Ook betalen voor leren: een uitweg

Categorieën: Overige teksten

Trefwoorden:

OOK BETALEN VOOR LEREN: EEN UITWEG

Wat is onze vrije samenleving nu bij nader inzien? Wel: het elkaar afdwingen van ongeremd elkaar (laten) dienen. Dat is het namelijk wat er gebeurt: elkaar (laten) dienen. Practisch iedereen doet*1 iets voor anderen en anderen doen op hun beurt iets voor hem*2. Het is nutteloos te verwijlen bij die weinige individuen die niemand dient en/of die niemand dienen.

Het voor de verkoop aanmaken of uit de natuur halen van goederen (waaronder dan ook slaven, levende andere dieren en planten vallen) is alleen maar een speciale vorm van dienen.

De KOOPKRACHTIGE VRAAG, de BESTELLING, de LEVERINGSOPDRACHT, kortom het BEVEL komt van de klant, van wie betaalt, van KONING KLANT. Waar de dienst vertonen is, heet deze heerser: JAN PUBLIEK.

De koopkrachtige vraagt naar twee groepen diensten: 1. voor zijn leven en welzijn door hem als nodig aangetroffen, ervaren, herkende en 2. uitingen van zijn wil als speler en/of gebruikte in 'Overtreffertje met bevoorrechting'.

bij 1:

Aan het genoemde (van nature) nodige is een einde. Wie zich van het nodige voorziet raakt bevredigd, komt tot rust. En het duurt dan weer enige tijd tot het weer nodig is. En dat zich herhalen duurt ook niet langer dan het leven van het individu in kwestie.

Dat het nodige eindig is geldt per exemplaar van de diersoort, maar niet per diersoort. Iedere diersoort, ook de mens, fokt voort tot door leefplaatsgebrek en gebrek aan het genoemde nodige, verzwakking en ziekte een einde maken aan de vermeerdering. Als er geen roofdieren zijn die verzwakte en zieke exemplaren snel doden, lijden deze. Mensen in onze civilisatie lijden maximaal, als individu en als soort.

Het doodgaan wordt zo lang mogelijk uitgesteld doordat men leven verwart met overleven. Het einde van het leven is niet de dood maar de afwezigheid van optimaal functioneren. Leven is functioneren en niet niet-dood-zijn.

bij 2:

Aan wat de koopkrachtigen al spelend aan onnodigs (aan statussymbolen) willen (begeren) is - geen einde, geen grens. - geen voorspelbare vorm (- die is er aan de natuurlijke noodzakelijkheden ook niet -) - geen voorspelbare, natuurgegeven inhoud.

Het beeindigen van de bevolkingsgroei lost dan ook niets op, want levert geen einde. En een einde is nodig omdat de aarde een planeet is, dat is een eindig ding, met een eindige voorraad verwerkbare stoffen en een eindige hoeveelheid (knechtbare, manipuleerbare, misbruikbare, verbruikbare) levende wezens*3.

Het beeindigen van het spel is nodig om aan een einde te komen. Misschien voorzien de mensen door te spelen in iets nodigs*4.

We kunnen proberen binnen het spel anders te voorzien [als we het spel niet kunnen beeindigen] in middelen voor het vertonen van de rang die men heeft: dit vertonen niet de vorm te laten hebben van het consumeren van goederen resp. het zich laten dienen. Het daarvoor consumeren van goederen belast onnodig het milieu en het zich daarvoor laten dienen zet onnodig kwaad bloed bij wie daar dan dienen. Alle dienen zet kwaad bloed.

Als we kijken, dan kunnen we opmerken dat de meeste mensen meedoen aan het dienen van anderen omdat ze geen andere manier hebben om aan geld te komen voor het kopen van het voor hen nodige dat nu eenmaal altijd al in het bezit van anderen is.

Heel veel mensen krijgen een zo grote portie werkgelegenheid dat ze veel meer verdienen dan voor dat nodige nodig is, betaald moet worden. Met dat meer gaan ze heertje spelen, heersersgedrag, zoals zij denken (uit de reclame afleiden) dat dat moet zijn, moet worden vertoond. Ze noemen het geen 'heersen', maar dat is alleen om hun werk geen 'dienen' te hoeven noemen. Veel van hun extra-consumeergedrag is wraakneming voor het vernederende van het dienen (voor geld).

Als ze "pure" diensten consumeren (vertoningen aanzien, prostituant zijn, hun haar laten knippen) dan schaadt dat "het natuurlijk milieu" (de term alleen al) iets minder dan hun sociale milieu; in dat laatste wekken ze wraakgier, ressentiment. Er bestaat niet zoiets als een 'happy hooker', als een hoer happy is, is het als ze haar wraak neemt. Ieder mens haat het te dienen.

Het is dan ook zinnig na te denken over wat de gevolgen zouden zijn van het invoeren van een manier om aan geld te komen zonder daarvoor te dienen, dus zonder bij iemand anders kwaad bloed te zetten.
Het is zinnig na te gaan hoeveel txaenz men kan besteden zonder aan zijn omgeving te zitten veranderen. Denken en waarnemen zijn manieren van met je omgeving omgaan zonder deze aan te roeren. Zelfs het proefondervindelijk met de omgeving bezig zijn om deze te leren kennen is onschadelijk vergeleken bij het massaal produceren van wat gevonden wordt, zoals nu vaak gedaan wordt.

Dat er nu een grens is aan het produceren komt doordat er een grens is aan de koopkrachtige vraag naar producten, niet doordat er een grens is aan het begeerd worden van die producten en niet doordat de natuur (de aarde als bron) al uitgeput is.

Wat veroorzaakt dat eindig zijn van de koopkracht? Niet het geld, want dat kun je drukken, wat niet eens hoeft.
..vervolg:
Een grens is gelegen in het feit dat bezitten niet in de eerste plaats het gebruiken is van wat men bezit, maar vooral: dat bezit aan andermans gebruik onthouden. Een tweede grens ligt in het feit dat er armen moeten zijn om de rijken gunstig te laten afsteken. Daar hoort ook dat verhaal bij van die rijke(re) die dan stelt dat hij het met vlijt vergaard heeft, dat bezit van hem, terwijl de arme een lui varken is.

Naast het reeds genoemde 'tot dienen gedwongen worden' is er nog een andere bron van ressentiment en vernietigingswens (drang tot vandalisme): het niet mee mogen doen aan het spel, het geen gelegenheid tot geldverkrijgen (bijvoorbeeld werkgelegenheid) krijgen. Daarbij is de terugslag merkbaar van het feit dat men al zeker veertig jaar ontkent dat werken vernederend dienen is, gebruikt en uitgebuit worden. Herhaaldelijk wordt opgemerkt dat de door deze propaganda met succes bewerkten diverse vormen van werk gewoon weigeren en aan een uitkering en/of een illegale of zelfs misdadige manier van inkomen verwerven de voorkeur geven. We leven in een tijd waarin het spel wordt voorgesteld alsof het 'een menselijk gezicht' had. Men heeft geprobeerd de gebruikten te laten geloven dat werk er voor hen (ten gunste van hen) was. In feite zijn zij er (dat is: op hun werk, op de werkvloer) ten dienste van het werk (de bevelen). Werk is gewoon bevelen uitvoeren. Als de koopkrachtige bevelen uitgevoerd zijn (resp. worden), is er verder geen werk meer, hoevelen er ook een gelegenheid, een manier, nodig hebben om aan geld te komen om wat ze nodig hebben te kopen. Hoevelen er ook een gelegenheid (een manier) wensen om aan geld te komen om wat ze begeren (op suggestie van de reclame) te kunnen kopen.

Men kan proberen ietsje meer druk op die werklozen uit te oefenen; ietsje, niet veel, want het doel van democratische politici is tevredenheid in het volk. De een is tevreden met goede wetten, de ander is blij dat die goede wetten niet tegen hem worden toegepast. Als de aandacht voldoende wordt afgeleid naar voetbal en bekende Nederlanders merken weinigen op dat ze reden voor ontevredenheid hebben. Na het vele jaren zo laten verlopen van processen komt er dan een misstand die niet meer te ontkennen en te verbergen is en dan gaat men met emoties aan de gang. Men rukt naar rechts. Dat wil zeggen: men roept om de dictatuur van het spel. Het bezit, de eigendom moet weer heilig worden, meer politie tegen vandalisme en diefstal. Over de knechten moet weer eens de zweep gehaald worden: korten op uitkeringen, dan willen ze wel werken.

Bijvoorbeeld: Dat werk dat door illegalen al lang gedaan wordt, tot grote tevredenheid van tegenover deze illegalen veel machtiger werkgevers, wordt gedeeltelijk, zover dat de werkgevers er geen last van hebben, open gesteld voor die werklozen, door wat van die illegalen het land uit te zetten. Nu kan er met deze open staande werkgelegenheid druk uitgeoefend worden op de werklozen in de buurt. En als ze dan niet willen, dan moet er maar op de uitkeringen gekort worden.

Als je een spel speelt, speel het dan goed. Alles wat verdedigbaar is, is al in bezit genomen, ook dat wat anderen dan de bezitters nodig hebben en dat wat die anderen begeren. De bezitters geven die anderen echter niets zonder hen er kunstjes voor te laten doen. Tussen bezitter en vrager is het geld geschakeld. Dat maakt het verhaal iets langer: de bezitter geeft zijn bezit niet weg, hij verkoopt het slechts. Aan geld kom je door ervoor te dienen, door het te verdienen, heet dat. Als je zegt dat mensen iets moeten doen voor de kost, zorg er dan voor dat ze dat doen. Waarom moeten ze iets doen voor de kost? Wel, bij nader toehoren is er bedoeld: ze moeten iets op bevel, gehoorzamend, liefst tegen hun zin, doen voor de kost. Welke redenen zijn daarvoor?
Twee redenen:
1. de wens van de mede-gedwongenen, de afgunst. Ik moet rotwerk doen, ieder ander dan ook. en
2. de wens van de bezitters, de heerszucht, de machtswellust. Ik zal ze laten voelen wie hier de baas is.

Binnen het spel dus is deze stelling geldig. Daar, in het spel zijn namelijk geen anderen dan gebruikers (bezitters) en gebruikten (de nijver in competitie met elkaar en/of perfectionistisch strevend bezige slaven 'in zelfbezit', zonder een ander als eigenaar en verzorger dus).

De mens moet echter [ook buiten spel] wel bezigheden hebben om in te functioneren, want hij is een bezige diersoort, hij moet bewegen, handelen, hanteren en denken en kan niet leven zoals bijvoorbeeld volwassen oesters. De mens heeft die gelegenheid om te functioneren, die bezigheden, nodig: wie hem die onthoudt of ontneemt mishandelt hem: is objectief misdadig; objectief, dus niet juridisch, dat heeft er niets mee te maken. Juristerij bevindt zich volstrekt binnen het spel. Iedere overeenkomst van juridisch recht met natuurlijke gerechtigheid berust op toeval en is onbedoeld.

De afgunst van de gebruikten in het spel zal er altijd tegen zijn dat de mensen iets anders dan dienen mogen doen om te voorzien in de genoemde 'beweging enz.' die ze van nature (dus echt, onvoorwaardelijk) nodig hebben.
De politieke wil om anderen via iets anders dan dienen aan geld te laten komen zal er nooit komen bij de spelers van het spel, dus bij de kiezers (en daardoor bij de politici) in de democratieen. Maar met diezelfde politieke tegenzin aanvaarden die kiezers nu al de renten en dividenden. 'Je gespaarde geld voor je laten werken' noemen ze dat dan en daarmee past het in het spel: het is een vorm van heersen.
Ze aanvaarden die renten en dividenden zelfs bij anderen, maar zeker als ze hen zelf toevallen. Zo zal het ook kunnen gaan met de gelegenheid om zich voor (bewezen) leren, voor 'examens' waarvoor men slaagt, te laten betalen van overheidswege met vrijwillige toelagen vanwege andere instellingen.

Tegen die afgunst ingaand moet er dus gelegenheid tot functioneren, tot daartoe en daarbij passend bezig zijn, gegeven en gelaten worden aan de mensen voorzover die door de begrensheid van de hoeveelheid koopkracht, de hoeveelheid bevelen, niet in dienst van de spelenden bezig te krijgen en te houden zijn.

Er is een eind aan de hoeveelheid bevelen, aan de koopkrachtige vraag.
Is er een eind aan de koopkracht doordat er een eind is aan de dienstbaarheid, de dienstvaardigheid, de slaafsheid van de mensen? Is de grens aan het verkrijgen de grens die er is aan de bereidheid te geven?

Is de begrenzer misschien de geschooldheid, opgeleidheid, vaardigheid om in massaproductie te nemen wat massaal begeerd wordt?
Zodra, zolang en inzoverre dat de flessenhals zou zijn, zou het voorstel dat ik in dit opstel bespreek eerst [zoals een mengsel van benzine en olie in zo'n motor) werken ten gunste van het spel.

Ik bespreek het betalen van iedereen die bewijst iets te kunnen, iets geleerd te hebben. Zo algemeen: iedereen voor alle bewezen leren. Dan gaan velen aan het leren in plaats van aan het dienen. Velen die reeds iets kunnen zullen worden omgekocht (= bewogen met extra geld) om met hun vaardigheden te gaan dienen voor geld, dat heet dan : geld te gaan verdienen.
Het bedrijfsleven van nu blijft bestaan, ernaast komt het onderwijsleven waarin niemand dient en de lerenden slechts hun eigen zenuwstelsel hanteren, manipuleren, bebouwen, exploiteren, ontginnen, ontwikkelen, als grondstof gebruiken. Ze scholen zich, dat is een bezigheid even zinloos als het aanmaken van onnodige producten met ingebouwde slijtage en mode, waar koopkrachtig naar gevraagd wordt. Even zinloos, maar minder schadelijk voor het natuurlijke milieu en geen bron van afgunst en rancune.

Hun zenuwstelsel was en wordt nooit het bezit van een ander. De gemeenschap betaalt hen voor het feit dat zij iets verkrijgen dat zij kunnen verkopen: hun vaardigheid, die onvervreemdbaar is, niet te stelen. Niet zolang de overheid anderen verbiedt en verhindert (dat moet er wel bij komen) deze vaardigen te dwingen [met fysiek en/of psychisch (= reclame- en propaganda-)geweld]. De gemeenschap betaalt hen als (gedeeltelijk) opheffen van wat de gemeenschap tegen hen doet: macht / recht verlenen aan, want met wapengeweld bewaren voor de bezitters. De gemeenschap doet niets positiefs voor hen, reduceert alleen haar onderdrukking van hen via het verdedigen van ook het voor hen nodige als andermans bezit tot nul. Het is de gewapend optredende overheid die in dienst van de bezitters deze de macht geeft van de niet-bezitters kunstjes-doen af te dwingen (als het nodige aan diensten reeds verricht is). Een niet aan het spel deelnemende, slechts als beschermer van allen optredende staat (overheid, gewapende macht) zou ervoor zorgen dat de niet-bezitters niet aan het spel hoefden deel te nemen.
Een onpartijdige overheid zou (hier nu in de tien verplichte jaren onderwijs) ervoor zorgen dat iedere staatsburger volledig doorzag hoe de stand en gang van zaken is: van de niet-bezitters is (nog?) niet te verwachten dat ze voor het bezitbare zo goed zullen zorgen als de bezitters dat nu doen. Van de overheid(sambtenaren) is niet te verwachten dat zij al het bezitbare samen in rijksbezit genomen, beter of net zo zorgvuldig zouden kunnen en willen beheren als de vele eigenaren het nu doen met ieder hun eigen deel. Er is geen bezwaar tegen dat verdeelde zorgen voor het bezitbare, al zou een zeker actief voorkomen van verwaarlozen door eigenaren best te verdedigen zijn. Het met elkaar vechtend en gokkend steeds trachten tot (zoveel mogelijk ongelijke) herverdeling te geraken behoeft ook geen bescherming, laat staan aanmoediging door de gemeenschap (vertegenwoordigd door de overheid).
"Waar zouden", zo luidt dan altijd weer de tegenwerping, "de mensen de beweegredenen vandaan halen om het (om te voorzien in het van nature nodige) (gezien de stand van zaken en van de techniek) nodige te doen?" Steeds wordt er gesuggereerd dat de mensen lopen op eerzucht en op hun begeerte naar luxe zoals motoren lopen op benzine, wekkers op hun drijfveer.

