Popper

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: Popper

Jaap Schot, 25 december 2002

N.a.v. het herlezen van ‘De vrije samenleving en haar vijanden’. Dit wordt geen uittreksel of commentaar, alleen ‘gedachten naar aanleiding van’. Het oppakken van begrippen en beelden die Popper gebruikt, dat doe ik hier.
=======
25-12-02 11:19:
========
Verzinsels:
=======
Positieve wensplaten:
Er is geen verschijnsel ‘iets willen’, er is alleen verzet, uit tegenzin en onwil om op buitenbesturing te staan. Verder zijn er angst voor derden en heerszucht en uit deze ingrediënten is het gevecht tussen kleuter en opvoeder te verklaren.
‘Constructieve ontevredenheid’ is een propagandaterm voor de door de adverteerders opgewekte hebzucht en drang tot na-apen.

Het Paradijs wás er, ooit was het leven der mensen volmaakt en de omstandigheden waren dat ook. Wij leven in het aftakelingsproces van die volmaaktheid: alles was vroeger beter dan nu en alles is nu beter dan later.
Dat is ‘omgevingsbeeld’ / ‘gevoel bij de omgeving’ nr. 1.
Daarnaast is er een ander ‘net zoiets’: verzonnen beeld / nodeloos aangemaakt gevoel:
De hemel komt na mijn / ons /het leven en in de hemel is alles weer zo als het in het paradijs was: volmaakt, wij zijn weer bij God, als kinderen bij hun vader (en Moeder, maar daar hoor je ze niet over, de paternalisten).
Daarnaast, naast die twee uitersten buiten de tijd die de onze is, zijn er de minder omvattende verzonnen mogelijke toestanden / omgevingen, de Utopieën.
========

Wegwensplaten:
Voor het samen wegwensen zijn veel gemakkelijker velen te mobiliseren dan voor het samen constructief iets willen. Destructieve ontevredenheid is er alom.
===========
Zoals iemand met zijn Utopie vertelt over het geheel van het door hem (en anderen) gewenste, zo vertelt men met behulp van de wegwensplaat over her en der in de werkelijkheid verspreide misstanden.
Politiek gezien kan men op die [onverenigde, één voor een aan te pakken, te veranderen, op te heffen, weg te werken] misstanden zijn txaenzbesteding richten.
Schoolvoorbeeld: er is honger in land X, laat die mensen daar in ieder geval hun eigen oogst binnen hun land houden en zo onder elkaar verdelen dat het hen allen goed gaat. Ik denk in de winkel altijd, jaren lang al: die verse sperzieboontjes kunnen ze in Egypte of zo, waar ze ook vandaan komen, diep in de winter hier, wel zelf op. Onlangs vertelde nog iemand dat weer eens op televisie. Dat, publiceren, helpt geen moer.
Het ervoor zorgen dat ‘wij’ geen foutstanden veroorzaken door onze aankopen moet door onze gezamenlijkheid gedaan worden, de regering in samenwerking met al die geïnteresseerden van ‘ontwikkelingssamenwerking’ en ‘dierenbescherming’ en zo voorts.
Die mensen samen moeten er voor zorgen dat er geen ‘foute’ dingen in de winkels te koop liggen en ze moeten ook niet via smokkelkanalen te koop zijn en niet in restaurants op het menu staan, en zo voorts.
Als ‘wij’ ons zó organiseren, zondigen we nog heel veel. Maar de regering dient ons het zondigen niet te laten opdringen door diegenen die ‘winst maken’ vóór elk ander doel laten gaan. Het is pure waanzin iedere enkeling op te schepen met de noodzaak zich over alle manieren van ‘daar voor hem te koop geraken’ van alle artikelen te laten voorlichten en daarover dan zelf een zedelijk oordeel te vellen. Dat is WAANZIN, dat ís geen ‘vrijheid en verantwoordelijkheid’ (de kreet waaronder het ons verkocht wordt in de propaganda).
============
Wij moeten, willen wij als soort nog enige tijd overleven, aan gene zijde van vrijheid (soevereiniteit) en waardigheid geraken. ‘Wij’ moeten ophouden iedereen ‘koninkje’ te laten spelen, of hij wil of niet: als Koning Klant.
Kopen is als een trekker (van een vuurwapen) overhalen. En dat moet het niet zijn. Wij, als kopers bouwden dat vuurwapen niet: zonder beeldspraak: het product zo, - op die manier -, daar voor ons te koop doen geraken, was niet ons bevel, onze wens en had zelfs niet onze instemming.
=========
‘WIJ’ IS EEN PROPAGANDATERM.
Men zegt van die dingen als (over wetten en voorschriften) ‘dat hebben wij zo met elkaar afgesproken’, suggererend dat de hoorder zich tot die ‘wij’ moet rekenen en zich verplicht voelen. In feite is dat dwaasheid. Ons werd nooit iets gevraagd en onze gekozen vertegenwoordigers zitten in de oppositie en stemden tegen.
Een ander voorbeeld: Wij hebben de gastarbeiders hierheen gehaald. Ja, jullie wel, ik niet. Maar nee hoor: Het is plicht dat iedere jongen, voor ’t lieve vaderland, doet alsof hij meedeed en nu zelf ‘zijn gat verbrandt’. En dat is dan te zingen op een oude volkswijze.
=======
Er is niet zoiets als ‘WIJ’ (meer mogelijk). Alle pogingen om vanuit de civilisatie terug te gaan naar de cultuur zijn mislukt. De natuur om vrij als dier in te LEVEN is er niet meer óm ons heen, is er nog slechts binnen in ons.
Wij moeten ons levende lichaam, ons lijf, volledig en harmonieus láten functioneren: handen af, het zijn gang laten gaan. Geen gecultiveer van lichamelijke functies (zoals eten en drinken) en geen gereglementeer van ‘wc-bezoek’ en van werktijden en slaaptijden. Zulk laten gaan van hetgeen als lijf ons bestaan, ons gebeuren is, is nodig om gezond te groeien en te ‘bloeien’. Dát is de natuur die er nog is voor ons, die in de situatie van vee zijn (: gevangen gehouden en gebruikt worden).
========
Dáár is dat vrij (= niet op buitenbesturing gesteld) zijn ook nog NODIG, de natuur om ons is niet meer sterker dan ‘wij’-mensen en dwingt ons niet meer tot SAMEN ZIJN, tot samenleven. “Er is niet zoiets als een samenleving” stelde M. Thatcher vast.
=========
Dat is jammer, maar het is niet anders.
=========
‘WIJ’ is zo’n woord uit het Paradijs, waarvoor velen hier nu krampachtig een (‘de’) betekenis zoeken: het wézen ervan trachten ze te vatten. In feite is het een hersenschim, zoals elke grootheid uit elk SPEL. Her en der wordt af en toe ‘samenlevinkje’ gespééld. Gespeeld worden is ongelijk aan gebeuren ( dat is: aan objectief ‘bestaan’). Waar gespeeld wordt is de kern subjectief, een verzinselenverzameling. Zonder een verzameling aangemaakte, niet aangetroffen, verzinsels, is er geen spel en gebeurt er geen spelen.
‘Zijn’ is ongelijk aan bestaan (= gebeuren), ‘zijn’ vindt plaats in de voorstelling van de denkende mensen. Wat daar is, is voor anderen onwaarneembaar (is niet ‘intersubjectief gegeven’) en raakt de objectieve werkelijkheid niet tenzij de ‘denker’ ervan ‘op basis ervan SPELEND!!! ZIJN TXAENZ ER AAN BESTEEDT ’.
=======
25-12-02 11:54|25-12-02 12:16:
Zó zitten waan (verzinselverzameling) en werkelijkheid aan elkaar: via het txaenz besteden vanuit een verzinsel(verzameling). ‘Illusief spelen’ heet dat.
=========
25-12-02 13:14:
=========
‘Vroeger’ en ‘later’, dat zijn van die ‘begrippen’ waar geen diepte in zit als er mee gepraat wordt. Het is zelfs niet mogelijk dat er mee gesproken wordt: deze begrippen zijn te vaag. En er wordt niets waarneembaars mee benoemd, zodat er niets bestaat (nog bij vroeger, reeds bij later) dat uitspraken erover mee bestuurt, zoals dat in de waarnemende, experimentele, proefondervindelijke, meldende natuurwetenschap het geval is.
=========
Het woord ‘vroeger’ hoort bij een gevoel. Het is van de betrokkene afhankelijk of ‘vroeger’ erger of beter was dan nu, voor zijn gevoel. Moeder en Maria hadden een gevoel van ontsnapt zijn, aan een veel minder ‘vrolijk’ vroeger, aan de bron van hun nachtmerries, om precies te zijn.
=========
Bij een gevoel van een minder gespannen situatie in het ouderlijk huis, als kind ervaren, past (dat is ongelijk aan: daarvan is afkomstig, want ook nadoen en meedoen zijn bronnen ervan) de opvatting dat het overgeleverde waardevol, gezaghebbend, waar, vol wijsheid is, dat de woorden en de daarbij passende begrippen (ideeën) met name, beter, waardevol, nog te openbaren en daartoe te zoeken, vol geheimen zijn.
==========
‘Vroeger’ en ‘later’ horen bij: ik wil uit deze tijd wég wezen, uit deze omstandigheden. Ik voel me hier niet thuis. ‘Elders’ helpt niet: de hele bewoonde, bereikbare, bekende wereld ligt binnen het gebied van de machthebbers (de heersers, al of niet: de goden) ondergaat het wereldgebeuren, dat één is.
=========
Naar vroeger en later dagdroomt men weg.
=======
De taal is de centrále overlevering en dus is het wegdromen naar het verleden zeer wel passend bij het zoeken naar wat de vaderen, de ouden, de wijzen van ooit, dan wel bedoeld hebben. Zij, die ouden, konden nog zichzelf zijn. Zij maakten de taal, onze taal, zelf, kregen die niet overgeleverd zoals wij, die die (inmiddels versleten, gedegenereerde) taal dragen als een vertekenende en donkere bril. Die onbedorven mensen die zonder masker rondliepen in (zo zouden wij het nu zeggen:) ‘de natuur’ (ligt dicht bij: ‘in het paradijs’). Zonder masker zoals wij, als personen (dat is het oude woord voor masker) dat dragen. Wij moesten leren hoe wij ons hadden te gedragen als ‘XXX’. ‘XXX’ is wie dat XXXmasker op heeft, draagt. Hij ís het en hij dient zich bijpassend (‘er áchter passend’ is preciezer) te gedragen.
=======
Bij de initiatie, de inwijding der edele jongelieden, a.s. gebruikers van mensen, zou men hen dan kunnen vertellen dat dat voorgeschreven gedrag slechts een afspraak, een ‘een illusief spel stellende, constituerende’ afspraak, is, verzonnen, slechts om anderen in toom, er onder, in gebruik te houden bestemd en daartoe strikt te handhaven.
=======
Popper schrijft dat het de ingewijden (Plato) volbewust was dat het zo was: staatsconstituerende leugens, verzinsels met een gevechtsdoel, wapenverzinsels. Wij ( de lezer en ik) geven natuurlijk niks om P & P, maar wij zien hier weer een voorbeeld, dat, als het er om gaat een gevecht te voeren, ook die personen, wier namen wij kennen, bereid zijn te zeggen dat er wel degelijk complotten zijn en dus complottheorieën terecht.
Dat is heel boeiend, want er is een algemeen verbod op het serieus nemen van verdenkingen in deze. Binnen een maand zeker, zal de televisie de oplettende lezer enige voorbeelden leveren, voorbeelden van ‘verachtelijke’ complottheorieën. En voorbeelden van ‘dat die verliezers (die vijanden) wel degelijk complotteerden’. Overigens na vijftig jaar is het zelfs mogelijk het complot van de toenmaals ‘eigen’ regering te ontdekken: zo lang, 50 jaar duurt de geheimhouding. Het oerdomme volk dient dan op elk moment te geloven, dat het nu, 50 jaar later, zó niet meer gaat (dat is: gedaan, GESPEELD, wordt). En dat volk doet dat.
=========
25-12-02 13:52||25-12-02 14:02:
Er bestaan (= gebeuren) geen goede personen. De beste, nee: de enig goede, personen zijn automaten, robots à la Abraham Asimow, die geheel bedrijfszeker voorzien zijn van ‘de wetten van de robotica’: ze kúnnen de mensen geen kwaad doen of dat hen laten overkomen. De veiligheid komt voort uit de natuurwetten, afgelezen als die zijn van hun blijkbaar werken, niet van enig wezen met een vrije wil. Niet kunnen zondigen. Voor ons mensen staat slechts: ‘het zondigen kunnen nalaten’ eventueel open.
=========
Dat is de tweedeling: oorzaak-gevolg-keten of vrije wil.
=======
Zie daarover elders in mijn opstellen. Het zijn resp. een bespreekbeeld, verzinsels áchter de verschijnselen, ten behoeve van het onthouden van die verschijnselen, die men af en toe moet verwachten, en een leugen ten gunste van de civilisatie [een stuk (wapengebruik vervangend) mentaal gereedschap ten dienste van het regeren van een massa menselijk vee, gevangen gehouden en gebruikt in steden (civis)].
=========
Mijn (onze) waarnemingen zijn mij (ons) gegeven, waarnemingen van verschijnselen; verschijnselen, die zijn altijd actueel (= hier bij mij bezig, aan de gang, aan het gebeuren, bestaand). Wat ik waarneem is waar, is kennis, is altijd actueel. Herinnering is geen kennis. ‘Kunnen herkennen door een beeld in voorraad te hebben’ is evenmin ‘kennen’ als een herinnering kennis is. Kennen is altijd actueel. Elk gegeven is actueel, hier nu, gegeven. Mijn gegevens zijn hier nu mij gegeven (zintuiglijk of anderszins). En mijn gegevens zijn mijn enige gegevens. Niemand kan mij kennis geven, slechts informatie.
======== 25-12-02 14:33:
Popper heeft het over het inrichten van de samenleving, over hoe mensen als gebruiksvee te houden, maar niet met die woorden, wat te betreuren is. Duidelijke woorden zijn zo lofwaardig. Echt waar.
Popper zegt dat we instellingen moeten maken, want nodig hebben, die waargenomen fouten teniet doen en de rest van het gebeuren onaangetast laten. Wat de gevolgen van die verandering, die verbetering, dan zijn, dat zien we wel. Hij acht het niet verstandig zich in een verre toekomst een volledig andere ‘wereld’ voor te stellen en daar dan naar te gaan streven. Dat geeft maar geweldpleging.
Ik zie dat helemaal zitten. Ik spreek helemaal niet tegen. Ik hoor niet bij die ‘wij’, ‘wij’ is een los woord, zonder vast begrip er bij en elke keer als er een begrip aan dat woord wordt vastgemaakt is dat begrip gevormd van verschillend stukjes werkelijkheid: die met ‘wij’ bedoelden zijn telkens weer anderen in andere situaties. ‘Wij’ is nauwelijks een woord, het is een ding om mee te praten, betekenisloos. Speelgoed, voelgoed om precies te wezen.
25-12-02 14:41| 25-12-02 14:42:
=========
Mijn ‘voorstel’ / gedachte om ‘van kunnen (vaardigheden hebben) leven mogelijk te maken voor iedereen’ is een voorbeeld van zo’n relatief geïsoleerde aanbouw voor het gebouw van onze samenleving.
Een ander voorbeeld was het voorstel van Wilhelm Reich om op te houden met het iedereen verhinderen van vrij seksueel leven. Dat ophouden zou een hoop gezondheid opleveren en een hoop agressie en waanzin wegwerken. Wat er dan nog rest aan ellende, zien we dan wel weer.
Beide voorstellen komen, indien uitgevoerd, neer op het nalaten van het de mensen houden als vee. Resp. als fokvee en als gebruiksvee. Deze voorstellen worden geopperd vanuit ‘de natuur’. Popper is een goede boer. Hij wil goed voor het vee zorgen, voor het vee als vee. De beesten worden niet gefrustreerd waar het niet nodig is, maar vee houden is ‘beschaving’. De van het gebruiksvee impliciet, door de regelingen, door het systeem, door het te accepteren geciviliseerd zijn, afgedwongen (‘vrijwillig gebrachte, gedane) kunstjes worden ‘kunst’ en ‘vooruitgang’ genoemd. Er wordt niet zo hysterisch bij gejuicht als gebeurt in “The ascent of Man’ van Bronowski, maar een degelijke ‘education’ en/of ‘Bildung’ blijkt toch uit het hele betoog en de hele benadering.
=========
Het vee moet zich vooral als ‘vrij’ ‘zien’. Vrij is men na de bevrijding, na de gevangenschap, voor de toestand voor de gevangenschap, de natuurlijke staat, die men reeds bij het gaan bezitten verliet, zou een ander woord in gebruik moeten worden genomen.
‘Vrij’ krijgt (analoog aan ‘wij’ is ook ‘vrij’ zo’n los woord, zo’n leeg doosje, waar iedere gebruiker het zijne in verstuurt) de eigenaardige betekenis van ‘beter dan vroeger’ en het doosje ‘vroeger’ wordt dan gevuld met de toestand van de middeleeuwers, de leefsituatie van verarmden op de puinhopen van een civilisatie: de fysieke en organisatorische puinhopen daarvan. En overigens ook met de armzalige restanten van de vaardigheden die bij die civilisatie hoorden. Uit die situatie van namaakvolksstammetjes met vorstjes moeten de ‘vrije’ stuks gebruiksvee zich verlost voelen.
========
Als we er op letten, zien we steeds hetzelfde: woorden die lege dozen zijn, die elke gebruiker vult met het zijne, met wat hij versturen wil. En wat heeft een mens (een prater, een spreker) dan om in te pakken?
Daar zijn die twee mogelijkheden weer:
1. een melding
2. een herinnering.
Melden gaat dan volgens de moderne natuurwetenschappelijke methode:
1. waarnemen,
2. kennen,
3. kennis hebben en daar informatie van maken, door verwoorden, schetsen, fotograferen of wat ook
4. die informatie aan de hoorder / lezer / kijker melden, als wegwijzer naar de verschijnselen, dus: niet om te geloven, er op te vertrouwen, er meteen handelen op te baseren. Handelen baseer je alleen op kennis en die moet je als je slechts informatie hebt eerst zelf gaan nemen.
==========
En dan herinneren (putten uit het verleden)
25-12-02 15:17||||25-12-02 23:20:
En dan: fantaseren (aanmaken van nieuwe combinaties van stukjes herinnering), of zo iets.
========
Nou, zo versturen ze dan informatie en dat maakt dan enorm gelukkig. Al dat gedoe en gepraat en gespreek gaat nergens over. Doordat ze met elkaar vechten in plaats van samenwerken verandert alles voortdurend extra hard en extra toevallig (niet is zo toevallig en zonder zin en nut als de uitslag van strijd). Het leidt allemaal tot niets. Maar ze zijn uiterst gelukkig en máken vooral ook elkáár zo gelukkig en rustig en tevreden. Mooi toch. Vandaar ook die vrede op aarde en al dat welbehagen, dat alle onbehagen vervangt.
Het gaat goed. Hoera.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën in Jaap’s teksten

Recente reacties