Jaap Schot, 14-16 september 2000
PSYCHOLOGIE of liever toch de verlossing à la de swami?
I. Psychologie kan niet vatten en niet aanpakken.
1. De enkeling. [genencombinatie maal 'vaardigheden en gewoonten', toevallig maal toevallig dus: onbespreekbaar. En dan is ook nog eens 'het breinwerk' onkenbaar, want onwaarneembaar. Over wat 'achter' het gedrag (de inval) ligt zijn er vele, maar wel allemaal verzonnen verhalen.]
Concrete bestaande mensen vat ik op als: een onbedoelde toevallige genencombinatie, omgeven door een onbedoelde, toevallige, aangeleerde apperceptieve [= al het nieuw binnenkomende ontvangende, opnemende, plaatsende, keurende, bewerkende, veranderende] massa vaardigheden en gewoonten. Daar (aan toevallig maal toevallig) is dus geen touw vast te knopen, daar is dus geen natuurwetenschappelijke benadering bij mogelijk: daar zitten geen natuurwetmatige regelmatigheden in. Zoiets volstrekt toevalligs is niet te begrijpen en niet te bespreken, er zijn geen begrippen voor, er valt niets over te zeggen. Maar: nu is elk mens toevallig een praataap, die 'wil' wat zeggen, bij alles wat hem opvalt, bij alles wat hij KENT dus. Helaas voor hem is voor hem zelf noch voor een ander dat bezig-zijn van zijn apperceptieve massa waarneembaar; er is alleen 'logisch' terugredenerend vanuit de kenmerken van de maaksels (daden inclusief uitspraken) iets over te vermoeden. Dat logische terugredeneren gebeurt met gebruikmaking van een begrippensysteem en dat is uiteraard (zoals alle andere ook) verzonnen. Het logische redeneren levert dus een verzonnen verhaal op. Jammer, niks aan te doen.
===============
Introspectief noch exterospectief is ons reeds gegeven wat het brein doet.
Het antwoord op 'waarom doe ik dit?' (inclusief "waarom zeg ik dit, waarom valt mij dit aan tekst / als tekst in?" kan ik niet waarnemend verkrijgen. Het eerste en enige dat aan mijn bewustzijn als inval wordt gemeld, dus 'gegeven' is, dat is al het resultaat van het bezig-zijn, (het werken) van mijn brein: het maaksel, het eindprodukt.
Ik kan ook niet [bij (in) een ander] het antwoord al waarnemend verkrijgen op: "Waarom doet (inclusief zegt) hij dit?". Ik kom er niet achter, hij en ik komen er niet achter.
==============
Ethologie en psychologie
Ethologie.
Zorgvuldig waarnemen levert ons de wetenschap ethologie. We komen precies te weten wat en hoe het dier (in ons geval: deze mens) resp. de diersoort (in ons geval 'de mens') zich gedraagt. Wij vinden de verschillen tussen de (al of niet ruimtelijk bijeen) enigermate gescheiden levende populaties mensen zo belangwekkend dat we er veel aandacht aan besteden. Zelfs de individuele verschillen tussen de exemplaren vinden we al belangwekkend en belangrijk. Dat levert echter geen wetenschap psychologie op: de enige gegevens blijven ethologisch.
Psychologie.
En wat zijn dan die verhalen over de concrete personen en over de concrete groepen mensen, die als 'psychologie' verkocht worden in de boekhandels? Die verhalen zijn verzonnen en wel om de ethologische gegevens aan elkaar te praten met behulp van termen die komen uit de romans. In die verhalen wordt verteld over het denkleven van de romanfiguren. Vreemd in dit verband is dat we in het Nieuwe Testament (in de Bijbel dus, tweede deel) over Jezus van Nazareth kunnen lezen wat hij dacht, toen hij alleen was, verlaten door zijn discipelen, die zo nodig een verfrissend dutje moesten doen, toen hun leider zijn aanstaande vermoord-worden onder ogen zag. Hoe kan die schrijver van dat Evangelie dat nou weten? Nou, dàt is nou romantische literatuur. Verzonnen, maar, wel in staat de lezer de rillingen over de rug te jagen, tot lachen en tot huilen te brengen en volledig van 'kijk op de wereld' te laten veranderen.
================
Kortom:
Er valt dus niet waar te nemen bij
1. dat wat 'van die mens uitgaat' en bij
2. 'wat in die mens plaatsvindt, woelt, zich voordoet' en bij 3. (nu ja: 'achter') 'wat hem wordt aangedaan'.
Alle bezige breinen zijn gesloten voor introspectie zowel als voor exterospectie.
Ons allen ontbreekt dus [doordat er niets waar te nemen is] 'begrippenapparatuur en woorden die namen zijn'.
Waar (door niet lezen en niet voorgelezen gekregen hebben) ook nog die romantaal ontbreekt, daar valt de mens geen eigen tekst in.
En dan ontstaat er gevoel en wordt er gevlucht in muziek en in irrelevante actie [inclusief het zich het bewustzijn laten vullen door anderen, via media, van buitenaf: lezen, kijken, luisteren, prietpraten].
Heel veel mensen vullen zo hun bewustzijn langs buiten [de media zijn de kanalen (beter: leidingen, analoog waterleiding) waaruit die vulling met grote kracht in hun richting spuit]. Deze mensen valt, zo vermoed ik, verwaarloosbaar weinig in (van binnenuit) aan tekst. Dat wil niet zeggen dat ze niet praten, maar ze spreken, bespreken niet. [Waarmee ik wil zeggen dat hun waarnemen niet hun spreken mede initieert en stuurt en bepaalt / beperkt, remt en stopt. Ze praten na, mee en door, ook als ze niets waarnemen, dus niets kennen. Als ze waarheid spreken is hen dat zelf onbekend en is het toevallig.] Zoals ze ook vaak wel schrijven, maar ze beschrijven niet, wat ze zeggen wordt niet gestuurd door hun waarnemingen aan / van 'wat is' (en hen gegeven). Dat is weer wel waar te nemen, als ik ze hoor / lees en tegelijkertijd hun onderwerp onder ogen heb. [Wat hun onderwerp is, blijft een vermoeden mijnerzijds, onvermijdelijk.]
2. De massa in onderlinge interactie.
De gewone mensen zijn met andere mensen bezig, anderen zijn hun favoriete onderwerp, anderen en het gedrag van die anderen en hun eigen relatie tot die anderen en tot hun gedrag.
Omdat (dus 'waar', 'in die situatie dat') ze elkaar goed en kwaad kunnen doen, vinden ze elkaar interessant. Trek van het geheel de seksualiteit af en er valt een enorm stuk weg. Dan resteert er vooral de machtsstrijd en de strijd om veiligheid en het op elkaar parasiteren resp. het in symbiose leven.
3. De eremiet.
De toevallige veranderingen in de welvarende delen van Europa hebben de gelegenheid geschapen (geopend) voor het overleven van losse enkelingen: lui die buiten familieverband alleen wonen en geen werk (meer) hebben en geen netwerk. Ze hebben een sofinummer en een uitkering of zo. En zij hebben géén reden om zich voor het zus of zo zijn van concrete bestaande anderen te interesseren. Er zijn zoveel mensen, dat iedereen zich slechts voor een verhoudingsgewijs verwaarloosbaar aantal anderen kán interesseren. Voor zo'n netwerkloze werkloze alleenwonende alleen-levende is er geen kader waarin hij die weinige anderen-om-te-kennen kan kiezen.
[Ik doel hier niet op een contactgestoorde psychiatrische patiënt die met een smoes (een wet van de hand van volkspartijen) om bezuinigingsredenen het verzorgend-geworden gekkenhuis uit gestuurd is, de liberalistische 'vrijheid en democratie' in.]
[Ik doel hier op de eremiet die in een geseculariseerde wereld leeft en niet meer gedwongen is zich als een religieus iemand te camoufleren om 'als los mens op afstand' te kunnen leven. Let wel: die camouflage, daar konden die lui vroeger maar het beste zelf in geloven.]
==============
Absoluut, los, zonder kader, als je geen spel met hen speelt, zijn anderen totaal oninteressant, zodra en zolang ze je als persoon tegemoet treden. [Schoolvoorbeeld: Jehova's Getuigen aan je deur.] Als functionaris dringen onvermijdelijk af en toe lieden zich aan je op, maar dat is oppervlakkig te houden, dat is zo afgesproken, juist ook met hen. Van nature interessant zijn mensen die door hun persoon heen als mens (als ander exemplaar van de eigen soort) jegens jou ageren: voorbeelden: kleine kinderen die net in die leeftijd zijn dat ze alle mensen als mensen opvatten en tegemoet treden. [Er is ook een religieus 'gebod' voor volwassenen om zo anderen te benaderen.]