Ik vertel maar even een verhaaltje:
Iemand in die samenleving waarin niet langer alleen door dienen aan geld te komen is wil een koelkast hebben. Hij heeft daar geen geld voor over, in welke betekenis van deze volzin dan ook. Hij gaat de cursus 'koelkasten bouwen' volgen. Die cursus is zodanig georganiseerd dat de cursist er tien koelkasten in bouwt om het door te krijgen en er daarvan een (zijn examenwerkstuk, waarmee hij zijn kundigheid bewijst teneinde voor zijn leren betaald te worden) mee naar huis neemt als de zijne. De bezitter van de koelkastfabriek kan op die manier ook leven. Evenals de verbeteraar-controleur van die negen koelkasten per leerling.
Het gaat mij er alleen maar om: uit te zeggen dat er naast wat (historisch gegroeid) is, ook andere schikkingen mogelijk zijn van de gegevens: de spullen, de technieken, de inspanningen, de regelingen.

Ik leef zo vrij dat ik niet als onbespreekbaar hoef aan te nemen wat bijvoorbeeld de politici en de publicerenden buiten bespreking laten om aan stemmen en aan luisteraars en lezers te komen.
Ik denk (vermoed, want hoor wel eens beweren, minstens impliciet) dat er mensen zijn die bijvoorbeeld het onderwerp van dit opstel in publieke bespreking zouden kunnen brengen, omdat ze over medium-tijd beschikken. Ik ben mede zo vrij doordat ik geen enkele gelegenheid daartoe heb en ook geen beinvloeders-vrienden die die wel hebben. In een vechtsituatie (en binnen het vechtspel waaraan allen die invloed hebben deelnemen en bijdragen zijn alleen maar vechtsituaties) heeft niemand beide vrijheid en macht. Die twee zijn ook theoretisch onverenigbaar binnen het ideologisch kader van 'gelijkheid voor de wet' (bij verder onbesproken inhoud van de wet).

==//== -------------

*1 Wie denkt dat de diensten van de huurmoordenaar hier buiten vallen vat het begrip dat ik hier gebruik (en 'onze vrije samenleving' noem) verkeerd, namelijk te eng, op. Het is de propaganda voor deze samenlevingsvorm die ons wil suggereren dat hetgeen er officieel, wettelijk, in verboden is, er daardoor ook geen deel van uitmaakt. Diezelfde propaganda wil ook dat we allerhande verwerpelijke daden als 'excessen' opvatten, terwijl ze altijd weer, overal optreden en wezenlijke zetten zijn in het spel om voorrechten, om geld, om macht, om bezit, om de toewijding van onderdanen. Iedereen weet dat de geschiedenisboeken vol staan van schanddaden en dat de nieuwsberichten dagelijks het een en ander aan die verzameling toevoegen.
Het is uiterst vreemd dat terwijl ons dat dus bekend gemaakt wordt, wij toch geacht worden ons op ons gemak te voelen in en zelfs te zweren bij 'ons systeem', de civilisatie.

*2 Naast dit elkaar gehoorzamen (dienen) wordt er door de mensen nog veel meer gedaan. Men kan doe-het-zelvers bezig zien en mensen die zichzelf verzorgen, hun huis en kleding schoon en heel houden bijvoorbeeld. Er wordt ook aan politiek gedaan, in en met alle groepen mensen. Nergens echter wordt het algemeen belang van de mensheid gediend, laat staan het algemeen belang van al wat leeft. Niemand met enige invloed in of tussen groepen is daarmee bezig plus waarneembaar en in de belangstellende aandacht van alle anderen. Er is geen onzichtbare coördinator die van alle menselijke activiteiten het in het algemeen belang nodige tezamen breit.

*3 Er valt best te denken aan een einde dat mensen er aan maken op basis van een ethisch verantwoorde houding jegens de rest van het leven op aarde. Maar bij dat denken zal het wel blijven. Ethiek mag niets kosten. Hoogleraren ethiek zijn alibi-figuren, hun salaris kan worden geboekt op de rekening 'Propaganda'.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *