Nieuwe koningen, het fiasco van onderwijs en democratie

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief | Overige teksten

Trefwoorden:

Jaap Schot, 20 mei 1987

Het gaat velen hiertelande hedentendage goed, ze hebben geld en spullen in overvloed tot hun beschikking. 'In overvloed' wil hier zeggen dat ze alles kunnen (mogen) hebben wat nodig is voor hun leven en welzijn en dan nog wat overhouden voor extra, voor onnodigs, voor luxe.

Het is niet zo dat iedereen kan voorzien in wat hij nodig heeft voor zijn leven en welzijn, dat verhindert hen de dictatuur van opzij, de machtsuitoefening door hun gelijken, de machtsuitoefening
- als vrije gezinsstichter,
- als Klant en
- als (privaat) Bezitter.

(Als Jan Publiek richt en vormt de consument zijn macht naar buiten, die hij als klant, geldbesteder en bezitverbruiker uitoefent in zijn favoritisme, zijn voorkeur, zijn afkeur, zijn smaak.)

Hiertelande hedentendage komen ze van opzij, de druk, de onderdrukking en de uitbuiting. Van opzij, van de anderen die niet tot een hogere stand behoren dan wij, door geboorte, maar die enige koopkracht boven het voor hen nodige hebben en hun recht:

- op eigen gezinsvorming en gezinsuitbreiding, door het nemen van huisdieren en door eigen voortplanting. Wie leeft heeft het natuurrrecht op wat nodig is voor zijn leven en welzijn, wie zich vermenigvuldigt, omdat dat mag, neemt meer dan dat waarop hij nu al natuurrecht heeft, door dat meer te eisen via het natuurrecht van zijn kinderen, waarover hij (vaak zijn leven lang) zijn 'ik' uitstrekt. Dat uitstrekken van hun ik buiten hun vel doen de gezinsvormers vaak ook ten aanzien van hun huisdieren. Zodra, zolang en inzoverre er steeds meer te bezitten (te verbruiken) komt, kan dit meer nemen door de gezinsstichters nog gebeuren zonder dat de alleen levenden er absoluut genomen minder door krijgen. Dat ze relatief minder krijgen, daar hoeven ze zich niet om te bekommeren, ze zijn niet bezig in gevecht, in rangordenende wedijver, met de gezinsstichters. Wanneer het bezitbare minder snel groeit dan de bevolking (inclusief huisdieren) dan gaat die bevolkingsgroei (inclusief hondenplaag, kattenplaag, koeienplaag, varkensplaag, kippenplaag) wel degelijk ook absoluut ten koste van degenen die alleen blijven. Ook wie alleen blijven ondervinden de (negatieve) gevolgen van het verminderen van de per persoon beschikbare ruimte, het vervuilen van lucht, water, bodem en bodemproducten, de stank en de uit die en andere vervuiling voortvloeiende ziekten en andere kwalen.
- op machtsuitoefening (keurend en kiezend) als klant. Als klant zijn macht, zijn koopkracht, uitoefenend, moet de koper kiezen en daarvoor moet hij een smaak, voorkeuren hebben, niet zozeer overwegingen, inzicht en verstand. De burger als kopende klant (en dus als bezitter en als consument van diensten en als toeschouwer, als publiek) is net zo vatbaar voor de suggestie van de hem voor geld dienende knechten, kunstenmakers, leveranciers, als de Zonnekoning. Zie hun tuinen, die zijn als Versailles, voor zover ze het betalen kunnen (en zelfs voor zover ze ervoor rood durven staan, er consumptief krediet voor durfden opnemen).
De burger als klant en bezitter gehoorzaamt aan de suggesties van de smaakmakers, de media gebruikende voorschrijvers en voorstellers en propagandisten van wat 'in' is en 'in' zal worden binnenkort.
Er is niet veel anders voor nodig dan enige tijd de media er op bestuderen om kennis te nemen van deze systematische suggestie.
- als privaat bezitter, om met wat van hem is, te doen wat hij zelf wil, wat hem goeddunkt. Niet altijd is er daarbij plaats voor overwegingen omtrent wat hun vertonend verbruiken en bezitten betekent voor anderen, voor hun buren bijvoorbeeld. Die grofheid, die onbeschaafdheid in het bezitten is kenmerkend vooral voor wie weinig over hebben of voor hun gevoel nooit genoeg over zullen hebben omdat ze in wedijver met anderen of de absolute top nastrevend (naapend) bezig zijn. Mijn buurman bijvoorbeeld plantte een aantal rijen bomen dicht opeen langs de afscheiding van onze tuinen, aan de zonkant van mijn huis, op weinige meters afstand ervan. Hij stemde niet met mij in dat het wat ongepast en grof was deze bomen ongeremd tot ver boven mij buis te laten uitgroeien, mij alle uitzicht en zonlicht benemend. Aan mijn vragen om te snoeien en laag te houden had hij inderdaad zo weinig mogelijk gehoor gegeven, opzettelijk. Ik had die bomen in wording kunnen zien staan toen ik dit huis kwam bewonen en had weg kunnen blijven. Bovendien kon ik mijn vitrage weghalen van voor mijn ramen. Hij vond die bomen mooi, hij wou zich de indruk geven in een bos te wonen. Ik moest me wel realiseren dat ik er juridisch niets tegen kan doen.

Zo was en is het toevallig ook nog eens een keer. Zo zijn onze manieren. Zo zijn de manieren van wie niet beschaafd werd, maar grof bleef. Grof gemaakt werd hij door zijn africhting voor het zich vechtend (verkopend) veroveren, doen geven, doen toekennen, van een deel van het bezitbare. Beschaafd worden ze niet, niet door de propaganda en niet door enige andere vormen van dat doel treffende sociale druk, die hem raakt, hem stuurt, hem beinvloedt. Legaal is voor hen genoeg, legitiem of solidair zijn betekent voor hen niets.
Deze nieuwe rijken zijn zoals vroeger de roofridders waren: nog niet aan beschaving toe.

Het bestaan van mensen met dit reactiepatroon in een democratie en na tien jaar verplicht onderwijs betekent een fiasco voor die democratie en voor dat onderwijs. De democratie verwerd tot neuzentellerij en het onderwijs tot informatieoverdracht, beroepsvoorbereiding en woordarme indoctrinatie met grof wedijveren.
Het gesprek waar de beste inbreng (los van de inbrenger opgevat, verstaan en begrepen) het uiteindelijke weten van allen wordt, dat gesprek is het model voor de parlementaire democratie.
Het verwerd of kwam nooit op gang.
Het gesprek van de kundigste, meest wetende en meest wijze ingezetenen, dat gesprek is in het parlement verworden tot een debat tussen vertegenwoordigers.
Aan die vertegenwoordigers wordt door de meeste mensen (met hun instemming of noodgedwongen) het doordenken en besluiten over gelaten.
Deze vertegenwoordigers laten zoveel mogelijk gedrag van de burgers ongeregeld, zowel het beschaafde als het onbeschaafde gedrag, zowel het nodige als het onnodige gedrag, binnen het onnodige zowel het goede als het kwade.
De burger krijgt voorgeleefd dat hij een soevereintje is, iemand die zich voor minder hoeft te verantwoorden, naarmate hij hoger stijgt op de ladder van bezit en voorrechten. Dat komt bijvoorbeeld heel duidelijk tot uiting in het verschijnsel boete voor overtredingen. Menig automobilist bijvoorbeeld overtreedt systematisch omdat hij de boetes moeiteloos kan (laten) betalen.
Ook is er bij de meeste mensen meer belangstelling voor de ontduikbaarheid van de belasting dan voor de overwegingen voor het invoeren ervan.
Het is mislukt, de poging om samen te (blijven) leven. We zijn gekomen tot gelijktijdig en bijeen leven, tussen elkaar, niet met elkaar. Het pogen een eenheid te maken en te behouden door nationalisme is gevaarlijk, want tussen naties (en sportclubs) dreigen bloedige gevechten: die dreigen tussen alle eenheden waartoe mensen zich voelen te behoren.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *