Jaap Schot, 2 december 2003
Alles is ononderbroken aan het veranderen.
Als ik nu een ware uitspraak doe is er een ding zeker, het beschrevene, waaraan deze taaluiting van mij nu past, die verandert. Die taaluitspraak wordt door dat veranderen onwaar. Er is groot verschil in veranderingssnelheid. Als ik over levende mensen praat, is er over honderd jaar geen waarheid meer bij wat ik zeg, dat is zeker.
========
Zo’n ware uitspraak wordt daarmee niet geheel waardeloos, de begrippen en onderscheidingen die er in gebruikt werden, die zouden wel eens nog bruikbaar kunnen zijn. Een profeet is iemand die daarvan weet heeft en het heden dan ook binnen de religie in kwestie kan bespreken. De profeet is voor de religie wat een wetenschapper is voor de dagelijkse dingen. Priesters zijn als onderwijzers en praktiserende artsen: ze vertellen door en passen toe, maar kunnen zelf niet omgaan met ‘wat er achter die teksten / praktijken /handelingen / behandelingen zit.
==========
De Bijbel is een onmetelijk belangrijke verzameling boeken, om de begrippen en onderscheidingen en ‘relaties aanduidende verhalen’ die er in staan. Het beeld van ‘hoe de aarde en de sterrenhemel en de zee en zo zijn’ is niet langer bruikbaar voor wat ‘wij’ allemaal verteld krijgen van onze geleerden (priesters en profeten der wetenschap), maar dat is helemaal geen probleem.
==========
Het ging mij er om er achter te komen waar (níet de uitspraken, maar) de begrippen, onderscheidingen en verhalen in de Bijbel nu hier voor bruikbaar zouden zijn: wat van ‘wat hier nu mij zintuiglijk en anderszins gegeven is’ ik ermee zou kunnen opmerken, doorkrijgen (= snappen), begrijpen en beschrijven. Extra zou kunnen snappen, naast wat met andere begrippenapparatuur is te vatten.
=========
Ik beperk mij tot de Bijbel omdat ik die wel enigermate ken, de koran en zo heb ik alleen in huis, nooit echt diverse malen doorgelezen en verwerkt, zoals de Bijbel wel.
==========
Ik kom hier overigens helemaal niet om over de Bijbel te schrijven, ik schreef vanmorgen met de pen het volgende uit en dat wil ik ook digitaal hebben.
==========
Een verhaal, al of niet ‘waar’, in de betekenis van ‘ooit inderdaad zo gebeurd, dat is niet van belang, het is verhelderend, want begrippen brengend.
========
Aan de basis ligt de zonde van het enkelingschap, het individualiteitsidee, in tegenstelling tot wij en samen. Dit komt tot uiting en misschien zelfs tot stand als God aan Adam vraagt waarom hij die appel gegeten heeft. Adam schuift dan de schuld van zich als individu – enkeling af naar Eva als individu –enkeling. Dat is de oerzonde, de erfzonde, dat stompzinnige ‘ik’ uit ‘ik niet’ van de angstige. Dan kan God er ook niks meer aan doen, dan is het afgelopen met het dier zijn, afgelopen met het ‘wij’ en ‘samen’ zijn en voortleven zolang er nog levenden zijn. Dan stort de duivel er ook nog de ontelbare andere onderscheidingen binnen het rijk van het levende bij: de onderscheidingen tussen de planten (binnen de flora) en binnen de fauna. Onderscheidingen die als scheidingen worden gebruikt. En daar komt dan ‘onkruid – kruid’ en ‘ongedierte, jachtwild en vee’ bij. Scheiden, scheiden, scheiden, zonder te kijken. Onkruid en ongedierte (waarbij mijn opa bijvoorbeeld nog de leeuw rekende, wat heel gewoon was toen daar) werden vernietigd waar het opdook / in zicht kwam (zie vooraan in ‘Robinson Crusoe’): zonder enige kennis van ecologie op te wensen te doen. Dat is nog helemaal niet over.
==//2-12-03 15:48\\==
In den beginne was de mens zonder voorraden, zijn milieu was zijn provisiekast, waarin het voedsel leefde en het drinkwater als stromend vers was. Voedsel en drinkwater hielden zich gezond.
En het geschiede dat de mens het niet meer vertrouwde, dat milieu van hem, en zich een voorraad aanlegde in plaats van zich te verplaatsen naar waar het nodige wél was, zou zijn, straks, bij aankomst. Een voorraad is ongelijk aan proviand voor op reis.
=========
En de doodsangst, die slechts de laatste mens had hoeven te voelen, als hij van het ‘de laatste van zijn soort zijn’ had geweten, beviel allen, omdat ze zich opvatten als eindigend op hun vel en met hun dood.
Wat, - merkwaardig dat de godloze wetenschappers dat moesten hervinden -, niet het geval is, onze genen en memen die zíjn ons, en die leven verder. Wij zijn geen verpakking voor onze genen, wij zíjn die.
==========
Zodra er ergens een voorraad is, kan en zal er gestolen worden. Voor de toeschouwende wetenschapper is er slechts nemen, ‘stelen’ is geen bijzondere vorm van nemen. De ‘verdedigende’ bezitter maakt, als aanvaller van wie neemt, het verschil. Die bezitter nam voor later, in welk ‘later’ hij niet is. Genencombinaties (zelfs dieren) zijn niet buiten zichzelf. Ze zijn in het heden, nu, in het “eeuwige” nu, zonder verleden en zonder toekomst, dat zijn afwezigen. Het verleden is voorbij (voorbijer en voorbijst bestaan niet, er zijn geen maten en opeenvolgingen meer in ‘wat was’, er is niets meer in wat was, er kan niets ‘tegenwoordig zijnds’ in hetgeen voorbij is, was). Ook als iemand spreekt van de nabije of verre toekomst, doet hij aan beeldspraak: ook in de toekomst zit niks, dus ook geen diepte. Maar, door gewenning praat het wel makkelijk weg, dat wel. Prietpraat met hoge status. Toch, ondanks die status: gewoon geouwehoer.
Verleden en toekomst zijn waanvoorstellingen, collectieve, maar dat verandert ze niet in ECHT.
Voorraadvorming is waanzin , op basis waarvan wij, de ingezetenen van deze uiterst langdurige mensenplaag, ten Oosten van Eden, er zijn, leven (nog dood moeten, in tegenstelling tot LEVEN, WAT IS: zonder verzinsels zoals individualiteit en verleden en toekomst, anders gezegd: als de dieren die wij zijn, zo goed mogelijk volledig en harmonieus met / in al onze organen functioneren, ja, dus ook denken (SPREKEN).
=============
Jammer nou, het is niet leuker. Leuker kan ik het niet maken, wel helderder, duidelijker. Geheel waanvrij zal niet gaan, er zit enorm veel in de taal ingevouwd, impliciet, dat kan ik er niet uit krijgen. Ik zal flink wat over het hoofd zien en alleen zwijgen garandeert ‘niet doorgeven’.
==============
En het geschiede verder dat het roven tot gewoonte werd. Rooftochten werden herhaalbaar als men de beroofden kon laten leven en die niet verhuisden. Het vechten kon af te kopen gemaakt worden en dan was er belasting. Het verzet tegen beroofd worden was zinloos gebleken, er kwam een goede belastingmoraal omdat dat gewoon betalen voor vrede was. Later kwam er altijd slavernij, om te voorkomen dat snellere rovers de belastingheffers voor waren.
Een slaaf betaalt dagelijks zijn belasting in txaenz aan wie hém bezitten. Iemand (als slaaf) bezitten = hem tegen belast (gebruikt) worden door derden verdedigen. De slaaf is als het schaap dat zich tegen wolf en beer niet kan verdedigen.
De slaaf bezingt (in de christelijke staatskerk) zichzelf als schaap en looft zijn Goede Herder. Zo cultiveert hij het passende gevoel bij zijn levenssituatie. Een rem op voortplanting heeft hij niet en verafschuwt hij (de EO over het één kind systeem in China) en doodgaan is hem een gruwel: ja, de dood überhaupt. De geneeskunst is omgedacht tot doodsbestrijding.
Geen dood dus voor beminden (‘dierbaren’ heet dat tegenwoordig op tv) en niet voor zichzelf en zelfs geen doodstraf (überhaupt niet, nooit). Lijden, creperen, moet dan maar op de koop toe genomen worden. LEVEN (echt, met hoofdletters) moet dan maar tot overleven worden ómgedefinieerd: leven doet wie niet dood is. Soms, heel even heeft dat ‘nog niet dood zijn’ een kleine flits van LEVEN (echt leven dus): een spannend iets, een orgasme, een ogenblik van endorfine ‘kick’. En dat wat voor LEVEN moet doorgaan is dan vaak nog onecht, in fantasie of masturbatief.
De gebruikte (belaste slaaf in zelfbezit die in txaenz betaalt, wat heet ‘werk heeft’, ‘werkt voor de kost’, ‘tot economische zelfstandigheid is geëmancipeerd’) heeft ook met zijn vrije txaenz geen eigen initiatief en LEVEN, en daarom zijn er de amusementsindustrie en de bewustzijnsindustrie, waarin de gebruikte als consument wordt gebruikt.
==========
Zelfs om zijn leefsituatie te beseffen neemt de gebruikte niet de moeite, het initiatief, de vrijheid. Hij kan een vrij mensdier zijn in zijn vrije txaenz, veiliger dan een dier in het wild is. Ik heb het over je leefsituatie beseffen dat is dat waar je op het werk en in amusement en als consument van de output van de bewustzijnsindustrie NIET aan bezig kunt zijn. Evenmin als in het onderwijs.
==========
Wat in dit opstel staat is voor/door mij niet veel korter te zeggen. En dus is het niet in enige mondelinge interactie naar voren te brengen, in geen gesprek (laat staan in een debat).
Ook in deze vorm is het óf onleesbaar óf toch minstens op grond van stijl of een omissie of een fout ergens, moeiteloos te verwerpen of te vergeten. Dat kan mij NIETS schelen.
==/2-12-03 16:52||\==
Aanvullingen: 3-12-03 14:20:
Gisteravond een documentaire gezien over de onreinheid van menstruerende jodinnen. Priesters (rabbijnen) vertellen door dat vrouwen onrein zijn, gedurende en zeven dagen na afloop van het menstrueren. Ze moeten niet napraten wat hun voorgangers en/of profeten (die passend spraken bij dat toen daar, dat is wat profeten, de voorlopers van wat we nu echte wetenschappelijke onderzoekers noemen, nu eenmaal doen en deden, profeteren is niet verouderd en het is geen getuigen van geloof en het is ook geen voorspellen van de toekomst, het is geen ‘gezichten zien’ en niet iets à la Jomanda) zeiden / schreven. De gelovigen moeten hun kinderen beschermen tegen het aangepraat krijgen van zulke dingen voordat die kinderen een goede, sterke wetenschappelijke mentaliteit hebben (als deel van hun ama). Wie met een priester gaat praten moet voldoende kennis van eigen waarde als onderzoeker hebben plus voldoende gezag bij die priester om te kunnen vragen waar die zijn praatje vandaan haalt.
Er zijn er twee fout: de priesters en de gelovigen.
Doorpraten als je gegevens op zijn, napraten, meepraten met oudere lieden (dat is wat de priesters doen) is fout, los van elke inhoud en geloven is fout, los van elke inhoud. Zich onderwerpen (wat de gelovige en de slaaf met de hondenmentaliteit doen) is net zo fout als onderwerpen (wat de geperverteerde onderwijzers van wat ze zelf geloven doen met kinderen die nog in de leeftijd zijn dat ze als diertje ‘van nature’, genetisch, als genencombinatie die leren kan, alles leren / geloven wat ze aangeboden krijgen, in vol vertrouwen op de onderwijzende. Wie dat vertrouwen misbruiken, treft de vervloeking van Jezus. Die vervloeking schaadt hen natuurlijk niet, elke vervloeking is alleen maar een verbale uiting van machteloze woede, terechte of onterechte woede.
0 Reacties