Onderwijs en opvoeding maken van kinderen tuig

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief | Overige teksten

Trefwoorden:

Jaap Schot, 24 april 1985

Onderwijs en opvoeding als oorzaak maken van kinderen tuig, dat meedoet, meespeelt in de wereld. Ik spreek hier over onderwijs en opvoeding als oorzaak, in onderscheid van o&o als ideaal en van o&o zoals dat als bedoeld en werkend beschreven wordt in de propaganda ervoor. De waarneembare werkelijkheid is dat dat wat er in de wereld gebeurt, gedaan wordt door de mensen die daar bezig zijn. Er wordt niets binnengebracht door iets of niemand van buiten de wereld. Om het wereldgebeuren aan te verwijten is er geen duivel, geen god en geen onpersoonlijke oorzakenbron zoals het lot / het noodlot. Als de mensen dus niet van nature tuig zijn, worden ze het gemaakt. Als ze het van nature zijn, is dat maken, zijn o&o overbodig. De veronderstelling dat het zonder o&o nog veel erger zou zijn is niet houdbaar. Erger dan Auschwitz (en in over het hele aardoppervlak uitgesmeerd: Groot-Auschwitz) is niet denkbaar. Bovendien is de hoeveelheid onderwijs en opvoeding in de loop der tijden alleen maar toegenomen, steeds werd het modernste en volgens zeggen betere (dan het vroegere) onderwijs gegeven, toch is Auschwitz 40 tot 50 jaar geleden, niet 4000 tot 5000; toch was Auschwitz de prestatie van het meest gedisciplineerde en onderwezen en opgevoede volk dat de propagandisten van o&o zich kunnen voorstellen.

Tuig, dat zijn de groeisels uit kinderen, kinderen, die doordat ze o&o kregen in de wereld niet konden uitgroeien tot volwassen mensen, d.w.z. tot mensen van hun eigen leeftijd O&o stoppen de groei als mens. Kinderen kunnen alleen buiten de wereld mensen van hun eigen leeftijd blijven. Alleen als het eigen initiatief, de zelfverzorging, de zelfstandigheid steeds die omvang houdt, die technisch / qua vaardigheden en qua inzichten en qua kennis past bij de betrokkene, is hij een mens van zijn eigen leeftijd.
Die verzorging die verder gaat dan strikt noodzakelijk gezien het technische enz. kunnen van iemand, invalideert die iemand, remt, stopt, verhindert hem iemand van zijn eigen leeftijd (= een volwassene) te zijn.
Dat verhinderen is precies wat o&o doen. De verzorging die een kind krijgt is gedeeltelijk kunstmatig nodig gemaakt: men denke slechts aan de vuile luier. De luier is geen natuurverschijnsel, evenmin als het huis. Mensen zijn net als paarden, ze hebben geen nest. Vogels hebben natuurlijke oplossingen voor het probleem 'nest schoonhouden ook als er jongen in zitten': de jongen produceren zelf draagbaar verpakte uitwerpselen en werpen die overigens ook niet zonder aansporing der ouders, dus niet ontijdig, uit.
Gegeven is dat die gebieden er onvoldoende voor ons allen zijn op aarde waar we naakt kunnen leven zonder gebonden te zijn aan vaste woon- en verblijfplaatsen, en waar we dus geen zorgen hoeven te hebben ooit in ons eigen vuil te stappen. Het helpt weinig het gehuisvest zijn te betreuren en weg te dromen naar andere tijden en andere plaatsen en andere hoeveelheden mensen in een minder geschonden geheel van levende wezens (biosfeer, ecologische systemenverzameling).
Het helpt wel te bedenken, te beseffen, in te zien, rekening te houden met het feit, dat elk individueel mens een dier is dat ook in de dierentuinomstandigheden (gevangenschap in een onnatuurlijke omgeving) waarin het toevallig geboren werd zelf zal moeten leven, op eigen initiatief, als iemand van zijn eigen leeftijd (fysiologische, natuurlijke 'rijpheid) en van zijn eigen kunnen (waarbij o&o ervoor moeten zorgen dat dat eigen kunnen steeds het maximale is dat door het leervermogen van de betrokkene mogelijk gemaakt wordt). Dat wat een mens leert moet altijd hier en nu middel zijn voor hem om zelf direct, d.w.z. niet via en niet met hulp van anderen, te voorzien in hetgeen nodig is voor zijn leven en welzijn hier en nu.

Wie geen vreemdeling in de wereld is, weet ook dat dat het kapo-doel der gevangenen in Groot-Auschwitz niet is. En het doel dat ze met nieuwkomers, kinderen dus, hebben is het kapo-doel. Het kapo-doel is : het doorgeven aan derden van wat men zelf ondergaat(: de druk, het geweld, de krachtsuitoefening, de dwang, de mishandeling). Men wordt zelf als mens verhinderd om op eigen niveau te ZIJN, doordat men gedwongen wordt te gehoorzamen, men vat nu de kapo-functie op en leert de eigen kinderen / opvoedelingen gehoorzamen: aan zichzelf en aan de wetten.
Zo doende zet men het bestaan van Groot-Auschwitz voort, een concentratie- en vernietigingskamp, waaruit men niet kan ontsnappen omdat het het hele aardoppervlak beslaat en waarin men dan ook niet hoeft te rekenen of te hopen op bevrijding van buitenaf.

Geografisch, op de landkaart, in de atlas, is er geen buiten voor Groot-Auschwitz. Alles op aarde is al van iemand, alleen het nu onbruikbare en nu onbewoonbare en nu niet exploiteerbare wordt niet actief verdedigd. Zodra je iets gaat gebruiken of bewonen, zul je merken dat er bezitters van dat iets zijn. Zo doende kun je dan ook geen buiten maken.

Vraag:
Is het überhaupt mogelijk een buiten te maken?
Antwoord:
in je eentje kun je geestelijk buiten leven, als je met twee of meer mensen geestelijk buiten bent, kun je buiten een interactie-terrein scheppen.
Met wie niet geestelijk buiten zijn, is geen samen buiten zijn mogelijk.

Wie alleen buiten is, moet dagelijks de wereld in, zoals Robinson Crusoe naar het wrak van zijn schip moest zwemmen om er voorraden af te halen. Wie zwemt wordt nat en moet bewegingen maken die in het water passend zijn, dat is nu juist zwemmen, bewegingen waar hij op het land niet toe komt omdat ze daar ongepast, onnodig, raar, dwaas, nutteloos zijn. Wie vanuit het wild de wereld in moet om voorraden te gaan halen moet zich camoufleren en zich in de wereld onopvallend, aangepast gedragen. Hij is in de wereld, maar niet van de wereld. Hij is noodgedwongen een bijwoner, maar hij is een vreemdeling. Puur uit veiligheidsoverwegingen past hij zijn uiterlijk en gedrag aan bij de inwoners.

De vraag is nu: wie bleef, -vanaf zijn vierde levensjaar minstens, in de wereld zich aanpassend uit veiligheidsoverwegingen-, nog in staat zich te herkennen als een vrij dier, dat in de wereld slechts ging verkennen en voedsel ( hier symbool voor "het nodige voor leven en welzijn") dat al bezit van anderen is, ging (leren) halen ?
Wie bleef nog in staat zich als een vrij dier te herkennen ?
Wie bleef weten (of kon het gegeven terugvinden) dat hij kwam uit het wild, uit de vrijheid ?
Wie maakt zich nog bewust dat hij daar thuishoort ?
Hoe moet ik de stelling dat elke individuele mens daar thuishoort verwoorden, nu het verouderd is te zeggen dat de schepper ons daarvoor schiep, nu het verouderd is te zeggen dat de wereld 'ten Oosten van Eden' is en dat we in het paradijs terug kunnen sinds ons dat is gezegd en voorgeleefd, door Jezus, die de waarheid van de stelling dat we terug kunnen gaan naar waar we thuishoren, dat we terug het paradijs in kunnen, aanvulde met een proefondervindelijk bewijs, door het te doen. O.K., hij werd vermoord en alleen die ene moordenaar, die naast hem gekruisigd werd was even met hem (Jezus) buiten (nl. toen deze moordenaar de partijenwereld denkend verliet en inzag dat de gekruisigden in dezelfde omstandigheden waren.
[Een moordenaar is in de wereld niet iemand die andere mensen doodt, dat deden de Romeinse soldaten ook, maar : iemand die doodt zonder wetboek dat hem beschermt.
Al deze Christelijke verwoordingen / formuleringen / verhalen zijn volgens velen onbruikbaar gemaakt. Beter is het te zeggen dat die velen zich geen enkele moeite geven naar het mogelijk met de tekst door een oorspronkelijk spreker (in onderscheid van de citerende naprater) bedoelde werkelijke gegeven hier en nu.

Vraag:
Voor wie betekent de stelling 'alle mensen zijn vrij en gelijk(waardig) geboren' nog iets buitenwerelds? (Let op: dat woord is niet eens gebruikelijk.)
Vraag:
Wie bleef in staat zich te herkennen als, te erkennen als en zich te bekennen tot: bedoeld als (het best zijnd als) een wild dier?
Wie bleef daartoe in staat, zonder bedoeler (God is immers dood) en zonder recente ervaring op eigen niveau met dat in het wild zijn met anderen en met het leven (in de wereld) vanuit het wild?
Welke mogelijkheden tot het scheppen van een natuurreservaat voor zichzelf heeft zo iemand die nog in staat is zich als wild dier te herkennen ? Welke mogelijkheden heeft hij in z'n eentje en welke heeft hij samen met een of meer anderen die ook zich herkennen en ook zich bedoelen als wild dier?
Antwoord:
1. de grenzen van je stoffelijk bezit zijn de grenzen van het buitengebied dat jij kunt scheppen
2. de grenzen van je vaardigheden zijn de grenzen ervan
3. de grenzen van je intelligentie zijn de grenzen ervan
4. enz. het valt me hier nu niet in.

[Als verschillende grootheden begrenzend zijn, moet men zich de begrensde gebieden als overlappend voorstellen en de uiteindelijk resulterende ruimte die buiten geen enkele begrenzing valt als het centrale gezamenlijk beslagen terrein.]

Vraag:
Wat kan er meer dan dat, als twee of meer mensen zich vrij maken, d.w.z. ophouden zich te identificeren met de persoonlijkheid die hen in de wereld als gereedschap dient bij het zich camoufleren en bij het halen van het voor hun leven en welzijn nodige?
Antwoord:
Twee of meer mensen hebben samen interactie-ruimte.
Concrete voorbeelden:
- het voeren van diepgaande gesprekken kan in de maatschappij als psychotherapie verkocht worden, vrije mensen kunnen ook diepgaan bij gesprekken.
- vrije mensen kunnen paren, zonder huwelijk of prostitutie.

Er zijn vast meer voorbeelden te vinden, naast praten en vrijen.

Deze extra interactie-ruimte hebben twee of meer mensen ook als ze samen niet meer stoffelijk bezit en/of niet meer vaardigheden hebben dan als ze alleen zijn. Het enig nodige is: het tijdelijk en plaatselijk buiten gebruik stellen en houden van dat gereedschap voor werelddoorschrijding dat men je 'persoonlijkheid' noemt.

['Werelddoorschrijding' is een term, die past bij mijn opdelende tekening van de wereld als levensruimte op de wijze van Kurt Lewin. Het is strikt noodzakelijk dat men de regels kent volgens dewelke men succesvol en zuinig zijn tijd, aandacht, energie en vaardigheden moet besteden in cultuur, civilisatie en maatschappij. Zoals Robinson er voordeel van had goed te kunnen zwemmen, juist omdat het water zijn element niet is. Robinson ging het water in om iets te doen, om een eindig doelgericht ondernemen uit te voeren. Wie van onze tijdgenoten komt nog ooit uit de wereld, zoals Robinson uit het water? Wie gaat er nog bewust de wereld in, de geregelde interactie met andere wereldburgers aan, vanuit het wild, vanuit zijn eigen natuurreservaat voor hemzelf?]

