Jaap Schot, 24-27 december 2000
OVERZICHT.
A. Schriftgeleerden, herkenningsvaardigen en makers.
=====================
I. Van 'lernen' word je een schriftgeleerde.
II. Wetenschappelijk onderzoeken maakt je tot diagnosticus, tot iemand die verschijnselen kan herkennen,
een herkenningskundige, want: wetenschappelijk onderzoeken betreft verschijnselen (of dat nu de onderwerpen van de natuurkunde en de scheikunde of iets anders betreft.) Dat iets is (bestaat), blijkt ons uit het feit dat het aan ons verschijnt. Wat niet is (bestaat) kan niet wetenschappelijk worden onderzocht (= kan niet aandachtig worden waargenomen). Soms onderzoeken wij sporen en soms onderzoeken we verschijnselen die aan het uiteinde van een apparaat optreden. Daar komt al weer een vracht vooronderstellingen mee, maar bij nader inzien zit er ook in de ogen en oren (en hersenen-in-werking) zo'n vracht, maar dan ons onbekend en toch aanvaard, als nu eenmaal niet te passeren, te vermijden, te omzeilen.
Wetenschappelijk onderzoeken is: aandachtig waarnemen, met zoveel mogelijk zintuigen (inclusief de zelf gemaakte: de scopen en grafen enz.) en zo mogelijk ook hanterend. Wanneer ik iets wetenschappelijk onderzoek, dan slaat het brein (= slaan de werkende, functionerende hersenen) er informatie over op. Die informatie 'werkt' later: 1. als suggestie t.a.v. 'wat het is', dat waarvan ik zintuigindrukken binnenkrijg en 2. als materiaal waar dromen en dagdromen van 'gemaakt' worden en 3. als 'wat ik aan anderen vertel'( let wel: vertellen is geen melden, want vertellen gebeurt achteraf, melden tijdens).
III. Het hanteren van het aandachtig bestudeerde geheel van verschijnselen maakt tot practicus, technicus,
bouwmeester, kundige, constructeur, vaardige ingenieur, 'iemand die iets kan', uitvinder, knutselaar. Practiseren, doen, al oefenend, aandachtig, opmerkzaam, maakt tot 'iemand die vaardige greep heeft op spul en spullen' en zo, ingrijpend, naar believen verschijnselen kan oproepen, gebeurtenissen teweeg kan brengen en toestanden tot stand kan brengen.
======================
B. arbeid.
=======
De tekst naar aanleiding waarvan ik dit schrijf gaat over ARBEID. Arbeiden is een verschijnselencomplex. Wat ik aan arbeid doe is een verschijnsel en dat is het verschijnsel dat Hannah Arendt als 'arbeiden' benoemde in onderscheid van werken (een oeuvre scheppen). 'Arbeid' noemt H.A. dat wat telkens weer (nodig) gedaan moet worden: de mens voorziet zinloos in zijn levensmiddelen, aan de verzadigdheid komt toch weer een eind. 'De mens', dat is de geciviliseerde die als ideaal ziet de robot die niet eet, niet vermoeid raakt, een oneindig geheugen (en overneem- en opslagmogelijkheden voor informatie) heeft en zo nog het een en ander onbiologisch: steeds weer op de hoogte van de tijd te brengen (in walgspraak: te up-daten) en daardoor niet verouderend en onsterfelijk doordat hij steeds te repareren is. Dat is de ideale mens van de geciviliseerde ijverige, de geestelijke / mentale erfgenaam van de Weigeraar, de onderworpene en bruikbare (al of niet gebruikte). De protestanten zingen hun dienstbaarheid uit. "Laat mij bruikbaar zijn voor de Heer." "Ik wil zo graag een dienstknecht zijn". Totaal gebroken lieden zijn dat, die mensen die dat ménen.
Arbeid is zinloos, laag, verachtelijk, een straf, voor deze geciviliseerden, zinloos, tenzij het voor de Heer nodig is. Het bestaan van de heer is zinnig en die zinnigheid straalt af op alles wat voor hem te doen is: nodig of onnodig, daar gaat en denkt de knecht niet over. Guttegut, wat is die heer de moeite waard, daar komen ze niet over uit gepraat en gezongen.
Wat nodig is voor de knecht, wordt nooit rechtstreeks zinnig, maar alleen via de wens van de Heer, want het is slechts voorwaardelijk voor het scheppen, door de knecht in dienst van de Heer. En vooral tot eer van de heer. De Heer waartegenover (c.q. jegens) wie de gelovige zijn dienstbaarheid en onderwerping uitzingt is echt alleen maar de uitvergrote heer: vandaar die hoofdletter.
Vroeger hoorden en zongen de mensen dat [je moet dienen, je bent zelf niet beschermwaardig] massaal in de kerken, iedere zondag. Nu beleven de kinderen en kindskinderen van die zelfde mensen het zelfde, precies hetzelfde, als toeschouwer bij de sporten: de sporters, beroeps, topsporters, leven het voor: als gewoon levend lijf zijn wij niets waard, op onze prestaties komt het aan en daarvoor geven we dan ook uitputtend al onze txaenz, inclusief onze gezondheid. Wij wagen alles en verwonden ons, want: het gaat om de show die wij opvoeren, om de 'eer'.
================
Arbeid is buiten ('s Heren en knechten) beeld, zoals de electriciteitscentrale en de mijnen waaruit de brandstof komt voor mij als computergebruiker buiten beeld zijn. Ik schrijf dit opstel, dat is mijn werken. Alles wat daarvoor slechts voorwaardelijk is gedaan en wordt gedaan, is buiten beeld, als 'het gesloof', van wie niet rechtstreeks de bezetters (/ bezitters / kolonisten / beschaafden / machtigen / hoger-denkenden / leiding gevenden) DIENEN.
Het aanmaken (uitspreken / uitschrijven) van leerzame teksten, daarvoor ben ik opgeleid. Dat kan / kon ik doen voor de kost. Maar ik kon / kan dat alleen doen 'voor de kost' als anderen, in sollicitatie-commissies mij dat gunnen, die baan gunnen / geven. Er is geen vrijheid, er is geen samen. Er is macht (= machtsongelijkheid, hiërarchische organisatie, machtsposities 'in alle maten en gewichten').
Breinhoererij is het hebben van zo'n baan dus, maar dat klinkt wel erg onaangenaam. Voor deze hoererij ben ik opgeleid. Gelukkig heb ik zwart op wit dat ik ongeschikt ben om deze opleiding door te geven aan nog mogelijk-vrije studenten.
=================
'Arbeiden', dat doen wie dit buiten beeld blijvende onmisbare, door de natuur (de biologie) afgedwongene moeten doen: 1. voor zichzelf plus 2. voor wie zich kunnen veroorloven het hen [(onder de bedreiging van de geweren van de ordehandhavers (politie, justitie, leger)] voor zich te láten doen.
Dat zijn arbeiders. Dat zijn gebruikten, de afstammelingen van de Weigeraars, zij die nu de rol van de onderworpen Weigeraars moeten vervullen (spelen).
===================
Wat wie dan ook bij die arbeid verzint aan 'zin' of 'waarde' of er aan gevoel aan toe voegt, dat is totaal oninteressant. Interessant is dát ze in plaats van in opstand te komen tegen die lui met die geweren aan het verzinnen, goed-praten en voelen slaan. Toegegeven, dat ze gebruikt worden en [door kwantitatief en kwalitatief txaenzgebrek: tijdgebrek en onkunde dus] gedwongen zijn als klant en koper elkaar te gebruiken, is een uiterst onaangename waarheid. Maar
ze kunnen toch die waarheid opmerken, aandachtig bestuderen, begrijpen, onder woorden brengen, beschrijven, bespreken, beseffen, bewust hebben en houden. Waarom niet: blijkbaar is de (hun) situatie niet onhoudbaar, ze overleven er in. Hier nu hebben ze het er goed in, zelfs.
========================
zondag 24 december 2000 16.22:
=====================
Welke begrippen maken ze, waartoe en hoe gestuurd?
Economie (de "wetenschap") en justitie (het juridische begrippenapparaat, met individualiteit, vrije wil, voorrechten en schuld) zijn er om hetgeen staat, stand van zaken, structuur, orde, systeem is c.q. (in dat systeem) gebeurt (gedaan wordt) zo te laten begrijpen door de betrokkenen dat er geen opstand komt (tegen dit rangschikken en arbeid ongelijk verdelen). Dezelfde functie dus als dat gevoel en dat zingeven. Vrede dus door onverstand, verwarring, misleiding, mystificatie.
De wetenschap heeft geen ander doel dan kennen, kunnen herkennen en (met de verschijnselen in kwestie) kunnen leven (waarbij 'leven' de betekenis heeft van volledig en harmonieus functioneren als het dier dat je nu eenmaal onveranderlijk bent). Dat is overigens al heel wat. Wetenschap beoefenen is puur natuurlijk gedrag, net als onderwijzen (schoolvoorbeeld: moeders die hun kinderen hun taal 'leren').
====================
Ieder kind dat geboren wordt, wordt als het ware door de Borg (uit Startrek) gevangen: "je wordt aan ons gelijk gemaakt en aangepast, verzet is zinloos". Gelijk maken aan de reeds aanwezigen en passen aan /in hetgeen zij aan het doen zijn, dat is: civiliseren (socialiseren, opvoeden). Het vreemde en erge is dat de aanpassers - bruikbaarmakers geen taak en plaats hebben en/of willen maken voor de nieuwkomers, überhaupt voor wie dan ook.
[Ze trekken een eigenwijs gezicht bij hun meedoen, de aanwezigen, maar er zit doel in, noch kop of staart aan, hun gezamenlijk gedoe. De resultante is precies zoals die van elke oorlog: een toevalsspoor: 'The ascent of Man', het mocht wat: poeha, al dat gepraat over beleid en cultuur en ontwikkeling.
Er zijn taken en plaatsen maar wie er daarvan een wil hebben, moet daar om vechten (concurrentie / competitie) tegen andere ambitieuzen en ook: slijmen en likken jegens de 'machthebbertjes', daar dan. Tegen andere ambitieuzen en anderen die nodig-hebben, want dat is de stand van zaken: het buiten dit geheel nemen van wat je nodig hebt, dat wordt 'stelen' genoemd en wordt je (met de waanzin dat het moreel fout zou zijn) verhinderd [door de gewapenden die achter de bezitters / bezetters / gebruikers / gevestigden staan om hun voorrechten (inclusief in dit geval met name het bezit / de eigendom van dat wat jij nodig hebt) tegen jou te verdedigen].
Het bezítten is het moreel verwerpelijk gedrag. Ook al weet men nu niet iets beters te organiseren, kan men de verloren gegane toestand van samenzijn en samenhebben, niet bij wet terugbrengen.
Vanaf je geboorte zijn er dus wapens op je gericht die hetgeen jij nodig hebt verdedigen tegen jouw nemen ervan.
===============
Je bent in het geheel niet welkom bij (in) het systeem, in het geheel. Opvoeden, scholen en opleiden zijn: gevangen houden en onschadelijk maken, met name invalide, onkundig, zonder de nodige bekwaamheden (naast dat door andermans bezitten: zonder gelegenheden) om voor jezelf te zorgen: afhankelijk dus. Nergens is er buiten dat kleinste IETS waarin je geboren bent enig 'goede wil' jegens jou.
Welkom ben je, zo al ergens, dan binnen het een of andere kleine IETS dat [met ontelbare andere IETSen samen], het geheel (het omvattende IETS, het systeem) stelt (= doet (be)staan).
'Het systeem' is (zoals een zonnebloem bijvoorbeeld 'een bloem uit vele bloemen opgebouwd' is) een COMPOSIET: een uit IETSen samengesteld IETS: een samengesteldIETSige dus.
Veel baby's zijn welkom binnen het IETS dat hun ouders hun relatie of huwelijk noemen en waarbinnen ze spreken over die baby als over hun kind.
==============
De bezitters dwingen jou dus tot het leren en later doen van kunstjes voor hen. Een opleiding volgen dus en later 'werken' voor de kost: kunstjes doen voor Koning Klant.
Als je als kunstje iets voor hen maakt, nemen ze dat van jou af en gebruiken het als loon voor de volgende die ze een kunstje voor zich laten doen. Als 'loon' voor je kunstje krijg je wat je nodig hebt [al of niet plus nog wat onnodigs, extra's, meer. Dat onnodige kun jij op jouw beurt als loon voor een derde gebruiken en die een kunstje voor jou laten doen: je kunt hem dat geld (loon is tegenwoordig altijd geld of te gelde te maken) laten verdienen [: = hem jou voor (de overdracht aan hem van) dat geld laten dienen]. Op jouw beurt.
=================
Zodra en zolang je zo gediend wordt, ben je Koning Klant. ===============
Leiders van IETSen die ondernemingen zijn, laten (in naam van de aandeelhouders) arbeiders dienen en wel zo dat er zoveel mogelijk geld naar de aandeelhouders stroomt. Ze laten de arbeiders dus zoveel mogelijk meer doen dan nodig zou zijn als er geen aandeelhouders op hen parasiteerden. Bezitten / bezetten / kolonist zijn is: parasiteren. Alle geciviliseerden (gelijk-gemaakten / aangepasten), zelf bruikbaar of niet, zelf in gebruik of niet, proberen zoveel mogelijk te parasiteren. Dit, ongelijk verdelen van het bezitbare en van de txaenzbesteding om er aan te komen, dat is HET GROTE GEVECHT, DE (resp. economische, koude en 'echte') OORLOG.
Een van de manieren om dat te doen is: het goedkoopste van twee overigens gelijke alternatieve aangeboden stukken koopwaar kiezen als aankoop. De druk op de prijzen. Dat 'het goedkoopste kopen' is zowel een verschijnsel als een geloofsartikel (een dogma) vanwaaruit de producent-voor-de-markt al bij voorbaat handelt.
Reclame en propaganda tonen, - samen met de verschijnselen waarop ze gericht zijn en/of inwerken -, aan dat 'de mens', i.c. de geciviliseerde, geen wil heeft en geen verstand heeft en/of gebruikt, maar op buitenbesturing staat. Gelukkig maar voor het systeem. De geciviliseerden zijn met elkaar in gevecht om voorrechten, om RANG. Operationeel: grootstendeels om geld. 'Stand' is in feite ook te koop en is ook zonder schade te verachten, OOK voor wie erg rijk is. Uiterlijk vertoon is geld spenderen, de passende vorm daaraan geven, kun je door dienaren laten doen, de adel stelde altijd al: etiquette is knechtswetenschap.
==================
zondag 24 december 2000 17.11:
====================
De aanleiding voor dit opstel is dat ik las dat iemand zich ten doel stelde een sociologisch bruikbaar begrip van 'arbeid' aan te maken, als schriftgeleerde en om te kunnen tellen en meten. Dat is iets wat ik nooit zou doen en niet alleen omdat ik geen gelegenheid daarvoor heb en er te lui voor ben. Mij gaat het om wetenschap, dus om de verschijnselen waar te nemen en wel onbetrokken, onpartijdig, belangeloos, 'met afstand'. Ik wil(de) mijn 'sociale' omgeving, het systeem, begrijpen - beschrijven voor een niet-deelnemend intelligent wezen, een buitenaardse.
Ik vind het wel een leuke religieuze gedachte dat wij een lichaam met daarin een onsterfelijke ziel zijn, ten diepste volstrekt onbetrokken op onze tijdelijke, plaatselijke sociale omgeving, onze omstanders, de geschiedenis en de toekomst.
Wat ik onder wetenschap-beoefenen versta is zo bezien een religieuze activiteit. Dat is leuk. zondag 24 dec 2000 17.19|||
einde maandag 25 december 2000 0.05
bovenstaande bijgewerkt en verbeterd:
maandag 25 december 2000 15.04||
===================================================
maandag 25 december 2000 15.05:
===============
In het artikel waarop ik reageer lees ik allerhand over arbeid, exacter over wat 'mensen' erover denken, wat ze er voor oordelen over uitspreken, waar ze het in hun leven plaatsen. Voorbeelden:
//
/
/
/
/
/
=============
We moeten steeds bedenken dat niet de liefde voor zijn land (of ander IETS waarbinnen hij is) ieder aangeboren is, maar dat het onwelkom zijn buiten hem zeer wel bekend is.
Zo is het ook met de (ook sociale) omgeving die 'zijn werk' is: er is geen alternatief voor hem: ze staan hem elders bepaald niet met open armen op te wachten. De gevangenis waarin we geboren zijn en gehouden worden zorgt als dat door ons welkom-zijn elders nodig wordt echt wel voor wat extra rechten, voorrechten. Daar schaamt het regime zich ook absoluut niet voor: om brain-drain te voorkomen moeten onze geleerden en kundigen en managers goed (extra) betaald worden. Ze zijn niet met ons bezig, maar met ons presteren. Valt dat presteren weg, dan kunnen wij ook gevoeglijk doodvallen. Maar: dát wordt niet zo gezegd om dezelfde reden waarom ook onder de Nazi's de gewonden die van het front kwamen niet werden geëuthanaseerd zoals de ideologie dat toch suggereerde. Die zekerheid dat ze 'als mens' niets waren ['Du bist nichts, dein Volk ist alles!', het werd hen gezegd, duidelijk] moest wel verbaal blijven en eenzijdig geïnterpreteerd [als opening om van de invaliditeit, onkundigheid, afhankelijkheid weg te gaan 'het Volk' (de gezamenlijkheid) in]. Wij worden aangemoedigd toch vooral zelf een goede verzekering af te sluiten voor als wij niet meer presteren: werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, ouderdom, pensionering. Zelf, want het IETS dat 'staat' heet, wordt bestreden vanuit alle andere IETSen. Als blinden (Anschauung ohne Begriffe IST blind) kiezen de tot losse enkelingen gemaakte stemgerechtigden als vertegenwoordigers lui die in feite als IETSonderdelen voor hun eigen IETS tegen de staat, de gezamenlijkheid, vechten. Geciviliseerden zijn dom (gemaakte ex-kinderen) en dat komt nooit meer goed: verstand dat ze niet hebben kunnen ze ook niet doorgeven, niet thuis en ook niet op school, al zouden ze het durven en de gelegenheid zien, die niemand hen meer actief onthoudt of ontneemt, omdat dat al generaties lang niet meer nodig is. Er komt een moment, en dat is er al lang geleden, nu, dat een meem dood is, uitgeroeid. Dat is met 'vrij-zijn + zelf leven' gebeurd. Verwacht niet dat je een geciviliseerde er op zult betrappen zelf zijn omgeving (in dit geval: 'het systeem') wetenschappelijk te onderzoeken: waar te nemen en zelf te conceptualiseren. De tweedehands begrippen, de gebruikelijke, gewone, gangbare, gepubliceerde helpen je de verkeerde kant op. De taal is geen begrippenvoorraad-woordenschat, maar een analysator-namengenerator.
===============
maandag 25 december 2000 16.37:
========
Als ik het over ARBEID wil hebben.
==================================
1. Dan heb ik het NIET over het woord.
2. Dan heb ik het niet over de vele begrippen waarmee het woord in een woord-begrip-combinatie in gebruik kan voorkomen. Zo'n combinatie wordt op een bepaald moment dan wel in het woordenboek opgenomen en dan verandert ze van een 'bedoeling-met' in 'een betekenis van' dat woord. Dat helpt ons niet aan kennis over 'arbeid'.
3. Dan wil ik het ook hebben over het waarneembare bezig-zijn dat arbeiden is. Dat bezig-zijn is een verschijnsel. Hannah Arendt noemt alleen nodige en niet-eenmalige, maar juist altijd maar weer opnieuw nodige bezigheden arbeid, in onderscheid van werk (een oeuvre scheppen) het eenmalige presteren aan onnodigs: in de vrije tijd, met de van en na de arbeid overgeschoten txaenz.
4. Voor H.A. maakt het dus voor haar indeling niet uit of de arbeid voor de arbeider zelf als dier nodig is of niet (en bijvoorbeeld als kunstje onder bedreiging wordt gedaan voor een bezetter / bezitter). Slavenarbeid verrichten, gehoorzamen' en 'in een ecosysteem zelf leven' is dus voor haar niet te onderscheiden onder een noemer gebracht onder 'arbeiden'. Naar de bron toegaan om te drinken is net zo vernederend als voor de slavenhouder die jou bezit water gaan halen bij die bron. De natuur in je, die voor jou dit of dat nodig doet zijn, wordt opgevat als een ingebouwde slavenhouder: jij bent, daar gaat deze indeling van uit, alleen de vrije lichaamloze geest, die scheppend bezig is, ongestoord, door honger, dorst, behoefte aan slaap of aan beweging enz.. Een geest, een niet-dier. Maar: een individu, een (geestelijk) onafhankelijke Mens (uit die serie waarin ook de Universele Mens van de Renaissance thuishoort).
===============
Dat zo opvatten van zichzelf is zo gek natuurlijk nog niet, maar als ik dat zeg, dan bedoel ik wel dat het niet ongepast is de andere mensen (waaronder degenen die jegens jou als cipier optreden en arbeid van je afdwingen, 'voor de kost' jou kunstjes laten doen, onder bedreiging met wapengeweld als je 'steelt') op te vatten als objecten, voorwerpen, dingen, omgeving waarop je niet betrokken bent, zoals een eekhoorntje dat niet is op 'zijn' bos en op 'het klimaat daar': wel mee te maken, veel zelfs, maar niet op betrokken, geen deel ervan. 'Het is hun wereld, niet de mijne. Van mij is het alleen de omgeving.'
Deze afstand nemen weinigen met evenzovele woorden. Integendeel er wordt wat afgeprutteld over 'de mens'. Juist door dit soort geïndividueerden'.
=========
maandag 25 december 2000 21.55:
=============
"Arbeid", zo staat er in dat artikel, "is een bezigheid die geen doel in zichzelf heeft, maar louter middel is, waarmee mensen in hun levensonderhoud voorzien."
Wel, dat is duidelijk genoeg. Dat stemt overeen met wat ik boven schreef: 'leven als dier' is slechts voorwaarde voor "Leven als Geciviliseerde en wel als Initiatiefnemer, Willende, Bron van bevelen, Vorst".
Het is zo plat als een cent: het is het kadootje van de priesters: verachtelijk is het dier, het is beneden alles wat mens (vernederbaar, te rangschikken, geschikt als mindere) is. Dat geschenk is in hen als meem aan het werk en maakt ze krankzinnig: ze verachten nu zichzelf, als dier.
En precies daarin zit hun waanzin. Ze achten niet zichzelf als zichzelf-aan-het-leven-waarnemend wezen, als voor hun gevoel aan zichzelf als dier vreemde 'geest' oftewel als 'onsterfelijke ziel', nee, ze verachten zich als dier.
Dat zijn twee zeer verschillende dingen ("filosofieën").
===============
In het zich in leven houden hebben ze niemand zien slagen. Slagen (die 'bezigheid') bewonderen ze, maar het enige slagen dat ze ooit zien of zagen en nu nastreven (als aangepasten) is: het zich verheffen boven anderen: zich minderen aanschaffen, voorrechten, een rang verkrijgen. Likken naar boven en trappen naar beneden. Zich vernederen ten aanzien van een hooggeplaatste, teneinde door die 'hoge' omhooggetrokken te worden, boven anderen uit te komen, te geraken. Verdienstelijk zijn vinden die hooggeplaatsten dat van je.
====================
"Arbeid is slechts een middel om deze doelen te realiseren; het is een offer, een opoffering van vrije levenstijd."
===========================
Deze voorbeelden noemt de schrijver voor 'de arbeid ervaren als last'.
Als lust ervaren van arbeid kan natuurlijk ook: 'de mens' voelt sowieso maar een eind weg, ongericht en ongeremd door enig waarnemen of verstaan. Nu gaat het er om zich persoonlijk in producten en diensten te veruiterlijken.
Dat is een interpretatie die past bij die figuren die zich vereenzelvigen met wat het toeval aan sporen (software) in hun zenuwstelsel heeft achtergelaten en wat daar, in hun hersens werkt als herkauwend brein. Ook dat zijn geciviliseerden, die gehoorzamen aan het bevel: "Wees en blijf wat wij van je maakten." Alleen, dat bevel betreft het bedoelde 'maken van (c.q. uit) kinderen'; deze vatten echter alles wat hen vanuit hun omgeving toeviel op als bedoeld. En dat kunnen ze zonder tegengesproken te worden doen, want: er is niemand meer bezig enig plan uit te voeren met zichzelf en/of anderen: er vindt geen regeren plaats. Met andere woorden: de mensen zijn vee, maar ze worden niet meer gehouden, exacter: niemand heeft zijn aandacht bij het houden van de anderen als vee: de cipiers die iedereen heeft kunnen er geen van allen met hun aandacht bij zijn en maken er dan ook niks van: er is geen regime.
De toevallig geslaagden juichen daar in hun VVD ook uitgebreid bij. Privacy en soevereiniteit voor iedereen (zoveel als waarvoor hij betalen kan, namelijk).
================
Van de vorst, de slavenhouder, de mensenveeboer, de heerser, de kolonist, namen de liberalen alleen de soevereiniteit en het niets hoeven te doen, zich volledig te kunnen laten dienen, over: niet de verantwoordelijkheid voor de continuïteit van het geheel en/of voor wat er gebeurt (met name: gedaan wordt). De Renaissancemens, waar ze zich van afleiden, mag alles, hoeft niets, is soeverein (onverantwoordelijk dus) en uit op uitblinken, opvallen, uitsteken, overtreffen. De gebruikten leveren zelf de politie die er voor zorgt dat de gebruikers gediend worden.
==================
"Arbeid wordt ervaren als plicht of recht.", zo lees ik verder. Dat is de andere kant, dat is het gepruttel door en tot de gebruikten. Uit de hemel vallen geen plichten, plicht is wat de jou bedreigende gewapende je beveelt. Via smoezen in juristentaal wordt de aandacht van dit feit afgeleid. Maar Mao helderde deze waarheid weer voor ons op. Grote verdienste. zoals ook de Nazi's de grote verdienste hebben gehad zulke uitdrukkingen als "vernietigen door arbeid' aan te maken en te gebruiken in het openbaar. Helderheid is heil. Niets is zo ziek als mystiek / mystificatie / nevenspreken. Juristentaal maakt net zo ziek als tuberkelbacillen. Alleen die taal is ervoor bedoeld, die bacillen zijn onschuldig.
==================
Nu het woord gebruikt wordt door een ander en in een andere context komt het loon binnen voor het verwarren dat eerder gedaan werd.
Arbeid (heet in het gewone Nederlands 'werk') hebben is: de (een) gelegenheid hebben om txaenz om te zetten in geld. Wie geen uitkering heeft, geen 'arbeidsloos inkomen', moet noodgedwongen deze gelegenheid opeisen als een recht. Zo gaat dat binnen deze civilisatie, buiten alle culturen, buiten de natuur (nu we niet 'in het wild' leven, dus).
=========
Plicht en recht zijn beide pure kul, het enige verschijnsel is in dit verband de politie, die, zogenaamd om (oftewel onder het mom van) de eigendom te beschermen tegen diefstal, al wie niet het daar dan voor hem nodige al heeft, dwingt onder bedreiging met wapens om kunstjes te doen voor de bezitters als die bezitters dat kunstje in kwestie daar dan van die behoeftige 'willen' (iets waartoe ze niet te dwingen zijn).
==============
maandag 25 december 2000 23.23||
==============
maandag 25 december 2000 23.34
=================
"Arbeid wordt ervaren als een plicht, als schuld die elke arbeidsgeschikte burger aan de maatschappij moet afdragen." Zo gaat het verder.
Arbeidsgeschikt is iedereen die enige txaenz heeft, over van 'overleven'. Alle txaenz is wel ergens voor te gebruiken, minstens voor dat wat ze strafgevangenen lieten doen. Daar heeft natuurlijk niemand zin in, zo openlijk en waarneembaar gebruikt worden. De schijn moet opgehouden worden en dwangarbeid moet worden opgelegd aan veroordeelden, aan wie buiten gesloten zijn (geworden).
'Schuld' in het bovenstaande citaat is synoniem voor ZONDE, erfzonde zelfs: allen betreffend, zonder enige extra eis dan aanwezigheid (die, zie dat over die 'Borg', altijd meteen DEEL-UITMAKEN-VAN is).
=============
De liberalen willen geen arbeidsplicht, niet voor zichzelf en niet voor anderen. Om aan die plicht inhoud te geven, wat voor die anderen moet worden gedaan, zou 'regeren' vereisen en het IETS 'Staat' inhoud geven. Dat gaat tegen hun streven (als IETSonderdeel van andere IETSen dan de staat) in.
===============
Om dezelfde reden blijft elk recht op arbeid leeg. De liberalen willen dat er geen centraal IETS is dat de gezamenlijkheid vertegenwoordigt tegen de kleinere roofIETSen die zij oprichten, waarvan zij deel uitmaken, waarin zij onderdeel zijn. De liberalen willen dat iedereen een losse enkeling is, die alleen-zijnd een gemakkelijke prooi is voor hun IETSen: de verzekeringsmaatschappijen, de commerciële ondernemingen in het algemeen. Daartoe ook willen de liberalen alles 'privatiseren': ze willen het water bezitten en zullen blijven dromen van het bezitten van de zuurstof in de lucht. De liberalen zijn de geestelijke erfgenamen van de kolonisten, de bezetters, de bezitters, de mensenveehouders. Alleen het stukje 'de zorg voor het vee dat je houdt', dat stukje erfenis hebben ze niet aanvaardt: de slaven zijn 'in zelfbezit gebracht', dat noemen ze: vrij gelaten. De slavernij is zogenaamd afgeschaft.
===========
Gewone mensen (999 per duizend) zijn zo ondoordacht en blind (wegens ontbrekend begrippenapparaat) dat ze dit niet zien. Dat 'blind-zijn daarvoor' brengt hen wel geen geluk, maar bespaart hen het besef van machteloosheid, van overgeleverd-zijn: aan hun tijdgenoten-mede-stemgerechtigden en de domheid van die massa).
============
Wie hen bewust zou maken van deze stand en gang van zaken zou hen ongelukkiger maken dan ze nu zijn. Zalig zijn de onbenulligen, slechts af en toe zal het leed van een oorlog hen treffen, en af en toe een economische crisis. En deze tijden van leed en nood af en toe, doen hen zelfs goed, kunnen ze weer even echt doen waar ze in de loop van vele generaties op uitgeselecteerd zijn: dapperheid en vindingrijkheid tonen, zich uit de moeilijkheden redden, zich behelpen, elkaar helpen (want dan hebben de anderen hulp nodig omdat er gebrek is, in plaats van kadootjes omdat het december is en/of ze jarig zijn).
======================
dinsdag 26 december 2000 1.03:
FILE: 001227P.DGB / hi.lex
*****************
Hoewel ik nog maar zo'n bladzij of 15 gelezen heb van dat artikel weet ik het toch al: niet de verschijnselen worden tot onderwerp genomen, aanschouwend en begrijpend, maar de reeds geschreven boeken en de begrippen daarin, samen met de formele wetenschappelijke truc van het meten en berekenen, het verbaal definiëren en dan ophouden. Napraten, meepraten en doorpraten met logica en consistentie.
Een fundamentele fout die bij deze manier van doen gemaakt wordt is dat het onderwerp dat de mensen toen daar bespraken (in het beste geval het waarnemend en bestuderend en hanterend) opgevat wordt als ware het gelijk aan wat wij nu nog te zien zouden kunnen krijgen. Bovendien krijgen begrippen hun lading en betekenis binnen de toevallige meute waarvan ze in het ijverige brein van de gebruiker deel uitmaken.
Slechts als wij (lezer/hoorder en schrijver/spreker) beide ons laten leiden door wat wij beiden waarnemen, heeft het kennis nemen van elkaars tekst enige zin, voert tot iets, met name tot een gesprek.
Binnen in onze hersens ontstaat geen orde, ondanks het toepassen van logica en consistentie. Verbale definities geven aan dat divergeren der bedoelingen (met woorden) en belevingen (van begrippen) slechts een extra (versterkend) effect (een verplaatsing en vergroting van de verwarring, ván de verbaal gedefinieerde woorden náár de woorden waarmee gedefinieerd werd).
==================
woensdag 27 december 2000 0.01|||||
==============
woensdag 27 december 2000 22.40:
aanvullingen: / vervolg::::
==================
Tussen de schrijver van het artikel over arbeid, dat ik aan het lezen ben en mij zit 'gewoon' het verschil tussen schriftgeleerde annex wetenschapsmethoden-imitator en 'wat IK wetenschappelijk noem bij gebrek aan en betere naam voor natuurlijk-maar-ontwikkeld omgaan met de eigen omgeving'.
=============
Ik onderscheid natuur, cultuur en civilisatie. Ik kies tegen de civilisatie (mensenvee-houderij) en verheerlijk volstrekt niet de bijna onvermijdelijk in onbegrepen starre 'rituele' herhaling ontaardende culturen. Ik kies voor de natuur, voor het leven in het wild, voor het door alle enkelingen zelf voorzien als deel van het ecosysteem in wat ze daar dan nodig hebben: 'ontwikkeling' kan en moet in de vrije tijd gebeuren, die overschiet van 'volledig functioneren op het "een wetenschappelijk dier zijn" na'.
'Taal onderwijzen en gebruiken' en 'je omgeving verder verkennen dan op dat moment daar nodig', dat zijn twee natuurlijke bezigheden van mensen.
De grootste prestaties in deze bezigheden zijn dan ook lang voor de culturen en civilisaties en later ook nog vooral daarbuiten geleverd. De grote prestaties in kwestie werden bijvoorbeeld geleverd wanneer weer een groep een nieuw ecosysteem ging bewonen, bijwonen, er aan ging deelnemen, er in ging meeleven. Bij zulke ondernemingen werden de wetenschappelijke fundamenten voor de cultuur gelegd, werden, anders gezegd, die door te geven adviezen / technieken gevonden en geformuleerd en ontwikkeld, die 'de traditie' van de cultuur zouden vormen. Het is juist de ramp van de te grote begaafdheid van 'de mens' dat hij liever problemen oplost voor zijn kinderen en kindskinderen, dan hen de gelegenheid laat zelf te functioneren (als onderzoeker en bespreker en uitvinder en oplosser). Er is helaas geen ruimte en gelegenheid voor eindeloze vooruitgang 'staande op de schouders van de voorouders'.
=================
Een probleem als 'aan een bij het meten bruikbare omschrijving / verwoording van het begrip 'arbeid' komen' is aan het natuurlijke verkennen van je omgeving vreemd, het is een onwetenschappelijk, namelijk juridisch probleem, een probleem in het kader van het regelen van dingen, het heffen van belasting bijvoorbeeld op (laten) arbeiden.
Het is een probleem van mensenhouders, heersers, vorsten, uitbuiters, parasieten.
=============
Het 'zinloos' noemen van het arbeiden komt voort uit het niet gebruiken van het biologische introspectieve gegeven dat ee dier lust beleeft aan het doen van wat nodig is om (te komen aan wat nodig is als middel, - als eten/voedsel dus, als drinken, als beschutting (Engels: shelter), enz.-, om te overleven. In het DOEN OM TE overleven, LEEFT het dier (in ons geval: de mens, LEEFT de lezer, LEEF ik, daar functioneer ik volledig en harmonieus: in het wild. Alleen daar (in die omstandigheden): in het wild.
Beschermd, gewaarschuwd (bang gemaakt) en geïnstrueerd in de cultuur en op buitenbesturing, gebruikt als specialist / beroeps / professioneel, als een gereduceerde, als een gereduceerde tot een (uit een kind gemaakt) stuk gebruiksgereedschap, in de civilisatie, functioneer ik niet volledig en harmonieus. Aan de saaiheid resp. de disharmonie lijd ik dan ononderbroken, zij het onbewust omdat afwezigheid van de nodige begrippen mij er blind (in onderscheid van ongevoelig) voor maakt en de afwezigheid van de nodige woorden mij sprakeloos (stom) houdt, zodat het verhelderend bewust worden uitblijft.
===========================
MIJ gaat het er om die begrippen en woorden aan te maken die mij bevrijden uit cultuur (wat daarvan restte was godsdienst) en uit civilisatie (propaganda voor meedoen, aan rangschikken en aan de consumeer-terreur: vertoon, mode en verjaardagen en feestdagen 'vieren', bijvoorbeeld).
Bevrijding door bewustwording VAN WAT JE RAAKT [ 'bindt': verplicht, dwingt, bang doet worden als je het nalaat. Super-plat voorbeeld: een stropdas dragen, je scheren en/of voortdurend (laten) soigneren.]
===============
Het is niet willekeurig waarvan je je bewust maakt, wat je begrijpt en beschrijft en bespreekt: dat wat je raakt en bindt, dat moet je onderwerp zijn in deze.
Alle txaenz besteed aan wat je niet raakt (bindt, dwingt, van buitenaf aanzet en bestuurt) IS VERSPILDE TXAENZ.
En dat is nu precies wat ik telkens weer anderen zie doen: zelfs als ze er niet toe gedwongen worden hun txaenz verspillen aan wat hen niet raakt. Aan verleden, toekomst, verzonnen zaken, aan sport en andere poeha. Wie meedoet aan welk verzonnen (illusief) spel dan ook, aan rangschikken, op welke dimensie dan ook, aan onnodigs (verzamelen of bestuderen) wat dan ook, ze verspillen hun txaenz. Ze blijven (en houden anderen) gevangen en ze blijven gebruikte gebruikers. Part-time heer en knecht, slaaf en meester, Koning Klant en uitgebuite werknemer / loonafhankelijke. Meedoen lijkt dan op: hetgeen je overkomt (aangedaan wordt) eigenlijk jezelf aandoen, over de band der ontelbare onbekende anderen spelend. Meedoen en instemmen en bijdragen liggen zeer dicht bij elkaar. Als het in stand en aan de gang houden van 'de wereld' / 'het wereldgebeuren' zonde is, en dat is het volgens de christelijke leer, dan is meedoen zondigen: de duivel dienen, het Boze, den Boze.
=====================woensdag 27 december 2000 23.47|||
=================
0 Reacties