Onderwerping van de natuur

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief

Trefwoorden: civilisatie | RISK

Jaap Schot, 1985

De maatschappij is (als) de bek met tanden van de civilisatie: in opdracht van Koning Klant wordt de natuur aangevallen en wel ter vernietiging, ter overwinning, ter onderwerping. Marx bijvoorbeeld spreekt van het onderwerpen van de natuur als doel van de beschaving (dat is de propagandanaam voor de civilisatie). Het is niet van belang van wie het bevel komt om het een of ander te doen, het enige wat gevolgen heeft en dus telt is of het gedaan wordt. Het Volk als soeverein is geen haar beter dan de soevereinen die het ondoordacht op zijn beurt naäapt. Wanneer we eenmaal af zijn van de illusie dat er door democratiseren (in de betekenis van het instellen van een volksdemocratie) iets zou verbeteren, kunnen we ons onttrekken aan de strijd daarvoor. De kans op een goede vorst is niet geringer dan de kans op een verstandige massa.

De mensen in een gedemocratiseerde civilisatie, een plutocratie met pantisocratie als ideaal van de minstbedeelden, spelen "Risk" in het echt. Ze hebben zich (laten) voorzien van een opdracht, die men een waarde, een ideaal, een toewijding, een geloof of iets dergelijks noemt. De een heeft als opdracht het uiterste te halen uit de talenten, begaafdheden en mogelijkheden die hij aantreft, de ander heeft zich het leeghalen van de goten tot doel gesteld en een derde de ontwikkeling van een land of een volk. Allen hebben zich in laten zetten voor een doel en vechten nu om dat doel te bereiken, daartoe vechtend om de wereld als geheel zo te maken of te houden dat er voor dat doel een kans op verwerkelijking is.

Het spelend vechten is de bron van "biologisch" functioneren, dat functioneren, dat werken met het brein en met de energie en tijd en aandacht waarover men de beschikking heeft, met de kans op slagen en falen, dat functioneren mist iedere gezetene, iedere bezitter, dat is: iedereen die opgesloten is binnen zijn eigen bezit en buiten het bezit van de ander.

Het bezit, (in de normale, gebruikelijke betekenis van het woord) is stoffelijk, maar bij even verder doordenken blijkt dat ook een baan een bezit is en dat de stoffelijkheid van een banktegoed toch zeker niet meer is dan "fijnstoffelijkheid" en dat ook rechten bezit zijn of bezit slechts een recht is, een toegekend recht , een voorrecht.

Grofstoffelijk kunnen we de zigeuners door een volledig bezeten land zien reizen en opmerken dat ze zich vrijwel niet buiten de openbare weg kunnen begeven zonder enige grens te overschrijden, enige toegangsverbodsbepaling te overtreden. Onstoffelijk kunnen we zien hoe de vele strevende spelers van "Risk" in het echt, elkaar in de weg lopen. De kopers van eieren van vogelsoorten die op uitsterven staan doen niets anders dan hun soevereiniteit uitoefenen, waarop ze doordat ze betalen met hun eigen geld volledig recht hebben. Wie om zijn eigen redenen de handel in zulke eieren wil voorkomen, wil verbieden, loopt deze verzamelaars in de weg. Wie zoals de lui van het Leger des Heils de goten der steden leeg wil halen loopt slechts die weinigen in de weg wier gevoel van binnen zijn in de civilisatie wordt bekrachtigd en onderschreven door de aanwezigheid van clochards in de goten der steden. Wie als sociaaldemocraat de goten in kwestie leeg wil houden door armoe te voorkomen loopt alweer veel meer lieden in de weg, omdat zulks veel meer geld kost en dus soevereine macht onttrekt aan het vrij beschikbare inkomen dergenen die slagen in de maatschappij en er bij en binnen horen. Wie de goten der steden leeg wil houden ook door te voorkomen dat er lui in gaan liggen door hun eigen stomme schuld, bijvoorbeeld door aan de drank te raken, en daartoe deze mensen voor dit gedrag de gelegenheid wil ontnemen, krijgt een mateloze hoeveelheid weerstand van derden, omdat zulk sturen van andermans gedrag het heiligste gegeven van de civilisatie aantast, namelijk de soevereiniteit, het onredelijk en dom mogen zijn van iedereen op zijn eigen manier.

De weerstand die een speler van 'Risk in het echt' ontmoet, geeft hem een positief gevoel. Het is voor de minder doordachte, de minder reflexieve, de meer voorbewuste spelers moeilijk dit zich bewust te maken. Het lijkt onverenigbaar met het wensen van het bereiken, ja het bereikt zijn, het bereikt hebben, van het ideaal om plezier te beleven aan het voelen en overwinnen van weerstand en tegenwerking en vijandschap. Het bezitten van de zaak is het einde van het vermaak. Het bereiken van het ideaal blijft, gelukkig voor de spelers, in hun leven uit. De idealen worden met opzet ook zo geformuleerd, zo genomen, zo uitgesneden, dat ze ver buiten het bereik liggen van de enkelingen die spelen. Voor wie geen lol beleeft aan het bestrijden van anderen, aan het spelen van 'Risk in het echt', is er dan ook een goed alternatief: hij kan binnen zijn gebied nalaten bij te dragen aan wat hem tegenstaat en vanuit zijn gebied een bijdrage leveren aan wat hem zint. Anders gezegd: hij kan werken met wat zijn eigen beperkte talenten zijn; hij kan zich opstellen alsof er een laatste oordeel zou zijn waarin hij individueel door een alwetende zou worden beoordeeld op zijn daden en niet op de gevolgen daarvan in zijn omgeving. Het is duidelijk dat een religie die de mensen zo opsluit in hun eigen bezit en weerhoudt van meespelen, voor allen die wel meespelen een positieve zaak is, behalve voor hen die willen collecteren, dat wil zeggen die de kleine hoeveelheden inspanning die de enkelingen over hebben voor enige zaak, bijeen willen garen teneinde met de zo verzamelde koopkracht en daadkracht in het spel verder te komen dan ze alleen op eigen kracht zouden kunnen. Het laatste oordeel als een beoordeling door God in plaats van door de tijdgenoten en nabestaanden maakt dat men in stilte, ongezien kan ijveren en nalaten. Zulk een God is voor wat betreft 'sociale controle' een concurrent voor de gezamenlijke tijdgenoten. Wie aan collecten geven, donateurs, scheppen IETSen, die op het wereldtoneel elkaar bestrijden in het grote, bovenindividuele 'Risk in het echt'. De nieuwsmedia houden de bijdragers (soms zijn dat belasten, belastingbetalers, in plaats van vrijwilligen) op de hoogte van het verloop van de strijd tussen de IETSen. Vele bezetters (bezitters) van een positie in de maatschappij hebben aan dit bovenpersoonlijke 'Risk in het echt' niet genoeg en willen ook in hun werkomgeving met de andere enkelingen daar 'Risk in het echt' spelen. Ook hier doen de gekozen opdrachten er niet toe, ze kunnen ook verlaten en vervangen worden zonder enig probleem, zoals men ook van baan, van werkgever, dat is: van IETS en dus van Zaak (Engels: cause) kan veranderen zonder probleem. Niemand wordt er op aangezien of hij de boekhouding doet voor een sigarettenfabriek of voor een bejaardentehuis of wat ook. [In een plan voor de toekomst van een sigarettenindustrie werd over het aan het roken brengen van de mensen in de ontwikkelingslanden gesproken als over "het winnen van de mensen daar 'voor onze zaak', 'for our cause'".] Het streven veel geld te verdienen is soms bijvoorbeeld een middel tot het uitvoeren van een 'Risk in het echt'-opdracht die we kunnen formuleren als: "Bereik de hoogste plaats op de maatschappelijke ladder, die jij halen kunt, gegeven de gelegenheden die zich voor jou voordoen." Een andere veelgeprezen 'Risk in het echt'-opdracht is: "Bereik de top in deze of gene sport of wetenschap." Deze eenpersoonsopdrachten brengen de specifieke daadkrachten de maatschappij binnen naast of voor de koopkrachten die daar via de collectes binnen komen. Er bestaat naast het betaalde streven ook het vrijwillige, slechts met status, applaus, populariteit, gedelgde schuldgevoelens e.d. beloonde streven. De psychologische bedenksels en de gevoelde psychische prut "achter" het streven, "achter" het spelen van 'Risk in het echt', hebben geen gevolgen, gevolgen (uitwerking) hebben slechts de daden en de nalatigheid. Er verbetert (verandert) ook niets aan de werkelijkheid wanneer de spelers gaan beseffen dat ze aan het spelen zijn. In het vuur van het spel beïnvloedt dat weten het gedrag nu eenmaal niet. Iedereen kent de werkelijkheid dat het alles spel is, dat het functioneren in het spel de lustbeleving geeft. Die kennis beïnvloedt het gedrag niet. Slechts nu en dan zien we hier en daar spelers maatregelen nemen tegen deze of gene negatieve uitwerking van hun spel. We kunnen het storten van geld voor hulp aan armen en ontrechten als een voorbeeld daarvan zien, opvatten, herkennen, erkennen.

