Natuurverlating

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: woordvechten

Jaap Schot, 29 juli 2003

‘De mens’ verliet de natuur door zijn doden te begraven, dat is: te onttrekken aan het gegeten worden. Dit totaal nutteloze en zelfs zelfverheffende gebaar kan nu gevolgd worden door een wel zinnige ontwikkeling: het aanmaken van mensenvoer uit niet-levends, uit niet-biomassa. Uit aardolie dus bijvoorbeeld. Dat doende treedt ‘de mens’ de natuur uit en houdt op een plaag te zijn. Het helpt namelijk niet de eigen massa te omgeven met verzorgde andere plagen, van graan en andere eetbare planten en van slachtvee. Daarmee helpt ‘de mens’ zich niet de natuur uit en de natuur niet van een ondraaglijke plaag af.
========
Let wel:
1. míj kan het allemaal niets schelen. Vergis je niet, ik pleit nergens voor of tegen.
2. Ik hou geen wensplaat naast ‘wat gebeurt’.
3. Ik geloof niet in de implicatie dat er bij de termen ‘vrije wil’, ‘doen’, ‘schuld’, ‘verdienste’, ‘leven’, ‘ziel’ en ‘geest’ (het zijn maar enkele voorbeelden) ook later ooit door echte wetenschap ‘iets’ gevonden kan worden.
4. ik geloof niet in zijn ‘kunnen nalaten’ (en/of het ‘kiezen voor’) iemand z’n ‘eigen’ gedrag. Het gebeurt gewoon door hem heen, dus: iedereen is onaanspreekbaar, zo treft hij zich aan: tegen iemand aan, op iemand in praten en zeker: iemand ter verantwoording roepen is pure mishandeling, het slaat op geen enkel natuurgegeven, is puur een lullig spelletje met illusies. Die illusies aanmaken en ermee spelen is iets wat mensen kunnen en doen. Ik ben ermee tevreden te zien ‘dat het een lullig spelletje is en niks meer’, mee dan zien hoef ik niet, ik voel geen neiging tot ‘in interactie treden’. Hun omgang met Jezus en vele anderen daarna lokt mij niet tot dat gedrag. Ze leren zich eerst maar behoorlijk gedragen, dan kunnen ze nog eens een profeet of zo krijgen.
==========
Goed, om die techniek van zelf biomassa aanmaken, buiten de natuur om, te ontwikkelen zijn knappe koppen nodig. Die kunnen worden aangemaakt uit kinderen, 1 op de zoveel kinderen heeft daarvoor de gaven in zich. Dat is dus zoeken en ieder kind de kansen geven, want de hoeveelheid zo zeer begaafden is niet echt erg hoog. En bovendien, en dat is een centraal punt hier: om dit te kunnen doen, het invoeren van niet-gegroeid voedsel, is een veelheid van door dat idee geïnspireerden, dat spel mee spelende leiders nodig plus een grote massa dienaren, die deze spelers op het wereldtoneel onderhouden, voor hen de arbeid verrichten zodat deze centralen hun (dit) werk kunnen doen: dit eenmalige, dit oeuvre van deze diersoort kunnen voortbrengen.
==========
Nogmaals: ik doe geen voorstel. Ik schrijf iets op, dat in de lezer een inzicht kan brengen, door de onderscheidingen die er in dit stukje tekst worden gebruikt.
========
Opdat er iemand zoals Einstein een theorie kan verzinnen, zijn er zeer, zeer velen nodig die zorgen dat hij niet al zijn txaenz nodig heeft om te nemen en te doen wat hij als genencombinatie moet teneinde te overleven, te leven, te LEVEN. Het is niet een bewijs voor hun geringere begaafdheid dat de mensen die leefden voor de uitvindingen van het wiel en het paardengebruik en het schrijven nog niet ontdekten en bedachten wat in de 17de eeuw werd ontdekt en bedacht.
=========
De mensen die voor de uitvinders zorgden waren mede oorzaak van die uitvindingen.
========
Moge dat velen inspireren tot het zich vooral laten ontplooien van anderen en
Moge het iedereen met walging vervullen voor het dienen van de massa parasieten [mensen die van mensen leven zonder enige tegenprestatie te leveren, de vorsten, de rijken, de nietsdoende klasse, de machthebbers, macht is namelijk totaal onnodig] die zelf niets constructiefs doen.
========
Als ik schrijf: moge dat gebeuren, doe ik geen beroep op de lezer om zich dat geïnspireerd worden aan te doen, ik ben er vrij zeker van dat dat helemaal niet gáát: inspiratie overkómt je of blijft uit. Probeer vooral niet, er is geen wilskracht. Zelfs niet als een verzinsel achter als gewild aanvoelend gedrag!
========
Waar woorden zijn, zijn nog geen benoemde zaken!
Het wemelt van de losse woorden.
Dat veroorzaakt dat zovelen ‘duizelig worden van’ en ‘wankelen in’ ‘denken’, in de betekenis van ‘tekst aanmaken waarvan ze zelf weten dat het beoogt ‘geen gewauwel te zijn’, meer te zijn dan ‘de stilte breken’ / ‘interageren met een ander, pratend, zoals de apen vlooien’.
======
Dat ligt niet aan hén, maar aan het waardeloze taalonderwijs dat ze kregen. Daar kan een mens iets aan doen, daar is evenmin wilskracht of zo’n verzinsel voor nodig als voor het eten van spinazie of een eierkoek. Het ‘kost’ txaenz, maar dat geldt voor alles.
=========
Waarom fiets ik?
Antwoord: omdat ik geen auto heb en geen andere manier van bewegen die ik leuk vind enz. De afwezigheid van een aantrekkelijker alternatief voor de aanwezige gelegenheid verklaart het gedrag.
========
Zo is het ook met gewauwel en gelul.
Bij velen is het alternatief er niet.
Bij vele anderen is het alternatief er wel, maar is dat niet aantrekkelijker, mede vanwege die genoemde afwezigheid van een benoemd ‘iets’ bij elk woord. En dan is er daarnaast nog het gebruikelijk zijn van woordvechten (debatteren) en de waarschijnlijkheid van misverstand en het onontkoombare feit dat zelden of nooit twee mensen tegelijk aan het bespreken / doordenken van hetzelfde onderwerp toe zijn, van binnen uit, zodat er altijd één zit te offeren (= verplichtingen van de ander jegens hem zit te verzamelen of zich verveelt en zich ergert of zo).
=========
Ontmoedigende factoren voor (nu ja: t.a.v.) zinnig ‘taal gebruikend doordenken’ liggen dus
* in de aan te spreken ander zowel als
* in de begrippenapparatuur als
* in de woordenschat (nou ja schat: daar zit dus veel rommel tussen).
===========
Ik ontsnapte aan die problematische ontmoedigingen door het uitschrijven dat zich bij mij ontwikkelde uit het schrijven van brieven, die al gauw onverstuurd bleven, ongeadresseerd werden, de briefvorm verloren en nooit meer aan enige vorm of andere eis hoefden te voldoen, zelfs leesbaarheid voor anderen, ‘te volgen zijn’, viel weg.
Wat ik uitschrijf moet schijnbaar het spoor van een goede inhoudsvolle, zelfkritische gedachtegang zijn. Die eis gedurende vele jaren gehandhaafd, leerde de tekstaanmaker in mij het vereiste aan en het onbenoemde en woordloze gevoel en zo af.
========
Dat gebeurde: er is schuld noch verdienste, in mij of buiten mij in anderen. ‘Schuld’ en ‘verdienste’ zijn losse woorden, er is niets in de werkelijkheid dat er bij hoort, zoals bij zeemeermin en eenhoorn ook niets hoort of hoorde.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *