Jaap Schot, 16 februari 1985
De maatschappij is de knechtendrom in de samenleving. De knechten zijn onder dwang bijeen, bezig aan het onder elkaar verdelen van de goederen die ze aanmaken en de diensten die ze verlenen. Het overgrote deel der goederen en diensten zijn onnodig voor het leven en welzijn der deelnemers. Deze onnodige goederen en diensten zijn dus niet van nature gevraagd. Om voor deze goederen en diensten toch een markt te scheppen en te behouden maakt men propaganda. Hier is propaganda te omschrijven als het zeggen van "dit goed, deze dienst, hebt U nodig", terwijl dat niet waar is. De propaganda gaat uit van heel omvangrijke goederen en diensten, niet van elk apart product apart. De propaganda zegt bij voorbeeld aan de mensen dat ze een identiteit nodig hebben, een antwoord op de vraag 'wat ben jij?'. Wanneer iemand dat gelooft, kan hij kiezen uit duizenden identiteiten. Kiest hij ervoor rooms te zijn, dan kunnen hem ouweltjes en zegeningen verkocht worden, kiest hij ervoor een computerfanaat te zijn, dan zijn hem weer andere dingen te verkopen. Kiest hij er voor een hater van communisten te zijn, dan zijn voor hem "onze" bewapening zinnig en diverse boeken, tijdschriftartikelen en vergaderingen van belang. Hij zal een voorspelbare (koopkrachtige) vraag hebben.
Er is geen eind aan de variaties en combinaties. Als de mensen maar niet beseffen dat ze het onnodige niet nodig hebben en het dus nog staat te bezien of ze het willen hebben, in ruil voor hun tijd, aandacht, energie en vaardigheden. Want in de maatschappij geldt wel het 'niets voor niets'.
In de gezinnen is de verzorging die de individuen daar krijgen de bondgenoot van de propaganda. Die verzorging leidt de aandacht af van al wat nodig is. In al wat nodig is wordt door de zorg voorzien, voordat het nodig is, voordat de verzorgde in zichzelf de noodzaak kan waarnemen van dat waarin wordt voorzien. In de gezinnen krijgt men eten, drinken, kleding, er wordt voor je gewassen, het huis wordt schoon gehouden, je krijgt er rust, je krijgt er aanspraak en aandacht, kortom, alles wat je nodig hebt. Je aandacht richt zich op wat je niet hebt. Wat je niet hebt is grootstendeels onnodig. Het onnodige is nu net het grootste deel van wat de maatschappij produceert. Slechts een heel klein deel van de beroepsbevolking heeft werk dat nodig is.Het werk dat de gespecialiseerde arbeiders (werkers) in de maatschappij doen is voor henzelf als individu nooit geheel nodig: de timmerman maakt misschien in de loop van zijn hele leven maar twee ladders die hij zelf gebruikt, maar wel tienduizend die voor anderen zijn. De arbeid van gespecialiseerden is vreemd aan hun momentane behoeften, ze is een middel tot een doel. Dat is het klimmen in een boom om daar een vrucht uit te halen in de natuur ook, dat is dus niets onnatuurlijks. Ook in de natuur telt slechts het resultaat als beloning. Wat in de gespecialiseerde arbeidswereld ontbreekt is de afwisseling in de loop van de werkdag en in de loop van de carriere, het werkende leven, het verloop van de levensarbeidstijd.
Voor de meeste mensen is de arbeid herkenbaar als onnodig en saai (door de voortdurende herhaling). Dat is geen prettig gegeven, dus past men de algemene truc toe : men leidt zijn aandacht er van af. Daartoe heeft men de bewustzijnsindustrie. Die biedt twee alternatieven:
1.- het leeghouden van het bewustzijn, het voorkomen van het optreden van gedachten en dromen. Dit gebeurt door middel van betekenisloze geluiden, die men 'muziek' noemt. Dit zijn de "arbeidsvitaminen", de populaire grammofoonplaatjes die via "hilversum 3" worden uitgezonden, aanelkaar gepraat door "disc-jockeys".
2.- het vullen van het bewustzijn, met allerlei, naar keuze, op een enkele voorwaarde, met een enkele garantie: het gaat niet over de situatie van degene die zijn bewustzijn laat vullen.
Propaganda vanuit de maatschappij en overbodige, maar de verzorg(st)ers belangrijk makende verzorging in de gezinnen samen vullen de bewustzijnen der mensen met begeerten, dromen, vals bewustzijn, nergens op slaande theorieen en belangstellingen. Dit alles brengt een enorm gewoel teweeg, een oorlog tussen de mensen. Onderwerp van de strijd tussen de staten, de politiek, de economische oorlog, de bewapeningswedloop enz. enz. is niet het nodige voor het leven en welzijn der mensen. Als de mensen elkaar ooit naar het leven staan, dan is dat om redenen van luxe, om onnodigs. Ter illustratie: uit de kolonien haalde men specerijen en onnodige rommel, zoals zilver, goud en kunstvoorwerpen. Dat te bedenken bij het geweld dat er tegen de mensen daar werd begaan, helpt tegen de verstandsverbijstering die men op school door geschiedenisonderwijs en maatschappijleer probeert te veroorzaken.
De civilisatie vermaatschappelijkt, dat wil zeggen: het beschavingswerk dat verricht is in de loop der eeuwen op de mensen met vrije tijd (de consumenten van onnodigs) gaat verloren en de nieuwe rijken, de parvenues, de middenklasse-mensen gedragen zich weer net zo als de eerste onbeschaafde soevereinen in de geschiedenis. Die vermaatschappelijking noemt men democratisering. Niemand laat zich er meer op voorstaan meer te zijn dan een ander. Dat is een slimme manier om van de verplichtingen van de adeldom af te komen. Niemand beschouwt zich meer als rijk. Dat is een slimme manier om af te komen van de verplichting om aan armen wat af te geven.
0 Reacties