Zo komt menigeen weinigen zo al ooit iemand tegen. Kinderen worden uit de buurt van vele mensen gehouden en er is een grote aarzeling in vrijwel iedereen om zich als mens te wenden tot 'een ander als mens opgevat'. Weinigen, zo verwacht iedereen, volgens de instructie, zijn er op gesteld als zodanig opgevat en op die manier bejegend te worden. ["je kunt daar enorm bij op je bek gaan, jongen", zeggen ze tegen elkaar.]
Wij worden er in de civilisatie allemaal toe aangezet vooral onze privacy te hoeden en een grote 'reserve' jegens elkaar in acht te nemen. 'Intimiteit' is een woord in deze buurt. Vormelijkheid hoeft al gauw niet zozeer, je mag best persoonlijk kenbaar zijn, maar het is weinigen gegeven in te zien dat de persoonlijkheid een hinderlijke schil is, waar je als 'drager' niks mee te maken hebt, en de ander ook niet. En jij hebt niets te maken met de persoon van (= dat toevalsproduct OM) die ander.
Dit iemand duidelijk te maken getuigt van een groot gebrek aan respect voor wat diegenen die hem gebruiken / bezitten 'zijn cultuur' noemen, jawel: zíjn 'cultuur'.
Het is zoiets als het gebrandmerkte rund, dat geacht wordt trots op zijn brandmerk te zijn en als drager daarvan moet worden aangesproken, niet als het vrije dier dat ingevangen en mishandeld / verminkt / geschonden werd. En ja, hoor, ze lopen er rond: trots op hun indoctrinatie, trots op hun besneden-zijn. Het bonsai-boompje dat zich als 'mooi klein' beleeft. Er is nergens een grens aan de gekte die 'de mens' in en voor zich produceert, aan de waan-zin die mensen aan hun leven geven (dat is: als verzinselencomplex ten grondslag van hun txaenzbesteden leggen).
Het is te belachelijk voor woorden, na enig doordenken,:
de turkse kleuter en zijn cultuur,
de islamitische kleuter en zijn religie. En zo voorts. De gereformeerde peuter.
=============
donderdag 14 september 2000 3.02:
==============
====////\\\\\=====
II. Wat 'de samenleving' heet:
1. ik, jij, hij, wij, jullie en 'ze' zijn hier de belangrijkste en kortste woorden.
===========
==================
'ik': wat bedoel je daarmee: jezelf als genencombinatie en/of(!) die plus je persoon (je apperceptieve massa) en/of(!) die twee plus je functies en relaties en positie?
=============
'wij': als je dat woord door iemand hoort gebruiken duiken meteen de vragen op: wie horen er bij jullie, waar zijn jullie aan te herkennen, wat doen en hebben jullie samen?
=============
'iedereen' is overigens ook een heel mooi woord in deze context en dat volstrekt debiele 'je' in zinnen als "je denkt dan ......" uit de mond van die ene man die ooit zulk een moment heeft meegemaakt, bijv. aan het wandelen zijn op de maan.
==============
Een van mijn centrale ergernissen is dat de interviewers in de media deze bij deze woorden passende vragen niet stellen en dus bewijzen geen luisteren te kennen en na te streven en mogelijk te maken.
donderdag 14 september 2000 3.10||
===================
vrijdag 15 september 2000 0.51:
====================
De verschijnende mens.
[Wij zijn allen gehuld in een persoonlijkheid als in een alles-bedekkend kleed. Daaroverheen dragen de meesten van ons minstens in een deel van hun tijd nog zo'n kleed: hun maatschappelijke functie en/of hun relatie tot ons. Niet zelden zitten er dus vier lagen tussen de ene en de andere mens als die twee elkaar tegenkomen. Er zijn hele bibliotheken gevuld met boeken over hoe per mens die beide kleden onderling moeilijkheden hebben en geven aan de drager. Daarnaast zijn er de boeken die gaan over 'tussenmenseljk' genoemde tussenpersoonlijke en 'tussen functionarissen optredende' moeilijkheden en spanningen. Ook veel grappen gaan daar over, want: de meeste van die problemen zijn nodeloos en toch rampzalig. En de meeste betrokken mensen, de dragers, hebben totaal niet in de gaten wat hen overkomt. Daar helpt de swami.]
Stellen we ons voor: een bezoek aan een klooster leert ons dat alle monniken buiten rondlopen in een pij die hen van top tot teen bedekt. Binnen blijkt dat die pij uit kan en dan lopen ze rond in een binnenkleed, nog steeds van top tot teen bedekt. Daarin, in dat binnenkleed vermoeden wij het levende lijf der monniken.
Dat is mijn beeld van mensen zoals ze zijn (resp. verschijnen) in onze civilisatie: de buitenpij is hun maatschappelijke functie, wie hen in die pij ziet, tegenkomt, met hen omgaat, gaat om met de functionaris. De binnenpij is de persoon, die komt men binnen tegen: niet officieel, maar officieus, in de vrije tijd. Ook binnen de persoon geldt: nog steeds is de hele mens bedekt, aan het oog onttrokken, niet-gegeven, verborgen, met geen waarneembaar gedrag zijn bestaan meldend, niet voor ons bestemd.
2. De goede weg van de swami.
De Swami heeft gelijk: het beste is het om deze concrete mantels beide volledig te negeren, er geen woord, geen volzin, geen opmerking, geen gedachte aan te wijden. Meteen de mens toespreken, deze (hem of haar dus) impliciet aanspreken op zijn gevangenschap in deze beide kleden, op het feit dat ze hem vreemd zijn, wezenlijk vreemd, hem niet passen, hem enorme hoeveelheden txaenz kosten en hem niets opleveren dat wezenlijk is.
Meteen, - zo doet de swami het -: zeggen: "let op, zelfs je genencombinatie, dàt vlees waarin je nu leeft, is een omhulsel: ook dat vlees is zo'n jou vreemde pel. Wat jij werkelijk bent, dat is: een onsterfelijke ziel: jij bent wezenlijk niet slechts niet van deze wereld (deze civilisatie, van je land, van je vorst, van je firma, van je familie, dat is allemaal gewauwel van lui die jou gevangen hebben en willen houden en gebruiken als gebruiksvee, jou vasthoudend bij je vlees). Jij bent niet van deze wereld, van deze anderen, ja zelfs ben je niet van deze aarde. Je bent niet van deze grove stof, van deze atomen en moleculen, cellen, organen en daarin opgeslagen sporen van wat je lijf overkwam (inclusief aangedaan werd), je apperceptieve massa. "Dat alles ben jij niet.", dat is de boodschap van de swami. En zo voorkomt de swami dat de verlossing mislukt, vastloopt in het aantonen dat de functionaris aan jou wezenlijk toevallig is, dat je persoonlijkheid wezenlijk toevallig is, dat je genencombinatie (dus je 'biologie') wezenlijk toevallig is. Dat je daarvan VRIJ bent ('een vrijheid' om het met de woorden van Sartre te zeggen, wat de swami niet zal doen, terecht niet, hij wil dat de verlossing lukt en met het woord 'vrijheid' duidt men duizend sloppen aan). Jij bent geest (maar mijd dat woord, want het is door misbruik onbruikbaar gemaakt) jij bent ziel" (maar mijd dat woord ook, en om dezelfde reden).
==================
"Chant je functionaris weg, chant je persoonlijkheid weg, chant je identificatie met dit vlees waarin je nu bent weg."
"Chant", besef dat je als wézen buiten bent, wezenlijk buiten, niet eens in staat om binnen te komen, niet 'vrijwillig' en niet onder dwang. Niemand kan jou dwingen: jij BENT niet wat zij kunnen vastgrijpen en dwingen. Ze hebben geen greep op je, zoals je je buitenpij en je binnenpij aan hen kunt laten, zo kun je ook je vlees aan hen laten: ze kunnen dat onbewoonbaar-voor-jou, 'dood' heet dat, maken, maar verder niets. Ze vervroegen het verlaten dat toch al op het programma staat. Dat is alles wat ze kunnen. Weerstand tegen hen is even zinloos als meedoen met hen: hun wereld is futiel. Hun bewustzijn, hun identificatie is een waan. Sommigen van hen 'zijn' (= identificeren zich met) hun maatschappelijke, sociale, functie, positie, dit zijn de oppervlakkigsten. Velen 'denken dat ze hun persoon zijn', ook dezen schrikken zeer als ziekte of een ander natuurlijk iets hun vlees treft. Velen identificeren zich met hun vlees, hun genencombinatie, de intelligentsten onder hen beseffen dat wat daarin aan sporen kwam van wat ze meemaakten, hen vreemd is, jegens hun wezen toevallig. Wij beseffen wat wij werkelijk zijn: zielen." Dat is de boodschap van de swami. Leve de swami, leve zijn boodschap, want zijn verlossing is ECHT.
LET WEL: Er is geen enkele reden waarom iemand die nuttig werk doet (bijv. een tandarts, een landbouwer, een onderwijzer) zou ophouden na z'n bekering (zijn "zelfrealisatie" à la de Swami). Het spelletje 'civilisatie', 'rangschikken' dus, bewonderen, verachten, meepraten, napraten, prietpraten, dát hield op, voor hem.
===========
De opstanden tegen de omhullende (= gebruikende, zuigende, parasiterende) functionaris zijn mislukt: alle 'socialistische' e.d. veranderingen aan de civilisatie waren (nu ja, verwerden tot) vormveranderingen en alle politiek is het leggen van nieuwe rookgordijnen zodat de gebruikte mensen hun gareel en hun bit niet zullen kunnen zien, maar slechts de druk en de pijn ervan zullen voelen. Voelen, juist, dat woord gebruikte ik ook elders.
==============
De identificatie met de persoon (een toevallig door dit vlees aangeleerde verzameling angsten en neigingen tot herhaling van prettigs) is futiel. Maar doordat ze het in groepsverband doen en er al in gevangengezet worden in gezin en school en werk, voordat ze aan denken toe konden komen, zijn de meeste levenden in deze waan ('persoonlijk zijn') gevangen.
==================
Van dit alles maakt het volgen van de raadgevingen van de swami vrij. En dit te beseffen nadat men door het chanten heen (of erlangs heen) de weg heeft afgelegd, dat maakt het chanten ook nog overbodig. Het chanten is ook maar een middel, wie er in blijft steken bereikt het doel ook niet: het is een ladder om mee over de muur te kunnen klimmen om aan de stad (de civilisatie) te ontkomen.
============
En buiten treffen we niets aan. En niemand. Buiten is ons zolang en doordat wij 'in dit vlees zijn' niets en niemand gegeven. Zelfs 'dat er toch iets moet zijn' is logisch, dus vormelijk, dus leeg gepraat. ==//vr 15 sep 2000 1.37\\==||
vrijdag 15 september 2000 1.52:
==============
De weg van de psychologie leidt tot niets van enig belang of constructiviteit, tenzij men werkgelegenheid op zich een 'goed' acht. Psychologie bedrijven is een kunstje dat men kan doen voor de bezitters, om den brode.
3. De wezenloos van alle civilisaties
Er zit geen structuur of doelgerichtheid in 'wat er om den brode zoal gedaan wordt' door de miljarden groeisels uit kinderen (GUKken die men 'mensen' noemt) die als vee gehouden worden door de bezitters, met als cipiers die gebruikten (slaven, al of niet in zelfbezit), waarmee ze in aanraking komen, waaruit en waartussen ze geboren en bruikbaar gemaakt worden.
Waar geen structuur zit, worden ook geen gestructureerde, ontoevallige sporenpatronen gemaakt: geen begrijpelijke personen. Er gebeurt wel van alles (inclusief er wordt van alles nagestreefd en gedaan) maar dat heeft de vorm van 'de evolutie' (het grote veranderen met die verhullende naam, die onvermijdelijke vooruitgaande richting als doelgerichtheid wil laten aanvoelen). Diverse biologen van tegenwoordig ontkennen dat 'willen laten aanvoelen' heftig, in het uitvoeren van hun verdedigingstaak van de nieuwe gebruiksgolf die over de slavenmassa gaat (neo-liberalisme genoemd, soms). Bij het besteden van hun vrije tijd handhaven de bezitters dat ontkende volledig: het kan niet anders: hun rangschikken heeft hoog en laag en de voorgangers als 'hoger' beschouwen is wel ooit in zwang geweest, maar bij tot quasi-traditionele culturen geworden restanten van ingestorte civilisaties, niet bij (in) 'levende' ('nog draaiende' is een betere term in deze) civilisaties. De hun rang vertonende bezitters achten zich OVERTREFFERS van allen die voor hen waren, zowel als van allen die onder hen plaats namen door minder te nemen (zich minder minderen aan te schaffen, met name). In de civilisatie wordt geacht omhooggang te zitten. 'The ascent of man' zo heet dat boek van Bronowski dan ook. Een loze lofzang zonder afstand en/of inzicht.
0 Reacties