Jaap Schot, 17 februari 2007
Veerdonck, de kapitein van het trotse personenvervoerschip ‘De verstomde Ezel’ was geen man van formele regelingen en formaliteiten. Zelfs voor zijn tijd (die van de West Indische Compagnie) sprak hij opmerkelijk onverbloemd, maar zijn taal had een merkwaardigheid die meteen opviel, maar pas na enige tijd te herkennen viel. Een kille zakelijkheid ging gepaard aan een juist ook in die tijd vreemde afwezigheid van onzakelijke rangordening (waarvan en van wie dan ook).
Met de scheepspredikant Waardenlader had hij een goede keuze gedaan. Waardenlader geloofde dat het in de bijbel stond omdat het waar was of naar waarheid wees.
Hij vond zijn godsdienst verheven
- boven die met vele goden,
- boven die waarin gereciteerd werd, omdat de klank van de tekst al met goddelijke luister zou zijn vervuld, los van alle betekenis
- boven die waarin uit de heilige boeken werd geciteerd: overal een tekst voor en bij, met als instelling dat er dan dus niet tegen te spreken was en niet meer naar eigen voorbeelden hoefde te worden gezocht. En, - onder invloed van Veerdonck -, was hij er zelfs toe over gegaan zijn zegen te geven aan ‘uitzoeken of hier nu het niet anders beschikt was, dan volgens de bijbel was te verwachten’, maar dat gold alleen voor een concrete stand en gang van zaken.
Punten die aan de orde kwamen:
- Slaven worden normaal gesproken los verkocht.
- Zijn zwangere slavinnen nu voor een hogere prijs te verkopen dan niet-zwangere?
- Deze vragen kwamen op naar aanleiding van het feit dat tussen de bedrijven door de geveerdonckerde slaven de bossen in doken om te paren. De vraag die naar voren kwam was of zulk buitenechtelijk gedoe moest worden toegestaan.
- Moeten we de slaven leren in groepen (teams) tegen elkaar te sporten? Aan de wal is dat een middel om ze te leren snel te hechten aan nieuwe medegebruikten, als ze weer eens doorverkocht zijn. Of ze zich, nadat ze ‘vrij’ geworden zijn, per uur aan een andere baas verhuurd hebben. Op zee, aan boord, voor mijn bemanning is zich opdelen helemaal niet goed. Het voorbeeld van competitief sporten (door slaven) zullen we maar niet geven. Om ervoor te zorgen dat ze systematisch al hun spieren dagelijks bewegen / gebruiken is andere gymnastiek beter.
- Net als eten is dat (systematisch al hun spieren dagelijks bewegen / gebruiken) nodig. Veerdonck ergerde zich er altijd aan als er een kok bij hem solliciteerde die het eten ‘lekker’ wou maken. Wat je hebt leren eten en wat niet bedorven is (en niet van smaak veranderd of beroofd door de conserveringstechniek en/of de bereidingswijze) smaakt dan goed, o.k., zoals toen je het leerde eten. En dat noemen sommigen dan lekker. De meeste schepelingen hebben al geleerd om het gerookte en gezouten eten ook als ‘leverend wat hun lijf aan koolhydraten, eiwitten en zo nodig heeft’ te herkennen.
- Überhaupt hoeft er niets ‘leuk’ gemaakt te worden. Het leven is miljoenen jaren de moeite waard gevonden zonder opgeleukt te zijn. Als je niet gymnastiekt, is dat minder goed voor je dan wanneer je het wél doet. Het gaat er dus om de mensen te leren dat te voelen, dat waar te nemen, daar op te letten.
- Anderen ergens op leren letten doe je door het hen aan te wijzen terwijl ze het ervaren (c.q. voor ogen hebben, het hen ter waarneming gegeven is). Om te weten wat hen ter ervaring / ter waarneming gegeven is, moet je als moederende, onderwijzende dus op de omgeving en toestand van de leerling letten. Dat wil zeggen: niet met jezelf en niet met ‘de maatschappij’ (dat waarin de leerling gebruikt, - in dit geval geveerdonckerd -, wordt.
- De inhouden van het veerdonckeren worden door Veerdonck na aanhoren van zijn scheepsraad gekozen aan qua doel aan het prijsopdrijvend personeel uitgelegd en opgedragen. [Ergerlijk bleef dat het prijsopdrijvend personeel naar zich bleef verwijzen als ‘onderwijsgevenden’. Ze gáven geen onderwijs, ze veerdonckerden. Ze hielden de bronnen van txaenz open en verbeterden zelfs de txaenzkwaliteit, door het er aan toe voegen van vaardigheden, ze gingen om met koopwaar. De belangen van de koopwaar, die toevallig ook levend wezen was, waren volledig buiten beeld. Dat was niet nieuw, gezien de meeste slaven ook geen idee hadden waarom ze ooit de tradities van hun stam hadden geleerd en die nu als ‘voor hen van waarde’ ervoeren. Met hen als lijf, daartoe waren ze gereduceerd, tot levend lichaam, hadden die tradities, zo bleek hen, veelal echt helemaal niets te maken. En zich in deze nieuwe situatie van slaaf beter voelen ging er ook niet mee.].
- Voor die negerslaven was het doordenken van het nut en de werking van “hun” tradities zinloos zolang ze thuis woonden: ze konden er toch niets aan doen. in dezelfde situatie zijn de lezer en ik ook.
- Het inwinnen van raad,
- het doordénken en
- het dóórdenken, én
- het zich een oordeel vormen over ‘wat anderen te láten doen’
is voor ons (de lezer en mij) ook zinloos: omdat we nergens de baas over zijn.
Dit ongelijk aan kapitein Veerdonck, die "in dit verhaal" op zijn WIC-passagiersschip ‘De verstomde Ezel’ (aan het balken een einde) schipper naast God was, nee: ís.
0 Reacties