Jaap Schot, 15 april 2009
Het gaat in het geïnstitutionaliseerde onderwijs niet om de meningen van leraren en/of leerlingen. Meningen zijn verbaliseringen van gevoelens bij opvattingen van onderwerpen. Als onderwerp kunnen bij ‘meningen hebben’ zowel verzinsels als waarnemingen dienen. Ook bij verzinsels (goden, spoken, demonen, beschermengelen, de vlag, het volkslied, enz. zonder einde) voelt menigeen vlot en vaardig van alles en nog wat. Zulk voelen bij verzinsels kan dienen als basis van het hebben van een mening, als motief voor het werpen en tegenwerpen in elk debat.
Ons geïnstitutionaliseerde onderwijs stamt uit kloosterscholen, uit indoctrinatie en ‘leren overschrijven’ dus. Zo’n begin blijft vaak als kern aanwezig, ook als die kern niet langer in het midden zit. En zodra er weer een overheid is, is die er op gericht de stand en gang van zaken in wat voor ons, ingezetenen de macro-omgeving is, te handhaven. Hier nu in ‘het westen’ dus de parlementaire democratie, de rechtsstaat, de vrijheden, waaronder de meningsuiting en het meningen vertegenwoordigen in het parlement en dan de discriminatieverboden. Dat alles spreekt niet vanzelf, dus wordt het geïndoctrineerd en dient het onderwijs de indoctrinatie ermee.
In de kloosterschool kwam de waarheid (waarheid3, zie aldaar) uit de bijbel en uit de boeken van de kerkvaders. Het was een vaderschool, waar alleen gezaghebbenden logische afleidingen uit die aangetroffen waarheid mochten maken. Doorleren omvatte vooral veel extra boeken lezen en logica leren toepassen. En één van DE carrières was: tegenspreker van andere religies worden; als inquisiteur had je een topbaan.
Een actuele bron van diepe treurnis is dat we teruggevallen zijn naar dat niveau: tussen roomsen, moslims en zelfs joden en protestanten en, oh onuitwisbare schande: met deelnemende atheïsten erbij, wordt er op dit niveau gedebatteerd. Het debat, DE taalmisbruikerij en DE kromdenkerij, niet te overtreffen. Alle deelnemers zijn gericht op het scoren tégen elkaar, het niveau is het niveau van voetbal e.d. competitieve sporten met en voor publiek.
En precies het alomtegenwoordig zijn van die competitie verpakt in leuks, in sport en zogenaamd spel, maakt dat zelfs het overigens langdurig geschoolde volk dit taalmisbruik en deze onderwerpverwaarlozing graag bekijkt. Het volk merkt niet op dat het bedrogen en vernederd wordt door het hen aanbieden van publieksplaatsen bij debatten.
Áls iemand er iets over zegt, zegt hij, propagerend, dat wij hier ‘individualisten’ leren zijn. Dat is een leugen. Een individu neemt niet plaats in een team, dat is opgescheept met een door ‘hogeren’ gesteld, uitdrukkelijk willekeurig doel. Toch leren de kinderen juist dát op school: het kiezen van ‘partijen’ bij de gymnastiek (‘lichamelijke opvoeding’ in de boekentermen). De kinderen die in die les aan de beurt zijn om een team te kiezen, letten op de speelkracht van hun klasgenootjes. Geen vriendjes kiezen, maar de beste speler van de nog ter keuze staanden. Het door vreemden gestelde doel gaat immers vóór alle solidariteit en ‘gezelligheid’. Ik weet waar ik het over heb, vijf volle jaren HBS elke week een paar uur indoctrinatie met deze bruikbaarheid als werknemer en als producent van wat de koopkrachtigen behaagt.
En de vraag waar dit aanleren van competitiviteit et annex goed voor was leverde mij de openlijke vijandschap van de gymleraar en verder niets. Geen antwoord, het was daar en is overal: de vanzelfsprekendheid van de geciviliseerden (← gekoloniseerden): de mens als gebruiksvee.
Het behoort niet tot het curriculum te leren hoe je, “ondernemend en werkgelegenheid scheppend’ mensengebruiker wordt en eigenaar (→ met winst verkoper) van wat die gebruikten produceren. Die gebruikten voelen zich wel gebruikt, maar dat gevoel blijft vaag, want het wordt niet verwoord, daar geeft de aangeleerde en om ons heen gehoorde taal de termen niet voor.
In de jaren rond 1960 / 1970 was er een hausse aan maatschappijkritiek, en ja hoor, daar werd dit netjes uitgelegd (en in debatten verdedigd alsof het een mening was). Nu is alle maatschappijkritiek verstomd. De verzorgingsstaat kan dan ook ontmanteld worden. Wat je als vrij individu in ons westen overkomt is immers je eigen schuld (‘The Secret’ leert ons dat je alles kunt wat je maar écht wilt; zoals je ook in de roomse leer in de middeleeuwen en nu nog in vele kringen, alleen maar niet van God zegen krijgt, omdat je niet genoeg of verkeerd gebeden hebt. Of je hebt gezondigd natuurlijk: tegen de geboden toen, tegen de echte spelregels, - van Machiavelli en anderen -, nu. En als er aanwijsbaar door derden een loterij met echt geld en aanklevende werkgelegenheid wordt gehouden, worden de daders niet als schuldigen aangewezen, maar wijst de minister op de hebzucht ‘die in ieder van ons is’. De roomse aanklacht van ieders zondigheid was weer even bruikbaar.
Ambitieuzen streven naar DE plaatsen in de organisatie (de structuur) van deze civilisatie, die plaatsen waar je de erfenis van de kolonisatoren opstrijkt: hun macht, hun aanzien, hun geld dus tegenwoordig, hun voorrechten (via dat geld, waarmee je, je boetes betalend, ook extra voorrechten c.q. minder beperkende verboden hebt).
Er zijn ook veel mensen die niet ambitieus zijn en stil en tevreden als ze het goed (of zelfs maar: beter dan zij of hun ouders het vroeger hadden) hebben.
Er zijn ook banen en beroepen waarin je nodigs voor jezelf en anderen doet (voor geld, geld waar het je niet om gaat).
En zo voorts. Bij een massa van eng nationaal sprekend als zestien en een half miljoen, zijn er vele, vele varianten.
Ik ben er ook (nog enige tijd). Kun je nagaan.
0 Reacties