Jaap Schot, 2 februari 2006

De onderstaande samenvatting is op te vatten als een geraamte waaraan de opstellen van 2005 en 2006 vastzitten. Het geraamte is vast niet volledig, er kunnen wel een paar botten missen. Maar dat is voor nu hier niet erg. Het gaat er om een begin te hebben, van waaruit de opmerkingen in de genoemde en in voorgaande opstellen ‘geplaatst’ kunnen worden. En andersom zijn in die opstellen de begrippen te vinden die bij mij vastzitten aan de woorden die ik gebruik. Een lezer die ‘denkt’ dat ik met mijn volzinnen en verhalen bedoel wat hij ermee zou bedoelen als híj ze zei, dwaalt vrijwel 100% zeker.

    Met de gebruikelijke woordbegripcombinaties en vanuit de gebruikelijke hoeken kijkend, zeg en zie ik niets anders dan de lezer en ongetelde anderen; dát is dus niet zinvol voor mij om uit te schrijven, laat staan om ‘niet geheim te houden’.       

    Ik ben door (of ondanks, wie zal het zeggen?) wat ik deed en doe – dat is, al uitschrijvend een Gestalt zich laten vormen van alles wat ik geleerd heb – slechts gelukkig (geworden). Wie ambities heeft, zal er niets aan hebben, vermoed ik.

      1. Ons is ononderbroken zintuiglijk gegeven dat Koning Klant de loonafhankelijke houdt als gebruiksvee, als slaaf in zelfbezit, want Koning Klant neemt voor de gezondheid van de loonafhankelijke geen enkele verantwoording en heeft daar ook geen belang bij; hoogstens via een, de gebruikte gegeven, opleiding een belang (een investering dus) ín. 
      1. De eerste maatregel van ‘tot vee maken’ is: het doorsnijden van het contact met de nog wilde, slechts gevangen gehouden, niet tamme, niet met haar gevangenschap instemmende, niet zich daarin mentaal nestelende Moeder. 
      1. ‘Bemoederen’ is: het jong in contact brengen met zijn entelechie (zijn in zijn genen geschreven ‘wat híj, uniek, moet tot zich nemen en moet doen en moet laten en mijden’) (1) en het onderwijzen (2). 
      1. ‘Bevaderen’ doet de slaaf zijn kroost, hij past dit kroost aan de civilisatie aan (“leewiekt” door specialistische kennis aan te leren in de gevoelige periode, die voor kennis der natuur bestemd is in de entelechie): hij schoolt, hij leidt op, hij onderwijst niet, hij maakt van de kinderen ‘leibomen’, bruikbaren. 
      1. De mensengebruikerij is lang vóór mijn tijd ontstaan. Waar en hoe, dat kan ik me dus niet herinneren. Van horen zeggen over de Noormannen heb ik dat die zich, na enige roofmoordtochten, bij de overwonnen beroofden gevestigd hebben als heren met de overwonnenen als slaven. Zó, maar vast ook wel anders, kan die tweedeling ontstaan zijn, in gebruikers (parasieten) en gebruikten (die voor zichzelf én die parasieten het nodige deden). 
      1. Op den duur hebben de gebruikers ook onnodigs voor zich laten doen. 
      1. Het geld is er gekomen: het door de dienaren meegenomen schriftelijk bevel om deze dienaar te voorzien van dat waaraan hij zich, al dienend, niet zelf kon helpen. 
      1. Het geld wordt begeerd, gespaard, opgestapeld gebruikt voor zulke grote bevelen als de heren nooit bedoeld hadden dat de knechten onder elkaar zouden kunnen geven. De heren konden echter hun geld niet ontwaarden, want het waren hún bevelen. 
      1. Rijke knechten kregen op die wijze op den duur bevelskracht (koopkracht) van heerlijke grootte (omvang). [Het geslacht Füger naast Keizer Karel V, herinner ik me vaag.] 
      1. Iedereen die geld had en heeft, wenst – los van de hoeveelheid – dat het geldig blijft, dat de koopkracht, de kracht om de anderen te dwingen tot het leveren van diensten, behouden blijft. 
      1. Als alle aanwezigen medeplichtig (≈ op deze wijze in evenwijdige richting aan het wensen) zijn, is de bedreiging achter deze manier van bevelen (die ‘kopen’ heet) niet langer nodig; het bedreigen kan vervangen worden door verleiden: wie meer (geld) begeert dan hij heeft kan via werken aan dat begeerde geraken. Heer is niet langer wie met geweld plegen dreigt, maar wie – als schoolvoorbeeld nemen we Bill Gates – een onmetelijke hoeveelheid werkgelegenheid schept. 
      1. Als de koper voor zijn koopkracht gewerkt heeft, dan is de leverancier van diensten niet vernederd en niet afgunstig. Anders wél. 
      1. Wie werkt voor geld is ongeïnteresseerd in de zin en schadelijkheid van wat hij doet, hij werkt om aan dat geld te komen. 
      1. Er is een onbeschrijfelijke overmaat van mensen met dát doel: ‘aan geld komen om er begeerds voor te kopen’. Er is altijd een afstotendheid van het werk, die kan opwegen tegen de betrokken begeerte. Dan hóeft het voor de werknemer niet meer. 
      1. Om voor díe schadelijke en ongezonde en vernederende werkgelegenheid toch gebruiksmensen te hebben worden er altijd teveel aangefokt en zó arm gehouden dat ze niet werken om aan het begeerde, maar om aan het levensnoodzakelijke te komen. Er hoeft dan geen begeerte te worden gevonden die zó groot is dat ze tegen de afstotendheid van dat ‘werk’ opweegt. 
      1. ‘De economie draait vredig en vlot’ als dat met dat ‘begeren en nodig hebben’ en dat ‘werken voor je geld’ klopt. 
      1. Dat van dat dwingen van die armen door hen het nodige te onthouden, en het schaden van de gezondheid der werkenden, en dat van het onderling bedrog, en dat van het lege spel ‘overtreffertje’ / ’rangschikkertje’, dat alles en veel meer deugt van geen kanten en om ons dat ononderbroken te vertellen zijn er Amnesty International, Greenpeace, WSPA, LLiNK en ontelbare andere bronnen van protest. Die zijn er al zo lang als ik mij kan herinneren en alles blijft zoals beschreven, want ….. 
      1. Waar dat aanmaken van armen gebeurt, daar is vraag naar de roomse kerk, want daar past het bedrog dat bedoeld is om de ononderbroken beroofden, aan het als wilde dieren leven gehinderden, te verwarren en tot de vreze Gods te leiden. Het alziend oog van de god die achter de ongelijke verdeling van het bezitbare staat, zal hen zien als ze stelen (zo heet ineens: nemen wat ze nodig hebben, uit hun omgeving, het natuurlijke gedrag van ieder godgeschapen dier). En die god zal hen straffen, zelfs als de politie hen niet pakt. Het is zo’n doorzichtig bedrog, dat het heilige boek niet ter lezing wordt aangeboden en de (hún en onze) aandacht met alles wat daartoe dienen kan van ‘wat echt aan de hand is en hen treft’ wordt afgeleid. 
      1. Dit alles is ons ononderbroken waarneembaar gegeven. Wij hebben televisie. Zie voor de genoemde begeerte ook de programma’s van Oprah en Dr. Phil. 
      1. Stel je de vraag van Philippus aan de kamerling ten aanzien van de televisie die je ziet: “Verstá je wat je hier waarneemt?” En stel je, ná het beantwoorden van die vraag, dus ná dat verstaan, de vervolgvraag “Wat nút mij dit verstaan?”. [Een vraag uit de Heidelbergse Catechismus.] Wat nut het mij, dóór te hebben wat hierboven werd aangeduid? Antwoord: je kúnt dan door die deur die je gevonden hebt en die open staat, deze wereld, dit speelveld van ‘overtreffertje’/ ‘rangschikkertje’ / ‘genietertje’, verlaten. Je kent dan het feit dat dit spel door vee en niet door vrije dieren (in dit geval van de diersoort ‘mens’ dus) gespeeld wordt. Je kent dan het feit dat je zelf ook ‘geleewiekt’ (invalide gemaakt door verhinderd zijn te leren LEVEN, toen je dat, LEREN dus, entelechisch kón) bent: definitief niet meer in staat (zelfs indien in de gelegenheid) zult zijn om als vrij dier te LEVEN. 
      1. FYSIEK blijven wij gevangenen van de civilisatie, maar (dit is de boodschap van Jezus:) MENTAAL kunnen we er uit weg. Wij leveren dan niet meer het bloed van de civilisatie: de bewondering, het medebegeren van ‘luxe’ (want zo heet het consumeren van het begeerde). Wij zijn als minderen niet meer bruikbaar, niet langer in functie, want wij begeren niet wat zij als nodeloze vrucht van hun dwingen en/of gehoorzamend arbeiden vertonen, als onderscheidingsteken voor hun rang, als statussymbool. 
      1. Als de vrouwtjespauwen of de vrouwtjes paradijsvogels ophielden de voorkeur te geven aan wie het meeste pronkmateriaal hebben, zou het verschijnsel mannetjespauw sterk veranderen, vereenvoudigen. En wat zou het nut daarvan zijn? 
      1. Als op overeenkomstige wijze de rijken en machtigen aan hun pronken de zin ontnomen zouden zien door Christus’ boodschap, verstaan door de massa, dan zouden ze ingrijpen. Ingrijpen, zoals die Romeinse Keizer deed toen hij omstreeks 300 n. Chr. de Roomse Kerk aanmaakte. Hij ‘nationaliseerde’ de leer van Jezus. Nationaliseren is de tegenbeweging van het huidige privatiseren, de tegenbeweging die Nasser maakte t.a.v. het Suezkanaal en de Sovjets t.a.v. de Russische Spoorwegen. Wie dat militair (of anderszins ongehinderd) kán, neemt het bezit áf van wie het hebben. Wij – de burgers van dit land, dit werelddeel, deze wereld – kunnen onze gezamenlijke voorzieningen van bijvoorbeeld energie, vervoer en water niet verdedigen, dus nemen ‘het kapitaal’ (de aandeelhoudende rijken, wij zelf via de banken en pensioenfondsen) het áf van ‘ons’ (dat heet: ‘van de staat’, en áfnemen, kom nou, de trekpoppen van het kapitaal, de politici, zeggen dat de staat het afstoot). 
      1. Het bovenstaande inzien verlost / bevrijdt van alle opwinding (alle gevoel) bij de flut van de dag, waarmee het systeem ons via de media het bewustzijn tracht te vullen. Futiele zaken als het sturen naar een iedereen onbekend en onverschillig land, van 1400 militairen, waarvan er hoogstens enkele honderden gedood en gewond zullen worden, door een volk van 16 miljoen mensen. Daar worden de achterkanten van de advertenties en de stukken tijd tussen de reclameblokken dan wekenlang mee gevuld: als het maar veroorzaakt dat de reclame onder ogen komt. Dát is het enige doel, want het enige waarvoor betaald wordt, wat dus ‘de economie draaiende houdt’, ja, hopelijk, weer ‘doet aantrekken’. 
      1. Ooit hoorde ik een VPRO-radioprogramma over belastingen. Als ik het me goed herinner, – maar als het niet waar is, dan is het toch het verhaal dat ik nodig heb om de stand en gang van zaken om ons heen in de wereld te verklaren – dan was het in het land van de spijkerschrijvers zó dat de koning belastte door in tetraëders van met zijn zegel bedrukte kleiplaten geboetseerde dierfiguren te laten verpakken, welke dan als échte, levende dieren, door de ontvanger van dat pakje moesten worden geleverd aan de aanbieder / brenger van dit belastende biljet. De legers van de koning stonden áchter deze belastinginners. Er stond op die pakjes niet wat er in zat en de ontvangers moesten deze dus stuk maken, waarmee ze als bevelen ophielden te gelden, niet, zoals geld nu, konden worden bewaard en gespaard. Zo voorkwam men daar dat er machtige rijke lieden kwamen, naast de koning, die ook bevelkracht, koopkracht, zij het dan afgeleide, hadden. Wat eveneens voorkomen werd (of toevállig uitbleef, door deze techniek, wie zal het zeggen?) was dat er opeisbare dieren waren, die in werkelijkheid niet bestonden en dat er lui die helemaal geen vee hielden in het bezit kwamen van het vee van de mensen die wél vee hielden. 
      1. Men heeft dit op regeringsniveau echt wel door, van iedereen wordt nu geëist dat hij werkt en werkt en werkt, want men produceert nu geen goederen maar diensten en dus is voor geld (koopkracht) dan niet wat men met die kracht wil veroorzaken. En de waan dat alles voor geld te koop is, móet gehandhaafd worden, want dát is de kern van het geloof in de Mammon. De gewone man gelooft dat, daarom geeft hij ook aan liefdadige doelen, alsof er meteen een blik chirurgen kan worden opengetrokken of hij eist meer geld voor politie, alsof er een voorraad agenten in de mottenballen staat.
      1. De kinderen die geschoold worden krijgen ook het vak ‘economie’ en wel zó verwarrend en verblindend als de propagandisten voor het mensengebruiken dat maar kúnnen wensen. Te weinig uren en het verkeerde. Als ze gediplomeerd van school komen snappen ze nog NIETS van wat hen als gebruikte gebruikers overkomt. 
      1. Ook de overigens zeer prijzenswaardige zenders als National Geographic en Discovery zwijgen hierover als het graf en LLiNK doet z’n best, maar is niet op begrijpen, maar op ‘juist voelen’ gericht. Ook bang en protesterend vee is en blijft vee. 
      1. Ik heb mijn waarnemingen en ervaringen en als ik er de truc van Mozes op toepas, er God achter postuleer, dan kan ik mij opeens voelend verhouden ten opzichte van mijn genencombinatie zijnde zelf, zonder dat ik met mijn tijdgenoten de klokken gelijk hoef te stellen. Ik kan mijn entelechie dan opvatten als Gods Wil jegens ‘mij als bewust, dat is, om tekst zoals die van anderen te horen is, dus taal bij wat mij overkomt “gebruikend”, als taaldier gebeurende’. Dan is dier zijn ineens het hoogste, terwijl het in de civilisatie het meest verachte is. Zó is voor mij de bijbel bruikbaar, maar ik ben maar een hersenschim, een bewustzijnsinhoud, een wisbare DNA-streng volgens Vester, in enkele hersencellen van mij, vergankelijk, afgescheiden in reactie op mijn omgeving door mij als genencombinatie, dus. Ik als die gesuggereerde dader-gebruiker, daar is slechts spráke van.

      Lees meer

      Hieronder kunt u een reactie geven op bovenstaande tekst.
      Het kan enige tijd duren voordat uw reactie geplaatst wordt.