Wie vervallen er niet, in het omgaan met hun gezinsleden en met hun vrienden in werelds gedrag, in het gebruiken van hun persoonlijkheid ? Wie voelt zich en de ander niet verplicht tot tegenprestaties b.v.. Terwijl dat toch een gevoel is dat in de maatschappij, in de eerlijke handel, thuishoort.

LET OP: hier komt een centraal punt.

De tegenwerpingen die in menig lezer op zullen komen als ik de wereld 'Groot-Auschwitz' noem, komen voort uit het bestaan van zulke dingen als 'eerlijkheid in de handel'. Als er in de wereld goed naast (het door die lezer erkende) kwaad bestaat, dan, zo loopt de gevoelsredenering, gaat het toch niet aan de wereld als geheel te veroordelen en voor vernietigingskamp uit te schelden.

Dat is een typisch gevoelsargument, het is onhoudbaar. In de ergste kampen zelfs, is nobel gedrag voorgekomen. Nobel gedrag heft echter de omstandigheden niet op waarin het wordt vertoond.
Evenmin hebben de bedoelingen van de mensen met hun gedragingen enige invloed op de gevolgen van die gedragingen. In de handel geeft ongestraft oneerlijk ruilen winst, extra winst. Zelfs als je het met een kwaad geweten of per ongeluk doet. Wat je doet gebeurt, niet wat je bedoelt. Er zijn altijd meer gevolgen dan doelen en onbedoelde gevolgen zijn echte verschijnselen en gebeurtenissen. Het helpt niets ze 'ongelukken', 'vergissingen' of 'bijverschijnselen' te noemen.

WAT IS, IS, DAAR HELPT GEEN BENOEMEN, BESPREKEN OF WEGZWIJGEN AAN. SLECHTS iets NALATEN ZORGT VOOR het NIET GEBEUREN en dan nog slechts van alleen dat iets.

Wij leven in ruimte, in tijd, met sommige stoffelijke zaken en met sommige andere levende wezens [waaronder soortgenoten (/ gelijken, waarmee men een gezamenlijk natuurreservaat voor zichzelf als wilden kan totstandbrengen en instandhouden)].
Ons bestaan is niet doorverbonden met het bestaan van alle mensen. Onze naam is geen Atlas, wij dragen niet de aarde op onze nek, het wereldgebeuren als geheel is niet onze daad. Wij zijn beperkt. Door het nieuws (als output van de media der bewustzijnsindustrie) wordt ons het tegendeel gesuggereerd. En of dat nu bedoeld is of niet, dat maakt geen verschil, als een uitwerking daarvan zou kunnen worden beschouwd het verschijnsel dat de meeste mensen, voor zover ik kan waarnemen, voor zichzelf zelfs dat kleine natuurreservaat voor henzelf niet totstandbrengen dat zij tegen de vernietiging door het wereldgebeuren in, enige tijd zouden kunnen instandhouden.

WAT IS, IS, ZELFS AL IS HET MAAR TIJDELIJK EN PLAATSELIJK EN VOOR WEINIGEN TOEGANKELIJK, eigenschappen doen aan het zijn niets af.

Zonder deze alternatief scheppenden activiteit is alle politieke streven naar veranderingen in de wereld tot mislukken gedoemd. Politiek kan niet meer doen dan gelegenheid scheppen. Het benutten van de gelegenheid is de zaak der mensen zelf.

Kloosters zijn ook enclaves in de wereld.
In de speelfilm "Viridiana" van Luis Buñuel wordt een voorbeeld gegeven van iemand die, net als vroeger ooit Frederik van Eeden (in Walden) deed, eenzijdig iets deed wat men doen moet om een natuurreservaat voor mensen te scheppen, namelijk: het eigen bezitten (een truc / gereedschap voor in de wereld) nalaten; dat wat men bezit niet langer aan gebruik en verbruik door anderen onttrekken. Meteen overstroomden verliezers uit de wereld het bezit in kwestie en vernielden / verkrotten / verbruikten / verbrasten het.
Zo moet het dus niet: niet eenzijdig.

De kloosters zijn beter geslaagd. De kloosters werden rijk, er verkrotte niets. In de kloosters leefden echter ook geen vrije mensen in het wild, maar de monniken leefden er in gehoorzaamheid aan regels, die hen bevalen zich van kwaad (pracht en praal en daardoor natuurvernietiging) te onthouden en zich aan het doen van nuttig werk [landbouw, veeteelt, studie en meditatie ( = de persoonlijkheid in zich leren opvatten als instructies tot kwaad, die ze meestal in feite waren].
Voor gewoon klootjesvolk is dat het maximaal bereikbare: in gehoorzaamheid doen wat anderen, beter dan hen, herkend hebben als juist gedrag. Als er niet voldoende beteren in leidinggevende posities komen om de instructies voor het grauw aan te passen aan nieuwe, veranderde, omstandigheden, ontspoort ook zo'n verzameling gehoorzamenden weer volstrekt. Zo trof men kloosterlingen aan als heksenvervolgers.
Eenmaal misbakken, altijd misbakken, zo is het nu eenmaal. Dat is geen noodlot dat de misbaksels overkomt, dat is puur een gevolg van het nalaten van het zich bekeren, het zich verlossen, het zich tijdelijk, plaatselijk, ten aanzien van enkele anderen die dat ook doen, onthouden van het gebruiken van de persoonlijkheid, ( = het in de wereld, ten gebruike in de wereld aangeleerde opvatten van en handelen in de werkelijkheid daar.)
Misbaksels onderscheiden zich van mensen die zich bevrijden niet door het feit dat ze gebakken zijn. Ook wie verwilderen, d.w.z. voor zich een natuurreservaat voor vrij levende mensen scheppen, alleen of zich verenigend, zijn ooit 'gebakken' en misschien wel zijn zij juist vanuit de wereld gezien vaak misbaksels, want het is onwaarschijnlijk dat iemand die in de wereld succes heeft met zijn goede gereedschap, zijn passende persoonlijkheid, op het idee komt te verwilderen.
Misbaksels onderscheiden zich doordat ze zich vereenzelvigen met de korst die ze om zich hebben, -hun persoonlijkheid heet die korst-. Zij, de echte misbaksels vanuit de natuur gezien, doen alsof ze samenvallen met, een en dezelfde zijn als, die korst, die persoonlijkheid, dat in de wereld passend makende geheel van gewoonten van doen, laten en opvatten.
Als ze vanuit de wereld gezien misbaksels zijn, als ze geen succes hebben, niet winnen, krijgen ze dan ook een gevoel van minderwaardigheid. Ze zijn als heremietkreeftjes, die zich laten beoordelen op het schelpje waarin ze zitten en waarmee ze zich beschermen. Ze zijn vergeten dat ze er ooit in gekropen zijn, hoezeer ook uit angst en/of onder dwang.
Nog een ander beeld: de permanente wereldburgers vatten dat wat in verleden dagen op/in hun zenuwstelsel aan sporen werd gegrift op als instructies en als draaiboek, niet als gereedschap. Het bezitten van gereedschap verplicht geenszins tot het gebruiken ervan. Als gereedschap of gedrag / handelen / opvatten / begrijpen in sommige omstandigheden nuttig is, wil dat nog niet zeggen dat je in die omstandigheden thuishoort. Een goede zwemmer is nog steeds geen vis en zelfs geen waterzoogdier, geen zeehond, geen walvis en geen otter zelfs. Zo is het ook met ons als gespecialiseerde wereldbewoners. Niemand is timmerman, is advocaat, is gereformeerd, is rooms, is socialist. In werkelijkheid is dat alles slechts in de omstandigheden waarin men (zich) dat aanleerde succesbrengend gedrag geweest / gebleken. In het beste geval is dat zo. Er wordt ons zelfs allerlei aangeleerd met slechts de belofte / suggestie van latere nuttigheid.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *