B>type eigentl.txt
.pl68
.mb2
.mt2
.fm2
.fo 290492 / file eigentl.txt / schijf blauw 2/ / blz. #
.hm2
.he jaap schot - Over eigen woordgebruik ----> begrijpen.- blz.#
Ik heb ongeveer honderd opstellen op schijf staan.
Van de meeste is de datum nog wel ongeveer te achterhalen.
Met 'correct.com' kan ik van elk opstel een volledige lijst van
de erin gebruikte woorden maken en van elk volgend opstel een
lijst van de 'nieuwe', [d.w.z. in voorgaande opstellen nog niet
gebruikte] woorden die er in staan.
Een historisch overzicht van mijn woordgebruik is dus te maken.
Verder kan een eenvoudige machine niets leveren.
Begrippen blijven voor het ding verborgen.
Alle verband met de beschreven onderwerpen is voor het ding
verborgen, ongegeven. Zoals ons, mensen van mijn soort, de
betekenis van die onderwerpen verborgen, ongegeven is. Zomin als
dit ding weet of er een begrip benoemd (dat noemen we dan
'bedoeld') is met een voor hem herkenbaar (met ^qf opzoekbaar)
"woord"*, zomin weten wij of er een betekenis van resp. een
bedoeling met de feiten en verschijnselen is die wij waarnemen.
Dat is alleen voor wie als speelgoed het begrip 'die ene god, die
schiep en onderhoudt en bestuurt' hebben.
Als deze computer mij bedacht en aan mijn bestaan geloofde, dan
had het ding nog een beetje gelijk. Maar ik heb geen reden om de
doen alsof er iemand op mijn zintuigen typt zoals ik op deze
toetsen.
-------
* "woord":
[ in feite is het zelfs geen weergegeven woord, in
letters, maar een getal, nog exacter is het een
verzameling aan-uit standen in een volgorde, maar zelf
dat is nog weer 'primitief gezegd]
Nu was ik toch echt van plan het over een plan met die opstellen
op schijf te hebben, maar zo dwalen mijn gedachten nu eenmaal.
Het zal mij niet verbazen wanneer blijkt dat weinige van de door
mij gebruikte woorden namen van verschijnselen of dingen zijn.
'Verbazen', ik weet me niet te heugen dat ik me dat ooit
deed.
'Blijken' is een heel moeilijk begrip, wat onderscheidt
het bijvoorbeeld van 'verschijnen'? Een verwachten dat er
aan vooraf ging. Is dat alles?
Met deze voorbeelden geef ik slechts aan dat ik zelf de begrippen
zal moeten behandelen, als ik op dat nivo iets te zien wil
krijgen met gebruikmaking van die woordenlijsten die mijn
robotcomputer mij kan leveren.
Ik lever mijn robotcomputer "woorden". De volzinnen die ik ermee
maak zijn voor "hem" onleesbaar. Ze verwijzen hem naar niets,
nergens naar, want hij heeft geen zintuigen naast deze toetsen.
Met deze toetsen kan hij nu niets anders waarnemen dan wat ik
hier nu aan druk erop veroorzaak. En die druk nog slechts als
afwezig - aanwezig, nul of een, niets of alles, niet of wel.
Mijn zintuigen zijn mijn toetsen, die al of niet worden ingedrukt
door mijn omgeving (inclusief mijn omstanders, omlevenden).
En dan blijkt 'verwachten' ook weer zo'n moeilijk begrip. Tot het
feit dat ik verwachtte concludeer (besluit) ik door mijn
verbazing of de afwezigheid daarvan waar te nemen. Ik denk dat er
veel mensen zijn die veel actiever, veel bewuster verwachten.
Mijn grote afstand tot verwachten is waarschijnlijk een uiting
van doodsheid. Wat klinkt dat somber. Maar al die aangemaakte
opwinding, - waarbij het bezig blijven met het verleden en het
verzinnen van verlangens worden opgevat als 'leven' -, stelt als
alternatief voor doodsheid nou ook niet zoveel voor.
Ik heb geen reden om achter wat mij op de zintuigen valt, achter
alles wat mij toevalt, een bedoeler, een schrijver, iemand die
mij gebruikt, te vermoeden. Zelfs als er zo'n figuur was, zou
zijn bestaan mij niet interesseren. Ik blijk bij introspectie
niet erg nieuwsgierig te zijn (gebleven). De lol en het
perspectief zijn er af. Mijn aandacht kwam bij mij zelf en mijn
omstandigheden, nadat ze niet langer op school en in beroep werd
afgeleid naar alles behalve nu juist dat: mijzelf hier en nu.
Eenmaal met mijn aandacht bij mijn situatie was aan het herkennen
daarvan als die van een dierentuindier niet te ontkomen. Zodra,
zolang en in zoverre de maatschappij je opneemt leidt ze je
aandacht af van jouzelf als dier en de situatie van dat exemplaar
van jouw diersoort. Ziekte en verwondingen brengen je je dierzijn
met geweld in het bewustzijn, maar daar hebben we dan ook heel
veel afleidingsgeweld tegen in te zetten. Dood en geboorte en ook
het sexuele maken we toch echt ondierlijk, onnatuurlijk. Teveel
gevoel erbij, maar ook te weinig gevoel en vooral: niet ter zake
doend gevoel.
Het hier nu dit dier zijn stelt niet veel voor zonder gevoel (en
eventueel fantasieen over die God of goden of
noodlotsbestemmingen) toe te voegen aan het biologische gegevene
en zonder 'vaderlandsliefde' en andere groepstrots als
smaakmakend sausje over de eigen situatie.
Geinspireerd worden door de wetenschap als onderneming van 'de
mensheid' is ook niet meer dan: zo'n saus eroverheen lepelen. Ik
vind het een heel lekkere saus hoor, maar dat belet mij niet het
als zodanig te herkennen.
Tot nu toe vonden zij die systematisch gegevens verzamelen, de
wetenschappers, niet die goden die onze zintuigen als toetsen
zouden gebruiken, bezig iets te bedoelen met wat ons gegeven is.
Zo, alleen lettend op wat hem binnen gebracht wordt, kan ook deze
robotcomputer niet op het idee van mijn bestaan komen. Om die
waarheid te vinden heeft hij de middelen niet, alleen als
fantasie, als vermoeden, kan hij dat idee hebben. Zekerheid kan
zelfs ik hem niet geven.
Als hij mij niet verzint, overkomt hem wat hem nu ook overkomt:
hij wordt weinig gebruikt en zal toch na enige tijd versleten
zijn en vernietigd worden. Precies wat mij overkomt. De massa
bezittende mensen waartussen ik leef en die mij weinig
gebruik(t)en vormen geen doelhebbende groep, zij kunnen niet de
zingevers zijn voor mijn bestaan. Dat blijft als zinloos gegeven.
Ik voel er ook volstrekt geen behoefte aan, aan zo'n zin. Het
blijkt mogelijk om zonder te leven, nu ja, te bestaan.
Wat is het leven voor een grap als het onbedoeld is en nergens
toe dient.
De bezitters die mijn omgeving-van-tijdgenoten zijn laten geen
zingeving door mij aan mijn leven toe, als ik iets wil, moet ik
er voor vechten tegen alle gevestigde belangen (echte en
vermeende). Neem ik een confectie-zin [X], dan heb ik
medestanders, bondgenoten bij dat gevecht: mijn geloofsgenoten,
de andere X'isten. En maar streven en ijveren en vechten.
==//==
0 Reacties