Jaap Schot, 4 januari 1999
"Die erwten uit blik zijn niet te eten, wist je dat?"
Antwoord: "Jawel, die zijn voor de verkoop."
De afpersers van beschermgeld zijn (vormen, leveren) zelf het gevaar waartegen ze beschermen.
Wanneer er eenmaal een massaproductie is en de keuringsdienst voor waren (het staatstoezicht) goed werkt, dan is er geen gelegenheid voor nieuw beginnende kleine ondernemers ten aanzien van dat product.
Die situatie is er een met een enkele fout, dat ontbreken van die kans voor nieuwelingen.
Maakt men daar een nieuwe fout bij, namelijk dat het staatstoezicht niet goed werkt, dan is dat geen verbetering.
Maakt men er nog een fout bij en misbruikt men de gevestigde positie door een slechte kwaliteit product te maken, dan is ook dat geen verbetering, al komt er voor een kleine ondernemer even de kans om voor wie extra betalen een beter product te gaan maken, als er tenminste geen monopolie wettig is of onwettig gehandhaafd wordt (bijvoorbeeld: het opkopen van patenten of, anders-misdadig door brand te laten stichten of ongelukken te laten veroorzaken).
De nationale staten veroorzaken voor elkaar het gevaar waartegen de regeringen door middel van legers en diplomatie beschermen. De nationale staten zijn verzinsels en nergens de oorzaak van, het zijn degenen die met die verzinsels spelen, de regeerders, die het gevaar veroorzaken. Die regeringen zijn net zo bezig als die afpersende maffia-lieden. Die lieden kunnen als enkeling die maffia organisatie niet opheffen, zo min als wie ergens aan de regering, aan de macht zijn, de staat, de natie, de nationale staat kunnen opheffen.
In de democratieën waar verkiezingen zijn gaat het er tegenwoordig niet meer om een bepaald en doordacht plan met gebruikmaking van de staatsmacht te verwerkelijken. Diegenen die zich verkiesbaar stellen verkopen de gelegenheid om de macht die de kiezer gelooft te hebben via hem te laten uitoefenen om één (of meer) losse voordelen via de staat naar hem toe te laten stromen. Die losse voordelen zijn dus onderling niet verbonden en niet verbonden met enig plan. Voor 'voordelen’ kunnen we zonder veel van de betekenis te verliezen gerust 'sommen gelds’ lezen.
Wat de kiezer de politicus die hij kiest voor zich wil laten doen is hem kosten besparen (lastenverlichting, belastingvermindering en het opheffen van wettelijke voorschriften die hem geld kosten).
Dat er politieke partijen zijn is een overblijfsel uit de tijd dat er nog samenhang moest zijn in wat men zei met de staatsmacht te willen gaan veranderen. Zo'n te begrijpen, want samenhangend politiek plan paste in de tijd waarin mensen er naar streefden een karakter te hebben en dus te kennen te zijn. Het was de tijd waarin de natuurwetenschappen en de betrouwbaarheid der mensen inspireerden.
Nu zijn politieke partijen samenwerkingsverbanden van ambitieuzen die de politiek als weg naar boven op de maatschappelijke ladder kiezen. Bij elkaar in een partij komen diegenen die er op gokken dat waar die partij vagelijk voor kan staan wel verkoopbaar zal zijn aan een voldoende aantal kiezers.
Wat men wel 'de politieke agenda’ noemt is niets anders dan een lijst van verkoopbaar geachte aanbiedingen aan de kiezers. De politici weten, zoals ook elke schaker dat weet, dat wie tegen een of meer anderen spelen, het verloop van het spel niet kunnen bepalen of richten. Ze kunnen niets terecht beloven, geen resultaat, nauwelijks een streven daarnaar.
Het voorgestelde, waar op gestemd, voor gestemd, exacter waar een voorvechter voor aangewezen, aangesteld, verkozen kan worden, dat voorgestelde is er niet om het te bereiken, het is er voor de verkoop, als onderwerp om het over te hebben in de verkiezingspropaganda. Het is er mee als met die erwten die de vrouw van de koopman uit de eigen winkel had gehaald voor de eigen maaltijd.
De politici streven de doelen waarvoor ze verkozen zijn niet zomaar na, ze ruilen ze vaak ook in tegen wel haalbare, andere doelen. Ook hier weer zijn de andere partijen er als alibi voor wat men zelf doet, net als bij dat beveiligen tegen het boze buitenland. Het compromis is ingebouwd in het systeem, het compromis is een verkeerde, eenzijdige naam. Wat er gedaan wordt is ook op te vatten en te beschrijven als een compromis, als het resultaat van het spelen tegen de andere speler(s). Maar het spelen is al lang geen streven meer om een bepaald, bedacht, gewenst, doelgericht spelverloop te veroorzaken. Het doel met het spelen is een speler te zijn, spelers hebben namelijk een flink inkomen en veel aanzien. Oh ja, er zijn posities in de maatschappij met meer inkomen en meer aanzien, maar dat is overal en voor iedereen het geval. Voor wie het nastreven is 'in de kamer zitten' een prima baan.
Wat er gedaan wordt, met name uitgebuit [dat is: txaenz gestolen van wie zich tegen deze roof niet kunnen verdedigen] levert een stroom voordelen op voor wie niet uitgebuit worden (om welke reden dan ook, zij het eigen kracht, slimheid om zich ertegen te verdedigen, zij het toevallig in gebruik zijn als alibi-verzorgde tegen het slechte geweten dat uitbuiters wordt aangepraat).
Het moreel-vuile werk 'uitbuiten’ wordt gedaan door wie er moreel geen moeite mee hebben, terwijl politici worden aangewezen om voor de kiezer het eveneens moreel-vuile werk te doen van 'het er, maar wel zonder het doel te treffen, doen alsof er iets tegen gedaan wordt, alsof het in toom gehouden wordt. De politici verkopen ook 'gewassen geweten'. Wie moeite heeft met het roven van txaenz dat voor hem gedaan wordt, waardoor hij zulke voordelige aankopen kan doen, kan stemmen op een partij die de stemmen op zich verenigt van zulke verontrusten. Die partij zal er niet in slagen een einde te maken aan het veroorzaken van die koopjes in de winkels. Wie in plaats van die koopjes 'zuivere koffie’ en verantwoorde bananen koopt stemt slechts voor de tweede keer op een niet-doeltreffende centrale nastrever, die leeft van het slechte geweten van de klanten.
Er is geen uitgang. Er is geen god die zorgt dat het wel in orde komt. Er is geen god tegenover wie je je [bijvoorbeeld rechtvaardig en 'je tot het nodige beperkend'] kunt tonen. Er kan [in verlossing, verbetering, positieve vooruitgang] geloofd worden, maar alleen tegen alle waarneembare feiten in. Er kan goed gedaan worden, maar alleen als druppels werpen op een gloeiende plaat. Gedaan goeds gebeurt even echt als gedaan kwaad.
Wat er gedaan wordt, gebeurt binnen het grote systematische gebeuren. Wie zich rangschikt doet aan dat systeem mee. Wie niet meedoet, bereikt (veroorzaakt) daarmee niets buiten zichzelf. Wie op zou houden met meedoen zou iets "in zichzelf” veranderen, hem zouden andere gedachten (exacter: teksten) invallen. Hij zou andere en waarschijnlijk ook minder gevoelens bewust krijgen. Nou, en? Als dat alles is, is dat wel duur.
0 Reacties