Opdelen van het economische gebeuren

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 2 april 1985

Over het opdelen van het economische gebeuren
Het gebeuren dat onderwerp is van de wetenschap die 'economie' genoemd wordt, vindt plaats binnen de maatschappij.
Dat de kopende klant de laagste prijs wenst bij gelijke kwaliteit en dat de geld bij een bank in bewaring gevende spaarder de hoogste rente wenst, bij gelijke veiligheid van zijn spaargeld, wordt als vanzelfsprekend basisgegeven aanvaard.
Voor de econoom komt ook het imiteren van de koningen en rijken als een oergegeven van buiten: dat waar koopkrachtige vraag naar is, valt niet samen met het van nature voor leven en welzijn, voor volop functioneren als dierlijk mens, ja omvat dat nodige zelfs niet altijd overal geheel.
Overigens kan men zelfs over het onderwerp der economie praten zonder ooit producten te noemen, laat staan ze in te delen in nodig of onnodig. Men kan het onderwerp en de stand en gang van zaken daarin bespreken terwijl men het alleen over geldstromen heeft. Zoals men over de krachtwerking in een gebouw kan spreken zonder ooit de materialen waarmee gebouwd wordt te noemen. Van die materialen is voor deze gereduceerde bespreking slechts de volledige verzameling eigenschappen, 'waardes', meetbare variabelen, parameters of hoe men dat ook noemen mag, nodig. In het bespreken van het onderwerp van de economie gaat het alleen over de prijzen van geld (vertrouwen, winstverwachting), goederen en diensten (noodzaak en begeerte).
=
Het Economische Gebeuren is een als gebeuren benoemd menselijk doen en laten. Alles wat er in het economische gebeuren plaatsvindt, is het gevolg minstens van menselijk doen en laten. De mensen zijn dus verantwoordelijk voor wat er gebeurt.
Door nu de massa die dit economisch beschreven gebeuren veroorzaakt op te delen in enkelingen, vernietigt men de mogelijkheid om schuld en schaamte te beleven voor wat er gebeurt.
Omdat het economische gebeuren beschamend is, is de civilisatie in het westen "individualistisch". Omdat "ons" economische gebeuren in geen enkele religie of traditie anders dan als 'zonde' voorkomt, werden kerken en culturen vernietigd. Het is de tot deelname in deze economie gedwongenen en/of verleiden niet mogelijk bij en tijdens dat meedoen enige traditie of religie ernstig te nemen.
Het zich bewust maken van deze waarheid is echter evenmin te verenigen met meedoen.
=
De middenklasse is de ruggengraat van de economie. De middenklasse, dat zijn de mensen die in de maatschappij hebben en kunnen verliezen en erbij winnen. Daarnaast zijn er mensen die in de maatschappij zoveel hebben dat ze het nooit volledig kunnen verliezen en de mensen die in de maatschappij zo weinig hebben dat ze nooit voldoende kunnen winnen om luxe te hebben, meer dan het voor leven en welzijn nodige, waaraan een mens kan gaan hangen. Deze laatste categorie, de armen, hebben bij nader inzien niet wat ze nodig hebben voor hun volop functioneren en consumeren dan ook het een en ander schijnbaar onnodigs, om zich te troosten. Zo kan men in sloppenwijken in de landen van het vrije westen een kleurent.v. vinden in hutten waar geen waterleiding en geen w.c. is.
=
Een economische achteruitgang, zoals die nu in Europa aan de gang is, is geen natuurramp en is ook geen ongeluk. Wie in een volle bioscoop met een mitrailleur de zaal in schiet, kan niet geacht worden daar per ongeluk mensen te beschadigen en te verschrikken. Wie deelneemt aan het voldoende beschreven, bespreekbare en zichtbare economische gebeuren, veroorzaakt niet per ongeluk mee aan een ongeluk, dat crisis heet. De textielindustriearbeiders in Twente verloren hun baan doordat hun collega's in verre lage lonenlanden door hen nooit aan vakbonden waren geholpen, zodat zij ook fatsoenlijke lonen konden bedingen. Geholpen door hun medearbeiders in andere bedrijfstakken, die aan een goedkoper stukje textiel uit zo'n lagelonenland de voorkeur gaven, maakten deze textielarbeiders zelf waar dat 'hun lonen te hoog waren'. Die uitspraak lieten ze echter over aan hun bazen.
=
Het economische gebeuren berust op het opdelen, op de afwezigheid van de alle levende wezens omvattende solidariteit. Als de solidariteit slechts alle menselijke wezens omvatte, was dat nog geen enkele verbetering. Het vernietigen zou ongeremd voortgaan van het geheel van andere levensvormen, dat de mensheid zo'n 9000 jaar geleden als 'het milieu' is gaan begrijpen. Toen, zo stelde een t.v. programma, ging 'de mens' zich vestigen en schiep een binnen (in de wereld) en een buiten (in de wildernis). De mens ging zich nestelen en zijn nest schoonhouden en het milieu vervuilen. De mensheid vond de bosrand uit om rommel in te gooien en de rivier om als riool te gebruiken.
Toen gingen er mensen over tot het hebben van hun voorraden, hun landbouwarealen, hun jachtgebieden, die voor anderen niet beschikbaar waren. Wij hadden en zij hadden niet. Bezitten was niet langer in gebruik hebben dat altijd ook aan het verbruiken zijn was. Het blijvende was in blijvend gebruik genomen. Het blijvende was in blijvend gebruik genomen door iets blijvends, de groep. De wapens werden met de jager begraven, de grond niet met de boer. Er kwam iets blijvends, iets onnatuurlijk lang "levends", het niet-levende menselijke verzinsel 'wij'. Dat verzinsel stelde zich tegenover de levende, sterfelijke, tijdelijke, natuurlijke wilde mensen, de jagers, die men nu stropers noemde en de verzamelaars die men nu dieven noemde.
=
De scene van Jacob en Ezau met de linzenmoes is hier illustratief. Ezau heeft honger en Jacob heeft moes, klaargemaakt eten. Jacob geeft dat eten niet aan zijn broer, dan in ruil voor diens eerstgeboorterecht. Daarmee treedt Jacob de civilisatie binnen. Binnen de cultuur had Ezau gewoon recht op dat eten. Binnen de natuur, in het wild levend, had Jacob het begrip zelfs nooit ontwikkeld om als enkeling voedsel te bezitten.
Nu nog zijn er bosjesmannengroepen, die niet als enkeling voedsel bezitten en consumeren. Ze delen zelfs de medicijnen die slechts een van hen, die ziek is, nodig heeft. Heb ik ook op t.v. gezien.
=
Reflectie: ik ben duidelijk bezig informatie te verwerken. Ik weet niets van wat voor mijn tijd was en evenmin van wat in mijn tijd buiten mijn directe waarneming was. Ik ben nu dus zonder meer bezig om als een deel van het collectief bewustzijn te werken. Ik neem informatie voor waar aan en verwerk die. Pure onnodige onzin dus. Zo onnodig als sport, als jogging, als het fietsen van rondjes langs plaatsen en over wegen waar ik totaal niet hoef te zijn. Ik fiets om mijn spieren te laten functioneren, ik verwerk deze informatie om mijn brein te laten functioneren. Er bestaat helemaal geen collectief bewustzijn. Evenmin als het verkeer als uiting van een verplaatsingsbehoefte bestaat. Van alle verplaatsen is een miniem deel nodig, zoals van alle denken een miniem deel kennis gebruiken en nodig is. Een ander klein deel is speels verplaatsen en speels denken, bewust gedaan om zich dat functioneren te verschaffen, dat men miste (in het doen van het afgedwongen gespecialiseerde als middel om aan het nodige te komen).
Dit alles als slechts schijnbewegingen herkennen ontneemt er het gewicht aan.
Als iemand er tijd voor neemt, kan hij dit alles ook zelf vinden. Hij zal er echter niets bij winnen. Het enige werkelijke is de werkelijkheid en die is totaal onafhankelijk van de manier waarop je er tegen aan kijkt, van de manier waarop je haar begrijpt en bespreekt. Ik hoef nu niet langer te werken voor de kost. Dat is de werkelijkheid voor mij. Niemand wil me meer voor welke dienst dan ook betalen, maar door een toevallige samenloop van omstandigheden ben ik nu nog niet arm. Ik woon ruim en ik heb een computer en een fiets en een tuin. Ik heb dus wat ik nodig heb, inclusief speelgoed om mee te schijnfunctioneren. Of ik me nu uitgestoten en bedreigd ga voelen of bevrijd en veilig, dat verandert aan die werkelijkheid niets. Evenmin wordt die werkelijkheid erdoor beïnvloed wanneer ik me met alle of sommige andere mensen of sommige of alle andere levende wezens solidair of onverbonden voel. Mijn doen noch mijn denken maakt enig verschil.
=
Kenmerkend in de scene van Jacob en Ezau is ook dat Ezau te goedaardig is om gewoon zijn wapens te gebruiken om Jacob's moes te nemen. Ezau maakt de fout Jacob's rechtenverhaal te erkennen als een verhaal en Jacob in zij waan te laten. Het moge zo zijn dat Ezau niet meer in nazaten bestaat, Jacob en zijn nazaten hebben een ondragelijke hoeveelheid leed op zich geladen door deze daad, deze erfzonde van Jacob. Het is nooit weer goed gekomen. Zelfs geen 40 jaar in de wildernis, buiten alle afbakeningen en alle landeigendom en met het verbod van bezitten en verzamelen, was genoeg om het af te leren. Ze mochten niets stoffelijks gezamenlijk hebben en dat hun god noemen, het gouden kalf mocht niet. Volgens mij hebben de mensen het toen en nu niet begrepen, ze wisten en weten niet waar het om ging en gaat. Door dat niet-begrijpen waren ze niet eens in staat ervoor of ertegen te kiezen.
Je kunt geen bezitten als gewoonte hebben, zonder dat de mensheid er aan sterft, in dat sterven de natuur grotendeels meesleurend, ja zelfs het sterven van die natuur aan het eigen sterven als mensheid grotendeels vooraf te laten gaan. Dat is wat er onontkoombaar gebeurt als (nu dus) de erfzonde die bezitten heet steeds als erfenis wordt aanvaard. Het gaat hier om het bezitten dat geen aan het verbruiken zijn is.
Ook dit is iets om even op te reflecteren, om even van een afstand te bekijken: wat ik hier moest doen, is: een heel gewoon Nederlands woord, wat iedereen denkt wel te verstaan, toch weer extra omschrijven en inperken. Dat is de centrale truc van de omgangstaal: ze bestrijdt en voorkomt het zuivere denken. In de gewone omgangstaal betekent bezitten niet alleen maar 'aan het verbruiken zijn'. Ik las wel ooit ergens de wijze (kalender)spreuk: "slechts wat men gebruikt bezit men." Dat klinkt als heel goed, maar juist doordat het in zulke korte bewoordingen in plaats van in een essay onder de mensen komt, werkt het evenmin als de Bijbelse verhalen. Waarom in godsnaam nemen zelfs dominees en priesters niet de tijd om zich deze inzichten te verwerven. Hun preken blijven steken in de actualiteit of in de vorm.
=
Het economische gebeuren vindt in de maatschappij plaats, onder invloed van de krachten die uit de civilisatie komen. De maatschappij omvat het ongelijk verdelen van de genadeloos binnengehaalde buit, gemaskeerd als 'produceren'. Grensgevallen zijn die vormen van ongelijk verdelen die openlijk gokken, loten, geluksspelen, kansspelen, genoemd worden. Daar is het masker van de productie afwezig. De binnengehaalde buit bestaat uit goederen, basisgrondstoffen uit de natuur, uit het milieu, maar ook uit de prestaties dergenen die voor loon dienen, die zoals dat heet 'geld verdienen'. Die prestaties zijn het vermeningvuldigingsproduct van het inzetten van tijd, aandacht, energie en vaardigheden in gehoorzaamheid en onderwerping, onder bedreiging dus. Of de betrokkenen zich nu hun gebruikt worden omdefinieren naar 'het ingaan op een uitdaging' of 'het risico dragend ondernemen', maakt alleen voor hun gevoel iets uit.
=
Als ik mij minder gelukkig zou voelen bij het begrijpen van de menselijke situatie in de civilisatie als die van een gevangene in een concentratiekamp waar men door arbeid vernietigt, dan kon ik er ook beter mee ophouden en overgaan tot de veel feestelijker wereld van de faamzoekers en van de fortuinzoekers. Of ik kon me aansluiten bij de een of ander verzameling IETSingezetenen. Het is een koud kunstje je aan te stellen alsof je de leer van het IETS in kwestie gelooft. Je kijkt gewoon wat er in het begrippensysteem van de leer uitzegbaar is en je kijkt wat er op dat moment, in die tijd actueel is, en je schrijft uit wat die leer te zeggen heeft over die actuele onderwerpen. Werkelijk niets is eenvoudiger dan priesterschap. Je hoeft alleen maar een gewetenloze, geestloze, lichaamloze nul te zijn, vervreemd in wat je zegt van wat je als individueel dier tussen soortgenoten en in jouw habitat (ecologisch leefgebied) ervaren zou. Je reduceert je gewoon tot een deel van het IETS en houdt op een zelfstandig levend dier te zijn: ja wordt als het ware van een eencellige die los leeft tot een cel van en in een lichaam van een groter dier, in dit geval : het IETS. Aan dat verzinsel schrijf je dan alle eigenschappen en ervaringen van een levend wezen toe en klaar ben je. Elk IETS schept een nietIETS, een buiten, waarvoor geldt dat het er voor de IETSonderdelen niet op aankomt wat er daar gebeurt.
=
Ik voel me beter bij mijn verhaal. Zoals zij zich beter voelen bij hun verhaal. Zij hebben wat ik 'ZIJN' noem opgegeven om veilig te zijn. Alleen het verbinden van ZIJN aan 'zich uitspreken', aan 'publiceren', aan 'prediken', aan 'profetisch spreken' brengt onveiligheid. We hebben voldoende oude, recente en actuele voorbeelden, om beter te weten te doen dan ons publicerend aanmelden om in hun concentratiekamp, dat 'wereld' heet, om te komen. De ingezetenen van de wereld zullen allen sterven, net als de ingezetenen van Auschwitz zouden hebben gedaan, als er geen bevrijding was gekomen. Tegen de gezamenlijke koopkrachtigen en kapitaalkrachtigen die de wereld (Groot Auschwitz) in stand houden is geen enkel leger in oorlog. Er zijn hier en daar wat verspreide opstanden in barakken (dat zijn hier: nationale staten) waar te duidelijk werd dat de gevangenen geen enkele kans hadden. Maar die opstanden worden met instemming van de gevangenen in de betere barakken neergeslagen. De angst van de gewone gevangenen voor ongeregeldheden en voor communisme zijn om het grootst. Als zodanig (als 'chaotici', 'radicalen' en 'communisten') worden de opstandelingen dan ook benoemd.
=
Mijn begrippensysteem wordt afgewezen, als een 'complottheorie', wat het niet is. Er is geen complot voor nodig, alleen maar de volstrekte discipline steeds (ceteris paribus) het goedkoopste te kopen en de hoogste rente te nemen. Steeds het bezit (inclusief de werkgelegenheid) klemvast te houden en de belasting (en daarmee de uitkeringen aan anderen) te schuwen en te ontgaan en te ontwijken en te ontduiken en de armoemakers, de bezuinigers in de volksvertegenwoordigingen te kiezen. Zij nemen het op zich de toestand terug te brengen waarin er voor iedere koopkrachtige opdracht weer een gehoorzame uitvoerder in de buurt te vinden is, die als enig alternatief naast gehoorzamen verrekken heeft. Om dat tot stand te brengen wordt geen middel geschuwd, als het niet tot ongeregeldheden leidt. We zien nu weer daklozen in onze straten. Die zijn er zolang ik leef niet meer geweest. Zij zijn de top van de ijsberg van armoede. Zij zijn degenen die voor verrekken kozen. Dat is geen verdienste, de meesten van hen zijn drankzuchtig en anderszins verworden. De uitgestotenen zijn geen nobele wilden. Zomin als de door denken verwilderden overlevingskunstenaars buiten het bereik van alle winkels zijn.
=
De mensen kijken wel link uit dit alles tot hun bewustzijn door te laten dringen. Ze willen dit evenmin weten als ze willen beseffen dat de instelling van vangpremies voor bepaalde schadelijk verklaarde wilde dieren het laagste in de mens in stand houdt, in de periodes dat er geen premie staat op het aanbrengen van joden en staatsgevaarlijke en verraders van het geloof.
Ze willen niet zien, ze willen niet weten. Ze kunnen niet nalaten te zien en daarom verdringen ze als ze per ongeluk zagen. Ze weten dat voorkomen beter is dan genezen. Daarom hebben ze twee kanalen, zenders, kranten, boeken enz. minstens, plus een gids, zodat ze altijd kunnen afstemmen op het onbenul, op de verstrooiing, die hen dan ook zo toekomt. zo voorkomen ze weten door het zien te voorkomen. Voor de onderwerpen die ze wel al zagen of hoorden bespreken, leveren de op boven beschreven wijze werkende priesters/ partijdige beschrijvers overigens ook nog goedpratende verhalen.
=
Een onaangenaam deel van de werkelijkheid in de maatschappij kan slechts gekend worden in een onaangename waarheid en kan slechts veranderd worden door het opofferen van een of ander door wie van het onaangename voordeel hebben. Die zijn er altijd, want het gebeuren in de maatschappij is het ongelijk verdelen. Zij die voordeel hebben laten zich door geen begrijpen brengen tot het opgeven van die voordelen. Begrijpen is "bij ons" los van handelen.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *