Jaap Schot, 20 oktober 2003
Bekijken wij een (natuurfilmopname van) een school vissen of (dicht bij huis in het echt) een grote zwerm spreeuwen, dan zien we bij dieren optreden wat onszelf ook overkomt: in een situatie zijn waarin voor en achter, links en rechts, onder en boven en wel in alle richtingen het enig aanwezige en het enig zichtbare is: soortgenoot. Soortgenoot, druk bezig te ontkomen aan gevaar (die vissen, gevaar is de reden van het vormen van een school en vaak ook van een zwerm), zich verplaatsen en bij mensen: al elkaar dienend voor geld het de opeengehoopte massa van de grenzen uit binnenkomende nodigs verdelen: wie niet ‘werkt’ zal ook niet eten. Er vliegen spreeuwen mee die niet geschrokken zijn en bang geworden, maar opgevlogen omdat de anderen dat ook deden. Gevoel is aanstekelijk in dieren (in de dieren die mensen zijn dus ook). Biologie en ethologie zijn de wetenschappen die ware uitspraken over mensen en dieren doen.
Literatuur, fabels, en rechten en psychologie en sociologie zijn opeenhopingen van onware uitspraken en verzinsels, die door mensen voor elkaar zijn aangemaakt met als doel iets anders te vertellen dan de uiterst onaangename waarheid.
Die waarheid is: wij zijn niet langer bang voor iets buiten onze massa, maar voor elkaar. Wij, mensen, hier nu, lopen ook echt geen enkel gevaar meer van buiten de mensheid. Pas nadat andere mensen ons kwaad gedaan hebben (bestolen, arm gemaakt, in een KZ gestopt, tot schipbreukeling gemaakt, de handen afgehakt of zoiets, - ontelbare varianten flikkeren op mijn televisiescherm, vrijwel dagelijks -, worden wij het slachtoffer van ziekten, honger, dorst, kou en, jawel hoor, op de allerlaatste plaats: van roofdieren).
De hel, dat is de gezamenlijkheid der anderen. En in die hel zijn heel velen. En ieder van ons behoort tot de bemanning van die hel. Die hel heet ‘de beschaving’.
In Australië troffen ze het hele scala van dierenrollen in een ecosysteem aan ‘in buideldier’: er waren buidelwolven en er waren buidelgraseters en buidelaaseters en er waren buidelboombeesten. En zo voorts. De hele bemanning van het ecosysteem in buideluitvoering. Zo is er binnen de massa mens zo’n systeem ontstaan in mensuitvoering: roofmensen, prooimensen, afvaleters, boommensen, riviermensen, de hele variatie. Menseneten, dat is me toch erg, oh. Kannibalisme, och, ach en wee. Opmerkelijk. Er is niks ergs aan. Ook dat lijken worden gegeten door wilde dieren is in het geheel niet erg. Dat mensen net als alle dieren sterven is alleen door de pure waanzin van ‘de mens in massa’ erg, volgens diegenen die nooit aan de rand van de massa (de school, de zwerm) waren of zich daar dachten. Je kon kiezen, als soort ‘dingen’: met doodgaan, dan kon je kinderen krijgen of zonder doodgaan, dan kreeg je geen kinderen. De kiezelstenen, zo gaat het sprookje verder, kozen ervoor niet dood te gaan.
==========
20-10-03 13:15| 20-10-03 13:16:
=========
Wij zien nu dit: tussen ons en ‘vrijwel alles wat te zien, te horen en te lezen en op te merken is’ zitten mensen in. En de meeste daarvan, - zeker die welke door de media werden toegelaten -, zijn dermate ingebed in en aangepast aan de stand en gang van zaken in de massa, dat ons het zicht op wat waarlijk gebeurt is verhuld, is vertekend en/of ons ‘door foute begrippen en modellen begeleid’ verschijnt.
=========
In menige tekst is de schrijver aanwezig als vertekenaar van zijn gegevens. De taal is heel moeilijk te gebruiken voor eerlijk en duidelijk melden van en wijzen naar verschijnselen. Beeldmateriaal (eeuwen geleden tekeningen van nooit waargenomen zaken / ‘dingen die slechts in verhalen gebeurden’) wordt vertekend, tegenwoordig met enorme computerprogramma’s.
Geloven, in de natuur, toen wij dat evolutionair leerden, net als de stokstaartjes, was bron van veel overleven, dat de niet gelovenden onthouden bleef. Wie wachtte tot hij de roofvogel en de slang zelf zag, werd als stokstaartje vaak veel minder oud en ouder van veel minder nageslacht dan wie te waarschuwen was en op zijn gevaar meldende naaste vertrouwde. Zo ook de mensen. Maar het is duidelijk dat wanneer er wat te eten is en de gelovigen verwijderen zich als jij vals alarm geeft, dan kun je toch een flinke hap binnenkrijgen, die je anders zou hebben gemist. Voilà. Zo moeilijk was het intellectueel gezien nu ook weer niet. Wie op zulke ideeën kwamen hadden meteen moeten worden doodgemaakt. Maar dat is niet gebeurd en nu zitten wij ermee dat het bedrog de waarheid volstrekt heeft overwoekerd (om het maar eens totaal onverdedigbaar ongelukkig te verwoorden met van die zelfstandige naamwoorden die in elk woordenboek te vinden zijn, maar een wereld van warrigheid veroorzaken in iedereen die ermee ‘denkt’. Dan hebben we meteen een schoolvoorbeeld.).
==========
Regeren is fout, majesteit, niet of de leugen of U dat nu doet is van belang, maar dat de hele meute zich verlaat op het op buitenbesturing staan. Geloven is nu fout, los van de inhoud. Waarom is het nu fout? Antwoord: omdat in de structuur die in de massa (de school, de zwerm) is aangebracht, dat is het typische extra (ten opzichte van de vissenmassa en de vogelmassa, de school en de zwerm) voor de ménsenmassa, die structuur, blijvend en met terreur gehandhaafd (zie Canetti, ‘Massa en macht’) er plaatsen zijn met macht, waarop mensen komen te zitten die er in slagen daar te komen, iets waarvoor totaal andere vaardigheden en eigenschappen nodig zijn dan leiderscapaciteit en eerlijkheid en intelligentie of welke ooit ergens positieve eigenschap dan ook.
===========
Omdat er in de structuur van de mensenmassa plaatsen zijn met macht, waar dweilen op komen. Altijd komen de verkeerden boven drijven, op die plaatsen te zitten. En wie niet verkeerd, als een dweil dus, arriveert op die plaats, wordt door de macht gecorrumpeerd.
==========
Elke structuur is kwaad (evil). Macht is uit den Boze. Alle macht is fout. Macht maakt vee uit vrij en zonder rang geboren kinderen.
Maar: wat gebeurt er als je honderden nertsen bevrijdt uit hun kooien? Wat gebeurt er als je ophoudt koeien en paarden als vee te behandelen, stel je voor dat het verschijnsel mens door buitenaardsen vernietigd werd, als plaag. Als plaag, niet als diersoort, waarom, die andere soorten daar zitten ook rare tussen. Weg als plaag, als natuurramp.
Wat gebeurt er dan? Antwoord (door de lezer zelf met voorbeelden te illustreren, ik heb er hier niet de txaenz voor over, ik wil verder met het betoog): niks positiefs, die beesten hebben niet geleerd als wilde dieren hier zelfstandig te LEVEN, en wat meer is: dat kán niet, ze vormen een plaag, een bijplaag van ‘de mens’. De koeien zouden sterven in de eerstvolgende geboorte, de nertsen komen om van de honger, de honden en katten moorden en eten het aas van het ellendig omgekomen vee en gaan daarna zelf massaal dood aan ‘gebrek aan geneeskundige verzorging’.
Maar na zo’n paar honderd jaar zie je van die gevolgen natuurlijk niks meer. ‘De natuur’ is geen couveuse, het paradijs, de toestand van voor het gaan bedrijven van landbouw en veeteelt vertoonde geen enkele overeenkomst met luilekkerland en vakantie – recreatie – parken.
20-10-03 13:57||20-10-03 14:18:
============
Ook wij, de lezer en ik, die thuis en op school en op het werk vanaf onze geboorte verzorgd en in gebruik zijn geweest, kortom, die als vee werden geboren en worden gevangen gehouden en gebruikt door het systeem, bemand door de anderen, die echt niet allen onze meerderen / bevelengevers zijn, maar soms zelfs minder geacht dan wij, lager in rang volgens de conventies, ook wij kunnen niet ‘in het wild overleven, leven, laat staan LEVEN (= volop volledig en harmonieus met al onze organen functioneren). Wij zijn gedoemd als vee te leven. Feitelijk, lijfelijk, metterdaad.
Maar: wij zijn in staat, - dank zij de taal waarin die mogelijkheid door velen ook is ingebouwd, door er woorden, begrippen, onderscheidingen en modellen / theorieën en paradigma’s in onder te brengen, die voor ons (zij het met enig besteden van onze txaenz) in gebruik te nemen zijn -, om onze ama als verpakte, verhulde leidsels te herkennen en ons als IK te postuleren en dat is: als los van die leidsels.
Het systeem is ONS een (ons) ecosysteem, niet ONS, slechts ons speelveld. WIJ zijn WETENDEN. Zo wij ons als IK postuleren. Ja, ons IK komt uit ons ik. Omdat in ons ik die taal zit, die ons de mogelijkheid geeft om naast ons vee zijn ons ECHT ZIJN te denken: ECHT, ZELF LEVEND, ZOALS EEN WILD DIER. Dat is geen ideaal, geen wensplaat, dat is een denkbeeld, denkgereedschap ook, waarmee WIJ, ONS onmenbaar kunnen maken. Onmenbaar, niet te mennen. Wij kunnen tegen onszelf zeggen: IK ben geen paard, IK word niet meer gemend, geleid, van buiten af door iets of iemand anders gestuurd. Ik moet wat nodig is voor mij, van binnen uit om te LEVEN, verder hoef ik niets, helemaal niets. Zo min als een gnoe verplichtingen en idealen om na te streven heeft, heb ik die. Die zijn mij aangepraat en een gnoe niet omdat die niet via de taal te beïnvloeden, niet door ons te waarschuwen is en dus niet ingewikkeld vals te alarmeren.
==========
Je als IK postuleren is zo ongeveer: je terug trekken op je dier-zijn. De sociologie en vooral de psychologie uit, de biologie in, maar wel als mens: denkend in en met de beste taal (begrippenapparatuur) die je vinden / leren kunt.
====== 20-10-03 14:38||| 20-10-03 15:10:
Al wetgevend, al ‘zo regelend’, al ‘gewoontevormend’ leven de gevangenen / gebruikten, als geplaatsten, zittend op de stoelen van wetgevers, regelaars, opvoeders, curriculumvullers, niet hun eigen leven, maar dat van de later geborenen in dit systeem.
‘Onze’ rechtsstaat is de onze niet, maar de verwerkelijkte (= tot geldende als bevel en suggestie veroorzakende wet / regeling geworden) wens van wie voor ons leefden en op de beslissersplaatsen zaten. In hén die voor ons leefden kwam de wens op, die voor onze tijd in vervulling gaat. De wens in kwestie past niet bij onze buitenspelomstandigheden [schoolvoorbeeld: wij zagen dat het mis ging / gaat met alle levenden die niet mee spelen in ons maatschappelijk spel, die niet in onze massa gevangen zitten en met hun omstandigheden en daardoor met ónze uiteindelijke omstandigheden. Onze voorouders maakten voor iedereen een auto en andere attributen van rijk-zijn mogelijk, haalbaar, te verkrijgen. Toen dat aan het worden was, werd helder dat ‘de natuur’ [= dat wat niet volgens ‘wat geldt’, maar volgens ‘wat waar is’, niet volgens menselijke wetten, maar volgens natuurwetten, gebeurt] niet kon en ‘wilde’ leveren wat wij mogen hebben en dienen te begeren volgens onze voorouders-wettenmakers/regelaars.]
========
Diep-in vind ik het allemaal zo banaal-gemakkelijk in te zien en op te merken, dat het uitschrijven me verveelt.
Wie er zelf niet op kwam / op komt, liet / laat zich afleiden. Hij gehoorzaamde aan het bevel zijn txaenz aan iets anders dan het inzien van zij situatie als stuk vee te besteden. Die situatie en de van nature in ons daarbij optredende afkeer / tegenzin, zijn de oorzaak van elk gevoel van ‘niet echt gelukkig zijn, gelukkig zijn zonder enige aanleiding van buiten nodig te hebben’ de oorzaak ook van de afwezigheid van het telkens zomaar moeten glimlachen om de anderen in hun koeachtig reageren.
Iedereen KENT de feiten waar het om gaat in dit verhaal. Het is niemand ontgaan dat er heel veel onnodigs wordt gedaan en aangemaakt en gekocht en in onbruik gelaten en niet sámen bezeten, zodat het echt verbruikt wordt. Duizend voorbeelden zijn er in elk huishouden. Het rilkussen, de mixer, de boeken in de bibliotheek, de computer, kijk om je heen en je ziet dat je met een dorp kunt uitkomen met de rotzooi die je i je eentje in huis hebt en dat je 12 modeveranderingen kunt overslaan, omdat de spullen nog steeds voldoen aan elke zinnige eis die je er aan kunt stellen en voldoen voor elk nodig doel.
“Lul toch niet”, zou ik soms willen roepen, op televisie tijdens zo’n opname: “KIJK, neem waar!”, maar dat is onzin, want dat is buiten spel. Wat via de media komt is propaganda en anders komt het er niet in, niet door tot ons. Dat geldt voor boeken evenzeer als voor televisie-uitzendingen.
Maar thuis kun je dat gewoon zelf [ZELF] ZIEN. IK weiger om via mijn ama door de massa gemend te worden. IK zeg: IK ben een stuk denkgereedschap waarmee ik [als op zelfbestuur gericht / tot zelfbestuur geëvolueerd dier (genencombinatie zonder dat vervloekte hondengen der ‘geboren slaven’)] mij losmaak van de mij door hen omgelegde leidsels (van het ama waarmee ze mij opgezadeld hebben en via hetwelk ze mij berijden).
Ik verdom het verder, ik postuleer mij een IK.
HET KÁN.
===========
En wordt een mens daar dan gelukkig (happy) van?
Ja en wel meteen en voorgoed, zolang hij niet terugvalt.
En LET OP:
ALLES EN IEDEREEN OM HEM HEEN BLIJFT ROEPEN WAT ONWAAR IS. Daarom moet de ontsnapte, wie zich losmaakte, wie zich als IK, dat is: als dier, van de wilde diersoort mens, dus als taaldier ging opvatten en ging denken:
Ononderbroken zich vele duizenden keren in de loop van vele jaren zelf voorzien van de gedachten (woorden / teksten) die behoren bij die vrije manier van LEVEN, ZELF DENKEN.
Ooit in de nooit beschreven tijd voordat de slavernij, het mensengebruik werd ingevoerd, hoorden de vrije mensen elkaar dit nodige, deze ondersteunende teksten / gedachten zeggen en zagen de anderen de bijpassende vrije gedragingen vertonen. DAT IS NU NIET MEER VOORHANDEN EN DUS MOET IEDERE VRIJE MENS [IEDEREEN DIE EEN IK IS] DAT NU ZELF VOOR ZICHZELF VERZORGEN.
IK DOE DAT DOOR DAT EINDELOZE UITSCHRIJVEN VAN MIJ.
==// 20-10-03 15:50 |||\\==
20-10-03 17:50:
“Wat moet ik dan tegen mezelf zeggen, die ideale vrije volksstam van mij om mij heen imiterend, vervangend, virtueel aanmakend?”
Dat is een goede vraag.
1. Niets wat mij niet lijfelijk raakt, kan mij iets schelen.
2. Ik geef nergens meer om, als ik een gevoel krijg dan komt dat door mijn ama en daar heb ik niks mee te maken.
3. Ik hoef niks onnodigs.
4. Ik moet alles wat nodig is, moeten is geen hoeven; waar zijn betreft het natuurlijke, de schepping in (o.a.) Bijbelse termen is ongelijk aan gelden, ‘gelden’, dat doen verzinsels, regels, zodra, zolang en in zoverre die gehandhaafd worden. Handhaven van wetten en regels is gewoon dwingen / bevelen, als het nodig was, hoefde het niet te worden afgedwongen: ademhalen bijvoorbeeld hoeft niet, dat moet.
5. Ook propaganda die gemaakt wordt voor iets, bewijst dat dat iets niet ‘bestaat’, niet echt is, niet voor zichzelf kan zorgen, niet geschapen is., niet waar is, dus niet nodig.
6. Iedereen eindigt op zijn vel en met zijn dood, of hij zich dat nu durft bewust te maken of niet. Al dat zich een mening vormen over wat voorbij is, elders is of later ooit komt, is pure opschepperij, het is het zichzelf opblazen als een ballon: zelfinflatie. Door die zelfinflatie word je lek te prikken, maar krijg je geen gram gewicht meer. Wie lekker groot opgeblazen wil zijn tussen andere ballonnen, moet zich vooral voor mij niet inhouden. Ik ben voor poeha niet aanraakbaar. Mij imponeren ze niet.
7. Het is hún wereld, niet de mijne. Zíj spelen het spel ‘cultuurtje’, ‘beschavinkje’, ‘civilisatietje’, ik niet. Dat spelletje is een spelletje, het is niet nodig. Het hoeft dus hoogstens en wel volgens hen, nou, laat hen dan vooral met alle moeite mij dwingen: die moeite zal het hen niet waard blijken, want er zijn bemanningsleden en gebruiksvee in overvloed. Dus heb ik vrij.
8. en zo voorts.
9. en zo voorts.
=========
20-10-03 21:09||:
============
Objectiveren = desocialiseren, ontsocialiseren, ik bedoel:
Je ama weghalen van tussen jou en je onderwerp (= wat je opmerkt), desubjectiveren ontsubjectiveren ook: het buiten werking zetten [bij zowel het je bewust worden als het melden van je onderwerp] van de jou aanklevende, ‘appercepiërende massa aangeleerds’ kenmerkende manieren van onderscheiden en benoemen en [(oh god, ja dat ook:) beoordelen, keuren, schuld toeschrijven, loven, bewonderen, veroordelen]; daar gaat het om.
===========
Jou vijandig zijn zowel het jou gebruikende systeem als dat wat daarvan, door jouw leren, aan jou kleeft als ama (wat ze in die foute psychologieboeken voor het gewone volk ;je persoonlijkheid’ noemen, waarbij altijd mede wordt gesuggereerd dat jij, als genencombinatie, die persoonlijkheid hebt gekozen en/of van binnen uit afgescheiden, dat hij van binnen jou uit komt, zoals je huid. Nou, dat is níet het geval: je persoonlijkheid is gewoon aanklevend vuil. Dat tot je door laten dringen is net als het nemen van een goede douche. Maar: wat blijkt nou: ze hebben je getatoeëerd. Je kunt die rotzooi er niet af krijgen. Je blijft het zien. En de anderen ook. Maar: jij koos nooit voor deze tatoeage. Het is niet meer jouw keuze dan dat litteken een eindje verderop dat je niet werd aangedaan, maar uit een klein privaat natuurrampje stamt.
Ze hebben je wijsgemaakt en proberen dat nog steeds dat die tatoeage bij jou hoort. En hier moet ik overgaan op een ander bespreekbeeld: die persoonlijkheid, die jij niet kunt afleggen, zoals een paard zich niet van zijn bit en leidsels kan ontdoen, omdat hij geen handen heeft, die persoonlijkheid, daar willen vele mensen die je (een beetje) kennen, je mee mennen: via die aangrijpdingen, die argumenten en zo waar jij gevoelig voor bent, willen ze je gebruiken. De wens en gewoonte jou te gebruiken zit in het systeem, maar raakt jou via je naasten, via de mensen die met je omgaan, die iets van je willen. [En je niet, zoals ik nu, voor zichzelf waarschuwen! Grapje. Maar met een ernstige ondertoon. Hoedt U voor Uw naaste, die is niet kwaadaardig, maar zijn ama deugt evenmin als de ama van enig ander geciviliseerde. Je naaste is geen oorsprong van het kwaad, het kwaad [dat is voornamelijk: het mensengebruik] komt niet uit de boze natuur van de genencombinaties, nee, het zit ‘m in de ama’s, die tegen het verzet van de meeste kinderen in, is aangebracht en nooit op initiatief van die kinderen. En als er eenmaal een dweiltje om een kind heen is aangebracht, lijkt die door een ama omgeven jongere precies op een oorspronkelijke dweil, een dweil van binnenuit: je ziet nu eenmaal van een ander alleen zijn gedrag en zijn gedrag komt altijd via zijn ama tot stand en wordt onder invloed van zijn ama verzonnen, gekozen, vorm gegeven.] Of het oorspronkelijke, vrij en ongerangschikt en zonder ama geboren kind binnen in de ama nog leeft en bereikbaar is, dat is per iemand die je tegenkomt jou onbekend.
Makkelijk bereikbaar zullen mensen niet zijn, hun ama zit in de weg en ze geven je echt geen tijd om hen uit te leggen dat ze óm die ama heen met JOU in contact moeten treden, passerend, omgaand, dat hen zelf vijandige ding, die leidsels, dat zadel, waarmee ze gebruikt worden, op buitenbesturing staan en wrevelig zijn en vol tegenzin zitten, waarvan ze de herkomst niet weten (wel KENNEN, maar niet hebben leren opmerken, onderscheiden en benoemen en bespreken, want dat leren neemt txaenz en die werd hen voor voetbal e.d. afgepakt, hen verleidend met ‘erbij mogen horen’)
==========
Het is niet ingewikkeld, niet moeilijk, maar zoals alle tekst waarmee iemand iets aanwijst, heeft ook deze uitleg een omvang en het bestuderen ervan neemt (vrij veel) txaenz.
=======
20-10-03 21:42|||
0 Reacties