Jaap Schot, 25 maart 1985
Vraag: wat doe ik eigenlijk, wanneer ik 'het leven' als een oppervlak teken en er gebieden in teken, -zoals 'in het wild', 'in de civilisatie' e.d.-, onderscheiden en afgegrensd ? Antwoord: ik geef dan gebieden weer, dat wil zeggen oppervlakken die als speelvelden zijn voor verschillenden spelen, oppervlakken waar onder verschillende verzamelingen regels ('waarden') wordt gekozen uit alle mogelijke gedragingen, uit alle mogelijke bestedingen van tijd, aandacht, energie en vaardigheden.
Mensen kunnen niet lang nalaten wat nodig is voor hun leven en welzijn, zonder hun leven en gezondheid te verliezen. Als ze hun leven verliezen is hun spel afgelopen, zolang ze alleen nog maar ongezond en langzaam aan het afsterven zijn, kunnen ze doorgaan. Ze kunnen doorgaan met soeverein, naar believen hun tijd, aandacht, energie en vaardigheden te besteden aan wat dan ook. Ze kunnen zich (laten) inzetten voor wat ze maar willen. Naar willekeur. Daartoe is dus een wil nodig, technisch nodig, als gereedschap. Het zich (laten) aansmeren van zo'n wil heet 'opvoeding genieten' of 'vorming'.
Wanneer ik de gebeurtenissen die volgen uit het handelen van vele mensen "vanuit" bepaalde waarden afbeeld als oppervlakten en benoem als gebieden (terreinen), doe ik niet meer dan op een bepaalde manier aanschouwelijk maken de begrijpmanier die werkt met het postuleren (= bespreken alsof en niet: gelovig bestaand, door verlichten aangetroffen veronderstellen) van 'waarden' als beweegredenen achter het doen en laten der mensen.
Zulke begrippen 'achter' gedrag moet ik wel invoeren om te kunnen praten over 'gedaan worden' in onderscheid van 'gebeuren'. Als ik er van uit ga dat er voor de mensen geen keuze is, dat ons doen door ons (heen) gebeurt, zoals het vermorzelen gedaan wordt/ gebeurt door de stenen in een lawine, dan is alle bespreken en alle denken onzinnig.
Misschien is dat ook wel een juiste beschrijving van de stand en gang van zaken in het leven, misschien is 'de vrije wil', wel een fantasieproduct, dat niet waar gemaakt kan worden. Op de vraag hoe we daar achter zouden kunnen komen, valt mij hier nu geen antwoord in.
De vraag uit de bijbel, 'wie je dienen wilt' (god of de mammon), wordt, - als ik de daden vanuit waarden als gebieden uitteken-, tot de vraag 'waar je je leven wilt doorbrengen'. Twee manieren om te vragen 'op grond van welke criteria je je doen en laten wilt kiezen uit wat je niet wordt afgedwongen'. In alle gevallen wordt voorondersteld dat een mens kan kiezen.
Het hele verhaal betreft dus slechts dat wat iemand kan doen en ook kan laten. Als je maar een techniek kent om iets te doen wat nodig is voor je leven en welzijn, heb je niets te kiezen. Zodra je meer dan een manier hebt om een nodig of afgedwongen doel te bereiken, heb je keuze. Als je naast wat je afgedwongen wordt, (= naast wat anderen kunstmatig nodig maken voor jouw leven en welzijn) aan tijd, aandacht, energie en vaardigheden nog iets overhoudt, is dat iets wat jij "vrij" kunt besteden. "vrij" betekent hier: naar willekeur, soeverein.
Willen blijkt uit proberen, niet uit het afleggen van intentie- verklaringen. Willen blijkt dus niet alleen uit doen of alleen uit slagen. Het blijkt echter dat de mensen in het algemeen geen verbinding hebben laten voortbestaan tussen hun uitspraken enerzijds en wat ze doen en wat hen in gemoede, in hun gevoel en neigen beweegt anderzijds. De mensen beperken zich in hun spreken evenmin tot waarheid als (dat) ze zich bij hun doen en laten beperken tot het nodige.
Het is een definitie, een cirkelredenering, wanneer ik stel dat op de door mij getekende 'gebieden des levens' steeds de daar geldende waarden triumferen. Ook als ik vaststel dat de betroffen gebieden slechts te verkleinen, niet te hervormen, niet kwalitatief te veranderen, niet te verbeteren, zijn, is dat een definitiekwestie.
Elk gebied dat een strijdgebied is, een front, heeft antagonisten, strijders voor het andere, voor een alternatief nodig, zonder vijand is er geen overwinning mogelijk.
Het binnengaan van een gebied tegen het bestaan waarvan je gekant bent, is, - zo volgt uit het zojuist gestelde -, geen technisch juist gedrag. Wij worden vrijwel allen gedwongen de maatschappij binnen te gaan en daar mee te spelen in het spel van het roven en ongelijk verdelen van de buit. Velen doen in de maatschappij als arbeid niets anders dan het toevoegen van waarde aan hetgeen geroofd werd. Hoe de lonen zijn, wordt door anderen voor hen geregeld. Het roven van de buit gebeurt door lieden die om deze bezigheid dan ook veracht worden. De verachting richt zich tegen de stropers van olifanten, niet tegen de koopkrachtige vragers naar ivoor. De verontwaardiging betreft de exploitanten van kinderarbeid, niet de kopers van wat door die kinderen werd gemaakt.
Een feit is, dat wij allen de maatschappij in gedwongen worden, via leerplicht (de plicht zich buitenstaat te laten brengen en houden om voor zichzelf te zorgen zonder specialistische arbeid te ruilen) en via het nodig hebben van geld omdat stelen niet wordt toegestaan en kopen het enige alternatief ervoor is. Dat centrale feit in ons leven maakt dat voor ieder van ons de maatschappij onderwerp van doordenking moet zijn. Hoe de maatschappij werkt, hoe het daar toe gaat dienen we niet in detail, maar als schema te weten.
-De krachten er in komen voort uit de deelnemers, niet van buiten.
-De krachten die ervan uit gaan komen ook uit die deelnemers, niet uit iets anders.
-Wat te doen, wanneer we tegen de uitwerking van die uitgaande natuur vernietigende krachten zijn of tegen de uitwerking van de krachten die er in werkend oorlog, armoe, ziekte, honger, dood, verminking en verderf zaaien?
Menigeen besteedt geen enkele gedachte aan zijn mede doen bestaan van de maatschappij zoals die is. Zo iemand maakt zich hetgeen waaruit hij kiest niet bewust, hoogstens hetgeen hij kiest, vaak beseft hij zelfs niet eens het feit dat hij kiest, alleen het verlangen naar het gekozene maakt hij zich bewust. Tenzij het verkrijgen van het gekozene zonder veel moeiten en door gewoonte- handelingen wordt bereikt, dan wordt er ook geen verlangen bewust, want verlangen vindt plaats in de tijd tussen gekozen hebben als doel / als te verkrijgen goed enerzijds en het hebben ervan anderzijds. Het bewustzijn van wat men verlangt komt voort uit de tijdelijke frustratie van het verkrijgen.
Een waarde, een gesteld doel, ook als het een niet langer bewuste gewoonte betreft, is als een kraan waardoorheen de tijd/aandacht/energie/vaardigheden/inspanningen van de betrokken enkeling stromen. Men kan zijn tijd, aandacht enz. maar een keer besteden, door te besteden aan het ene kiest men voor dat ene en verwerpt men al het andere.
Naast deze opmerking staat de ongerustmakende uitspraak vanuit elk waardeverwerkelijkingsterrein des levens: de tijd, aandacht enz. is bederfelijke waar: woeker met je talenten, besteed je tijd nuttig, maak wat van je leven, wijd je ergens aan, leef niet nihilistisch, zet je ergens voor in. Deze vermaning, aanmaning, komt voort uit de gezamenlijke concurrerende IETSen die in de maatschappij, in de cultuur, in de civilisatie van de mensen die zich inzetten 'leven'. Die IETSen spreken niet, de gebruikers van die IETSen spreken. Die spelers met IETSen hebben het al lang opgegeven te streven naar een monopolie, ze zijn tevreden met een deel van de markt. Zoals ook de gebruikers van ondernemingen als bron van inkomen al lang geleerd hebben te streven naar 'continuiteit', naar 'overleven' en voortbestaan, desnoods zonder daarvoor niet strikt nodige 'overwinst'. Het hoeft niet goed te gaan met dat waarvan men leeft, als het als bron van inkomen (van buit) maar voortbestaat. Zo gaat men om met het leven op aarde, maar ook met de onstoffelijke samenleving, het geheel van wetten, regelingen, waarden, zeden, moraal, traditie, gewoonten en in taal verpakte opvatting van de stand en gang van zaken in de wereld.
Gebruikmakend van het tekeningetje kunnen we ons de vragen stellen:
-wat levert de maatschappij mij als loon (inclusief alle bijwerkingen!, zogenaamd onbedoelde neveneffecten),
-wat levert de cultuur mij,
-wat levert het in het wild leven mij?
Leven in het wild is: leven in vrijheid, in waarheid en in vrede. Met de mond belijdt menigeen zijn wens om zo te leven.
Bij nader toezien valt op dat menigeen veel meer tijd, aandacht, energie enz. in de wereld besteedt, dan hem wordt afgedwongen.
Bij nader toezien wordt menigeen door anderen geleefd, d.w.z. laat menigeen anderen toe zijn tijd, aandacht en energie te besteden.
De zachte terreur waarmee men dat toelaten afdwingt komt neer op het negatief afschilderen van het alleen-zijn dat men degene die zich niet langer zijn leven laat invullen, zal aandoen.
Men spreekt van eenzaamheid. Men spreekt van onzekerheid, waaraan men ten prooi zou vallen buiten het geloof in het collectief bewuste (en in taal verpakte onbewuste).
Men spreekt van het alleen maar voor eigen leven en welzijn zorgen als van vijandig gedrag tegen de tijdgenoten. Vooral dit laatste is een zeer dwaze opmerking, als ik iets goeds doe voor het leven en welzijn van de lezer, wordt ik als naastenlievende figuur geprezen. Dat geldt ook andersom als de lezer iets doet wat goed is voor mijn leven en welzijn. Als wij echter precies hetzelfde wat goed genoemd wordt als het door de ander gedaan wordt, zelf voor onszelf doen, noemt men ons plotseling veroordelend: "egoistisch"; kennelijk er van uit gaand dat wij ons niet tot het nodige zullen beperken, d.w.z. een omschrijving van 'goed voor ons leven en welzijn' hanteren, die zich oneindig voortzet in luxe-consumptie.
Menige beschrijver van het verschijnsel dat menigeen zich zijn tijd enz. laat besteden door anderen, heeft gesteld dat dan dus het benaderen van de mensen als opinieleiders, als leiders überhaupt, een oplossing zou moeten zijn.
Ik vrees dat dat geen oplossing kan zijn. Macht corrumpeert. Het welzijn van het geheel is de som en niet meer, dan dat, van het welzijn der enkelingen. Wie voor zichzelf zorgt, zich van nature (uit wat alle IETSen op alle terreinen der wereld 'luiheid' noemen) beperkend tot zijn welzijn, neemt waar hij een natuurrecht op heeft. Daartegen is echt niets in te brengen. Er is geen reden mij bekend sommigen meer te geven, toe te staan dat ze dat nemen, dan ze nodig hebben. Tot dat nemen van meer blijkt het technisch noodzakelijk de mensen jong hun natuurlijke luiheid en hun natuurlijke wil om voor zichzelf te zorgen af te leren. Dat gebeurt met het nodige geweld. Het gebeurt meestal ondoordacht.
Ik kan er verder ook niets aan doen. Ik schrijf dit uit, ik kan het later, als het er nog pregnanter staat, zelfs publiceren. Uit de aard van mijn 'boodschap' (:"lezer, probeer het eens om in het wild te leven") kan ik niet meer doen dan dit publiceren. Soms denk ik dat ik alleen maar andere woorden gebruik voor wat alom klinkt, vaak ook merk ik dat ik een algemener opmerking maak, waar om ons heen steeds detail-appels worden gedaan. Ik weet dat ik tegen alle propaganda van alle IETSen in schrijf. Nu ja, hoe dan ook, het staat er weer eens.
Er zit voortgang in mijn geschrijf, vanmorgen dacht ik : het is goed dat ik toentertijd de wereld als 'Groot-Auschwitz' heb benoemd, maar nu kan ik van alle partijname af zien. Al met al is mijn oeuvre een eenheid, ik kan alleen zelf volledig begrijpen, nee: verstaan, wat ik bedoel, wat er in mij aan bewustzijn, aan besef daarachter, achter dat bewustzijn, is, leeft.
0 Reacties