Jaap Schot, 30 oktober 2002
Nu wil ik eens een opstel schrijven zonder gemopper. Niet dat ik het lovend wil hebben over onwaarheden / verzinsels of dat ik de fantasie wil ingaan. Nee, ik wil uitdrukkelijk afstand nemen van de door een lezer al gauw vermoede afkeuring door mij.
VEE.
===
Wat is er zo naar aan als vee gehouden te worden? Vooral wanneer je, zoals wij, geen slachtvee bent. De stal is warm, er is eten genoeg, en drinken. Hard werken is voor de meesten van ons te vermijden. Werken helpt tegen verveling en de ouderen onder ons hoeven het niet meer. We leven comfortabel. We leven langer en comfortabeler dan wie ‘in de vrije wildbaan’ zonder leiding en baas voor zichzelf lopen te zorgen. Het is vast spannender, die vrije dieren weten nooit of ze die dag voldoende kunnen voorzien in wat ze nodig hebben en dat ze zo rustig zo oud worden als wij, dat is volstrekt onwaarschijnlijk. Zodra, zolang en in zoverre het regime waaronder wij, jawel, als gevangenen, dat wel, leven, zo soepel is als het huidige onze, nou dan kiest iedereen die zijn verstand gebruikt voor zijn leven hier nu zo.
=====
VRIJHEID.
=======
1. ruimte.
Als er ruimte zat zou zijn, zouden wij wel wat verder van elkaar wonen en werken en zitten en liggen. En we zouden, als dat niet op weerstand van daar wonende anderen stuitte, in de winter wel wat zuidelijker of zo gaan bivakkeren, waar het weer wat beter is. Dat is gemakkelijk te bedenken. In de vorige paragraaf stelden we vast dat ‘de natuur’ geen couveuse voor ‘de mensen’ is, we stellen hier vast dat niet alle levende mensen nodig zijn om te voorzien in de aanwezige en gewenste luxe en dat de rest, de daarvoor overtolligen, voor ons niet hoeven te bestaan. Wij gunnen hen graag ook die extra ruimte en wel op een evenwijdige planeet, een aarde op een andere tijdbalk. [Science Fiction is heerlijk denkspeelgoed.]
2. een project.
Wij zijn praatvee. Praten (taal gebruiken, begrijpen, beschrijven, bespreken, meedelen), leren en met onze handen iets maken (aanwijzen en tonen), dat zijn voor ons echte bronnen van lust. Naast diverse andere bronnen, maar dat is een ander onderwerp.
Vrijwel alles verveelt snel als het à la Robinson Crusoe buiten aanwezigheid van enig ander gedaan moet worden, zonder uitzicht ook, op ooit toch een ander. De ander, de gesprekspartner, de belangstellende kijker, luisteraar, gebruiker, daar kunnen wij lang zonder, als (mits) we als kind voldoende ‘niet alleen’ zijn geweest én voldoende ‘wél alleen’.
Wel alleen hebben leren spelen, met rust gelaten door aanwezige anderen, met rust gelaten, niet: genegeerd.
SAMEN DENKEN, dat gaat niet. Telepathie is een verzinsel of zo zeldzaam dat het niet te gebruiken is. Denken is alléén bezig zijn, met het aan het onderwerp opgemerkte, daarvoor is afstand van de anderen (de afwezigheid van contact) nodig, voorwaardelijk. Maar de ontdekking en de uitvinding zijn er om getoond en aan de groep gegeven te worden. Veel maaksels blijven zo lang nuttig zijn, dat ze ons, de makers als bron van nut overleven en dus, als er geen andere benutters komen, zinloos worden.
De losse enkeling, verweesd, geïsoleerd, of trots geïndividualiseerd, is een laat in de civilisatie ontstaan dwaas maaksel. Heel begrijpelijk, zoals elders in opstellen beschreven, maar toch onnatuurlijk en niet leefbaar. Het blijft wringen.
0 Reacties