"Beihilfe" werd door Eichmann erkend, het nemen van initiatieven binnen zijn baan en het hebben kunnen nalaten van zowel het daar dienen voor geld als het zo dienen voor geld, dat ontkende hij. Zo doen ook de meeste mensen hier en nu in deze zogenaamd niet nazistische, niet misdadige fase van de civilisatie dat. Wie ergens geen atoomcentrale wil meebouwen als bouwvakker of geen vals bewustzijn wil mee-tot-stand-brengen als lerarenopleider krijgt ontslag. Zo eenvoudig ligt dat, terecht volgens de meeste mensen.

Iedereen is een radertje in het grote geheel, dat niet is stil te zetten. Risk als spel, in onderscheid van 'Risk in het echt' heeft geen gevolgen. De gevolgen van het spelen van iedere enkeling zijn ook te verwaarlozen. Voor wat jij weigert te doen, staan duizenden anderen te dringen op de arbeidsmarkt. De strijd tussen de IETSen verloopt zoals ze verloopt met of zonder jouw belangstelling, aandacht, deelname, bijdrage, instemming, afkeuring of applaus. Hoe meer kracht, ten goede of ten kwade, voor deze of voor gene zaak iemand levert om de IETSen aan te drijven, hoe heftiger daar op het wereldtoneel alles gebeurt . Wanneer het Wereldnatuurfonds parkwachters van goede uitrusting en wapens voorziet, worden de voor de impotente oliesjeiks neushoorns stropende lieden gedwongen zich beter te bewapenen en van communicatieapparatuur te voorzien. De sjeiks betalen wat meer en de strijd verloopt op een meer "sophisticated" niveau. Zo gaat het ook tussen de voorlichters ten aanzien van 'riskante gewoonten' zoals roken enerzijds en de sigarettenindustrie anderzijds. Wie positieve gevoelens haalt uit het strijden aan de goede kant is even gelukkig als wie dezelfde gevoelens haalt uit het strijden aan de andere, de winnende kant.

Ik heb niet de indruk dat er meer nodig is om het doen en laten der mensen in de civilisatie te verklaren dan deze stelling dat de zittende, bezittende mens, om "biologisch" te functioneren, d.w.z. om zijn hand en hoofd door gebruiken als lustbron te hebben, 'Risk in het echt' meespeelt, als toeschouwer zich erbij betrekt, of onderduikt in opzettelijke onwetendheid, zijn aandacht richtend op zijn gevoel of zijn gedenk of zijn gedoe (geknutsel, hobby).

Deze beschrijving van de maatschappelijke werkelijkheid demotiveert, d.w.z. maakt het meespelen zonder daartoe gedwongen te worden, minder waarschijnlijk. de meeste mensen worden echter tot bijdragen om den brode gedwongen en aan spelers schijnt voorlopig echt geen gebrek. Dus is ook het verspreiden van deze beschrijving geen zinnige zaak. Zinnigheid is echter ook, zie boven, niet nodig, de enige vraag is: is er in te functioneren?

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *