Publiceren is Jan Publiek dienen

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief

Trefwoorden: Jan Publiek | publiceren

Jaap Schot, 22 december 1986

Publiceren is het ter keuring voorleggen van je eigen topprestatie aan Jan Publiek. Je doet het om Jan Publiek te dienen voor geld. Jan Publiek geef jij de gelegenheid om te kiezen tussen applaudisseren, negeren (doodzwijgen) of uitfluiten. In dit kiezen beleeft Jan Publiek zijn heerschappij. Jan Publiek geniet ervan gediend te worden. Het zich laten dienen is gelijk aan het vernederen van wie dient. Wie op eigen initiatief publiceert, zijn kunstje voorlegt en vertoont, vernedert zichzelf. Hoe meer hij zich afmat in het streven naar volmaaktheid en naar het ingewikkeld maken van zijn prestatie, hoe beter Jan Publiek het vindt. Het centrale punt is dat heel goed zichtbaar moet zijn dat die daar, die vertoont, de dienaar is. Om onnaspeurlijke redenen worden sommige topprestaties met enorm applaus beloond. Als dat eenmaal een geldverdiener overkomt, slaat het gevoel van de enkelingen in de applaudisserende massa om in bewondering en verering voor degene die optreedt en in de wens dit applaus met hem te delen.
Voorbeeld: popsterren worden door vele vrouwen aangezocht en begeerd. Enige tijd geleden in een blaadje als "Privé": 'tientallen vrouwen willen kind van Marco Bakker' een kop van gelijke strekking.

Geld verzoent niet de arbeid, maar het compenseert voor de vernedering die het dienen voor geld nu eenmaal is. Arbeiden is niet vaak zo vervelend, afgezien van de slijtageslag waaraan de geknechten in competitie met elkaar worden blootgesteld. Die competitie is tot grote hoogte opgevoerd door de overmatige voortplanting die de geciviliseerden kenmerkt. De massa der knechten maakt dat er een groot overschot aan aanbod van tijd maal aandacht maal energie is. Er zijn dus altijd zat 'lagere' arbeidskrachten, de competitie werkt negatief voor de arbeiders uit overal waar vaardigheden niet van belang zijn. Die overmatige voortplanting maakt dat er steeds maar weer nieuwe vaardigheden worden gevonden om in uit te blinken teneinde zich aan de grauwe ellende van het ongeschoold moeten dienen voor geld te kunnen onttrekken. Het is leeg gepraat te zeggen dat de technologische ontwikkeling een eigen ontwikkelende kracht in zich heeft.
Jan Publiek heeft het zeer gemakkelijk, hij kan het zich veroorloven slechts hetgeen hem leuk en lekker en anderszins positief strelend voorkomt toe te juichen. Het handhaven van eenmaal toegejuichte bezigheden wordt door de toppresterende knechten verzorgd: zij vechten voor het behoud van (hun) werkgelegenheid. De behoudende krachten in de maatschappij behouden vooral werkgelegenheid en slechts verbeteringen (in de ogen van Jan Publiek) en goedkopere manieren van produceren komen tot stand als veranderingen.
Jan Publiek is niet bezig een zakelijk probleem op te lossen, hij is bezig zich als consument op zijn beurt schadeloos te stellen voor, wraak te nemen voor, zijn eigen vernederd-worden. Jan Publiek betaalt met geld waarvoor hij zelf diende voor de gelegenheid om de prestaties van anderen te keuren, voor de gelegenheid om te kiezen tussen applaus, zwijgen en uitfluiten, voor de gelegenheid om in deze te doen wat hij wil.
Willen is het werkwoord dat de soeverein kenmerkt. De soeverein is zelf de bron van wet, van wat moet. Hetgeen moet, moet omdat hij het wil. Dat is ook de reden die hij (maar alleen desgevraagd) aan zijn kind opgeeft voor wat hij het kind gebiedt. Er is niets weg van het zogenaamd niet meer 'in' zijnde "autoritaire". De civilisatie is nog steeds in volle bloei. Wij leven nog steeds onder een militaire dictatuur. Nog steeds wordt ieder kind getemd, met harde hand en zachte terreur (bijvoorbeeld: dreigen met liefdesverlies, met uitstoting). Wat er gebeurd is en nog steeds gebeurt, is het veranderen van de namen van de daders en daden. Heersen heet leiding geven, bevelen heet koopkrachtige vraag uitoefenen, macht heet verantwoordelijkheid en zo verder tot in het oneindige. Iedere keer wanneer een nieuwe term weer gevuld is met de negatieve ervaringen van het ermee benoemde wordt de term door een nieuwere vervangen. Dit is een te doorzichtig gebeuren om niet erg vervelend te zijn.
Er zijn mensen die zich wijsmaken dat hun streven naar perfectie hun hobby is en die zeggen van hun hobby hun beroep gemaakt te hebben. Het is bijna meelijwekkend dit zelfbedrog te zien. Bijna meelijwekkend, want zulk zelfbedrog voorkomt juist het lijden aan het toch onvermijdbare (het moeten toppresteren of versleten worden als ongeschoolde, ongespecialiseerde arbeidskracht). Zo heb ik mijn 21 jaar dagonderwijs en zelfs een groot deel van mijn werken in loondienst daarna voor mezelf dragelijk gemaakt door de waan dat het doel met het onderwijzen van het vak X was dat de leerling iets te weten kwam van de inhoud van dat vak. Pas heel laat heb ik doorgekregen dat hetgeen nagestreefd wordt slechts is: het behoud van de werkgelegenheid van de onderwijzenden en het temmen, bezighouden en wennen-aan-de-wereld van de leerlingen; deze laatsten moeten leren zich zonder te protesteren te laten gebruiken door boven hen gestelde anderen: zich hun tijd, aandacht, energie en leervermogen te laten gebruiken. Het enige alternatief naast dit worden tot bruikbare leverancier van arbeidskracht is het zich een eigen dimensie kiezen waarop men wil gaan toppresteren voor Jan Publiek. De school is het instituut waar de leerlingen geciviliseerd worden. Zo'n ongelofelijk duidelijke, botte, directe term als 'bruikbare' leden van de maatschappij kan dan ineens wel weer gebruikt worden, zonder dat er protest komt. Mensen als gebruiksvoorwerpen. Zo wordt er ook gesproken van 'seksueel misbruik' van kinderen, alsof seksueel gebruiken aanvaardbaar zou zijn.
Zolang de civilisatie blijft, gaat de natuurvernietiging in de kinderen voort en daardoor, (als wraak en uit onbegrip) gaat door en via die (ex-)kinderen het vernietigen van het natuurlijke milieu voort. Arbeiden is vernederd worden. Zoals ook leren vernederd worden is, tenzij men als verdwaasde denkt dat het om de inhoud van de vakken gaat en dat er achter alles wat men aan opdrachten krijgt een (slechts in bevelvorm doorgegeven) door de anderen, ouderen, aangetroffen noodzaak zit. Een noodzaak gezien het nodige voor leven en welzijn der mensen, dieren en planten enerzijds en het niet-levende gebeuren om ons, levenden heen anderzijds. Het is verbazingwekkend, achteraf, hoe lang ik in die waan heb kunnen volharden: de waan dat de mensheid niet 'eigenlijk slechts echt bezig is met het onnodige'. Ook al vertelde men mij op school wel dat de schepen (der VOC) in de haven (van Amsterdam) landden gevuld met specerijen, luxe voorwerpen en edele metalen (Piet Hein met de Zilvervloot).
Het drong niet tot mij door dat het hele koloniseren van de aarde buiten Europa slechts een roofmoordtocht voor luxe was. Ook de Romeinen kwamen hier gewoon roven en moorden. Nu nog spreekt men hier te lande alleen lovend over de komst van de militaire dictatuur der Romeinen. Nog steeds hebben we 'hun' recht. Mooi recht.

Nergens vond ik een afwijzing van de civilisatie zoals ik die in de afgelopen jaren zelf heb uitgeschreven. De centrale eigenschappen en bezigheden van de civilisatie worden consequent beschreven als waren het excessen en ongelukken en misdaden van enkelingen. De democratie die stemmen telt komt neer op een gespreide soevereiniteit: de kiezer hoeft zich voor zijn keuze niet te verantwoorden, evenmin als een keizer, ook Koning Klant heeft het volste recht (de soevereine beschikking) om met zijn geld te doen wat hij wil, te laten doen wat hij wil, te bestellen, dus aan wie dienend voor geld leveren te bevelen wat hij wil. Gespreide soevereiniteit is evenzeer soevereiniteit als geklonterde soevereiniteit.
Koning Klant is in effect (als) een heel domme Koning, de Kiezer is in effect (als) een heel domme en emotionele Keizer. Democratie en kapitalisme zijn alleen maar de zoveelste vorm van de civilisatie. Ook aan de andere kant van het ijzeren gordijn heerst een civilisatie. Het verhaal (de ideologie) van het communisme is evenals Christendom, liberalisme en socialisme, een beter verhaal dan de praktijk van de civilisatie waarin dat verhaal wordt gebruikt.
De civilisaties hier en daar zijn gelijk, onder de verschillende oppervlakten van staatsinrichting en ideologie. Het is dan ook schijn dat het helpen zou, als we aan die oppervlakten die verschillen iets veranderden. Sociale gerechtigheid binnen de centrale (hoog-industriële of hoog-getechniseerde) delen van de wereld betekent alleen maar verplaatsing van de "uitbuiting" en de honger naar de 'buitengewesten'.
De boodschap dat er opgehouden moet worden met het nastreven van luxe is al zeer oud. Armoede (luxeloos leven, niet: in nood leven), kuisheid en gehoorzaamheid zijn wat versleten termen, maar ze zijn wel heel precieze verwijzingen naar de pijnlijke (rotte) plekken. Tot nu toe zijn alle oproepen en pogingen mislukt doordat ze nooit de massa betroffen, altijd een betrekkelijk klein percentage der aanwezige mensen. Ook met geweld (recentelijk Pol Pot) is het nooit gelukt de civilisatie te kraken. Bij democratieën moet men wachten tot het voor het gemiddelde verstand (IQ) dwingend is om anders te handelen en te laten handelen.

Dit opstel gaat over publiceren. Is het de moeite waard mij te vernederen en dit bovenstaande in vele woorden verpakt, te publiceren? Ach, die moeite is zo groot niet. Ik heb niets anders te doen. Zal het verstandig zijn? Zal het nuttig zijn?

Ik stel die vragen omdat ik nu uitgeschreven begin te raken. Ik herhaal mezelf de laatste maanden. Tot dan vond ik toch telkens wel nieuwe beelden en voorbeelden en samenhangen. Het was te voorzien dat eerlijk eraan werken een eindige bezigheid zou zijn.

Iedereen die het lezen zal, is even machteloos als ik. Politici en centrale beheerders van massa's geld en stromen koopkracht weten ook wel dat zij geen macht hebben. De geldstromen zijn even onbestuurbaar als de zeestromen. Je kunt er met een lekkere vaart op meedrijven en ze brengen een mild klimaat daar waar ze heen gaan, maar het gevoel ze als een paard te berijden is ongepast. Evenals de veronderstelling van veel geknechten onterecht is dat de positiebekleders deze stromen als een paard besturend berijden.

Ik heb geen verlossend woord. Ik zie geen uitweg. Ik zeg niets nieuws, ik meld niets onbekends. Ik ben er vrij zeker van dat iedereen de waarheid die ik uitspreek kent. Kent, niet: ' voortdurend en lucide bewust heeft' en niet: 'herhaaldelijk en steeds weer anders onder woorden brengt', zoals ik deed, dat niet. Maar ik merk dat ook de meest gewone mensen uit deze kennis leven, dat wil zeggen: hun doen en laten ervanuit kiezen. Ze hebben het door, al veel langer en eerder en dieper dan ik. Ik heb het allemaal zo uitdrukkelijk onder woorden gebracht omdat ik het zo laat heb doorgekregen. Ik had het best tot iets kunnen brengen als ik niet zo lang geleefd had met die waan van 'tussen vanuit hun natuurlijke zijn levende mensen beland zijn'. Ik dacht dat alles nodig en nuttig en verstandig en doelmatig en redelijk doordacht was. Ik heb naar die zinnige bedoeling jarenlang ernstig gezocht. Ik ga er nog steeds vanuit dat ook de meest misbruikte oude teksten ooit door de oorspronkelijken als zinnige, doordachte tekst werden uitgesproken. Ik ga er nog steeds van uit dat wat nu zinloze begrippen en zinloze gewoonten zijn, ooit bewust bedachte oplossingspogingen van oorspronkelijken waren.
Denken dat mijn tijdgenoten aan nodigs en nuttigs bezig waren en verder niet, dat was een misser. Het wegwerken daarvan leverde mij mijn teksten op. Die teksten liggen nu voor. Ter publicatie?

Er is geen andere oplossing gevonden voor het probleem 'hoe te ontsnappen aan de civilisatie' dan het zich in kleine groepen bijeenvoegen, afgesloten zonder luxe te gaan samenleven, zich te beschermen tegen de eigen vruchtbaarheid en te voorkomen dat er ook maar iemand soeverein gaat zijn, dat wil zeggen iets onnodigs gaat willen, zonder rede en zonder verantwoordelijkheid.
Armoe (luxeloosheid), kuisheid (geen zich overleveren aan eigen onbeperkte voortplanting, geen, geknechten kenmerkend, zich, in eigen kinderen, onsterfelijk maken of zich verzekeren van ooit ook aan de beurt komen om zelf te leven of zelf te heersen, geen wedstrijd in het bezitten van veel vrouwen en veel kinderen, zoals vee houdende nomaden dat deden; oudedagsverzorging anders dan van eigen kinderen laten komen) en gehoorzaamheid (zich houden aan het als redelijk herkende, opgeschrevene,
de topprestaties der beste, gespecialiseerde intelligenten, de doordenkers.)
We vinden deze zaken zowel bij kloosters als bij Walden II van Skinner, als bij die meneer Meadows van gisteravond op televisie, altijd tijdgebonden qua nadruk op deze of gene ingrediënten/ argumenten. Ook in de beschrijving van hoe primitieve volksstammen gedurende tienduizenden jaren in hun omgeving leefden,(niet slechts overleefden, vegeteerden!), vinden we deze ingrediënten terug: de afwezigheid van hoge technologie en hoge kunsten, door de afwezigheid van de competitie der boventallige geknechten; de aanwezigheid van beheersing van de aantallen, dus van de voortplanting; de aanwezigheid van traditie; de aanwezigheid van 'sociale controle', de preventie van macht en soevereiniteit. (Pierre Clastress : Society against the State).

Ook deze uitweg is al door vele vele anderen gewezen, niet pas onlangs voor het eerst, maar al lang geleden en herhaaldelijk, steeds aangepast aan de tijd en steeds ook zeer duidelijk. De uitstappers bleven gering in aantal en de tweede en derde generaties vielen niet zelden weer terug naar civilisatie.
Primitieve stammen zijn meestal met wapengeweld als samenleving vernietigd, ze zijn vrijwel nooit verleid door de civilisatie, laat staan overtuigd door de waanideeën van de zendende/ missionerende civilisatiereligies (christendom, islam, hindoeïsme). Zo gek zijn mensen niet. Maar pas civilisatie brengt vervolmaking van wapensystemen en tegelijk ook de bereidheid daarmee anderen, vreemden, buitenstaanders aan te vallen en te vernietigen: de geciviliseerden moeten voor hun psychisch en sociaal evenwicht aantonen dat er buiten de civilisatie geen dragelijk leven mogelijk is. Aantonen doen ze dat door het waar te maken, niet door het als waar aan te treffen. Geciviliseerden zijn niet geïnteresseerd in wat aan te treffen is, maar in wat te maken en te
gebruiken is.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *