Over het vinden van woordgroepen, synoniemen, verwante termen en antoniemen

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief | Overige teksten

Trefwoorden: onbewerkte versie

Jaap Schot, 23 maart 1987

B>type woordset.txt

.pl68

.mb2

.mt2

.hm2

.op

.he          23 maart 1987 / file woordset.txt/schijf blauw9/ blz. #

 

 

                      Over het vinden van woordgroepen,

                  synoniemen, verwante termen en antoniemen,

      die samen een gereedschap vormen voor het onderscheidend benoemen.

 

1.De werkwijze.

 

We gaan uit van de woorden die ons spontaan meteen invallen of die we in een boek/tekst aantreffen.

Daarna zoeken we in een puzzlewoordenboek deze woorden op en vinden zodoende

woorden die voor de puzzelaar als vervanging voor de term in kwestie gelden.

Deze woorden zetten wij op een lijst.

De woorden van de zo gevonden lijst verwante termen / woorden kunnen we nu een

voor een in het Engels vertalen en via de Merriam-Webster Thesaurus komen we

dan aan een veel uitgebreider en beter gestructureerde lijst, compleet met

enkele begripsomschrijvingen (omschrijvingen van de begrippen waarvan de

woorden de namen zijn).

De gevonden engelse woorden vertalen we weer in het Nederlands en we zoeken de

(ten onrechte, 'betekenis' genoemde) begripsomschrijvingen op in verklarende Nederlandse

woordenboeken.

Dan komt de centrale bezigheid !:

we schrijven uit wat ons bij de woorden in kwestie invalt.

Diverse paren woorden hebben wij zelf in gebruik om een duidelijk verschil aan

te geven.

Bijvoorbeeld:

demonteren gebruiken we voor het ongedaanmaakbaar uit elkaar halen van iets

door iemand die dat ongedaan maken kan en op een wijze die dat ongedaanmaken

mogelijk houdt. Anders noemen we het uit elkaar halen 'slopen' of 'kapot

maken'. Als het stuk maken niet meer 'uit elkaar halen' kan heten omdat het

met overtollige kracht en met het aanbrengen van beschadigingen gedaan wordt,

noemen we het wellicht 'vernietigen'.

 

Zo onze eigen woordgebruiksgewoonten uitschrijvend 'naar de huidige stand'

maken we ons bewust wat ons brein aan onderscheidingen, aan relaties tussen

onderscheiden grootheden en aan spreekbeelden in gebruik heeft. Dat bestand is

het waarmee het die tekst vormt die wij in ons horen opwellen als we niet

spreken en die we onszelf horen zeggen als we praten met iemand anders.

 

Op deze manier krijgt ons brein nieuwe onderscheidings-, verbeeldings-,

schematiserings-, benoemings- en besprekingsgewoonten.

Als we die onderscheidingen enz. die we zodoende leren tot gewoonten willen

laten worden, moeten we ze (die onderscheidingen enz.) dikwijls gebruiken.

Willen we van ons brein een generator van goede doordachte tekst maken, dan

moeten we ons beperken tot een klein gebied (tot weinig onderwerpen dus) en

wel tot onderwerpen die we echt zelf kunnen waarnemen en ervaren. Dat laatste,

- het ons gegeven zijn van dat waarover we spreken, waarover we ons tekst

laten invallen -, is nodig omdat onze tekst moet resulteren uit de werking van

twee sturende en beperkende krachten: een kracht vanuit de gegevens en een

kracht vanuit ons begrippenapparaat (de reeds genoemde verzameling

onderscheidingen, beelden, verhoudingen, schema's).

Wie ware uitspraken wil doen, wie wil dat hem waarheid invalt, kan niet zomaar

zeggen wat hij wil, kan niet zomaar denken wat hij wil.

Het zintuigelijk en in ervaring gegevene van de werkelijkheid die besproken

wordt en het begrippenapparaat waarmee besproken wordt bepalen en sturen samen

het brein bij wat het ons laat invallen.

Langzamerhand slechts neemt daarbij af de invloed van het geheugen en van

vroeger opgelopen gewoonten van opvatten, beoordelen, benoemen enz..

                                --//einde//--

Het door geschooldheid en gewoonte grote aanbod van bruikbare txaenz is hier en nu veel en veel groter dan de hoeveelheid txaenz die Koning Klant, landen, vorsten, werkgevers voor hun vormgeven kunnen verwerken. Er is een overschot van bruikbare txaenz aangemaakt, door veel kinderen te laten komen en die allemaal te scholen en op te voeden, ze allemaal te maken tot 'vragers om gebruikt te worden'.

Zodra iemand in onbruik raakt, blijkt in hem het verhaal in negatieve vorm wel degelijk aanwezig: die negatieve vorm is de vorm van het zich leeg en nutteloos voelen, het niets met z'n dan ineens "leven" genoemde txaenz weten te beginnen, weten te doen. Het is de bedoeling dat wie in onbruik zijn deze negatieve, onprettige gevoelens hebben, want gebruikt worden is ook niet meer leuk, OMDAT HET NIET LANGER ZO IS DAT DE BIJDRAGERS DE BETEKENENDE VORM ZIEN ONTSTAAN.
Zagen de bijdragers dat, dan zouden ze geinspireerd zijn. Inspiratie echter is zeldzaam tegenwoordig.

Overal waar als betekenende vorm de oorlog, de roofmoord, de wraak en / of de natuurvernietiging is gekozen, is inspiratie een ramp. Het is echter juist daar nog het eenvoudigst om geinspireerd te raken, want hetgeen waaraan men bijdraagt is te zien en te overzien. Bovendien wordt er in die kringen waar men aan deze betekenende vormen bezig is uitdrukkelijk propaganda gemaakt, wordt de potentiele bijdragers een begrippenapparaat gegeven, zodat ze zich bij en om hun bezig zijn iets kunnen denken.

De voor zogenaamd vreedzame productie gebruikten zijn gedoemd tijdens, na en om hun werk heen weg te dromen, teneinde de vernedering buiten hun bewustzijn te houden, die ze ondergaan als ze door ondoordachte en wraaknemende klanten gebruikt worden.
Gebruikt worden vermoeit. Mee mogen doen, geinspireerd, is veel minder vermoeiend, integendeel, levert energie op. Helpen en mee vorm geven kan slechts met weinige anderen en bij het verwerken van kleine hoeveelheden txaenz.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *