Onvrijheid

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief

Trefwoorden: onwelwillende lezer

Jaap Schot, 1985

Toen ik begon mezelf te verkennen was mijn zo‑zijn een mengsel of verbinding van individu‑zijn, persoon‑zijn en functionaris‑zijn. Wat ik 'louteren' noem is het verwijderen uit wat mijn gedragskeuze leidt, van het persoon‑zijn en het functionaris‑zijn. Ik wil alleen nog individu zijn. Mijn persoonlijkheid is een toevalsproduct van opvoedersinspanningen en de inwerking van omstandigheden. Mijn individu‑zijn is natuurgegeven en mijn doen en laten als individu is de uitkomst van verstandig overwegen van de relaties tussen

  • wat ik nodig heb voor mijn leven en welzijn,
  • wat om mij is en hoe dat is
  • wat ik daarmee kan teneinde te voorzien in wat ik nodig heb, dus wens.

Ik voorzie als individu in het voor mij lichamelijk en geestelijk nodige (materieel en in de vorm van bezigheden) en daarmee basta. Ik vul het in het voorzien in het materiele ongebruikte mogelijke en nodige (lustgevende) functioneren aan met speels functioneren (om in conditie te blijven, om dat functioneren als mogelijkheid, als gereedschap te behouden, daarbij, bij dat onderhoudswerk onverwijld beloond met de lust die aan functioneren vastzit).

Dat is dan de inhoud van mijn leven vanuit de vrijheid, vanuit de waarheid, vanuit het wild, vanuit de natuur. Daarvanuit en in de wereld: in een huis, in kleren, binnen het toegestane spectrum van gedragingen. Een paradijselijk bestaan wordt het nooit. Ik leef niet in het wild, evenmin als de planten in hun potten, de bomen op rijen, de dieren achter prikkeldraad, dat hen gevangen houdt als het vee is of beschermen moet tegen de wereldburgers als het wild is.

Alleen als het prikkeldraad dat het natuurreservaat omgeeft zo'n grote ruimte afschermt dat een bepaald wild dier er nooit mee in aanraking komt, terwijl het leeft in zijn ruimte, kan dat dier geacht worden in het wild te leven. Wanneer het reservaat echter vol zit met dieren van zijn soort en zo'n wild dier door zijn soortgenoten binnen een voor hem te klein terrein gehouden wordt, dan is er van vrijheid en van in het wild leven geen sprake meer. De soortgenoten geven de gevolgen van de aanwezigheid der omheining naar binnen toe door. Wanneer een dier niet ongestoord door zijn soortgenoten volop kan functioneren, is er sprake van overbevolking. De hoeveelheid tast in dat geval de kwaliteit, de hoedanigheid, van het bestaan aan. Elk mens is een dier. In deze tijd geldt: elk mens is een opgesloten dier, rechtstreeks of via de medemensen beïnvloed door de eindigheid van de aarde. Elk mens moet zich zijn ruimte om te functioneren veroveren op zijn tijdgenoten die om hem heen wonen en zich meestal niet tot het nodige beperken, maar onnodig veel ruimte innemen. Fundamenteel is dat de meeste mensen niet zelf hun leven leven en gericht zijn op het eerst en vooral (en later vanzelf bij uitsluiting) voorzien in wat nodig is voor hun leven en welzijn, voor, met andere woorden: hun volop functioneren. Een fraai voorbeeld ervan dat de mensen daar niet aan bezig zijn, levert China tegenwoordig. Daar wordt met alle beschikbare sociaal geweld, met alle harde en zachte terreur, geprobeerd de mensen ertoe te brengen zich per stel slechts in een enkel kind voort te planten. Zo diep zit het onverstand, dat het gezamenlijk niet-hebben, niet-bezitten, maar er-zijn-met kinderen, gewoon buiten beeld blijft. Er worden zelfs vele duizenden meisjesbabies vermoord omdat men een zoon, een "naam-voortdragertje", een stamhoudertje wil hebben. Die zoontjes moeten zich dan later maar laten klonen of paren met de dochters van door zachtheid niet tot het vermoorden van hun kind gekomen ouders, die eerder hun naam lieten verdwijnen dan hun dochtertje. [God, dit is toch niet meer te vatten met een gewoon mensenverstand, hoe je een kind kunt doden om via een volstrekt toevallige naamgevingsregeling een naam te laten voortbestaan. Stel dat je de gewoonte had om kinderen b.v. als de dochter van hun vader te benoemen: 'Maria Karelsdochter', ik noem maar wat. Zou dat dan een reden zijn om zo'n meisje te laten leven? Werkelijk hoor, ik heb geen woorden voor het laten prevaleren van abstracties en verzinsels boven de levende wezens.]

