Jaap Schot, 1985
Ik begin met een woord en zoek daar de synoniemen bij op, die het puzzelwoordenboek geeft. Zonder daar erg veel gevolgen of uitingskracht aan toe te schrijven, kan ik toch stellen dat menige halfintellectueel (kruiswoordpuzzelaars zijn heel duidelijk juist dat), de suggesties in deze puzzels (omtrent de verwantschap der genoemde/gevraagde woorden) aanvaardt.
Let wel: een puzzelwoordenboek is geen zuiver synoniemenboek. In een kruiswoordpuzzel wordt naar associaties gevraagd, naar min of meer verantwoorde relaties. Die relaties blijven onbenoemd.
Kruiswoordpuzzelaars kunnen lezen en spelen , net als dichters, met de taal op een oneigenlijke manier. Ze gebruiken nl. de taal niet om alsnog te ontkomen aan frustrerende situaties, die ontstaan doordat onverwijld handelen niet kan en die daarom het brein het bewustzijn doen inschakelen teneinde meer begrippen, meer begrip, meer begrijpen, aan het brein toe te voeren, zodat het brein, door wat Lewin 'differentiatie' noemde, (=het uiteenvallen van de situatie in meer van elkaar afgegrensde stukken), na die toevoeging wel een handelen kan suggereren en zodoende deze situatie, dit tot een vraagstuk gereduceerde probleem, onbewust kan laten blijven, zoals alles wat we zonder moeite routinematig kunnen en moeten doen door ons onbewust (= zonder door tekst begeleid te worden), wordt gedaan.
Wanneer ik dan ook met een woord begin en daar de in het puzzelwoordenboek genoemde woorden bij zoek en bij die woorden als lemma weer de daarbij genoemde woorden, vind ik geen zuivere rijen synoniemen. Ik kreeg b.v. uitgaande van 'leuk' 82 woorden waarvan 30 echte synoniemen.
Ik kan vanuit mijn eigen kennis van de taal en/of met behulp van verklarende woordenboeken uitmaken waar er sprake is van synoniemen.
Wat gebeurt er wanneer ik die echte synoniemen weer als op te zoeken trefwoorden (lemma's) gebruik? Wel, dan neemt de hoeveelheid ruis (in dit geval: niet- synoniemen) aanzienlijk af.
0 Reacties