Mijn Robinson; een psychisch avontuur

Categorieën: 2005, 1 januari – 2009, 31 december | Archief

Trefwoorden: geredigeerd | Robinson Crusoe

Jaap Schot, 7 april 2007

Het idee van iemand, alleen en onbereikbaar, en zonder gelegenheid om anderen te bereiken, is door Defoe al uitgewerkt. Tot zijn Robinson.

Ik ga dat idee voor mijzelf uitwerken en ben totaal niet geïnteresseerd in de vraag hoe ík me zou redden (→ zou overleven) zonder hulp van anderen.
Ik fantaseer dus dat mijn Robinson over enige eeuwen of millennia – of nu, vanuit een buitenaardse technisch voorgeraakte 1 samenleving – alleen op een eiland belandt. Met een werkend reistuig, dat hem verzorgt, zoals wij – door onze winkeliers, enzovoorts – verzorgd worden. Mijn Robinson heeft, met andere woorden, een scheepswrak, dat nog volledig werkt en hem van alles voorziet, wat – voor overleven, comfortabel verblijven, en gezond blijven – maar te wensen is.
Het enige wat weggevallen is, is zijn mogelijkheid om contact op te nemen, en te melden dat hij nog leeft en “gered” wil worden. In zijn tijd en omstandigheden heeft iedereen zo’n verzorgtoestel, maar er is geen opsporingsdienst. En hij is niet bij, en op, anderen betrokken.

Dat betrokken-zijn is afgeschaft.

Het werd doorzien als chimpoïsme, als aan baby’s onnodig aangeleerd en basis voor veel ellende. Mijn Robinson was liefdevol opgevoed tot een o-o guk (= groeisel uit een kind).
Een o-o guk was, in tegenstelling tot een chimpo, door één solitair levende ouder opgevoed, zonder om ouderliefde (ouderaandacht) concurrerende broertjes of zusjes.
Een dergelijke opvoedingssituatie was kenmerkend voor de Orang Oetan, een mensaap, die niet in groepsverband leefde. Vandaar o-o, naast chimpo: twee soorten gukken (= groeisels uit kinderen).

Chimpo's oefenen druk uit

Mijn Robinson had – nadat zijn o-o-zijn al gevestigd was: in de hardware van zijn zenuwstelsel, vastlag – een groot deel van zijn leven tussen de meest voorkomende gukken – de chimpo’s – geleefd.
Het betekent een voelbare druk om tussen chimpo’s te wonen. Die druk oefenen ze zowel op elkaar als op o-o’s uit. Om precies te zijn, vinden chimpo’s dat er geen o-o’s bestaan. 2
Iedereen is chimpo. En een o-o, als hij zich uit, is een chimpo die raar doet.

Er zijn zóveel chimpo’s dat ze er geen behoefte aan hebben o-o’s te ‘genezen’, (‘bekeren’ of ‘heropvoeden’/ omprogrammeren) tot chimpo’s. Het is voor o-o’s niet moeilijk zich als chimpo voor te doen. Iedere chimpo waarmee hij geen betrokken contact (geen “relatie”) heeft, denkt: “hij heeft ánderen als relaties” en dan is het in orde. Niet iedereen kan met iedereen een relatie hebben. Immers, daarvoor is de massa aanwezigen te groot.

En zó kwam het dat mijn Robinson slechts een gewoon gevoel van opluchting had, als onderdeel van zijn psychische reactie op zijn schipbreuk. Een gewoon, matig, vluchtig gevoel. Naarmate de zekerheid toenam dat het eiland buiten alle reisroutes enzovoorts lag, namen zijn camouflagemaatregelen af. Oplossingen voor technische probleempjes hoefden definitief alleen nog maar ‘te werken’. Er hoefde niet langer gedácht te worden of de chimpo’s het niet ‘gek’ zouden vinden, en het tot aanleiding van een aanpasactie zouden nemen.

Ze kunnen ook slecht 'alleen zijn'

Bij een massa chimpo’s zitten er ook altijd een hoeveelheid ‘tijdelijk met een lege plaats voor een ander', een relatiearmpje waarin ze even niemand gesloten hebben. Al was het alleen maar door versterf. We hoeven maar om ons heen te kijken om te zien hoeveel leegte de chimpo’s door anderen gevuld willen zien. De grootste industrie is de bewustzijnsindustrie, waarin het doen van totaal onnodigs (sport is een schoolvoorbeeld) een centrale plaats heeft. Het aanbod uit die industrie is zó groot, dat er reclame en mode zijn, die de massa onrustig houden. Dat is een van de redenen waarom de huwindustrie niet langer de rust kan produceren waarvoor ze is ingevoerd. De mode en het geëiste 'zich uiten', leiden tot dansen, dynamiek, die de huwindustrie nekt.

Voortdurend bezig met keuren

Chimpo’s keuren ononderbroken alle menselijk gedrag. Ze vergelijken iedere beweging van iedereen met het een of andere gewenste. Alleen uitputting van hun txaenz kan veroorzaken dat ze enig gedrag opmerken, en toch onbeoordeeld laten. Onbeoordeeld laten is echt niet de bedoeling. Niet ‘de’ bedoeling = van geen enkele (goed te keuren) chimpo zijn bedoeling. Zo werken ze met hun normen en waarden, de chimpo’s.

Eeuwenlang hebben groepen chimpo’s als groepen van elkaar gescheiden geleefd. Er waren gewoon niet de mogelijkheden en drijvende krachten om die groepen anders dan met enkele individuen, en die dan nog oppervlakkig, met elkaar in aanraking te laten komen. Zo werd in de ene groep ‘de’ norm zus, en in de andere groep zo. En nu worden die groepen overal op aarde gemengd.
Daardoor zijn er nu overal chimpo’s die om zich heen, dingen zien doen die niet ‘de’ bedoeling zijn. Dat is ongelijk aan 'die zij niet wensen'. Soms wensen ze die best, maar ze mógen niet. Het is ‘de’ bedoeling van de gezamenlijkheid niet.
Die situatie verwart de chimpo’s. Die verwarring zal blijven, zolang dat aan de chimpo’s niet zo – duidelijk – wordt uitgelegd. Sprekend van buiten hun gukkensoort dus.

Hoe chimpo's gemaakt worden

Je maakt uit een mensenbaby een chimpo door die baby mores te leren, te bevaderen. Je vertelt hem, pepert hem in, dat hij zich aan de normen en waarden moet houden. Maar, dat hij dat ‘zich daaraan houden’ niet mag zien als zich camoufleren.
Dát is wat uit een baby een chimpo maakt: de – hem, met succes, opgedrongen – waan dat wat hij aanleerde, hem eigen is.
De chimpo is een groepslid, want zijn normen en waarden zijn hem – als groepslid – eigen. Hij is tot groepslid gemaakt, hij is ingewijd. Omdat dat zo is, heeft de chimpo ook tot taak die normen en waarden van zijn medemensen (= groepsleden) af te dwingen.

Van iedereen, zo is de les. Maar in een multiculti-massa is dat ‘van iedereen afdwingen’ ineens verboden. Het staat in 'onze' grondwet dat wij van anderen niet mogen eisen, verwachten, verlangen, afdwingen, waar 'wij' ons aan moeten houden.
Wie thuis leerde houden van huisdieren, moet het mishandelen van huisdieren door allochtonen ‘hun goed recht’ vinden. Tenzij er aan twee voorwaarden is voldaan:

  1. Er is een expliciete wet die het verbiedt.
  2. Die wet te handhaven heeft voldoende prioriteit bij politici, politie en justitie.

Het is proefondervindelijk vast te stellen dat zelfs vrouwenbesnijdenis niet actief vervolgd wordt. Alle drie – politici, politie en justitie – beperken zich tot blabla.

Alles mag, ook wat wettelijk verboden is. Alleen, soms, bij pech, zitten er aan het overtreden van wetten kosten: loon voor advocaten en omkoopsommen. Het spijt elke rechter die past in het systeem, wanneer hij iemand met een bovenmodaal inkomen met een veroordeling lastig moet vallen. Een chimpo van de eigen ondersoort, echt jammer.

VOETNOTEN

1) [red.] De bewoners van het eiland Trottel zijn, naar eigen zeggen, 'voorgeraakt'. Kortom, een wel erg impliciete verwijzing naar Marten Toonder's "Het monster Trotteldrom".
2) In overoude leerboeken staat als centrale, soms zelfs als eerste, begin(vol)zin: ‘de mens is een sociaal wezen'.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën in Jaap’s teksten

Recente reacties