Jaap Schot, december 1984
Het was ook te verwachten dat de gewone mensen net zo zouden blijken te zijn als de vroegere edelen, de ongewonen aan de top van de hiërarchisch opgebouwde civilisaties, de betere standen. Er was en is niets bijzonders aan de mensen die posities bekleden waarin ze beslissingen kunnen nemen en vrije tijd hebben. Zo langzamerhand is de proef die nu al duizenden jaren en met miljoenen mensen werd en wordt genomen wel rijp om afgesloten te worden. Wanneer we mensen soevereiniteit verlenen doen ze maar wat aan. Er komt altijd hetzelfde wangedrag uit en van het weinige niet afkeurenswaardige gedrag (sporten en onderzoeken) werd door knechten die het voor hun broodwinning gingen doen (professionals) een karikatuur gemaakt waarin sportiviteit, belangeloze nieuwsgierigheid, ridderlijkheid en fairness totaal verdwenen.
De conclusie is : MET HET VERLENEN VAN SOEVEREINITEIT MOET OPGEHOUDEN WORDEN.
Het afschaffen van de soevereiniteit is ongelijk aan het afschaffen van het geld. Geld is slechts een middel. Door iemand meer geld te laten besteden dan nodig is om te voorzien in wat nodig is voor zijn leven en welzijn verleent men hem soevereiniteit. Met zijn eigen geld moet hij zelf weten wat hij ermee doet, wat hij ervoor koopt. Voor geld is alles te koop, want als er maar genoeg betaald wordt of als de betrokkene maar genoeg in nood is, is er voor elke daad wel een dader te koop. We kennen huurmoordenaars en dat is alleen maar een schoolvoorbeeld.
Geld is geen wortel van het kwaad. Een wortel is: het alsnog op zijn beurt aan zijn trekken willen komen ten aanzien van het zelf besteden van die hoeveelheid tijd, aandacht, energie, vaardigheden en gelegenheden, die men van buiten de mensheid kreeg. Op school op z'n laatst werd ons allen een zee van tijd en energie en gelegenheden ontnomen. Wie op zijn beurt nu als klant of als leidinggevende wel eens anderen wil laten doen wat hij wil, wie nu wel eens op zijn beurt wil motiveren, die houdt het systeem in stand.
Dit op zijn beurt leiden eindigt op honden en op die laagstgeplaatsten die slechts in tijd van oorlog tegenover de vijanden en de ondermensen hun gelegenheid tot macht uitoefenen krijgen en dan tot geweldplegen komen. Het zich op derden wreken voor de ontstolen hoeveelheid "zelfbestuur"," eigen leven leven", dat is een wortel van het kwaad.
Het centrale begrip is 'soevereiniteit', dat is : onredelijk en onverantwoord mogen zijn van de tijdgenoten, wetend dat er geen god is en dus geen toezicht op evenwicht scheppende, wrekende gerechtigheid. Wetend dat het kwaad niet per definitie zijn dader straft. Tenzij men daar een definitie van maakt en stelt dat dat wat de dader geen nadeel oplevert, ook geen kwaad is. Zo kan men er namelijk ook tegenaan kijken. Niets in de werkelijkheid verbiedt dat. Degenen die niet vertrouwen op hun eigen kracht en op de kracht van hun groep om zich het kwaad van het lijf te houden met tegengeweld, die zullen er tegen zijn dat deze definitie van goed en kwaad wordt ingevoerd. Dat er een kracht buiten hen moet zijn tegen wat hen kwaad zou kunnen doen, is een wens van de zwakken.
Er is, naast de nooddruft geen programma in de mensen : ze hoeven niets anders dan te voorzien in wat hun eigen leven en welzijn dienstig oftewel nodig is.
Zodra, zolang en in zoverre ze door hun tijdgenoten onbestuurd blijven, dat is : soevereiniteit verleend krijgen, kunnen ze dus tot alles komen. Dat alles kan worden ingedeeld in goed en kwaad. Het is echter alleen maar onbedoeld. Het is alleen maar een willekeurige greep uit de mogelijkheden die de dader zag. De dader zag slechts een beperkt deel van de mogelijkheden die hij had. De dader koos op grond van wat verleden was (ervaring) of op grond van nieuwsgierigheid en herhaalde om weer te ervaren of om iets te vermijden. Wat het leven der mensen vooral kenmerkt is de banaliteit. De banaliteit van het kwaad werd door Hannah Arendt ten aanzien van de Nazi's beschreven.In Groot-Auschwitz, onze beschaving, geldt haar beschrijving evenzeer of zelfs nog erger. Wie iets kwaad vindt moet er voor ijveren dat het doen van dat kwaad voor iedereen onmogelijk gemaakt wordt. Mensen zijn onaanspreekbaar voor morele, ethische of andermans leven en welzijn betreffende argumenten. Dat geldt overal en altijd. Het verlenen van soevereiniteit, het in de gelegenheid stellen te zondigen, zoals de christenen het aan hun scheppergod toeschrijven, is het veroorzaken van het zondigen, zoals het opkopen van alle loten van een loterij je de zekerheid geeft dat je de hoofdprijs ook wint. Een van de weinige zekerheden op aarde is dat dat wat kan gebeuren ook zal gebeuren. Wie geen volledige bewakingsstaatdemocratie wil, wil gewoon het goede niet en is niet tegen het kwade; hij wil gewoon de gelegenheid om voor zichzelf van alle walletjes te eten en overal graantjes mee te pikken. Wat deze mensen willen, verkopen ze als "geen politiestaat", "privacy", "beschermen van de persoonlijke levenssfeer", "liberale rechtsstaat", "verdraagzaamheid" en nog zo wat merknamen. Alles flauwe kul, ze willen gewoon troebel water omdat ze aan de beurt willen kunnen komen om ook eens ten koste van anderen aan extra's te komen zonder gesnapt te worden. Daarom willen ze dat de pakkans voor misdadigers niet grenst aan zekerheid. Bijna ieder voelt zich wel veiliger dan vele anderen en ontleent aan dat gevoel reden om geen volstrekte veiligheid na te streven; die anderen, die onveiliger zijn dan hij, zullen dan de schade hebben van die zwakke wetshandhaving en hij wellicht ook ooit eens een voordeeltje. Wel, dat is reden genoeg.
In de voor democratie verkochte volkssoevereiniteit is deze wil van de meesten wet. Volkssoevereiniteit is de massale onredelijkheid en onaanspreekbaarheid, het is gewoon het nette woord voor het gezonde ervaren van het volk, dat Adolf H. te B. zo nu en dan als basis voor zijn redeneringen nam.
De antiredelijke grondgedachte van de volkssoevereiniteit is: MASSALE INSTEMMING MAAKT EEN STELLING WAAR, ZO NIET, DAN HEBBEN WE MET WAARHEID NIETS TE MAKEN EN HANDELEN WE BUITEN DE WAARHEID OM.
Een voorbeeld: als het doden van een mens moord is, dan is abortus provoceren moorden. Punt uit. Dan zijn de potentiele moeder en de aborterende arts soldaten in de strijd tegen het aanstormende leger nieuwkomers, waartegen de reeds aanwezigen vechten. Een ander voorbeeld: als de staat stelen bestrijdt en stelen wordt niet zo gedefinieerd dat het nemen van wat je nodig hebt er niet onder valt, dan is de staat bezig oorlog te voeren tegen wie niet al bezit wat hij nodig heeft. Zo'n staat bestrijdt de bezitlozen, is met hen in oorlog. Wie niet anders kon dan stelen wat hij nodig had is dus een krijgsgevangene, geen crimineel.
Zulk redeneren heeft weliswaar geen nuttige uitwerking, want geen enkele uitwerking, maar het lucht op af en toe deze dingen uit te schrijven.
Neem nu b.v. dit:
de staat mag er zijn om het spel om het ongelijk verdelen van het onnodige voor leven en welzijn der levenden (van alle soorten) te regelen en geregeld te doen verlopen. De staat mag er niet zijn om in dienst van de bezitters de niet-bezitters de hongerdood in te jagen. Lees voor 'staat' in he bovenstaande: 'de internationale rechtsorde' (een verzonnen grootheid), dan merk je dat dat doodhongeren echt hier daar en nu gedaan wordt en geen extremistenfantasie van mij is.
Zulke verhaaltjes zijn zelfs niet meer hinderlijk voor de mensen tegenwoordig hier te lande. We hebben dat alles al lang achter de rug. De tijd is voorbij dat er vele mensen zich druk maakten om staatsvorm, internationaal recht, wetten voor eigen land, en dergelijke .
Vanwaar, zo vroeg ik mij af, komt de negatieve stemming die ik voel bij het uitschrijven van mijn gedachten bij dit onderwerp? Als antwoord vond ik dit : wat ik hier uitschrijf is de wenselijkheid, nee de noodzaak van een politiestaat om het spel van democratisch samenzijn te spelen. Het creatief komen tot en het doordenken van regelingen is zinloos als die regelingen niet algemeen kunnen worden afgedwongen. Een voorbeeld van een zaak die niet kan worden geregeld door slechts een minderheid van de betrokkenen ertoe te brengen zich aan de regelingen te houden: het beschermen tegen uitgeroeid worden van een zeldzaam geworden diersoort. Een ander voorbeeld: het voorkomen dat alle joden in een land gevangen en vergast worden. Voor het doen van zulk kwaad is maar een zeer klein aantal actieven nodig, de rest hoeft niets anders te doen dan constateren dat de politie en justitie niet doeltreffend optreden tegen degenen die die wet overtreden. Mijn conclusie dat een politiestaat nodig is komt voort uit het feit dat ik individueel mijn verstand wens te gebruiken en niet door anderen verhinderd wens te worden in het uitvoeren van de beslisingen die ik weloverwogen en rekening houdend met al wat leeft nam. Ik zorg zelf voor het verantwoord zijn van mijn voornemens tegenover 'god en zijn schepping' en wens dan ook niet alleen maar door het aantal en de kracht van niet-denkenden of anders-denkenden te worden gehinderd. Ik wil aangesproken worden ik handel namelijk vanuit spreken (in dit geval: uitschrijven) van de overwegingen voor mijn voornemens en dien dan ook niet met spierkracht en vuurwapens, maar met doordenkingen te worden beïnvloed.
Dit onderwerp, samenleven, zo doordenken is voor mij een niet langer zinvol te ervaren zaak. Het verveelt me omdat ik er totaal niet meer op vertrouw dat mijn tijdgenoten aanspreekbaar zijn. Er zullen natuurlijk wel honderdduizenden aanspreekbare tijdgenoten zijn, maar die zijn door hun aantal in een tellende 'democratie' niet van belang, ze kunnen niets voor mij of voor elkaar betekenen. Voor hen noch voor mij is dat een reden om zich stil te houden. Voor de doordenkende mens is er in ons deel van de wereld de gelegenheid om zich uit te spreken, juist omdat er niet de gelegenheid is iemand aan te spreken. Het is hier in het vrije westen heden ten dage zo dat iedereen alles zonder rem kan uitspreken en publiceren, omdat het volk zichzelf zo ver heeft gekregen dat het volstrekt onaanspreekbaar is voor alles wat hen geen voordeel belooft; het volk hier nu is niet aanspreekbaar, het is alleen maar te koop, het is te verlokkken. Misschien zit daar het gevoel onder dat ze het al lang opgegeven hebben en zich niet langer ervaren als in staat enige invloed uit te oefenen op het grote vernietigen van de aarde waarop hun nakomelingen zouden moeten leven. Ze hebben ingezien dat zij zelf zowel als hun nakomelingen een onnatuurlijke, onnodig vroege, dood zullen moeten sterven. Het levensgevoel van de mensen schijnt te zijn: "laat ons eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij", een uitspraak die in de bijbel te vinden is als uitdrukking voor het levensgevoel van een andere civilisatie die aan het ondergaan was.
Civilisaties gaan ten onder en het terrein waarop ze gevestigd waren met hen. In de troosteloze en onvruchtbare woestijn ter plaatse toonde mij mijn t.v. ooit een kleine wegwijzer met het opschrift "Babylon". Ik heb het zelf gezien op t.v. en ik weet wat dat betekent : dat ik me kan herinneren het t.v.-beeld gezien te hebben, maar niet weet of het een fake was of niet. Ik heb er geen enkele moeite mee mij te beperken tot wat ik weet. Als het zo is dat wij in een civilisatie leven waarin de mensen die de media hanteren de anderen voortdurend bestoken met informatie met 'doorgestoken kaarten karakter', wat dan ? Ik merk dat ik niet eens ernstig geloof dat dat het geval kan zijn, nu al. Maar ook dat is een geloof.
Veel van wat we als informatie, als mededeling, als nieuws, als verslag en als vaststaande bewering krijgen aangeboden is te herkennen als uitdrukking van een stemming, veel meer dan als een belangeloze vaststelling, een constatering. Dat blijft een ware uitspraak.Ik schrijf zelf ook vanuit mijn stemming. Mijn stemming is die van een ten dode opgeschrevene, iemand die zich en zijn soort reddeloos verloren weet. Als een laatste of voorlaatste generatie van zijn soort maakt zo iemand zijn dagen op en plukt die zelfs. Het is niet eens zonder vreugde, dat ik het leven leng.
Bij nader inzien is dat weten omtrent de eigen sterfelijkheid onverwacht oppervlakkig en zonder enige invloed op het doen. Er hoeft alleen niets onnodigs voor hier en nu meer. Daardoor heeft dit inzien van eigen sterfelijkheid via dat niet meer hoeven wel veel invloed op het nalaten. De kwaliteit van het doen blijft van belang, omdat de gevolgen altijd direct intreden, in werking treden. Een jaar of vijftien geleden had ik nog de optimistische gedachte dat het 'met alles wat leeft per definitie als bondgenoot mogelijk was de aarde bewoonbaar te houden en te herstellen wat verwoest is. Nu is die hoop totaal afwezig. De gewone mensen hebben er niets voor over en via hun massa hebben zij de macht, die ze geven (in ruil voor hun soevereiniteit als Koning Klant) aan de bundelaars van die macht: de ondernemers, die de nodige misdaden laten begaan door de werknemers die hen dienen voor geld. Het zijn die werknemers die de oerbossen in de tropen verbranden en het zijn die werknemers die het chemisch afval in de natuur weggooien, zoals het ook de werknemers waren die de concentratiekampen bewaakten en lieten draaien, Himmler, Hitler en consorten stonden daar niet te selecteren en te bewaken. Zo werkt het systeem niet, ook niet hier, in Groot- Auschwitz, in onze beschaving dus.
De boegbeeldfiguren die deze politici zijn bundelen slechts de misdaden der vele vele kleinen. Bij nader inzien stelt dat bundelen zelfs erg weinig voor, ze worden door de kleine misdadigers gewoon gebruikt als alibiverschaffers. De wens om zich te misdragen is in de kleine mensen volop aanwezig, het wachten is slechts op een legitimerend bevel. Dat bevel maakt dat het geen misdaden meer zijn. Misdaad is namelijk wat dan daar in het wetboek als zodanig genoemd wordt. De taak van de boegbeeldfiguren die de politici zijn is : ervoor zorgen dat het de gefrustreerde ondersten in de gelaagde samenleving toegestaan is zich te wreken op de uitgestotenen, de onbeschermden: het oerwoud, de landerijen en bewoners van de landen in het Oosten (toen voor de Nazi's: Rusland, Polen enz., land en volkeren beschikbaar om te veroveren, beschikbaar gesteld door het machtswoord der leiders aan de ondersten in hun gelaagde samenleving: zoals Hitler de landen ten Oosten van Duitsland vrijgaf voor kolonisatie door de Duitsers van toen, zo geven de machthebbers in Brazilië, -nu ook een bevriende mogendheid van "ons, Nederlanders"- nu het land der Indianen, de oerwouden vrij voor platbranden door de armen in hun land. Het heet ook socialisme. Dat kan, want socialisme gaat alleen over het verdelen van de buit, niet over he verkrijgen van de buit. Evenmin als welk 'isme ook was het socialisme, als binnencivilisatie verschijnsel van ook maar de geringste invloed op het al of niet en zus of zo voeren van oorlogen en/of op de manier waarop en de mate waarin de natuur vernietigd werd en wordt. Over het verkrijgen heeft het socialisme nu eenmaal niets te zeggen. Het socialisme gaat enkele en alleen over het verdelen van de buit, niet over het verkrijgen van de buit. Er is dan ook van dat socialisme geen enkel heil te verwachten, al dient ieder zinnig mens er altijd op te stemmen bij verkiezingen. Zolang het bezitten niet wordt afgeschaft, is het aandringen op gelijke verdeling nog het minst domme. Dat overigens een socialistische meerderheid, ja zelfs een socialistische dictatuur nog geen enkele uitkomst brengt, komt doordat de mensen niet doordenken en doorvoelen en vanuit die doorwrochte inzichten die ze daar van krijgen consequent handelen. Ze vinden dan met woorden en met gevoelens dat er onder de levende gelijk op gedeeld moet worden, maar planten zich in ongelijke aantallen voort. Wie instemt met gelijk op delen en zich minder dan de ander met wie hij daaromtrent instemt, voortplant is bedrogen, want ziet, hij ziet zijn nazaten beroofd van een evenredig deel van zijn achterstand bij het zich vermenigvuldigen. Verneukt heet dat. De vele vele gefrustreerden in ons land, -diegenen b.v. die "Turkenrestaurant" schreven op de stortkoker in de flat bij mijn moeder-, wachten slechts op toestemming om de Turken en hen die ze daarvoor aanzien te lijf te gaan. De potentiële concentratiekampbeulen wonen onder ons; op nog geen kwartier fietsen afstand van mij wonen ze. Daar wonen ook hun potentiële slachtoffers, de gekleurden en de Joden en de Turken.
Wij leven in die fase van deze civilisatie waarin de onherroepelijke afsluitende vernietiging plaatsvindt van de culturen en van de ecosystemen van de natuur. Die vernietiging vindt plaats door de mensen, die arbeidend en heersend, in civilisatie bijeen elkaars gevangene en cipier tegelijkertijd zijn.
Cultuur en natuur vechten nog terug. Het zijn achterhoedegevechten, de strijd is al verloren. De cultuur vecht terug met middelen die al tegen haar zelf gericht zijn, namelijk met fundamentalisme van de grote wereldgodsdiensten : christendom en islam (en hindoeïsme?), die civilisatiegodsdiensten zijn, slavengodsdiensten dus, want heren hebben geen behoefte aan bidden. Zodra de gewone mensen (de geknechten) het beter kregen en ook naar de dokter konden i.p.v. te bidden zakte de godsdienstigheid dan ook terug tot onderwerpen als dood en ander resterend onbeïnvloedbaars. De regelingen die het leven van de massa's dragelijk hebben gemaakt in grote delen van de geïndustrialiseerde wereld berusten op betrouwbaarheid, een cultuurbegrip. Er is geen loon voor betrouwbaarheid, degenen die moreel en ethisch gedrag van anderen verlangen als dat in hun eigen voordeel is, hebben voor dat goede gedrag niets over, men mag al blij zijn als het zich niet moreel of ethisch gedragen gestraft wordt. Omdat ieder fatsoen zich tegen de fatsoenlijke keert als een verminderde kans op voordeel, gingen fatsoen, moraal en ethiek verloren in de civilisatie, die nu eenmaal alleen het verdelen van willekeurige macht (soevereiniteit) tot onderwerp heeft. Zodra, zolang en in zoverre de gewone kleine man mee mag spelen in het spel van het ongelijk verdelen van die gelegenheid tot het uitoefenen van willekeur blijkt hij precies te lijken op de ergste kwalijke vorsten (soevereinen) uit het verleden.
Alle cultuur regelende (zogenaamd traditionele) waarden gaan verloren; de godsdiensten bestaan bij de gratie van : ten eerste het klagen over dat feit, en ten tweede het afleiden van de aandacht van de oorzaken van dat feit.
Het heeft vanzelfsprekend niet geholpen dat de communistische leer (napratend, maar desalniettemin) systematisch is gaan wijzen op de werkelijke oorzaken van het verval van alle in de cultuurtradities geregelde bescherming der gewone (= geen positie in de hiërarchische formatie bekledende) mensen: het bezitten. De macht maakt het recht, constateerde Marx, en de macht komt uit de loop van een geweer, dichtte Mao. Daarmee was de stand en gang van zaken duidelijk. Het parlement, bestemd door de uitvinders voor (en/of verdedigbaar voor de voorstanders op grond van ) het doen overwinnen van de beste oplossingen waar iemand, wie dan ook, waar dan ook op kon komen, bestemd dus om keuzen te maken uit mogelijkheden op grond van de hoedanigheden dezer mogelijkheden, is verworden tot een debatterende belangenbehartigende arena waar politici als gladiatoren vechten, ten eerste tegen elkaar, maar ten tweede met gelijke belangrijkheid: om de gunsten van het publiek, dat elke vier jaar hen kan afzetten, hen van het politieke toneel kan verwijderen en hen daarmee kan maken tot een niets in te brengen hebbende burger. De machteloosheid van de gewone man voelen de politici het beste, doordat ze het tegendeel kennen en macht het onderwerp van hun denken is. De gewone machteloze man heeft er zijn aandacht van afgeleid, hij heeft zich wat anders aan zijn hoofd aangemeten dan 'de politiek. De gewone man heeft er de tijd voor genomen zich een kijk op de wereld aan te meten waarin zijn eigen situatie er niet ongunstig uitkomt.
Naast de vernietiging van de cultuur, de traditie, de morele en ethische waarden, is er de vernietiging van de natuur, de ecosystemen om de mens. De vernietiging van de natuurlijke mens in de mens bespreek ik elders.
Voorbeelden van natuurvernietiging om de mensen heen: - de vernietiging van de oerwouden, - de vernietiging van de levensruimten van de wilde dieren op het platteland dat voor de grootschaliger, op korte termijn meer winst gevende landbouw wordt ingericht - de vernietiging van de wilde dieren in de onbewoonde delen van de aarde - de vernietiging van de als vee gehouden dieren, inclusief de bioindustrie, de fokkerijen voor pelsdieren en de verbruiksdieren voor de vivisectie, de dierproeven.
Het is niet zo dat zich niemand hiertegen verzet. Het wereldnatuurfonds, Greenpeace, het dierenbevrijdingsfront, de antivivisectiebond, de dierenbescherming en zo voorts zijn organisaties die uitlaatkleppen zijn voor de toeneiging van mensen t.a.v. dieren en planten. De mensen in civilisatie bijeen zijn de bron van, hebben als output, deze sympathie evenzeer als dat ze als output hebben de krachten (daden, activiteiten ) ter vernietiging en mishandeling.
De output van het systeem, van de civilisatie, is niet puur vijandschap. Het huis der civilisatie is in zichzelf verdeeld, de menselijke natuur in de mensen in civilisatie is niet dood, niet volstrekt afwezig en onwerkzaam. Het christendom stelt de mensen dan ook voor de keuze : god of de mammon te dienen. Dat is een oproep tot deelname aan de oorlog tussen de civilisatie en de natuur. Die oproep is al lang verdoezeld door degenen die het christendom gebruiken als wapen in dienst van de civilisatie: de kerkmensen. De kerken (priesters) staan evenals de staat in dienst van de civilisatie (de bezitters). Ook in de kerken woedt dan ook de strijd tussen de ware uitleg van de godsdienstige teksten en de wereldgelijkvormige uitleg daarvan door de schijnheiligen die pralen met kerkspullen, zoals hun fysieke broers in de wereld pralen met militaire en kapitalistenspullen.
Ik heb geen hoop. De strijd is al verloren. De teerling is al geworpen. Ons treft de gesel van de soevereiniteit van de massa, die kwalitatief even erg is als die van de heersers uit de geschiedenis, maar zoveel omvangrijker, dat de hele aarde er aan kapot gaat. Nooit kon een vorst in een vroegere civilisatie tientallen miljoenen doodhongeren, nu kan dat wel en gebeurt DUS. Toen de soldaten voor Verdun, toen de gevangenen in de Nazi-concentratiekampen, toen de burgerbevolking in Vietnam, nu de negers 'in hongerend Afrika' (die uitdrukking alleen al), straks?
Er zijn mensen die de democratie verdedigen zoals die nu is, verworden tot een nog slechts meerderheden tellende volkssoevereiniteit. Ze doen dat om elk activisme en extremisme en radicalisme af te wijzen. Vanuit hun gevestigde posities hebben ze groot belang bij het uitblijven van nog meer vechten. Zij bevinden zich in die posities als winnaars en reageren als die ouders die onder bedreiging met straf de kinderen verbieden ruzie met elkaar te maken.
0 Reacties