Jaap Schot, 23 september 1998
In de verketteringsvierhoek natuur - culturen - civilisaties - beschaving vinden wij van de 8 verketteringen ook die tussen natuur en civilisiatie.
Vanuit de natuur wordt van de civilisatie opgemerkt dat de laatste de ervaring van de mensen van het oppervlakkige bijverschijnsel belangrijker acht dan, ja stelt ( bij het kiezen van gedrag de voorkeur geeft) boven de natuurgegeven nodige stand en gang van zaken.
Het schoolvoorbeeld: om het verloop van een 'koortsende' ziekte goed te kunnen volgen is het nuttig en nodig om regelmatig de lichaamstemperatuur van de patiënt te meten. In het sanatorium heb ik opgemerkt dat menig patiënt de thermometer niet gebruikte om zijn temperatuur te meten, maar met behulp van het laken bijvoorbeeld de thermometer opwreef tot een temperatuur, die hem wel aardig en passend leek. Hoe eerlijk ook de verpleegster de meterstand aflas en noteerde, dat getal was ZINloos. Welke verwerkingsmethodes er ook op zulke metingen worden toegepast, er kan geen betekenisvolle constatering uit worden aangemaakt.
De argumentatie vanuit de natuur tegen de civilisatie is nu dat de geciviliseerden DENKEN met zulke kunstmatige gegevens en hun emotionele reacties daarop.
Voorbeeld: het gaat de geciviliseerde er niet om iets nodigs te doen, maar iets uitstekends of iets waar anderen waarde aan hechten. Er zit voor de geciviliseerde ook weinig anders op: het overgrote deel van de nu levende mensen is voor het ecosysteem waarin ze leven niet slechts overbodig, maar zelfs schadelijk. Die overtolligheid kleeft aan iedereen die nu leeft, niet slechts aan de werklozen en aan wie beroepsmatig onnodigs doen.
De 'zin' van het bestaan, leven, als bonk txaenz bestaan, is: de bijdrage die dat bestaan enz. levert aan het voortbestaan en welzijn van het ecosysteem waarvan het deel uitmaakt door er binnen te zijn [erbinnen als oorzaak op te treden van door andere delen benutte verschijnselen, c.q. gebeurtenissen]. 'Benut', dat is: voor hun verder leven en welzijn gebruikt.
Lust is slechts een epifenomeen, een oppervlakkig bijverschijnsel, dat wij, de levenden, onbewust gebruiken als leidraad, als positief advies om datgene te doen wat die lust oplevert, waaraan die lust gepaard gaat.
Het gaat evenmin om die losse lust als om de losse stand van de thermometer. Slechts als meetresultaat van de lichaamstemperatuur is die thermometerstand van betekenis, slechts als bijverschijnsel van het nodige is die lust van betekenis.
De stand van de thermometer is evenmin nastrevenswaardig als de lust dat is. Dat is de reden waarom wie het goede als nastrevenswaard aanwijzen het nastreven van losse lust verwerpen.
Gisteravond nog hoorde ik een Chinese die het ook niet begrepen had, ze was er zo tegen dat Mao het genieten als bourgeois en dat was: decadent had aangewezen. Evenwijdig daarmee protesteren velen tegen de weigering van de paus om het gebruiken van voorbehoedmiddelen goed te keuren. De vraag is niet of hij daar tegen is of niet, de vraag is of dat losse geneuk nou nodig is, en of het, nu het dat overduidelijk niet is, niet kan worden nagelaten.
Dat heeft met godsdienst niets te maken, dat heeft met het afwijzen van de civilisatie te maken.
Wanneer in een roedel wolven het alpha-mannetje alle zinvolle, want waarschijnlijk bevruchting veroorzakende copulaties neemt, dan vertellen biologen er bij dat zo het beste aanwezige sperma wordt gebruikt.
De andere, niet bij het voortplanten aan bod komende leden van het roedel zijn niet zinloos, zij voldoen evenzeer aan de in hen gebouwde gedragsdeterminant: 'er moeten altijd exemplaren van mijn soort zijn'. Die determinant omvat het zelfbehoud [ = als beveiliger van eigen en andermans overleven zijn txaenz besteden] zowel als de voortplanting [ = spermadonatie plus broedzorg ]. Wie zonder zich ooit voort te planten meewerkt aan het 'slaan' van gezamenlijke prooi of sneuvelt als 'offer' van de predatoren die van de soort leven, helpt. Het exemplaar dat zo leeft doet mee aan het uitvoeren van dat ingebouwde bevel: ervoor te zorgen dat er altijd exemplaren van de soort zullen zijn. Dat doet dat exemplaar zonder erg door zijn txaenz te besteden aan een TAAK binnen het ecosysteem. Valt er zo'n taakvervullende soort weg, dan blijkt dat door (oftewel uit) de dan niet voorkomen plaag of plagen.
Eten doe je niet voor het lekker, aan eten proeven doen je om het niet-bedorven-zijn ervan vast te stellen en om geen enkele andere reden. Geen enkel plezier of lol is doel. Menigeen stelt zich los plezier en los geluksgevoel (happiness) tot doel. Ook de altruïst die de grootste hoeveelheid daarvan tot doel stelt voor 'alle aanwezigen samen', is vanuit de natuur gezien een dwalende geciviliseerde.
Ze spelen massaal alpha-wolfje oftewel koninkje, ze stichten een dynastie, ze maken zelfs een biologie waarin het zelfzuchtige gen hen als tijdelijke wegwerpverpakking gebruikt. Zover werken ze het niet uit, maar de door hen zo verheerlijkte persoon is dan een gastheer, die dat genenpakket als parasietenverzameling heeft. Even doordenken en het is in te zien dat het psychotrope klotestofje [testosteron] een door die genen aangemaakte drug is, waaraan ze worden verslaafd. Verslaafd, d.w.z. door middel van hetwelk zij van een deel van hun txaenz worden beroofd, langs de weg van het aanvankelijk genot.
Wanneer de een of andere persoon een plan heeft , aan het uitvoeren waarvan hij zijn txaenz kan besteden, dan is dat gestreef naar paringen een storing. Wie geen plan heeft kan niet gestoord worden. Zo is het ook met wie geen gedachten aanmaakt, die kan ook niet [door bezigheden (beroep of sport) of door muziek bijvoorbeeld ] afgeleid worden. Wie nergens naar op weg is, kan ook niet verdwalen.
Onnodigs kan geen zin zijn. Maar: ieder exemplaar heeft die genoemde instructie en de 'vertaling' daarvan in de drang te functioneren. Zo maakt menigeen plannen en spullen, presteert en sticht gezinnen, in gehoorzaamheid aan die ingebouwde drang.
0 Reacties