Na cultuur komt civilisatie

Categorieën: 1990, 1 januari – 1994, 31 december | Archief

Trefwoorden: civilisatie | cultuur | geredigeerd

Jaap Schot, 6 november 1990

Natuurlijk, onze txaenz besteden komt neer op het doen van het nodige voor het volledig en harmonieus functioneren van al onze organen. Wie daarmee klaar is, is tevreden, bevredigd, lui, loom, in rust, kalm. Tot er weer iets nodig wordt, verglijdt, vergaat de txaenz ongebruikt, onbesteed. Zo gaat het in de natuur, in het natuurlijke leven.

Leven in een cultuur

Het leven in een cultuur, vee houdend en gebruiksplanten zaaiend, beschermend en oogstend, is zwaar en saai. En het is een gok of er weer een voldoende oogst zal zijn. Een gok waarbij er een ongezond grote afstand in de tijd is tussen het inzetten (zaaien) enerzijds, en de zekerheid van een voldoende oogst anderzijds. Te groot voor de, van nature op een kortere tijdsafstand afgestelde, mensen. Het leven in cultuuromstandigheden is te saai en te langdurend.
Daarom gaan ze magische en religieuze gebaren maken (= niet-werkzame, gevolgenloze handelingen verrichten, bezweren, offeren, bidden en dergelijke) om schijnbaar de oogst zekerder te maken, de misoogst te vermijden. Vooral dat laatste verzekert een lange duur van het geloof in dat – alleen psychologisch zinnige, feitelijk volstrekt gevolgenloze – gedoe. Een klimaatswijziging maakt de priesters tot versagers, en hun (nu plotseling 'hun', in plaats van 'onze') religie aan vervanging toe.
Mensen die in cultuur (dat is, natuur-manipulerend, in de natuur grijpend, actief aan de natuur veranderend) leven, gaan ook gokken, wedden en wagen. Dat doen ze omdat ze zodoende aan een surrogaat voor jachtgeluk en plantenzoekgeluk komen: succes en inzet op korte tijdafstand van elkaar.
Naast gebaren maken, gokken, wedden en wagen gaan ze feesten. Eindeloos worden alle opmerkbare gebeurtenissen gevierd, op vaste en wisselende data. Ieder volk in cultuur verzon zo zijn eigen religie, zijn eigen goden, zijn eigen regelingen waaraan te vieren verschijnselen en verzinsels vast werden gemaakt. Volk weg: religie, goden, regelingen, feestredenen weg.

Rangschikken in de civilisatie

In de civilisatie rangschikken de mensen zich, de een wordt de meerdere geacht van de ander.
Veel van wat er in natuur en cultuur was en is, blijft bestaan (zeker als het onmisbaar is) ook wanneer de civilisatie aan bijna elk verschijnsel een rang-gevende waarde hecht. Zij die in een "democratische" civilisatie wonen en een algemeen recht van meespelen hebben, moeten als enkeling in de wereld staan. Ook als ze met, c.q. via, c.q. in een IETS (een partij, een kerk, een onderneming) spelen.
De enkelingen in de civilisatie zijn vrijgesteld van het vervullen van hun plichten in de cultuur. De plichten dus jegens elkaar als medemens, en jegens de andere levensvormen als medeschepsel, en jegens de schepping als geheel. Dus jegens de toekomstige andere levende wezens, het toekomstige leven, de toekomst van het leven op aarde.
Dat vrijstellen is een oerdaad van de civilisatie. Het is deze vrijstelling die een mens tot een speler, een koning, een soeverein maakt. Deze vrijstelling, en de vrijstelling van redelijkheid en consistentie.
De speler is alleen onderworpen aan de vooronderstellingen, de uitgangspunten en doelen van het spel. Niet aan de regels ervan, die moeten door de andere spelers van hem worden afgedwongen. Dat is een voortdurende zorg voor hen, niet voor hem. Ten aanzien van regels geldt: ze zijn er om van anderen af te dwingen en om ze zelf ten eigen voordele te overtreden, zodra, zolang, zo vaak en in zoverre dat mogelijk is door andermans onoplettendheid, corruptie enzovoort.

Alleen de score telt, niet de wijze van spelen.

Pas wie al gewonnen hebben kunnen zich nobel, edel voelen en zich af en toe aan een regel houden. En af en toe een voorrecht dat ze hebben, ongebruikt laten. Gulheid, vrijgevigheid, iets kunnen missen, genereus zijn, dat alles vooronderstelt bezit, voorrecht, macht. Deugden komen pas na het winnen in het spel. Voor laag volk is dat verwoord als: eerst komt het vreten, dan komt de moraal. Dat is zo voor laag volk, voor gebruikten in het spel. Adeldom verplicht, dat is wat voor spelers geldt. Dat, noblesse, is het wat ze missen, de snobs, de nouveaux riches, de verse rijkaards, de parvenu's.

Macht en heersen

Opdat ik soeverein kan zijn, moeten alle anderen afwezig zijn. Fysiek afwezig zoals op Robinson Crusoe's eiland voor de komst van Vrijdag. Effectief afwezig zoals rond een, aan allen overmachtig, potentaat.
Opdat ik machtig kan zijn, moeten er anderen onder mij aanwezig zijn. Robinson kon, alleen zijnd op zijn eiland, geen macht uitoefenen. Er was niemand om over te heersen.

De uitdrukkingen 'macht over de materie' en 'macht over de dieren en de planten' zijn in gebruik om aan het begrip macht zijn eenduidigheid te ontnemen omdat de hoorders anders verzet in zich voelen bij het horen alleen al.

Ook de uitdrukking 'dominante' (= heersende) soort in de populaire biologie-prietpraat is zo bedoeld, respectievelijk in gebruik.
Macht heeft alleen plaats in het gezelschapsspel 'civilisatie'. Tussen soortgenoten, met name mensen die aan het spelen zijn en/of met wie gespeeld wordt. Dat betekent hier: die als speelgoed worden gebruikt.
Een soort heerst niet over een of meer andere soorten. Er komt parasitisme voor, en er komt voor: het beter dan andere soorten kunnen benutten van de daar dan gegeven omstandigheden als levensmiddelen (in ruime betekenis).
Heersen komt alleen in het spel civilisatie voor. Heersen is straffen en belonen.

Ook spreken van een dominant mannetje, in een roedel herten en dergelijke, is misplaatst. Tijdelijk en ononderbroken bewijst een bepaald mannetje zich als de sterkste en actiefste, energiekste. En dus voor het voortplanten meest geschikte. De andere mannetjes worden niet overheerst. Ze worden verjaagd en/of van paren afgehouden.
Dat is absoluut iets anders dan heersen. Een heerser is een meerdere in het spel.
Bij die dieren met harems gaat het niet over meerdere/mindere, maar over sterkere nu, zwakkere nu.

Geen moraal binnen de civilisatie

De enkelingen die spelen en/of gebruikt worden zijn soeverein, allen, of ze nu hoger of lager zijn, ze hebben geen verplichtingen naar buiten het spel. En binnen het spel hebben ze geen plichten. Tenzij ze niet sluw genoeg zijn om de andere spelers, met bedreigen en bedriegen, af te houden van het jegens hen doen gelden van de regels.
Binnen de civilisatie geldt geen moraal. Moraal en ethiek zijn van de culturen, die zijn ondergeschikt gemaakt aan de civilisatie. Moraal en ethiek gelden niet meer, voor niemand. Wie denkt dat hij, of iemand anders, zich nog aan enige ethiek of moraal of fatsoen of regel moet houden, leeft in een waan. Wie dat zelf wil kunnen constateren – in plaats van, het van mij geloven – hoeft alleen maar goed te kijken naar wie er in de maatschappij winnen en de vruchten van het winnen rijkelijk kunnen plukken. De vruchten, waaronder de bewondering en begunstiging door vrouwen en kinderen, wat het voortduren van het spel uiterst waarschijnlijk – zo niet, zeker – maakt.

Ook de geciviliseerden als verzameling, zijn soeverein. Dat spreekt vanzelf: het geheel is de som der delen, zelfs als het geheel meer zou zijn dan dat. God is, zelfs al zou hij bestaan, effectief afwezig gebleken. Hij doet niets voor – of, tegen – wat ook. Machtiger soort- en tijdgenoten zijn er nu niet. Ingrijpen van buitenaardse wezens is tot nu toe alleen een gedachte.

Het spel is in zichzelf besloten en dat de spelers leven – van dat wat buiten hun spel is – is bekend. Maar die kennis heeft geen invloed op het gedrag van de spelers en dus op de uitwerking van het spelgebeuren naar buiten. Zodra, zolang en in zoverre er gespeeld wordt. En dat is met 100% van de beschikbare txaenz.

Er is geen hoop

Ja maar, zo zal menig lezer nu denken, we moeten toch. Er moet toch hoop zijn voor het milieu, voor de wilden, voor de toekomst, voor de kinderen, onze kinderen, voor de natuur.
Dat zou leuk, en goed en zo, zijn. Ja, maar de verhoudingen zijn niet zo.
Uit het gebruik van het begrippenapparaat waarin natuur, cultuur en civilisatie van elkaar onderscheiden worden (nadat de gescheidenheid van die drie in de werkelijkheid is waargenomen, kon ze worden geconstateerd), volgt dat er geen hoop is. Tenzij het spel "civilisatie", dat is: het zich rangschikken, zich minderen aanschaffen en heersen (deze minderen 'knechten') wordt gestaakt.

Tenzij het spel civilisatie wordt gestaakt.

Niet, tenzij de lezer ermee ophoudt. Dat is totaal van geen belang, want het spel gaat door ook zonder hem/haar en mij. Aan onze bijval en bewondering is bij 5 miljard tijdgenoten geen behoefte bij de spelers. Al is de lezeres het topstuk onder de stukken, haar gunsten zullen de spelers niet missen. Voor haar miljoenen andere verse jonge vrouwen.

Het gebruiken van dit – natuur, cultuur en civilisatie onderscheidende – begrippenapparaat levert inzicht. Geen macht en geen troost. Het brengt noch het paradijs (de natuur) noch de culturen terug, met de moralen, de ethieken, de solidariteit, het voor elk ander die je ooit tegenkomt van traditioneel-bekend, gekend en verwacht belang zijn.
Dit begrippenapparaat maakt niet gelukkig en blij en blind. Het verspreiden ervan in een leesbare vorm is misschien wel een mensonvriendelijke daad.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *