Jaap Schot, 29 oktober 2000
We hoeven geen nader of meer omvattend bewijs: er zijn vrijwel geen binnenhalers (downloaders) laat staan lezers van mijn opstellen. Ik ga dat niet betreuren of toejuichen, dat doe ik andere verschijnselen ook niet. Miljarden mensen doen dat (gevoelens en waarderingen voegen bij wat ze waarnemen), dus daarvan kan ik vrij nemen: Zo hèt al hoeft, IK hoef niet.
'Iets op mijn website zetten' vat ik op als 'dat niet geheim houden', niet als 'er aandacht voor vragen of trekken', niet als 'publiceren' dus [ ook niet als bijdragen, - er IS geen gezamenlijk project der mensen -, en niet als waarschuwen, -bekommerd om andermans welzijn-, en niet als schelden, - wat aanvallen is met woorden, omdat andere wapens ontbreken -].
Mijn website is dus niet meer dan een doos waarin ik een hoeveelheid van mijn teksten (virtueel) bewaar. Die doos is voor anderen toegankelijk. De inhoud is wel te kopiëren, niet te veranderen of te vernietigen. Dat is de bedoeling tenminste. [Bij nader inzien is overigens ook het bewaren van teksten op papier of zelfs klei of zelfs graniet, een bewaren van vormen en van toestanden. Schrijven is het verdelen van inkt over papier, in de ruimte: heel specifiek daar, zo, neergelegd bevat die inktverdeling mijn tekst. Ongelooflijk abstract en niet eens 'fijnstoffelijk', maar onstoffelijk: een ruimtelijk patroon. En dat is dan te 'lezen' en te 'herkennen' als betekenend deze klanken / woorden / zinnen en dan zijn die weer beladen met een betekenis die een verwijzing is naar benoemde begrippen. Wat een hoop techniek en afstellingen-leerresultaten en dat allemaal voor ...., ja voor wat eigenlijk?]
Dat er op mijn website alleen een doos staat, geen wegwijzer en geen reclamebord, rechtvaardigt het nalaten van het toegankelijk en makkelijk leesbaar maken van mijn teksten. De enige relatie die telt is de relatie van de teksten met hetgeen IK van de gegevens waargenomen heb. Waar ik over kan schrijven is zo klein geworden door mijn beperkingen dat het voor een lezer zaak is dat onderwerp in de werkelijkheid te zoeken en er zelf aan te gaan waarnemen. Ik behoor niet tussen het onderwerp en de lezer te staan, want, ongewild, beneem ik dan de lezer het (hem gegeven) zicht op de zaak in kwestie. Het is de lezer die mij tussen zichzelf en dat onderwerp kan plaatsen, kan laten staan, ik kan daar niets aan doen. Ik schrijf waarheid, niet DE (alle) waarheid, zoals ik water drink, niet HET (alle) water. De lezer moet zijn eigen waarheid nemen (zelf waarnemen dus), zoals hij zijn eigen water moet putten (tappen, drinken).
Misschien kunnen we wel terecht stellen dat "waarnemen + begrijpen = waarheid nemen".
Daarmee zouden we dan beweren dat alle levende wezens die waarnemen wel kennis hebben, maar geen waarheid kennen. Dan zou dus de kat met kennis en vaardigheid zijn muizen vangen. De mensen zouden waarheid aanmaken door kennis te begrijpen en die waarheid uit te spreken (uit te schrijven) maken door met taal (en de benoemde begrippen) tekst aan te maken: ware uitspraken. Wie geen kennis heeft, dat is: niet aan het waarnemen is, heeft geen waarheid, heeft dus niets te MELDEN. Die uitspraken zijn meldingen, die waarheid zijn in de mond van de spreker, nog slechts informatie zijn ze echter in het oor van de hoorder.
Dat iedereen zelf zijn waarheid moet nemen, betekent voor mij het mogen afzien van alle 'toeters en bellen' waarmee men hier nu aandacht trekt (c.q. vraagt).
Dat betekent voor mij ook dat ik tevreden ben als ik zelf weet dat 'het' (wat ik heb waargenomen) er moeilijk mis te verstaan staat. Ik 'functioneer' in het moeilijk maken van het misverstaan van mijn tekst. Het verstaan ervan wordt daar overigens ook niet makkelijker van. Slechts het bestuderen van de hele verzameling teksten die ik schreef maakt het verstaan ervan mogelijk. Of dat iemands moeite waard is, is zijn zaak.
"Ik 'functioneer' er in", betekent dat ik er lust aan beleef als ik merk dat het er goed staat. Met die lust moet ik tevreden zijn: ik moet niet ook nog eens verlangen gelezen en verstaan te worden, laat staan ook nog eens voor mij leerzame of anderszins boeiende reacties te bekomen.
Hiermee maak ik dus een einde aan alle volgen van de suggestie om aandacht te trekken hoe dan ook. Het is niet van belang. Mijn verlegenheid heeft me vanaf dat ik een kind was van de anderen vandaan doen gaan. Dan komt men terecht in een 'maatschappelijke' rol (leraar, docent) en daarna en daarnaast 'bij de zaken zelf'. En waar de toegang tot de meeste zaken en verschijnselen vergund moet worden of wordt verhinderd, werd mijn onderwerp 'de taal' en 'wat er uit de media stroomt' (met name televisie en radio). Dat was (is) mij vrij toegankelijk.
Als 'ik' een tekst aanmaak, dan doet de tekstaanmaker in mijn brein dat. 'Mij' valt die tekst (het bewustzijn) in en ik hoor die voor het eerst, zoals ieder ander als ik ze uitspreek. Mij wordt die tekst bewust. Als ik die tekst die mij invalt, uitspreek of (wat veel en veel vaker voorkomt) uitschrijf, dan 'redigeer' ik die altijd een beetje.
Mijn brein werkt (denkt) niet met woorden, zoals men dat doet bij Lingo en bij Scrabble. Het werkt ook niet meer met de aangeleerde (onderwezen en overhoorde) begrippen van de moedertaal en van 'op school'. Die begrippen bleken in gebruik bij de culturen en bij de civilisaties als middel om de ingezetenen aangepast te laten denken. Doordat hun brein met deze begrippen werkt, vallen de mensen 'eigen gedachten' in die in feite niet van hen zijn, maar via hen 'spreekt' hun cultuur, hun civilisatie, hun maatschappelijke positie en wel in de daarbij behorende taal. Opvattings- en beschouwingsgewoonten worden aangeleerd: confectie.
Het is te doen deze propagerende en behoudende begrippen te ontmaskeren. Nationalistische en racistische begrippen zijn al (op instigatie van de internationaal werkende c.q. beleggende, ondernemende gebruikers) als zodanig herkend en het gebruiken ervan wordt ontmoedigd en zelfs verboden. Dat lijkt heel progressief, maar het heeft een groot nadeel: Evenals bij de Joden in het Oude Testament het inzicht dat de goden der andere volkeren verzinsels, beelden, denkbeelden waren, niet 'hielp' tegen hun eigen god, zo blijkt bij deze progressieven-wetten hun kritisch-zijn zich niet tegen hun eigen vooronderstellingen te keren.
'Tegenover de aangeleerde vanzelfsprekendheden kritisch-zijn' blijkt dus de taak van iedere enkeling apart. Mijn brein werkt nu niet meer alleen met begrippen, maar ook met die erbij aangemaakte 'kritische beschouwingen' als gehelen. Op die eigen-gemaakte kritische beschouwingen passen niet de één-woord-etiketten, die in de woordenboeken vermeld staan, als namen van begrippen en als woorden met bijbehorende gebruiksgewoonten. Ik verwijs naar die kritische beschouwingen (die opstellen) met hele en halve zinnen en met opsommingen van hoofdbegrippen tussen haken. Dat maakt die opstellen die ik schrijf zoals ze zijn.
0 Reacties