In deze tijd is ieder mens ene opgesloten dier, dat wil zeggen: de gelegenheid en ruimte om volop te functioneren ontbreekt hem. Hij moet zich beperken tot een kleinere verzameling handelingen en bewegingen dan hij van nature zou doen in het wild, d.w.z. bij onbeperkte ruimte. Een dier heeft niet het heelal of zelfs maar het hele aardoppervlak nodig om volop te kunnen functioneren. Wel is het van groot belang te beseffen dat het dier een kleinere ruimte nodig heeft om tot voortplanting te komen, dan om volledig te functioneren, dat wil zeggen: OM ECHT TE LEVEN. Vooral in de biologie zien we veel geargumenteer dat overleven en zich voortplanten gelijkstelt met leven. Wel, dat is een reductie tot in het absurde. Ook het hebben van plezier in het leven, zoals dat de mensen als reden voor tevredenheid wordt voorgehouden is zo'n reductie. Het gaat in het leven niet om plezier, maar om met lust gepaard gaand volop functioneren.

Fanatiek rijden de mensen rondjes en reizen ze heen en weer over het aardoppervlak. De "behoefte" aan verplaatsing, lijkt wel die aan bewegen zonder uiteindelijke verplaatsing. Rondjes rijden en met vakantie gaan en terugkeren in de eigen kleine ruimte, dat zijn schijnbewegingen. Naast deze schijnbewegingen voor het lichaam zijn er de schijnbewegingen voor de geest. Menigeen * fantaseert zich zijn leven als ware het een deel van een tocht, een streven, een doelgericht ondernemen, een queeste. Men leest en bekijkt de avontuurlijke levens van verzonnen en/of uitzonderlijke personen. Men laat zich het bewustzijn vullen met wat niet is, teneinde te compenseren voor wat niet is. Het bewustzijn komt daardoor los te staan van wat is. Het zich laten vullen van het bewustzijn met het door de t.v. bedoelde, maakt van de zintuigen doorgevers van wat niet is. Hetgeen de zintuigen werkelijk melden, wordt overgeslagen, blijft buiten bewustzijn. [Mijn schoolvoorbeeld: ik neem waar dat er iemand vertelt over Napoleon. Mijn echte vraag is: wat moet ik met dit verteld‑krijgen? Hoe kan het dat men mij opsluit, mij verhindert weg te gaan en mij dan over een man van vroeger vertelt?] Dat zich het bewustzijn vol laten fantaseren voert weg uit en compenseert voor het opgesloten zitten, lichamelijk en geestelijk, binnen de ruimte die rest nadat de anderen hun bezit hebben afgebakend, zo ruim als ze maar enigszins konden.

Dienen voor geld is vechten voor ruimte.

Dat verklaart waarom er geen speelse stemming kan bestaan in de maatschappij. De maatschappij, dat is : daar waar gediend wordt, altijd onder dwang, soms voor geld, soms niet. Dienen is streven naar het krijgen toegemeten van levensruimte. Zelfs de gelegenheid om te dienen wordt tot een schaars goed gemaakt. Onderwijl blijft het vertonen van het beschikken over ruimte een toegejuichte bezigheid. Het kunnen vertonen van het bezitten van meer dan men nodig heeft voor eigen functioneren, levert bewondering op (cfr. Veblen). Menigeen zou er verstandig aan doen over te gaan tot onderzoek naar wat hij echt om volop te functioneren nodig heeft.

*) Menigeen: ik schrijf vaak 'menigeen' omdat ik niet 'men' wil schrijven, omdat men daar altijd tegen argumenteren kan: "niet iedereen".
Eigenlijk zou ik van deze polemische ondertoon af willen.
De lezer kan toch wel begrijpen, opmerken en geloven dat ik best inzie dat ik de wereldbevolking niet restloos heb onderzocht. Zo kan toch geen zinnig mens zijn opmerkingen bedoelen, ik dus ook niet. Dit is de onwelwillende lezer, die als dag‑ en nachtmerriefiguur uit mijn verleden in mijn ziel achtergebleven, rondspookt tijdens mijn uitschrijven.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën in Jaap’s teksten

Recente reacties