Jaap Schot, 25 augustus 1986
Het is goed religieuze handelingen, bezigheden, rituelen, gebaren, plaatsen, gedachten, meningen, gevoelens, opvattingen en vooral: gewoonten als zodanig te kunnen herkennen.
Sportvelden zijn evenzeer heilige plaatsen, gewijde grond, als kathedralen en religieus handelen is wat er gedaan wordt al sportend, kaartend, punten tellend (bij gezelschapsspel thuis, zoals Scrabbel, Monopoly en Risk), weddend, wedijverend, in competitie en in het streven naar zelfovertreffing in en naar volmaaktheid (perfectie) van (top)prestatie.
[punten tellen is evenzeer een religieuze handeling als bidden, alleen uit een andere (godloze) religie.]
Het kenmerkende van echt aangehangen religies (waarvan de godendiensten en (een)godsdiensten slechts voorbeelden zijn) is dat ze niet geloofd en doordacht worden zolang de aanhangers gewoon ongestoord door de aanwezigheid van ongelovigen en andersgelovigen deze religies kunnen gebruiken om hun tijd te verdrijven en zich die spanning, prikkels en bezigheden kunnen verschaffen die ze node missen sinds ze door het zich vestigen en
door het zich organiseren en technisch vernuftiger worden hebben blootgesteld aan verveling en in machteloos afwachten van goed weer en goede oogst door te brengen tijd.
Tot religies vol feesten en bezwerende gebaren leiden de onnatuurlijke omstandigheden waaronder de mensen machteloos zijn doordat ze zich afhankelijk maakten van het goede weer en van het uitblijven van plagen (sprinkhanen, veeziekten en hagel, bijvoorbeeld) waarvoor ze zelf, door hun (mono)cultures de voorwaarden schiepen. Ook als de tweede natuur, -[de door de cultuur (dat is: het bebouwen van het land en het houden van vee)
vervormde, in de richting van een couveuse of restaurant vermaakte natuur,] ruimschoots bleef geven wat nodig was voor leven en welzijn, deze tweede natuur kan en kon niet geven wat de eerste natuur, de echte natuur geeft: dag in dag uit het onzekere, maar vrijwel zekere en met behulp van het gebruik van vaardigheden en geheugen (handen en hersenen) waarschijnlijker te maken niet te bewaren "mannah", na het verwerven waarvan het goed
rusten was, bevredigd, verzadigd. De eerste natuur levert met het nodige ook het biologisch functioneren: het bewegen, het vaardige doen met onder andere de handen , het gebruik van de hersenen als geheugen en als creatief, listen verzinnend, waarnemingen verwerkend brein.
Zowel tot gokken als tot verslavingen naast het religieuze gevier, gedenk, gevoel en gedoe leidt de opkomst van het privaat bezit, van de meerderen en minderen, van de rijken en armen, van de heren en knechten, van de civilisatie. Als die vreugden eenmaal der mensen deel geworden zijn, zijn ze beschaafd, geciviliseerd en vrij. Als ze maar doorzetten kunnen ze allen medeplichtig worden aan deze stand en gang van zaken die neerkomt op het beogen van het ongelijk verdelen van alles wat bezeten, dat wil zeggen met dreiging van (wapen)geweld aan het gebruik en verbruik door anderen kan worden onthouden (ongeacht de vraag of de bezitter hetgeen hij bezit zelf benut): dan hebben ze de volgende verworvenheid: de democratie, de volkssoevereiniteit.
Wellicht is het gokken ouder dan de loonarbeid. De loonarbeid is zeker ouder dan het maken van carriere, het doorlopen van een geplande reeks van banen, het gaan van lagere naar hogere arbeidsplaatsen (promotie) eventueel (heel modern) gevolgd door het planmatig demoveren: het gaan naar lagere arbeidsplaatsen alvorens de wereld van de arbeidsplaatsen te verlaten.
Vrijwillige demotie is voor alle betrokkenen beter dan dysfunctie op het ni.o.v.n incompetentie of anders veroorzaakte minder dan optimale output van de oudere werknemer.
Het vergelijken van zichzelf met anderen ten aanzien waarvan dan ook (schoonheid, status, intelligentie, morele stand enz. enz.) is ook een religieus bezig zijn. Het is een fundamenteel dogma dat ieder zich met anderen moet vergelijken, omdat op basis daarvan de gelovige kan komen tot het zich inspannen om, met zijn (Godgegeven) talenten woekerend, de ander zowel als zijn eigen vroegere topprestatie te (wensen en proberen te) overtreffen,
waardoor er uit de massa der gelovigen ten allen tijde, spontaan, zonder dwang van zwepen en dwangarbeid, de best haalbare topprestaties komen, met de resultaten waarvan zich kunnen smukken: de vorsten, de rijken, de gelovige toeschouwers, de vaderlandse trots voelende landgenoten en/of sexegenoten der winnaars van gouden medailles.
Dit bovenstaande is een aanduiding van de echte religie van de huidige democratieen, zowel de burgerlijke, westerse, communistische als geleide en traditionele democratieen: het is van enige afstand bezien allemaal een pot nat.
De positie en de reacties van de tweede generatie "buitenlanders" hier nu bij ons komt overeen met die van de aborigenees en maori's bijvoorbeeld: geboren in een ontkrachte cultuur, buiten gesloten door de dominante civilisatie. Daardoor gokkend en zich verslavend en af en toe machteloze gebaren makend van uiterlijk vertoon van vroeger stamgedrag: haardracht bijvoorbeeld.
Hoogst ergerlijk zou het zijn voor een betrokkene als betrokkenheid gepaard kon gaan met inzicht dat vanuit afstand slechts te krijgen is maar met de voor inzicht nodige afstand valt ook de betrokkenheid weg en het beschikbaar hebben van energie om te argumenteren, te vechten, te streven tegen de gewenste onwetendheid en het opzettelijke niet-begrijpen van de betrokkenen in de dominante civilisatie (politiek) in.
0 Reacties