Jaap Schot, zonder datum
Hij doet het.
Die constatering is de basis voor alle psychologische
beschouwingen.
Hij: er is daar iemand, een dader.
In onderscheid van 'het regent', daar is niemand: van Pluvius wordt geen psychologisch profiel geschreven.
'doet', niet: 'is', niet: 'functioneert als'. Er wordt voorondersteld dat er meer nodig is om het doen van dit te verklaren dan alleen het bestaan, het er-zijn van hem.
De presse-papier drukt op het stapeltje velletjes. Dat wordt nooit onderwerp van psychologie. Zelfs als de presse-papier een passagier in een vliegtuig wordt, wat voor een zeer belangrijke persoon ook, hij weegt zo en zoveel en dat doet hij niet. Hij is zo zwaar. De uitdrukking 'hij weegt zoveel' is maar een taalvorm, een uitspraak-vorm: die 'hij' bestaat slechts in de taal, als onderwerp van een volzin, die 'hij' kan nooit onderwerp van psychologie worden. Die zelfde 'hij' bestaat ook natuurkundig, hij bestaat, dat is: neemt ruimte in en hij weegt zo en zoveel. Hij is maximaal echt. Echt, maar geen onderwerp van psychologie.
Hoezo 'echt', MAAR geen onderwerp van psychologie.
Hoe echt is een onderwerp van psychologie?
'het': er is een onderwerp, een onderscheiden handeling, bezig-zijn, bezigheid. Losgesneden (met ons onderscheidend vermogen of met een kunstmatig 'denkmes'?; vonden of verzonnen we de entiteit die we 'het' noemden?)
Onmiddellijk na het constateren 'hij doet het' begint de psycholoog met de vraag naar het waarom van 's mans doen. De psycholoog zoekt naar een reden, een beweegreden voor het doen. Als er geen reden achter of onder het doen te vinden is, dan is de dader net zo'n ding als een dobbelsteen en onderwerp van de natuurkunde.
De psycholoog moet een kiezende dader hebben die wil (met of zonder tegenzin).
Kiezen kan alleen optreden als er alternatieven opgemerkt (gezien) en wegend, overwegend, vergeleken worden. Zo is het schema, zonder dat geen psychologie. Psychologie gaat over mensen en dat zijn geen dobbelstenen, geen wekker-achtige mechanieken, geen voorwerpen.
Mensen willen ook helemaal niet zulke dingen zijn. Waar gewild wordt, wordt het anders-zijn gewild, anders dan dingen (voorwerpen) en anders dan 'dieren' [dieren is een begrip dat slechts in die context, dat uitzeggen van anders-zijn, zijn betekenis heeft; de bioloog heeft er nauwelijks gebruik voor.]
Psychologie is een keurige civilisatiewetenschap, ze wordt bedreven binnen 'het vechtspel om voorrechten te vestigen' dat de civilisatie is. De onderwerpen van de psychologen zijn dan ook (de gedragingen van) personen; personen zijn van de menselijke levende lichamen, wat de software is van de computergeheugens. De gebruiker van zijn medemensen en/of van computers, is slechts in die persoon, resp. die software geïnteresseerd. Dat dierlijke lichaam en die plastic doos met inhoud, die zijn alleen maar, nu ja, ongeestelijk, niet ter zake. De mensengebruiker in de ontwikkelingsfase van de industrialisatie (resp. de civilisatie) gebruikt het menselijk lichaam zonder aanzien van de persoon, hij motiveert dan ook lijfelijk, met prikstok en zweep.
In de civilisatie, daar vindt de psycholoog de onderwerpen van zijn studie. De civilisatie is te beschrijven als een vechtspel en wel het vechtspel dat inhoudt: het vestigen van voorrechten. Iedere geciviliseerde doet mee aan dat vechtspel, dat wil zeggen hij acht zich geplaatst tussen meerderen en minderen. Wie niet aan het spel meedoet, maar ook in de moderne, geciviliseerde maatschappij leeft, weet dat hij zich bevindt tussen anderen die zich elkaars meerderen resp. minderen achten, zich als zodanig beschouwen, opvatten.
Iedere geciviliseerde heeft het speelveld van het genoemde vechtspel om zich heen, zoals een magneet zijn magnetisch veld om zich heen heeft. Het speelveld heeft geen vaste plaats, het is om iedere geciviliseerde heen.
Het aspect [= de zichtbare kant] rangschikken is aan alle geciviliseerd doen en nalaten te vinden. Wat de geciviliseerde ook aan gedrag vertoont, hij vertoont het in het kader van het zich rangschikken. Het woord 'vertoont' bij gedrag is hier zeer terecht, maar de blik van de ander is door de geciviliseerde geïnternaliseerd, ook het gedrag dat niemand ziet, wordt gekozen met het oog op die ander. Dat bewijst juist ook de geciviliseerde die zich daar misdraagt waar hij zich ongezien en niet te betrappen weet of waant. De geciviliseerde leeft in het oog (onder de blik) van de ander en 'met het oog op' de ander. De geciviliseerde is gevangen in zijn eigen RANGSCHIKKEND VELD.
Hij kan verschillende gedragingen niet als gelijkwaardig ervaren, hij moet kunnen kiezen en wel (minstens óók) op basis van de plaats van het gedrag in kwestie op de meetlijn die loopt van verachtelijk naar voornaam.
Een onafzienbare voorraad bijvoeglijke naamwoorden stelt de taal ons naast scheldwoorden en waarderende benamingen (pejoratief en het tegendeel daarvan) ter beschikking om de uitslag te melden van die volstrekt onnodige, alles en allen en aller gedrag omvattende en nooit vermeden keuring door allen ten allen tijde onder alle omstandigheden.
Keuren is heersen
En heersen, dat is het doel van iedereen die meespeelt in zijn eigen rangschikkend veld, dat een samenstellend deel is van het geheel van alle rangschikkende velden.
0 Reacties