Jaap Schot, 1990
Conclusie uit de voorafgaande teksten
kan zijn dat er alle hoop is en gerechtvaardigd is; de mens is
een tijdelijk verschijnsel, evenals elke andere diersoort. Niet
elke diersoort deed het leven op aarde goed, zo mogen we
aannemen; zo niet, dan zijn wij de eerste schadelijke, nou en,
wat dan nog.
De mens als diersoort brengt de geciviliseerde, dat is de zich
rangschikkende mens voort. Ze dwingen met fysiek en psychisch
geweld hun eigen kinderen dat rangschikspel binnen, hoewel die
kinderen huilen en zich verzetten en duidelijk laten merken dat
deze tegennatuurlijke instructies hen niet passen. Maar de
natuurwezens mensenkinderen blijken te breken te zijn, net als
paarden en ander gebruiksvee. Als zodanig, als gebruiksvee
bestaan de meeste geciviliseerden, in hun vrije tijd spelen ze
koning klant en jan publiek (= ze gedragen zich als de romeinse
keizers in de amphitheaters bij het vechten van de gladiatoren en
andere voorstellingen in het circus). Als stemveestapel zijn ze
in gebruik bij de lui die het politieke spel spelen, zogenaamd
als hun vertegenwoordigers op het politiek toneel.
Als het de zich rangschikkenden en de zich in de hen toegekende
rang schikkenden niet goed uitkomt, dan laten ze het na zich
bewust te maken waar ze aan meedoen. Ze doen alsof het allemaal
heel ingewikkeld is en eenmalig en niet te begrijpen, niet
intellectueel te vatten voor een gewoon mens.
Nou, het is niet ingewikkeld en het is al zolang als er
civilisatie is, dus zo'n zesduizend jaar zeker, altijd en overal
hetzelfde met wisselend oppervlak. Het is zo kenbaar en
begrijpelijk als de zee, al is ook die nooit gelijk aan zoals ze
ooit was; altijd zijn er andere golven en toch is het nooit echt
anders.
Ze rangschikken zich en daarmee is alles gezegd en begrepen. Of
nu een purperen mantel of een dure auto als
rangonderscheidingsteken dient, dat is oppervlakte. Of er nu
miljoenen rangschikkertjes samen koning klant zijn of dat er maar
een koning is, dat is oppervlakte. Of de spelers nu plezier in
hun spelen hebben, plezier in hun op het veld zijn, erbij horen,
meedoen hebben of uit angst meedoen voor hun eigen veiligheid en
hun angst met welke afweermechanismen dan ook onbewust houden,
dat is voor het gebeuren en voor wat daar de gevolgen van zijn
niet van belang.
Beschuldigen is gewoon bedreigen met mishandeling ("straf").
Ergernis horen uiten in de buurt is voor een als kind bedreigde
bedreigend. Al die geciviliseerden zitten met dat soort wonden in
hun ziel. Ze blijven hun persoon maar, dat wil zeggen ze blijven
doen wat ze ooit begonnen te doen en wat in ieder geval niet
dodelijk is gebleken.
Ja hoor, het is heel zielig allemaal. En ze mishandelen hun
kinderen met tegenzin, zogenaamd. "Sla mij met mededogen, gelijk
een vader doet", zo luidt het in een ned.herv.gezang.
Het is allemaal zo bekend, zo openlijk, zo volstrekt niet geheim.
Voorlopig hoeven we in ieder geval niet op verandering te
rekenen: tot en met Siberie ligt nu heel Eurazie ter
ontwikkeling, kolonisering, vernietiging voor "ons". De poging om
de civilisatie, de rangen, het zich rangschikken, af te schaffen
is weer eens mislukt, net als de christelijke poging en de
ongetwijfeld diverse andere waarvan ik nooit hoorde. Dat is ook
oninteressant, al die lui die boeken vol nieuwe feiten schrijven
om een enkele opmerking te illustreren, bereiken ook niets. Het
maakt namelijk niets uit of een opmerking al of niet bewezen en
onontkenbaar gemaakt wordt. Doodzwijgen en overstemmen met niet
ter zake doende andere opmerkingen maken alle gedachten tot deel
van een groot geruis.
Iets ontwikkelen is gewoon een ander woord voor vernietigen van
het natuurlijke erin. Dat geldt voor een kind net als voor een
werelddeel.
Het is ook van geen enkel belang. Lang voordat de gerangschikte
massa als geheel ophoudt de aarde te teisteren zal ik opgehouden
hebben te bestaan. Ik heb er geen behoefte aan door iemand
herinnerd te worden. Ik beleef geen plezier aan het met die
anderen op aarde zijn. Ze doen me vergeleken met wat ze anderen,
armen, dieren, aandoen weinig kwaad. Ik mag niet meespelen
doordat ik niet wil betalen voor deelname, maar dat is volgens
hun regels. Niemand van hen ziet mij, ik besta niet anders dan
als een aantal nummers (voor diverse ministeries en voor diverse
banken en verzekeringsinstellingen); dat is het enige echte,
veilige bestaan, het zijn van een nummer, een aantal nummers.
Het is eerder gevaarlijk dan prettig en beveiligend om gekend te
worden als persoon, laat staan als individu, als zomaar een vrij,
dat is 'wild' exemplaar van de soort. Dat moeten ze vooral niet
in je zien, een wild dier.
In feite is iedereen in deze 'samenleving', deze massa mens,
gevangen en wel alleen, Einzelhaft, totale isolatie. Maar goed,
dat ervaren ze niet zo, ze zijn allemaal gelukkig genoeg om zich
boven alle wilde mensen en andere dieren verheven te voelen.
Ongelukkig zijn gaat meteen over als ze geld genoeg krijgen om
zich te kopen wat ze verlangen.
Ze lijden niet aan wat is, maar aan hun verlangen. Hun verlangen
naar iets anders. Dat kan zowel een rangloze samenleving zijn als
ook een andere rang voor henzelf 'hier'. Je kunt met elk
verlangen komen aan gevoelens en aan onvrede en aan gedachten en
aan een zaak om na of naar te streven. Alles beter, kennelijk,
dan zomaar je levenslang(-veroordeling, met of zonder
dwangarbeid, al of niet met eenzame opsluiting) uit te zitten.
Ze lijden dan ook bij nader inzien niet aan hun verlangen, het
verlangen is hun speelgoed, hun tijdverdrijf, hun levensvulling,
de 'zin' van hun leven. Wat te doen als je al je idealen opgeeft?
Dan is er toch niets meer? Dan ben je toch gedesillusioneerd.
Zonder illusies. Ontgoocheld, van de begoocheling ontdaan.
Gedemotiveerd ben je dan, vrij van, nee: zonder alle onnodige
beweegredenen voor wat dan ook. Dan ben je alleen nog maar een
gevangen dier, in een kooi (van bezit en andere voorrechten) in
een dierentuin voor mensen. Daar zit je dan tot je dood bent. Of
je blijkt gebruiksvee te zijn en werkt tot je niet meer nuttig
genoeg bent, en dan maar blij zijn dat je niet geslacht wordt,
zoals paarden en melkkoeien.
Als je geen smaak, geen levensstijl en geen idealen hebt
(aangemeten gekregen en gehouden), dan speel je het spel
rangschikken (is een betere naam dan rangordenen, want het is
geen orde, het is een instabiel-bedoeld geheel, een dynamisch
iets, een spelverloop, dynamisch en toch, zoals een draaikolk,
constant) niet mee. Dan ben je niets. Je hebt geen antwoord op de
vraag "wat ben jij?" en je hebt geen antwoord op de vraag "wat
wil jij?" en geen antwoord op de vraag "wat vind jij van ...?"
Je hebt niets te vragen, naar andermans mening, want die vindt je
van geen belang zomin als je eigen 'persoonlijke', toevallig
opgelopen en in je geheugen nog wel te vinden mening.
Je hebt niets te melden, want melden doe je nieuws en/of je eigen
mening. Waar moet je als eenvoudige gevangene, die niet teovallig
met het grote onderzoeksspeelgoed van de hele club mag spelen,
iets nieuws vandaan halen. Het maximaal haalbare is onvolkomen
citeren, napraten.
Je hebt ook niets te bespreken, uit de botsing van meningen
ontstaat wat zij waarheid noemen. Voor die waarheid maken ze dan
propaganda en doden en dan is intussen die waarheid weer
vervangen in het gezelschapsspelletje 'vrije meningsuiting plus
democratische besluitvorming'. Alleen achterlijken gaan dan nog
door met kruistochten en evangelieverkondiging. Maar in onze
pluriforme massa mogen ze. Tegen lui die vinden dat ze niet
mogen, dat er een zoeken moet zijn naar en een leven vanuit
maximaal veel waarheid, tegen deze lui die 'onverdraagzaam'
genoemd worden wordt nu gevochten. Een nieuwe zingeving aan het
illusiefirmament discriminatie en gewetensonvrijheid bestrijden.
De vooruitgang is niet te stuiten. Alle oude illusies blijven en
leven zelfs weer op en iedereen amuseert zich te pletter.
Hoera voor wat is, gedaan wordt en gebeurt. Ook het verlangen
naar leven met waarheid in plaats van met illusies is een
verlangen, een plaat naast wat is, een plaat die onvrede levert
en waarzonder er vrede is "in het hart van wie geen plaat heeft",
niet om die vredige heen natuurlijk, daar woedt die strijd van
allen tegen allen om alles met alle middelen die wij de
'democratische vrije samenleving' hebben leren noemen. En dat is
de beste mogelijkheid, heeft Churchill zelf gezegd hoor, nou dan.
Wij leven niet meer in een tijd dat met gezagsargumenten wordt
gewerkt. Dat hoor je te weten.
En wie tegen democratie en liberaliteit en zo is, is slecht,
fascist heet dat en dat is heel erg. Foei. Bah.
0 Reacties