Neuroticus

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 21 januari 2002

Een neuroticus is iemand uit wie txaenz weglekt. De gaten waardoor het weglekt werden aangebracht en de betrokkene houdt ze zelf open.
Centraal staat hier het woord: ‘wij’. Dat woord is de naam van het lek, niet van iets dat iets anders veroorzaakt of is, dat wij bij ‘wij’ verstaan: samen zijn. Het ‘wij’ in kwestie verwijst niet naar iets buiten de apperceptieve massa van de neuroot: het is het van binnen uit benoemde GAT waaruit zijn txaenz weglekt.

Alle opstanden tegen de civilisatie zijn mislukt. Dat heeft te maken met het feit dat de genoemde objectieve oorzaken van het kwaad te oppervlakkig waren gekozen: het geld, het private eigendom van de productiemiddelen. Daarnaast wees men op psychische oorzaken: de begeerte, de hebzucht, de staatzucht, enz. Allemaal niet onwaar, maar de veroorzaking vindt plaats door een complex iets, of nog exacter: dat er oorzaak-gevolg-orde in de werkelijkheid zit, is slechts een beeldende bespreking van die werkelijkheid. Oorzaken zijn, indien niet hanteerbaar, nog steeds verzinsels. De psychische oorzaken zijn niet aan te pakken, niet stoffelijk, niet tastbaar. Ik kan alleen iets met mijn apperceptieve massa en de daarin werkende (veroorzakende) dadertjes (factoren, makertjes).

Dat werkt allemaal niet.

Wie alleen is, zoals beschreven van Robinson Crusoe, moet – teneinde zijn stem niet te verliezen – zichzelf toespreken, in zichzelf lopen te praten, hardop. Ook moet wie alleen als vrij mens, in zichzelf de tekst aanmaken die hij anders van de andere vrije mensen om zich heen zou horen. Wie in een ondoordachte omgeving leeft tussen lieden dus die geleefd worden, gebruikt worden, vee zijn, gebruiksvee, hoe zelfhoudend ook, moet zich een IK buiten zijn apperceptieve massa aanmaken en dat IK de tekst van vrije mensen laten aanmaken en uitspreken en de daden van vrije mensen laten stellen en vooral: dat IK laten nalaten wat slaven doen, voelen en denken.

Slaven spelen ‘koninkje’ en dat moet de IK ‘zich’ laten nalaten. Waarbij ‘zich’ dan staat voor: de mechanismen die in ‘zijn’ apperceptieve massa zijn binnengebracht en die dat spel wel “willen” beginnen en voortzetten. In de apperceptieve massa zelf is de plaats waar ze ontstaat, wordt gepleegd: de opstand tegen de slavenhouder die jouw txaenz gebruikt, wenst te gebruiken, daar (geschreven of ongeschreven, als financieel of emotioneel schuldeiser) ‘recht’ op heeft. ‘Koninkje’ is geen solitair spel, de anderen spelen met jou. Ze spelen met jou als met een ding, een pion, niet als met een kameraadje, een medemens, al is dat/die ook een ding.

Verdenk de ander(en) nooit van initiatieven en/of bedoelingen, dat is veel te veel eer.

Ze staan op buitenbesturing, het zijn slaven, die een bezitter missen en vooral missen ze duidelijke bevelen. Ze weten niet wat te doen. Ze weten niet wat ze moeten doen. Ze zijn gedwongen uit ontelbare bevelen te kiezen aan welk bevel ze zullen gaan gehoorzamen. Dat heet dan ‘doen waar ze zin in hebben’. KEUZEVRIJHEID. Een geestesziek concept, in gebruik bij de propaganda voor de stand en gang van zaken hier ‘in de vrije wereld’.

Ze staan op buitenbesturing via wat was en/of via wat om hen heen aan mode, propaganda en reclame tot hen wordt geroepen, hen wordt aanbevolen, voorgehouden als positief, enzovoorts.
Dat ze op buitenbesturing staan is een de andere kant van de medaille dat ze zelf nergens aan bezig zijn, geen project hebben en met name niet hun txaenz besteden aan volledig en harmonieus functioneren als het dier dat ze zijn. [‘volledig’ = met alle organen en ‘harmonieus’ = zonder overontwikkeling en ‘overgebruik’ van een of enkele, zoals bij alle sporters en bij de meeste werknemers en bazen’]

Ze kiezen een niet te eniger zake doend bevel: ze verwerpen het bevel hun haar netjes te laten knippen en laten het lang groeien, omdat dat daar dan ‘opstand’ betekent. Kijk, als ze in de zomer hun warme colbertjasje uit laten omdat het er gewoon de temperatuur niet naar is, dat is echt, dat heeft een andere betekenis dan ‘signaal’ te zijn naar de anderen, waar ze op betrokken blijven.
Hun hele doen en nalaten is wezenloos, dat wil zeggen is zonder enige betrekking op iets eigens oftewel: niet-tussenmenselijks. Ze zijn deel van de kluwen aan elkaar gehechten. Gevoel en relaties. Verwijder die twee en er blijft bij deze slaven niets over. Als zo’n slaaf geen zin heeft in een van de ontelbare rondgezongen bevelen uit de media, dan kan hij altijd nog kiezen voor iets uit de esoterische bibliotheek of uit de New Age. Er zijn maar weinig bevelen die als zodanig herkenbaar zijn voor de slaven, de meeste bevelen zijn verpakt in statuspapier: daar staat op dat wie aan dit bevel gehoorzaamd de meerdere van velen wordt, de betere, de intelligentere, de gezondere, de mooiere.

De neuroot is niet iemand, het is een uitstulping van de massa, en wel een die aan dat ‘slechts een uitstulping zijn’ lijdt, omdat hij onvoldoende onvrij is (vastgehouden en geleid wordt) om gelukkig te zijn door te weten, te kunnen en te doen wat hij van anderen doen moet. Hij wordt door de massa verwaarloosd, grotendeels in onbruik gelaten, met een grote hoeveelheid ‘vrije’ txaenz laat men hem zitten en de sukkel heeft moeite met het kiezen van een te gehoorzamen bevel uit de massa ‘aanbevelingen’ (advertenties, trendbeschrijvingen, enzovoorts).
Die massa doet dat (in dit geval verwaarlozen) VIA die mensen waarmee de neuroot toevallig in aanraking komt en dus omgaat. ‘TOEVALLIG’ is het sleutelwoord. Niemand van al die medeslaven (‘medegeciviliseerden’ klinkt beter) die een mens hier nu tegenkomt heeft de taak of de bedoeling of de vaardigheid om de neuroot in kwestie te helpen aan een project en aan het inzicht dat hij voor zijn eigen functioneren moet zorgen en daartoe eerst al zijn ‘vrije’ txaenz moet gebruiken. Van dat inzicht maakt deel uit dat ‘dit of dat nalaten’ vaak een grote stap voorwaarts is.

Bevel: hou op te gehoorzamen aan alle bevelen behalve dit.

Advies: hou op met alles wat niet bijdraagt tot volledig en harmonieus functioneren. Dat zij Uw project. Dat, en niet: meedoen.
Verleidelijk hier is meedoen aan gezondheidsfreakerij. Er zijn ontelbare namaaksels van ‘het jodendom als religie van de spijzen’ in de handel, op de markt.
Daarvan zei Jezus terecht: “wat de mens eet, verontreinigt de mens niet, maar wat hij aan meningen uitkotst, dat is vuil”.
Aan een ander project dan ‘zo goed als hier nu voor mij mogelijk functioneren’ is een mens niet toe voordat hij met het vinden van die volledigheid en die harmonie echt klaar is [let wel: er zijn betere omstandigheden soms elders en toch ook toegankelijk en ook de omstandigheden zijn veranderlijk] en verder aan het behoud daarvan nog slechts werk heeft. Onderschat overigens de onverwachte aanvallen op het bereikte vooral niet.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *