Oudste taal, nieuwe taal en propagandataal

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: taal

Jaap Schot, 15 augustus 2003

De taal tref ik verdeeld, niet homogeen, niet amorf, aan. Op het eerste gezicht al zijn te onderscheiden:
1. de oudste taal
2. de moderne wetenschappelijke ‘nieuwe’ taal
3. de propagandataal waarmee gesproken wordt binnen het spel dat ‘in civilisatie leven’ heet. Daarnaast:
4. en zo voorts, de delen die later zullen worden opgemerkt als voldoende apart en zelfstandig om ook als zodanig benoemd en besproken te worden. Deze aparte en zelfstandige delen met recht op een eigen naam kunnen zich zowel naast als binnen 1, 2 en 3 bevinden.

Het zal mij nooit lukken te weten wat anderen [mensen die al dood (of elders, niet bij mij dus) zijn] met hun woorden bedoelden.
Dat is ook niet de moeite van het weten waard voor mij of voor een ander, want: iedereen is alleen.
Daaraan maakt helpen, noch waarschuwen, noch afspreken, noch samenwerken een verandering of een einde.

Zoals ieder dier heb ik mijn kenvermogen/ denkvermogen/ leervermogen ‘ten eigen nutte punt uit’.
Mijn kennen, leren en denken, zijn geen wapens, want ik kan er niemand mee raken (of helpen, ‘for that matter’), het zijn ook geen gereedschappen want wat ik ken, iets over leer en/of over denk, dat wordt door die (wel ‘mentaal’ genoemde) schijnactiviteiten van mij, niet geraakt, niet veranderd, het kan er geen weet van hebben, niets van merken.

Iedereen is alleen en dat blijft zo. Iedereen heeft zijn vermogens voor zijn eigen gebruik, daartoe. Niemand is in staat een ander aan kennis (bij kennen) te helpen: we kunnen waarschuwen, we kunnen melden, we kunnen afspreken, maar dat zijn in feite eenzijdige acties die Robinson Crusoe op z’n eiland niet kan doen, nee, maar er is pas volledig het verlangende dat met die werkwoorden wordt benoemd als er een meewerkende, het aanvullende doende ander is: iemand die door jou te waarschuwen is, die naar jou luistert, die zich eveneens, naast jou, aan de afspraak houdt. Niet zómaar een ander, een meewerkende ander. Het vals alarm, de leugen en de afspraak waar de een zich niet aan houdt. Iedereen is en blijft alleen. Wegens wantrouwen, onverstand en misverstand, om maar enkele van de vele ‘oorzaken’ of ‘barrières’ te noemen.

Het gebruiken van de taal werkt naar binnen, de gebruiker is, maakt deze op een extra, andere manier bewust van wat hij opmerkt. Als (daar waar, in het geval dat) de gebruikte taal ‘op dat punt’ goed is, helpt hem dat, als in de taal ‘op dat punt’ bedrog en onvolledig onderscheiden en/of fout scheiden zit ingebouwd, schaadt hem dat.
Hoe kom je als taalgebruiker er achter of de taal op dit of dat punt je helpt of schaadt? Antwoord: txaenz besteden aan het bestuderen van de door jou zelf op dat punt gebruikte taal (woorden, onderscheidingen, begrippen, modellen).
Techniek: eigen uitschrijfsels bestuderen aangaande die gebruikte taal.

Zelf, in je eentje voor jezelf, voor wat betreft de begrippen. Of de woorden ‘woorden’ zijn (mogen bij Lingo en Scrabble ) staat wel vast. Of de woorden eenduidig zijn, de naam van slechts één begrip, is na te gaan. Woordenboek, puzzelwoordenboek, antoniemenlijst en thesaurus zijn zeer bruikbaar. Maar de enige die weet wat je wel en niet bedoelt, ben je zelf, maar helderder dan je het uitschreef had je het daar toen dus (!) niet.

Hopelijk is er ook dat ‘niet van woorden gemaakte’ waar je het over had [1. het waargenomene en 2. de waarneming (hetzij introspectief hetzij gewoon)]. Anders ging hetgeen je geestesoor van je tekstaanmaker te horen kreeg nergens over. Dan is er dus niks om naast je gevoel die tekst te vullen met bedoeling.

Terzijde: ik weet dat ‘gevoel’ een schoolvoorbeeld van een als wijzer onbruikbaar woord is. Hier, op deze plaats, in deze context moet het echter dienen, omdat ik slechts in/bij apart voorbeeld na apart voorbeeld kan aanwijzen wat ik daar zie van wat ik hier met ‘gevoel’ aanduid.

Een algemeen voorbeeld: de propagandataal voor de ‘eigen’ cultuur of civilisatie, het fatsoen, de normen, de waarden, blijkt bij nader inzien op gevoel (zoals bedoeld) te slaan en nergens anders op. Eerlijkheid is het algemeen menselijke, dat iedere speler eist bij (binnen) elk spel van elke andere speler, omdat wie oneerlijk is, het spel breekt en de speler dus als zodanig, als speler, tenietdoet, met dwang tot vechter maakt.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën in Jaap’s teksten

Recente reacties