Jaap Schot, 19 oktober 2006
1. Het is zonder nut voor mij, mij tot medemensen te wenden met mijn tekst.
2. Wat het nut voor wie dan ook zou kúnnen zijn om mijn tekst te lezen (≈ te horen), is niet na te gaan.
3. Ik heb er geen behoefte aan (geen zin in) mijn tekst ter keuring voor te leggen.
4. Ik ben niet onzeker van wat ik schrijf, want ik beperk mij tot wat ik ken, door het hier nu te zien (waar te nemen, te ervaren).
5. Ik koop die zekerheid dus tegen de prijs van het klein zijn, ‘klein zijn’, zo heet ‘mijn eigen afmetingen hebben’.
6. Als ik napraat, meepraat en grootpraat (uitspraken doe over dingen die zo groot zijn dat ze niet geheel in mijn beeld vallen), dán is er die onzekerheid, dán moet ik op zoek naar bijval en instemming en in de betere kringen (die denkbaar zijn, niet aan te treffen, niet te vinden, voor mij) naar aanvulling. Maar wat kan míj dat wat mij te boven gaat, boven mijn krachten gaat, nu schelen? Niets dus. Helemaal niets.
7. In de ideale democratie zoals hier bestaand, heb ik op de landspolitiek zoiets als één 10 miljoenste invloed. Ik kan het recht claimen om met de kracht van 1 gram tegen een drijvend blok te mogen duwen waarop in totaal 10.000 kilo “rechtmatige” kracht wordt uitgeoefend, in ongekende richtingen. Zelfs als ik rekenfouten maak nu, dan nóg.
8. Ik heb er gewoon geen opvoeding voor gehad mij in te zetten om mijn zin te krijgen. Het was thuis, zoals in dit land: er is genoeg van wat ik nodig heb, en degenen die om de ongelijke verdeling van het voor mij onnodige onder hen vechten, zijn zelfs het verachten, want het opmerken, niet waard. Zíj kennen de status die de verschillende goederen die zij vertonend bezitten aanduiden (resp. suggereren). Mijn hemel, wat een kul. Maar het lukt hen om al die allochtonen moeiteloos aan te passen aan dát spel (hen tot deelnemen daaraan te brengen). De met radicaliseren dreigende 1400 Amsterdamse mohammedaanse jongeren zijn, zo melden (?) de onderzoekers, zijn gefrustreerde niet-geplaatste spelers: geen baan, ‘op de bank’, zonder uitzicht op ‘het veld in gestuurd worden door de coaches = spelleiders = werkgevers’. Ze komen niet aan de bak. Er liggen onvoldoende carrièrekansen voor hen.
9. Dit is een voorbeeld: waarom moet ik dit weten? Antwoord: er is geen enkele reden te vinden om het mij te laten weten (dus voor mij om er enig belang in te stellen. Ik zou dat belang moeten stellen, moeten fantaseren, moeten verzinnen, want ik héb dat belang niet. Al zouden ze heel Amsterdam een kilometer diep kunnen laten wegzinken, ik zou die stad niet missen. Geen enkele inwoner ervan. Geen enkel gebouw ervan. Alles wat met die stad verloren ging, zou door het vlijtige volkje binnen een jaar weer worden gecompenseerd. Niemand mist de dodo, niemand zal die stad missen. Hoe soepel ging het leven niet voort na al die Pompeïs.
10. Al dat nieuws en al die verstrooiing die de televisie en andere media ons brengen, we kunnen ze missen als kiespijn.
11. Ik schrijf uit wat mij aan tekst invalt. Het mij invallen van tekst is als het zien dansen van figuren door begrippen. De grammatica en de logica zijn danstradities, de figuren zijn echter, idealiter, in het geval dat het goed is, net als de dansen der bijen: berichten omtrent dát daar dat te mijner zake is.
12. Mijn lijf meldt intern enorm veel van orgaan tot orgaan (resp. organen). Ik heb er geen zicht op. Een zeer klein deel breng ik onder woorden, beter: brengt een tekstaanmaker (= een klomp hersencellen) onder begrippen (--> onder woorden).
13. Ik gebeur slechts. En wat mij aan tekst invalt, - alsof een ander mij vertelt over wat er aan begrippendansen in mijn brein plaatsvindt -, daar kan ik niets mee. Ja, ik schrijf het uit, deels. Maar wat wordt dáár nu door veroorzaakt? Nou, wel íets: nu ik mij tot waarheid beperk, mij klein erken. Mijn tekst wijkt sterk af van de tekst van anderen. Voor míj is die tekst van belang. Ik hoor nu ‘als van een ander’, ‘als door een ander gezegd’, iets over wat ik “doe”. Doe tussen aanhalingstekens, want ik gebeur alleen maar. De anderen ook, maar die blijven zichzelf en elkaar maar daderschap aanpraten. 19-10-2006 11:44|740W||
================
19-10-2006 12:35:
Tegen de schoonheid.
==============
14. Dr. M. J. Langeveld ‘Taal en Denken’ 1934 bij Wolters. Hij praat mee met Multatuli, die Droogstoppel uitvond als de man die op de dichters “Grijs, goede vriend, is alle theorie, maar groen de gouden boom des levens”, reageert met “Gewauwel, meneer, theorie heeft geen kleur, het leven is geen boom, enz.” Droogstoppel zou niet begrijpen wat de dichter bedoelde. Kom nou, zo eenvoudig ligt dat niet. Wat Droogstoppel zegt is waar en de dichter wordt precies dáár aangepakt waar die het zelf niet meer in begrippen kan beschrijven. Het zou wel eens zo kunnen zijn, dat de dichter óf een wetenschapper (theorieënmaker dus) is, die geen plezier in zijn werk heeft óf een niet-wetenschapper, die niet kan navoelen wat een empiricus plezier in diens werk geeft. Als mij als empiricus een theorie invalt, een bespreekbeeld, dan geeft mij dat precies zoveel endorfine als wanneer de dichter zijn grijs versus groen invalt. Ik kan dit alles natuurlijk niet bewijzen. En dus kunnen die dichterlijke en kunstminnende jongens het moeiteloos gewoon ontkennen. Dat nu, - zie boven -, mógen ze van mij. Het raakt me niet.
15. Dichten is net zo’n bezigheid als een zaag als zingende zaag gebruiken. Het zou niet erg zijn, als de timmerman die met dat stuk gereedschap goed kan werken, dat ’s avonds, voor zijn lol, deed. Maar het gedoe van die sukkel die nog geen rechte zaagsnede aan kan maken en zo nodig de lolbroek uit moet hangen, die kan wat mij betreft de boom in. Wég met die vent en zijn soort en zijn bewonderaars. Parasieten en hun dienaren, ik hóef ze niet. Ik weiger ze te bewonderen om nutteloze kunstjes die ik niet kan nadoen. Kijk, ik wil best Rembrandt bewonderen als die het presteert om driedimensionale verhoudingen en stofuitdrukking in schilderijen weer te geven. Ik kan Rembrandt waarderen als onderwijzer voor lui die meegaan met ontdekkingsreizigers om wat daar aangetroffen wordt te tekenen / te schilderen, omdat woorden uiteraard (!) tekort schieten voor het werkelijk nieuwe. Dat gáát ergens over. ‘Mooi’ is hier een woord, dat alleen de aandacht afleidt, het denken over de verbanden (in dit geval de bruikbaarheid) stopt, stilzet, voorkómt.
16. Ik bén een droogstoppel en met reden.
17. Oh ja, de dichter voelt iets en drukt dat uit in tekst. Mooi, prima. Maar voelen is een barrière. De dichter gaat aan zijn gevoel voelen en dat fraai uitdrukken. Dat ‘aan zijn gevoel voelen’ komt in de plaats van het benoemen van zijn gevoel en het beschrijven van dat waarbij hij het aanmaakt. Want hij maakt het aan, zoals ik tekst aanmaak. Iets in zijn hersens is van hersencellen gemaakt: zijn gevoelaanmaker, analoog aan mijn ‘tekstaanmaker’. De dichter ervaart, stelt zich voor of meent in de ander, de wetenschapper die een theorie aanmaakt te zien: het tegendeel van levendigheid. Dat tegendeel van levendigheid hecht hij aan ‘theorie’, zoals ik, droogstoppel als ik ben, ’s dichters bezigheden als onbenullige hechtplaatsen (zoals mossels die nodig hebben, van die dakpannen in Ierseke) voor datzelfde ‘dode’ opvat: het aanmaken van gerijm in vormpjes, als er een ander woord wordt geëist door die vormpjes en dat gerijm: des te erger voor ‘de passendheid van de beschrijving en het beschrevene’. Het verschijnsel ‘stoplap’ is het meest vóórkomende in die “kunst”. ‘Stijl’ was ook heel belangrijk, voor de beoordeling van proza. Ook die stijl leidt tot het afscheiden van massa’s tekst waarmee geen enkele melding wordt gedaan. Tegenwoordig is dit vervangen door seks en lol, in vormeloos geschrijf voor de verkoop.
18. Wat gezegd (c.q. schriftelijk gepubliceerd) wordt, dient alleen de entelechie(en) als het melding is. Slechts wat aan de hand is, is aan de hand. Slechts wat gebeurt, gebeurt. Dat waarvan slechts sprake is, is afleiding. Het leidt de aandacht af van wat gebeurt en wellicht gevaar of gelegenheid oplevert (inhoudt).
19. Ontspannen vrije tijdsbesteding is prettig, maar ík kom er niet aan toe. En dat terwijl ik geen ‘werk’ heb (= bevelen op moet volgen = onder bedreiging met verachting en armoede kunstjes moet doen voor de koopkrachtige, bezittende, via de wetten over de politie als fysieke dwingers beschikkende anderen). De democratische wetten zijn de dictaten van de dictatuur van opzij. Is dát even een grote extra pret, dat je degenen die je dwingen niet als je meerderen hoeft te erkennen, alleen gedwongen wordt je te laten toespreken met die vreemde formule over die wetten: ‘wat we hebben afgesproken’.
20. Onder deze omstandigheden heb ík behoefte aan het horen van zulke teksten als deze, die het geheel van afgedwongen gemeenplaatsen als afgedwongen benoemen. 19-10-2006 13:38|1.509 W||
21. 19-10-2006 15:07: Mozes heeft ze een volheid van tijd zonder gezamenlijke kennis laten leven: manna laten eten: empirische waarheid, niet te bewaren, niet te delen, niet te verhandelen. Pas daarna mochten ze het beloofde land binnen gaan, maar hij ging niet mee, ze gingen de duisternis in. Het inzicht dat er niet geloofd dient te worden, hadden ze NIET van hem geleerd, ze waren er te slaafs en te stom voor. Af en toe was er iemand die het door had: een profeet en die maakten ze vaak dood. Jezus zag dat het volk met gebruikmaking van hun geloven werd bedrogen en beparasiteerd, door de priesters.
22. Ook van hem, waarschijnlijk een romanfiguur, een symbolische figuur voor weg (= entelechie), waarheid (manna dus) en leven (in tegenstelling tot die identificatie met het aangeleerde) symbool. Niemand komt tot de vader (ongelukkige uitdrukking, net als ‘de Heere’ en ‘de Heer der legerscharen’), tot de schrijver van zijn genencombinatie, tot het LEVEN, dan via entelechie, waarheid en (zonder gezag aan de voorwaardelijk stellende vaderaars toe te kennen) gebeuren, het initiatief behouden, zelfs de dood niet vrezen. 19-10-2006 15:18|1.696W|||
===============
19-10-2006 20:48:
23. Ik doe dit – uitschrijven, dus – zonder er opdracht voor te hebben. Ik zou nooit een beroep (baan) kunnen hebben gekregen om dit te doen tegen betaling. Er is geen vraag naar.
24. Van die schrijvers voor de kost zijn er verschillende soorten.
24.1. vóórschelders
24.2. pornografen
24.3. dagdroombegeleiders
25. 19-10-2006 21:23\\
0 Reacties