Opstel over het inspirerende verhaal van de civilisatie

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief | Overige teksten

Trefwoorden:

Jaap Schot, 5 maart 1987

Een opstel over het inspirerende verhaal van de civilisatie:

het iets maken van je leven, dat wil zeggen: van het vermenigvuldigingsproduct van de eigen, godgegeven tijd, aandacht, energie en leervermogens. Naar dit vermenigvuldigingsproduct verwijs ik verder met 'txaenz'. Daarvan iets maken, zoals een betekenende vorm gemaakt kan worden van een homp klei, met andere woorden: de eigen txaenz. opvatten als grondstof, als materie, dat is het inspirerende ideaal.

De bewonderenswaardig geachten in de civilisatie maakten iets van txaenz. "Maakten iets van" betekent: gaven een betekenende vorm aan. Iedere hoeveelheid klei heeft een vorm. Vormloze materie is alleen maar denkbaar, niet aan te treffen. Meteen moet hier het beeld van de hoop los zand naast het beeld van de homp klei worden gezet. De bezigheden en nalatigheden van een mens kunnen als los zand aan elkaar hangen, met andere woorden kunnen onsamenhangend zijn, kunnen uiteindelijk ook wel geen vaste, enigszins samenhangende duurzame vorm hebben (opleveren).

Het is helemaal niet gemakkelijk om aan een hoeveelheid txaenz een betekenende vorm te geven. Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat er mensen zijn die anderen gaan helpen, anderen, die bezig zijn aan zulk vormgeven. Wie geholpen wordt heeft meer txaenz beschikbaar. Soms vergemakkelijkt dat het vormgeven, soms niet. Wie helpt deelt in het aanzien dat aan makers (en meemakers) van zulke betekenende vormen wordt verleend. Het geven van een betekenende vorm aan de eigen txaenz wordt ervaren als meer en beter dan, als verheven boven zomaar leven. Men krijgt dan al gauw een bewonderingsschaal: hoe meer vorm hoe beter bijvoorbeeld (Teilhard de Chardin: hoe complexer een schepsel is, hoe hoger en mooier). Helaas werden ook weleens door lieden die aan vormgeven bezig gingen anderen gedwongen txaenz bij te dragen. De koningen, staten en dictators wachtten niet tot ze geholpen werden door hun minder sterke tijdgenoten. De geschiedenis van wie nu leven is meestal die van IN GEBRUIK GENOMEN WORDEN door aan vormgeven aan txaenz bezigen. Wij werden vaak thuis al, maar op z'n laatst op school bruikbaar gemaakt voor die bezigen. Wij leerden die bezigen (fabrikanten /leiders/politici/ dienstverleners / toppresteerders) en onszelf als uiteindelijke opdrachtgevers (Koning Klant) bewonderen. Die bewondering straalt af van de bewondering van het aangemaakte, het gepresteerde, de betekenende vorm. Onze bewondering is via meedoen (onze txaenz bijdragen, laten gebruiken) en via meekiezen (als Kiezer en als Klant) en via meemaken (zelf een deel van het betekenende geheel aanmaken, op eigen initiatief, vanuit het inzien en overzien van het geheel) weer bij onszelf terechtgekomen.

De universele kunstenaar-Renaissancemens gaf betekenende vorm aan zijn eigen txaenz. De vorsten gaven idealiter betekenende vorm aan de gezamenlijke txaenz van hun onderdanen. Onderdanen worden gebruikt, maar wel door hun koning, hun vorst, hun president, hun vaderland, hun partij, hun Fuehrer, hun paus. Aan de txaenz van onderdanen wordt zodoende, gebruikende dus, geen betekenende vorm maar ZIN gegeven. Apart genomen blijven de txaenz hoeveelheden van onderdanen voor een groot deel onbenut (als los zand aan elkaar, onsamenhangend, verdaan) en voor zover benut, gebruikt, hebben die gebruikte delen apart bekeken geen betekenende vorm. In het ideale geval heeft hetgeen de onderdaan X aan txaenz heeft bijgedragen een plaats gekregen in het betekenende geheel dat zijn vorst (zijn samenleving, zijn land, zijn volk) aanmaakte: denken we ons de geleverde bijdrage weg, dan denken we ons in dat betekenende geheel een gaatje, een kleine holte. Dat is dan de zinvolle bijdrage van X. Een bijdrage van niks, als je het vanuit de individualistische opvatting van de Renaissancemens bekijkt. Die had zich zijn kijk nu juist in reactie op dat gebruikt worden ontwikkeld.

In de huidige maatschappij is het gebruikt worden algemeen nodig voor het verkrijgen van ongegronde deelbewondering. Deelbewondering is gewoon aanvaarding als gelijke, als niet verachtelijke. Deelbewondering die niet langer berust op bewondering voor het geheel dat ONTSTAAT door het in gebruik bijdragen van txaenz. Verdwenen is de bewondering als voor een betekenende vorm voor het wereldgebeuren of voor 'de prestatie van de natie' (in concrete, aanwijsbare prestaties en veranderingen aan het aangetroffene) waarvan "het bruto nationaal product" de weergave in geld is.

Zinloos is het leven van wie niet gebruikt wordt door het naamloze geheel dat aan dat nationaal product bezig is. Dat nationaal product heeft niet eens meer een vorm, laat staan een betekenende vorm. Dat nationaal product maakt ook geen deel uit van een "vooruitgang", die wel een betekenende vorm zou zijn of voortbrengen.

Om voor de huidige maatschappelijke stand en gang van zaken een inspiratie te hebben is het technisch nodig om te geloven dat hetgeen uit al dat bijdragen resulteert toch is, ook al zien we dat zelf niet: het geven van een betekenende vorm aan een grote massa txaenz.

Dat geloof is dun gezaaid en dan nog eens extra zelden tot wasdom gekomen. Berichten over betekenis zijn als krenten in de pap van berichten over doem en comfort en opgeloste problemen. Het geloof houdt in dat het beter is wel dan niet bezig te zijn aan het geven van een betekenende vorm aan een hoeveelheid txaenz.

Het door geschooldheid en gewoonte grote aanbod van bruikbare txaenz is hier en nu veel en veel groter dan de hoeveelheid txaenz die Koning Klant, landen, vorsten, werkgevers voor hun vormgeven kunnen verwerken. Er is een overschot van bruikbare txaenz aangemaakt, door veel kinderen te laten komen en die allemaal te scholen en op te voeden, ze allemaal te maken tot 'vragers om gebruikt te worden'.

Zodra iemand in onbruik raakt, blijkt in hem het verhaal in negatieve vorm wel degelijk aanwezig: die negatieve vorm is de vorm van het zich leeg en nutteloos voelen, het niets met z'n dan ineens "leven" genoemde txaenz weten te beginnen, weten te doen. Het is de bedoeling dat wie in onbruik zijn deze negatieve, onprettige gevoelens hebben, want gebruikt worden is ook niet meer leuk, OMDAT HET NIET LANGER ZO IS DAT DE BIJDRAGERS DE BETEKENENDE VORM ZIEN ONTSTAAN.
Zagen de bijdragers dat, dan zouden ze geinspireerd zijn. Inspiratie echter is zeldzaam tegenwoordig.

Overal waar als betekenende vorm de oorlog, de roofmoord, de wraak en / of de natuurvernietiging is gekozen, is inspiratie een ramp. Het is echter juist daar nog het eenvoudigst om geinspireerd te raken, want hetgeen waaraan men bijdraagt is te zien en te overzien. Bovendien wordt er in die kringen waar men aan deze betekenende vormen bezig is uitdrukkelijk propaganda gemaakt, wordt de potentiele bijdragers een begrippenapparaat gegeven, zodat ze zich bij en om hun bezig zijn iets kunnen denken.

De voor zogenaamd vreedzame productie gebruikten zijn gedoemd tijdens, na en om hun werk heen weg te dromen, teneinde de vernedering buiten hun bewustzijn te houden, die ze ondergaan als ze door ondoordachte en wraaknemende klanten gebruikt worden.
Gebruikt worden vermoeit. Mee mogen doen, geinspireerd, is veel minder vermoeiend, integendeel, levert energie op. Helpen en mee vorm geven kan slechts met weinige anderen en bij het verwerken van kleine hoeveelheden txaenz.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *