterlopen?
Samenvattend: de bijbelse bespreekbeelden en verhalen zijn prima. Maar actuele, eigentijdse beelden en verhalen ernaast zijn nodig om het ‘gebruikte zijn’ aan te wijzen. Pas wie dat hij gebruikt wordt inziet, opmerkt, heeft de vraag waarop de bijbel probeert te antwoorden, KENT ZELF de situatie waarin de bijbel begrippen en reactiemogelijkheden aanreikt. Wie niet inziet op buitenbesturing te staan, wat moet die met een god? Die Ene God werd niet uitgevonden voordat er alleenheersers waren. Er werd niets opgeschreven voordat er in een hoog geciviliseerd land het schrijven werd uitgevonden.
Het is revolutionair een gelovige in een heilig boek te wijzen op het feit dat er tijden waren voordat het boek er was. De Bijbel doet dat zelf heel goed en duidelijk en begint ermee.
=========
Nog even over God.
De Hervorming (1533 tot 1800 in West Europa) was die van een organisatie, met name de Roomse kerk. Hervorming is geen vernietiging. Er zit aanvankelijk, - ook het beeld van ‘vroeger was het beter’ houdt men vast -, een suggestie in van ‘terug’, naar het niet verdorven christendom van kort na Jezus van Nazareth. Langs al die kerkvaders heen naar de apostelen, die richting. Ze deelden wat ze hadden en aten samen het beschikbare voedsel. Commune. Samen. Als broers en zusters. Niet als een gezin met een vader die de baas en een moeder die ook bezit was, net als de kinderen. Nee: dat was de patriarchale (o.a. Romeinse) opstelling, de christelijke was anders. De eeuwenlange strijd van de rangschikkers tegen dit samenleven van gelijken was door die rangschikkers met alle voorlopers van Auschwitz gewonnen. Inquisitie, kettervervolging, kruistochten, heksenvervolging, verovering en kerstening van de koloniën (de andere werelddelen buiten Europa). Erger dan Nazisme en Stalinisme samen en dat gedurende ruim duizend jaar, als we bescheiden rekenen en pas beginnen als het christendom tot staatsgodsdienst wordt gemaakt en het vervolgen ervan wordt vervangen door het propageren van een verwrongen leer.
========
Elf eeuwen schrikbewind en propaganda gingen aan de hervorming vooraf, vooral veel boekverbrandingen en het geïntimideerd en ongeschoold houden van vrijwel alle mensen. Het doden ook van ieder die iets wist en / of kon en daarop betrapt en verraden werd. Alle kennis die aan andere religies was verbonden (bijvoorbeeld die van de druïden / de Kelten en de civilisatie in Zuid-Amerika) werd door het vermoorden van de kennende mensen vernietigd, waarna de boeken en werktuigen werden verbrand.
========
Het gaat weer beginnen, die duisternis: op scholen wordt deze geschiedenis niet meer onderwezen. Dat zou leiden tot politieke stellingname en dat kan niet worden toegestaan: de enige strijd die in deze wereld nu mag is de economische: spullen en diensten op de markt brengen en die (via aanvaard / gekocht worden of niet en via winst en verlies) ongelijk verdelen, en verder is alles storing.
=========
Ook de Mammon, de god van het geld, staat niet toe dat een dienaar van hem ‘andere goden voor zijn aangezicht heeft’.
17-1-03 14:49:
==========
Het onderwijs is verplicht en wel ten gunste van het systeem van mensengebruikerij. Onderwijs is verplichte voorbereiding op de opleiding.
[ ‘Opleiding’, dat is de propagandanaam voor bruikbaarmaking. Onderwezen wordt wat aan het begin van de bruikbaarmaking (opleiding van eigen keuze, nu ja, die vrijheid van de propaganda) moet worden gekund en gekend (kennen is dan dus: kunnen herkennen, vanwege eerder direct of indirect even gezien hebben en/of van ‘er iets over gehoord’, ‘er op voorbereid’).]
Het onderwijs heeft ook een ‘vormingskant’: intimidatie en enthousiasmering, naar keuze. Deze verkiezingen van 2003 staan in het teken van het onderkend zijn van het feit dat er geen algemene enthousiasmering bij alle jongeren tot stand is gekomen. Krankzinnig vroeg worden kinderen voor keuzes gesteld: baby’s en peuters al. In wanhoop wijst het kind iets aan, to please, en houdt zich er dan aan, uit angst voor het verwijt; “Maar jij hield toch zo van ….”.
Deze diep-dwaze omgang met kinderen, dit ‘koninkje’, ‘democratietje’, ‘individuutje’ spelen maakte ontelbare verschillenden met een enkele gezamenlijke zekerheid: mijn keuzes komen nergens vandaan en hebben met de keuzes van anderen en/of met overwegingen NIETS TE MAKEN.
Van de ingrediënten van mijn ‘identiteit’ is geen soep te koken, van de samenstellende delen is geen eenheid te smeden. De losse keuzes hangen als los zand aan elkaar. Dat is zeker. Dat weet ieder van deze mensen van nu 30 jaar en jonger. Er zijn ontelbaar veel kinderen en er is op “opvoeden” geen toezicht. Er zijn dus van alle soorten uit alle tijden nog vers aangemaakte exemplaren in het land aanwezig. Af en toe zie je er ook een lopen, hoor je er een spreken, een echte middeleeuwer, een negentiende-eeuwer.
========
Daarom is iedere uitspraak over ‘de jeugd van tegenwoordig’ door de eeuwen heen al iets doms, nu helemaal alleen maar een uiting van ondoordachtheid.
========
Er is geen voldoend grote overeenkomstigheid van ons allen, zoals wij hier bijeen leven. Wij kúnnen elkaar niet vertrouwen: de meesten wel, maar niet elk ander. De ander waar we niet mee om kunnen gaan, is geen uitzondering meer. Niet alleen die anderen die onaanspreekbaar zijn doordat ze je taal niet kennen, ook die anderen die je begrippen niet kennen. De meeste mensen verpletteren je denken, doordat je er niets zinnigs, niets denkbaars tegen kunt zeggen. Er zijn veel lieden die prima Nederlands spreken, maar nooit enige zinnige opmerking zullen maken. En dat is dan de verbale kant. Met het gedrag is het net zo.
[Voorbeeld: Ontelbare gestolen goederen worden gekocht: heling is een uiterst veel voorkomend fout gedrag.]
Dus moet er worden ingepeperd, gedaan moet er worden aan het aanbrengen en inscherpen van normen en waarden.
============
Er wordt gepleit voor meer politie en voor minder staat (minder belastingen). Het is werkelijk verbazingwekkend hoe 16 miljoen mensen geen enkele zinnige spreker voor televisie of radio kunnen brengen, die hen uitlegt wat hen overkomt. Die hen de nodige begrippen geeft, nu ja aanwijst, meestal hebben de mensen die begrippen al. Er dan ook mee denken, er txaenz aan besteden, dat is wel een goed idee.
=========
Onmetelijk dom is dit volk bezig. Het zij zo. Ik ben er niet bij betrokken. Ik maak geen deel uit van deze trotteldrom.
=========
==//17-1-03 15:05\\==

Terug naar mijn onderwerp: mijn protestantisme.
=================================

Het concept ‘persoonlijk God’ zonder vorm, beeld en eigenschappen, was en is een belangrijk concept, verzinsel, idee, woord. Woord eigenlijk, nauwelijks is ons, gebruikers ervan, toegestaan er eigenschappen aan toe te kennen, ons er een begrip bij te vormen: geen beeld en geen gelijkenis van wat dan ook mogen we gebruiken als bespreekbeeld.
Het begrip ‘God’ is, wat het gebruik betreft, gelijkend op een hulplijn in de meetkunde. Geen vraag is zo fout, zo buiten spel als “waar is die hulplijn dan van gemaakt, waarvan is die lijn, chemisch gezien?” Nee, die lijn is niet van potlood en dat begrip is niet van taal (of van rede). Beide zijn nuttige voorbeelden van ‘eigenlijk niets’ [ dapper als synapsen en dergelijke besproken door de hersensnijders].
=========
Al zat er kapok in onze hoofden, of silicium, ik heb het over die andere kant, over de werking, in plaats van over de stoffelijke kant. Als ik een begrip of zelfs maar een leeg woord, gebruik bij het bespreken van wat ik waarneem aan eigen neigen / voelen en van eigen doen, dan maak ik tekst aan die ik met mijn geestesoor hoor of ik maak dromen aan die ik met mijn geestesoog zie of ik maak gevoel aan dat beeld noch geluid is, maar mij wel kan verontrusten of troosten of gelukkig stemmen, net zo goed als ‘dromen’ en ‘tekst die mij invalt’ mij dat kunnen.
=========
Als het woord ‘God’ ook nog in de hersenen (in het brein, dat is in mijn woordenschat het abstracte, dat ook van iets anders dan hersens / zenuwweefsel kan zijn gemaakt, omdat het niet als stof benoemd is, bekeken wordt) verbonden (geassocieerd) is met een herinnering aan geborgenheid bij bijvoorbeeld de Moeder, als baby en klein kind, dan is zo’n gelukkig makende werking, veiligheid ervaren, zeer wel denkbaar en verklaarbaar (= met een verhaaltje te verwachten te maken).
=========
Het gaat hier dus om een klein deeltje van de apperceptieve massa, dat is ook: de reagerende massa en de agerende massa.
==========
De ontdekking (waarneming dus en niet overtuiging) dat begrippen menselijke maaksels zijn en gebruiksvoorwerpen, denkgereedschap, bespreekgereedschap, onderscheidingssuggesties, wekt, veroorzaakt, geen teleurstelling of verdriet of welk negatiefs, dan ook.
Tekst verliest slechts alle gewicht. Dat is het enige dat er gebeurt, bij en door die ontdekking.
=========
Het denken overkwam ons lange tijd van ons leven zoals ons dromen ons nog steeds overkomt. De meeste mensen kunnen niet dromen wat ze willen [zegt men. Ik weet immers niks van andere mensen, niet anders dan van horen zeggen, door hen of over hen]. Goed, IK kan niet dromen wat ik wil. Ik kan me ook niet laten invallen wat ik wil, maar ik kan wel, zo is mij gebleken, mijn tevredenheid met wat mij invalt tot op grote hoogte opvoeren. Dat is namelijk precies wat er in mijn brein is gebeurd, wat ik, met andere woorden gezegd: heb gedaan.
=======
‘Gedaan worden’ is niet: een vorm van ‘gebeuren’, het is een ander woord, een andere term / uitdrukking voor ‘gebeuren’.
=========
LET OP: hier nu [17-1-03 22:20] gebeurde iets heel interessants. Mij viel eerst in: ‘gedaan worden is een vorm van gebeuren’, waarmee ik wilde uitdrukken dat doen ook veroorzaakt wordt, als we in de oorzaak-gevolg-beschrijving van alles bezig zijn te spreken, als we het grof-mechanische oorzaak gevolg schema (tandraderen met een drijfveer en zo) als bespreekbeeld toepassen op alles, bijvoorbeeld ook op ons denken.
Alleen ‘ideologici’ stellen dat ‘doen’ echt heel iets anders is dan ‘door je functioneren door je heen, via jou, gebeuren’.
Het is dat steeds maar weer door elkaar heen gebruiken van deze beide manieren van bespreken. ‘Personifiëren’ heet dat. Maar bij mensen doen ze ineens alsof het daar iets anders is dan bij andersoortige dieren en bij dingen en zo. Nee: ook bij mensen is het persoon zijn BIJ WIJZE VAN SPREKEN, het is onwaarneembaar, het is NIKS. Er gaat alleen maar een suggestie van uit. Al tig keren heb ik uitgeschreven dat de mensenveehouders deze suggestie buitengewoon goed uitkomt en dat zij dan ook hun juristen ervan weerhouden zich natuurwetenschappelijk te laten scholen en door waarheidsvinding te laten inspireren. De priesters ondersteunen en ondersteunden deze suggestie en de hele schuldblubber die daarbij hoort.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *