Jaap Schot, 21 juni 2002
Overzicht in telegramstijl en dan zie ik wel of ik verder er toe kom het ruimer uit te leggen.
Het aanmaken van wetten en die dan niet voor de volle honderd procent invoeren, afdwingen, doen naleven, dat is: het verlakken van dat deel van het volk dat voordeel van die wet zou hebben en daarom voor het tot stand komen van die wet geijverd heeft, en schijnbaar zijn zin kreeg.
Het is woordbreuk, het is het niet nakomen van een plechtige belofte, het is moreel SLECHT. [‘Evil’ in het Engels.]
Op mijn website leg ik uit dat er in de civilisatie (zo heet dat in burgeroorlog bijeen leven) geen moraal is, moraal is er alleen binnen de culturen. Daar, binnen de culturen gelden de tien geboden, in elke cultuur, hoe ook geformuleerd. Binnen die burgeroorlog is het doden van een tegenstander dan ook volkomen in orde, zoals in elke oorlog. Het is alleen door een wet verboden door de civilisatie die zich vermommen wil als cultuur, als samenleving, wat ze niet is. In gevecht zijn met iemand is niet passend ‘met die iemand samen leven’ te noemen. De civilisatie wil de burger dus niet laten weten dat hij in burgeroorlog is. Een wet die niet uitgevoerd wordt houdt en brengt slechts vrede als de benadeelde voorstanders onoplettend en/of dom en/of geremd zijn.
Gekozen op basis van wat hij zei te menen over en te willen doen aan, zeg, tien onderwerpen wordt de vertegenwoordiger door het volk met macht bekleed over honderden onderwerpen, waaronder vele die niet te voorzien waren.
Als klant wil men de laagste prijs, als aandeelhouder de hoogste dividenden, als werknemer het hoogste loon, als tussenpersoon de hoogste winst.
Dat is een burgeroorlog.
Waar het kán, worden
1. de (door de individuele koper toch niet te controleren) kwaliteit der diensten (c.q. waren) en
2. dat wat ‘buiten’ is (het milieu en ‘de buitenlanden’ de dieren en de buitenlanders, met name de arbeiders in de lage lonen landen)
geschaad.
Dan, als de lasten geëxporteerd worden, is er immers meer te verdelen onder de vechtenden hier en kan er onderlinge “vrede” gekocht worden zonder dat hier iemand ‘van ons’ zelf schade lijdt.
Dat de inwoners de (deze) stand en gang van zaken schematisch, niet in detail, KENNEN, is onvermijdelijk. Psychisch (mentaal) gezond kan slechts zijn wie wat hij kent onvertekend en helder kan begrijpen, beschrijven en bespreken. Het gaat in het leven niet om vrij je mening te mogen uiten, maar om onvertekend je kennen te mogen begrijpen, benoemen en openlijk bespreken. Ook geheim houden is moreel slecht, maar er is een oorlog aan de gang, al zolang wij leven, ononderbroken. En in oorlog past geheimhouden. Er past geheim houden in en dus ook ‘desinformatie’, liegen dus, en wel in de vorm van het aan kinderen leren van begrippenapparatuur waarmee ze voor het leven opgescheept zitten met een ‘vals bewustzijn’, een bewustzijn dat hen verward en telkens weer door onverwachte gebeurtenissen onaangenaam verrast doet zijn.
Schoolvoorbeelden van verwarren.
- Op woordniveau.
- Aarde en wereld door elkaar halen, schepping en menselijk maaksel dus.
- Vrijwel iedere manier van ‘aan meer geld komen’ heet wel ‘verdienen’. Een betekenis van ‘inkomen’ is ‘verdienen’. Zwart is alleen dat geld waarover geen belasting is betaald (klopt dat?).
- Men benoemt met het ene woord ‘cultuur’,
- zowel de gewoonten van een massa met elkaar in burgeroorlog om rang en voorrechten gewikkelde geciviliseerden
- als de samenleving van mensen in een traditioneel, aan familiaal geplaatste mensen doorgegeven VERBAND.
Dat helpt niet echt bij het onderscheiden en benoemen en bespreken van een en ander.
- In de economie is de koopkrachtige vraag de bron van de beweging, niet het nodige wel en het onnodige niet of minder. Zo wordt er een fundamentele onderscheiding, die in nodig en onnodig dus, weggemoffeld onder een, omvattende term.
- Ook heel mooi is het om civilisatie ‘beschaving’ te noemen, alsof er van een lelijk, rauw en ruw natuurgegeven iets moois gemaakt werd door een bewerking ervan: beschaven, politoeren (Engels: polite, ‘beleefd’ dus).
- Op bespreekbeeldniveau.
Inleidend in de wetenschap ‘economie’ wordt niet zelden gesproken over economische transacties als over ruilen. Dat is lief en constructief, ‘Verharmlosung’ is het, van de wereldhandel, die roof is, waarbij zolang mogelijk de wapens ‘slechts’ gebruikt worden om ermee te dreigen. Bedrieglijk bespreken is het vooral ook omdat er niet heel erg uitdrukkelijk wordt gewezen op het feit dat ik slechts kan ruilen op voorwaarde dat ik mijn bezit kan (laten) verdedigen tegen roof.
Een bespreking van ‘het economische’ zonder verwijzing naar die wapens en dat dreigen met het (weer) gebruiken daarvan komt neer op het onderwijzen van een beeld dat het wezenlijke en centrale gebeuren onbegrijpelijk en heel veel verschijnselen onverwacht laat en maakt.
Pim was nog geen politicus, hij had nog geen taak en geen gelegenheid wetten te maken, te vervangen of te vervagen. Het dreigde dat hij met veel macht zou worden bekleed: macht over veel verschillende wetten terwijl hij gekozen werd om redenen die zelfs niet eens vielen binnen de zogenaamde verkiezingsonderwerpen: Pim was enorm AMUSANT. En dat was de reden dat de journalisten, de media, hem enorm veel zendtijd, aandacht, dus: publiek, toehoorders leverden, gaven, schonken. Zij hebben de macht over die media en kunnen dus schenken. Ze zijn met elkaar in wedstrijd om aandacht en daarom kwam zo iemand als Pim hen goed van pas.
Pim verlevendigde en leverde dramatiek, opwinding, toneel, gelegenheid te voelen.
En daar zitten mensen die vee zijn op te wachten: zie Jezus zowel als Hitler. Vandaar ook dat Pim met beiden vergeleken werd.
Het is niet de fout of verdienste van de zogenaamde volksmenner dat het volk hem op het schild hijst. Het volk luistert niet, het leest lichaamstaal en hoort de woorden qua klank, muzikaal. Het maakt het op opwinding beluste vee geen moer uit wat de spreker zegt of doet of is. ‘De schare’ zoals de Bijbel de mensenveestapel, de massa gebruikten noemt, maalt niet om de boodschap en haar ontevredenheid en lust voor onrust, opwinding, UITBRAAK, komt voort uit haar vee-zijn (= het als zodanig gehouden worden en wel weliswaar iedereen levenslang al, maar nog niet genétisch tot vee afgezakt, gedegenereerd, verworden). Waar ze ontevreden over meent (denkt en zegt) te zijn is [en dat blijkt mooi uit die diversiteit van Jezus, Hitler en Pim] tijdgebonden en plaatsgebonden en toevallig en niet wezenlijk.
De aangestelde leiders over het vee (de schare) [de Farizeeën en schriftgeleerden en de priesterkaste, de regering van de Weimar republiek, ‘paars’] worden herkend als aanvaard door de mensengebruikers, die als zodanig aangevoeld worden. De communisten/ marxisten wezen terecht en duidelijk de kapitalisten aan, Hitler ook maar noemde die Joden. Ergens buiten de veestapel moeten er parasieten zijn en eindelijk moet deze leider het krabben en dooddrukken van die bloedzuigers mogelijk maken. Pim wijst opzij naar de veroorzakers van de irritatie, waar die ook niet zit, overigens: de kutmarokkaantjes en andere ingevoerde middeleeuwers (islamieten).
De schare volgt met evenveel gemak een vegetariër (Hitler) als een homo als een qua eetvoorschriften (spijswetten) ontspannen, geïnspireerde Jood als Jezus. Je houdt het als je niet oplet niet voor mogelijk. Ontelbare Duitse christenen (roomsen voorop) deden mee aan het vervloeken van de Joden. Alsof Jezus geen Jood meer was en de bijbel niet de joodse heilige schrift.
De schare is altijd toe aan partijdigheid en aan het richten van haar haat jegens haar gebruikers op anderen dan die gebruikers. Die gebruikers zijn immers of te machtig of zoals nu: ieder stuk menselijk vee is medeplichtig, dat is: zelf een gebruiker en van dat gebruiken van anderen afhankelijk omdat hij niet geleerd heeft en niet de gelegenheid heeft om voor zichzelf te zorgen, zelfs niet op het meest sobere, luxeloze niveau.
Als vee gehouden worden jeukt als het ware. Het verveelt ook. Dat lijkt tegenstrijdig, maar beiden, jeuk en verveling zijn bronnen van bijval voor iedereen met een boodschap die wat opwinding en verlossing brengt, schenkt. Let op: vooral schenkt. Er zijn ook die religieuze boodschappen die vertellen hoe een mens zich door opletten en onderscheiden en begrijpen en inzien kan bevrijden uit de mist van de onwetendheid omtrent het waarom van zijn haat, jeuk en verveling. Die schenken niets en die worden dan ook door weinigen benut voor hun doel: verlossing/ verlichting.
Er is heel veel “criminele energie” (schoolvoorbeeld de computervirussen) dat is die haat, die ergens vandaan komt. En wie zulke dingen kan maken en verspreiden hoeft zich niet zo machteloos te voelen als hij is, als gevangen gebruikte.
Er is heel veel lege opwinding (sportwedstrijden) maar die is zo (dermate) toegestaan, ja officieel, dat er geen verzet meer bij te voelen is, geen macht samen tegen de gebruikers.
Vandaar het vechten rondom die sportevenementen die het sterkst die religieuze inhoud hebben: het voetbal. Voorvechters en vertegenwoordigers het alleen laten doen is het niet voor de hooligans. Zij doen ook zelf wat. Zie ook de dreigbrieven en dergelijke voor, tijdens en na het optreden van Pim. Denk ook aan die moord op die veearts in België, dat is maar een piepklein voorbeeldje van dat ‘zelf vechten en wel met wapens’ van de burger (c.q. boer) die zich niet laat vertegenwoordigen en wetten tegen zich laat aanmaken en gebruiken.
Integendeel: het sportevenement is voor de mensengebruikerij wat de heilige mis is voor de roomsigheid. De mis is les voor vee dat in feodale systemen gehouden wordt, les in onderworpen afhankelijkheid. Ook de islam is zo’n buig- en knielreligie.
Slechts omdat dat een 'verstandig mensen'-antwoord lijkt op de vraag van de opiniepeiler, zegt menigeen dat hij de eigen wensen projecteerde op (oftewel: las in) wat Pim zei.
Gekozen op basis van wat hij zei te menen over en te willen doen aan, zeg, tien onderwerpen wordt de volksvertegenwoordiger bekleed met macht over honderden onderwerpen.
Feitelijk: Pim dreigde de macht te krijgen allerlei dieren beschermende wetten weg te werken en/of onwerkzaam te maken en liet zich daarvoor ook lobbyen (zo las ik). Pim – zo las ik een juichende uitspraak van een journalist, die ooit een Nazi ving lang na de oorlog – hoefde niet overtuigd te worden. Hij droeg zelf al bont. Leve de bio-industrie met nertsen en zo.
Het viel me op dat er mensen zijn die erop wijzen dat er op Pim gescholden is, dat hij gedemoniseerd werd. Dat zou dan een klimaat geschapen hebben waarin tirannenmoord gerechtvaardigd werd. Het zou mij niet verbazen als er nog meer mensen zouden zijn zoals ik, die over tirannenmoord al heel veel eerder lazen en nadachten en al lang hun besluit genomen hadden, voor het geval dat. Lang niet ieder mens is zo’n naar opzij ‘open systeem’, velen zijn alleen via hun opvoeding open systemen. En wie in de gaten krijgt langs zijn verleden alsnog geleefd, gebruikt, van buiten af gestuurd te worden, kan zelfs daar mee ophouden.
Wetten zijn er om mensen te dwingen en te weerhouden, om ze te frustreren en te gebruiken. Daarom is er geen ademplicht en geen verbod op het eten van hondenuitwerpselen nodig. Aan roven en moorden moet wel een bedreiging worden vastgemaakt. En voor het verantwoord leren opereren als chirurg past toezicht, anders gaat het onverantwoord gebeuren.
Het is waar, maar te gek voor woorden, dat wetten die er zijn gekomen doordat er eindelijk meerderheden van volksvertegenwoordigers voor waren, dan niet – of, onvolkomen – worden uitgevoerd, ingevoerd, afgedwongen, gehandhaafd.
Democratie kan alleen bestaan en goed functioneren als politiestaat met wetten van Meden en Perzen. Men maakt niet de juiste wetten teneinde ze dan niet toe te passen. Men geeft niet de meerderheid haar wet om van de minderheid die erdoor gefrustreerd, gedwongen, op buitenbesturing gezet wordt, geen gehoorzaamheid af te dwingen, niet-naleving te gedogen. Dan WEET de kiezer zich bedrogen. Dan is de democratie gecorrumpeerd.
Eerst een tussenvraag: is dit dubbel oplossen en daardoor behouden van een probleem een ‘lógische fout’ te noemen?
Het volk wordt door het tegen haar toepassen van onjuiste wetten door de mensengebruikers uitgebuit en verovert democratie, dat is de macht om zelf goede en betere wetten te (laten) maken. Technisch is het nodig zich te laten vertegenwoordigen, in zekere mate. (Zie Zwitserland om te zien dat die mate niet zo groot is als ons systeem suggereert). Dan maken de vertegenwoordigers ten eerste compromiswetten en laten die dan bovendien nog onvolmaakt uitvoeren/ toepassen. Dan heeft het volk eindelijk de Staat en staat er een partij in de gunst die ‘hoe minder Staat hoe beter’ propageert. Wie, als hij geen mensengebruiker (zelf niets en niemand dienende parasitaire rijke, en dus qua belang antidemocraat) is, daarop stemt, moet wel onmetelijk dom zijn.
Schoolvoorbeeld: het is de uit Noordoost Afrika afkomstige negers die onder ons wonen niet toegestaan, evenmin als ons, om hun meisjes te verminken (clitorectomie). Maar het wordt niet slechts niet gecontroleerd, maar ook bij aantreffen niet vervolgd, laat staan gestraft. Voor simpele diefstal van dure spullen uit rijke huizen worden zwaarder middelen ter ontdekking en straf ingezet.
Het kenmerkende van de huidige stand en gang van zaken is, dat wie zich daarover kan opwinden er niets aan zal kunnen doen. En wie daar iets aan zouden kunnen – en volgens de wetten, moeten – doen, die hebben rechten gestudeerd en dat maakt hen immuun voor zulke halfdierlijke reacties op kinderverminking als: ‘willen tegengaan’. Zij hebben dat leren herkennen als onverdraagzaamheid volgens art. 1 van de grondwet: andere meningen zijn net zo goed als die van jou, protesterende enkeling, en om precies te zijn correleert de waarde van iemands mening volkomen met zijn vermogen en wel met dat deel wat hij vrij kan besteden om het gedaan krijgen van zijn zin te betalen, te kopen.
De man die Sint Pim dood gemaakt zou hebben, zou iemand zijn die er zijn tijd, aandacht, energie en vaardigheden voor over had om een paar dierenbeschermingswetten te laten afdwingen. Tegen de voornemens en zin van de daarmee belaste ambtenaren en overheden in. Hij was dus een extremist, want hij wou meer dan vanzelf door het systeem gebeurt. Hij was niet tevreden met woorden, maar eiste de beloofde daden.
Als je wilt dat iets gebeurt, dan moet jij het zelf (laten) doen.
Dat hebben de “”liberalen”” in plaats van regeren weten te zetten, zodra er algemeen kiesrecht (“democratie”) kwam in plaats van censuskiesrecht. Geld was, en bleef ook ná die verandering, recht (te kort verwoord is dit verband, ik weet het, maar het klopt wel; op die ruimte voor activisme als dat van die beklaagde na, die eigenlijk een vrije, recht producerende ondernemer is geweest).
De staat dient recht te doen (= hetgeen met de wetten beoogd, nagestreefd, tot doel verklaard werd te VEROORZAKEN.) Zonder te wachten op aanklachten en zonder enige tolerantie of tevredenheid met minder dan 100%.
Ja, maar, dan wordt het maximale aantal burgers (= kiezers, stemgerechtigden) op buitenbesturing gezet en dat wekt hun weerzin. Dat hoort ook en het wekt overigens ook ieders belangstelling voor de politiek.
Het maakt de burgeroorlog die woedt, en de partijen daarin, zichtbaar.
Van het huilende stemvee met die bloemen en gedichten betreurden velen hun projecties op Pim, c.q. wat ze gelezen/ gehoord hadden in (= verstaan hadden onder) Pim’s woorden. De overgrote rest deed mee met voelen, omdat men dat in deze vervelende vredestijd heerlijk vindt. Wat de man ooit bedoelde, was en is niet van belang.
Betreurd wordt, gedurende enige tijd, door iedereen zijn eigen beeld van wat Pim bedoelde.
Zoals men ook een afkeer heeft van (of bijval en voorkeur voor) wat men meent te weten dat X of Y bedoelde en bedoelt.
Opvallend was dat men vrijwel unaniem de verkeerde moordaanslagen als voorbeeld naast dit doodmaken van Pim zette.
De aanslagen op Hitler voor de Tweede Wereldoorlog, die hadden mogen worden genoemd: een opkomend politicus met charisma, ambitie en met een aanhang die niets anders deed dan: een voorvechter kiezen en zich willen amuseren met de moeilijkheden die de gevestigde politici van hem ondervonden.
En die aanslag op Rudi Dutschke: een hetze van ‘Bild’ tegen een woordenrijk man met aanhang en daadkracht.
Stel je voor dat een van die aanslagen op Adolf Hitler was geslaagd, zeg in 1930 of ‘34 of ‘38. Dan had men aan de “moordenaar” het volgende kunnen schrijven:
Herr X,
Waarschijnlijk heb je veel mensen en veel dieren een hoop last en leed bespaard door deze man te slachten. Niemand zal ooit weten wat er voorkómen en veroorzaakt is door jouw daad.
Dat geldt voor alle daden (in vrijheid gesteld) en voor alle gedoe (in gehoorzaamheid aan bevelen en/of aan geweten en/of aan normen en waarden en al die prut).
Ik ben geen activist. Ik peddel niet in de rivier om die harder te laten stromen en niet om haar langzamer te laten stromen. Ik drijf er op, als een stuk hout. Jij hebt zo’n peddelaar gedood. Al die anderen die met hem mee de rivier probeerden op te jagen om zijn gunst of om bij een beweging te horen, die moeten het nu zonder die inspirerende leider stellen. Dat scheelt een slok op een borrel.
Schuld is een verzinsel van juristen. Schuld is geen verschijnsel. Er is alleen gebeuren, dat ze bij mensen ineens ‘DOEN’ noemen, gebeuren dat altijd ook ‘veroorzaken van’ is, en: ’een einde maken aan’ en: ‘voorkómen’.
De nu dode dreigde ‘democratisch’ aan macht te komen. Hij wist, zoals alle machtshongerigen na 1900 uit de boeken dat hij de gebruikelijke en gevestigde organen van ordehandhaving met zijn lui moest bemannen. Krankjorume wetten laten afdwingen via de gewone VORM VAN PROCES. Op die vórm geilen alle juristen, het is hun spelletje. Van dat soort wetten aannemen bij meerderheid in het parlement, dat je daartoe met intimidatie, volksbetogingen en dergelijke in de stemming brengt.
Elke regering (elk regime) is een DICTATUUR. Ze is dat
* voor wie niet stemde op de die regering vormende partijen en
* voor de maatregelen van die regering waar in de verkiezingsstrijd niet over gesproken werd (kon worden) en onvoorspelbaar waren (denk ook aan compromissen, waar niemand ooit voor koos).
Een dictatuur hoeft geen schrikbewind te zijn, zeker niet in een rijk land in vredestijd. De vaststelling dat het een dictatuur is betekent alleen maar dat zo’n inwoner er niet meer en niet anders mee te maken heeft dan hij te maken heeft met het weer. Je moet je er op kleden en er soms voor binnen blijven en bij tegenwind trapt het erg zwaar, op de fiets.
Het blijft een dictatuur voor wie kwaad ziet gedaan worden wat verboden is maar wordt gedoogd.
Er zijn voor elk gedrag en wangedrag mensen die het willen doen, op bevel, voor geld of op eigen aandrang vanuit de rommel waarmee hun hersens zijn opgeladen.
De mensen in de democratische vrije landen zijn met elkaar in burgeroorlog om al het bezitbare en om de rang, de eer, de status en al het consumeerbare (alles wat er te genieten is). Ze zijn NIET aan een gezamenlijk project (ondernemen, gesteld doel) bezig.
Regeren is: zich in dat gevecht mengen en de vechters ontwapenen en grenzen stellen en regels. Een bovengrens en een ondergrens aan inkomen en bezit (van spul, spullen, voorrechten, bevoegdheden, aanstellingen enz.). Dat komt neer op: regeren is alle onderdanen af en toe tegen je in het harnas jagen. Maar daar ben je nu juist voor. Waar geen gezamenlijk doel is, is iedere deelnemer tegen het algemeen belang gericht, tegen ‘de fiscus’ en zo.
WIE ZICH ALS VERLOSSER EN REDDER AANKONDIGT, ZOEKT ZEER WAARSCHIJNLIJK EEN VIJAND BUITEN VOOR DE MASSA VAN ZIJN VOLGELINGEN/ ONDERDANEN. Dat geeft ‘binnen’ even die eenheid.
Hij is bezig met de vrede binnen de massa en niet met goed en kwaad en niet met het beste voor wie buiten zijn. Als hij dat al niet van plan was vooraf, dan wordt hij er door de verwachtingen en eisen van zijn gevolg wel toe gedwongen omdat het voorwaarde wordt om aan de leiding te blijven.
En om helemaal precies te zijn: wie de kans daarvoor zien, gaan ook tijdens zo’n ‘oorlog met buiten’ door met graaien om meer te halen, te hebben en te houden dan de anderen. Maar de aandacht van de massa is afgeleid naar de strijd met de vijand (het gevaar) buiten.
Het is een systeem, het werkt zo, onafhankelijk van wie het op dat moment bemannen. Elke charismatische leider verwordt, tenzij hij zeer uitzonderlijk plus in een zeer uitzonderlijke positie is, zoals Mandela(?).
Er is geen macht ten goede. Het enige niet-kwade gebruik van macht is: het ermee teniet doen van andere macht. Dat is dus heel wat anders dan het niet gebruiken van die macht, zoals de gedogende, wetten onuitgevoerd en toestanden ongecontroleerd latende overheidsbaasjes hier nu doen. Doen, onvoltooid tegenwoordige tijd, want er is van ….. [en dan neemt men tijdgebonden voorbeelden, zoals voor ons:] Enschede noch Volendam noch welk incident ook, iets geleerd. Dat kan ook niet, het zou de schijnrust van de grote graaioorlog verstoren.
Beste X, bedanken noch laken kan ik je gefundeerd voor je actieve ingrijpen in de geschiedenis, want ik weet niet waarvoor ik bedank, zo min als jij weet wat de gevolgen van je daad zijn en worden.
Een soortgelijke brief kan er worden gestuurd aan de man door wie Sint Pim ten hemel voer.
Wie alleen het bovenstaande leest kan niet zeker zijn van wat ik bedoel, want veel achterliggende gedachten, onderscheidingen en vooronderstellingen bleven onvermeld. Ik heb geen kennis van wat er speelt in de breinen van de 1,3 miljoen kiezers die op een dode (in dit geval Sint Pim) hebben gestemd. Ik kan daar dus geen uitspraken over doen.
Als in die mensen een onbewust, niet verwoordend, maar gevoelens en neigingen afscheidend brein werkt, dan is dat voor mij niet onverwacht. Onder woorden brengen neemt veel tijd en alles wat iemand zegt wordt verkeerd opgevat (“”begrepen””), weersproken en onthouden om er later op terug te komen, of de betrokkene nu van gedachten en inzichten is veranderd of niet. Op wat je ooit zei, baseren wie jou hoorden hun verwachtingen omtrent jou, verwachtingen die eisen zijn. Dat is de meest voorkomende manier van met elkaar omgaan: een geschiedenis aanmaken, niet langer per land, zodat een volk ergens aan bezig is, en iedereen mee kan doen, maar per persoon, zodat de mensen met wie hij in aanraking komt hem gevangen nemen in hun verwachtingen die eisen zijn. Ze zijn elkaars speelgoed, ze spelen ‘leventje’, spélen, want: ze worden als gebruiksvee gevangen gehouden in hun eigen land en staan als gebruiksvee volledig op buitenbesturing: 40 werkuren per week worden ze van boven af door een baas in naam van Koning Klant bestuurd en de rest is vrije tijd en daarin worden ze van opzij amusant, onderhoudend van buitenaf bestuurd, ze doen mee, ze gaan óók. Ze praten na en mee, en door als hun gegevens op zijn. Hun hoofden bevatten massa’s feiten, maar die zijn niet, in een werkende orde, een zelf voor zichzelf, voor het eigen leven en welzijn bezige breininhoud. Het gevaar van uitgestoten of buiten gelaten (buiten gehouden) worden door de groep schatten ze veel groter in dan de gevaren waar die groep hen in brengt. Alléén is iedere enkeling (in z’n eentje, geïsoleerd, een monade) in de definitie van de civilisatie in het stadium van ‘moderniteit’ waar Sint Pim mee werkte. Pim gaf de gewone gebruikte mensen de gelegenheid om zich weer eens te voelen als erbij horend, want ‘modern’, dat zijn ze, dat is hen overkomen. De familieverbanden zijn door de industriële werkdoorgevers kapot gemaakt, de auto maakt bezoeken maar geen samenleven mogelijk, familieverband is over en uit. Nou, dat noemt Pim dan ‘modern’ en ‘vóór op familiaal geregeld leven’ (leven in culturele tradities) verder vooruitgegaan. Ineens horen de gewone stuks menselijk gebruiksvee er weer bij en zijn ze beter dan ‘die anderen’. Dat spreekt aan.
22-5-02 11:44||22-5-02 12:06:
Pim beschrijft niet, Pim keurt. Pim keurt hetgeen (door het er zijn en het zo zijn van deze mensen) bestaat en gebeurt goed. En om precies te zijn, hij keurt de erin gevangen zittende mensen niet slechts goed, maar superieur. En dat terwijl ze dagelijks beleven dat ze niet duidelijk weten wat te doen, hoe zich te gedragen. Ze kennen hun niet-weten, want ze leerden nooit vaste plichten en manieren. En ze moesten al lange tijd ‘alles wat anderen anders doen en deden’ evengoed vinden, evengoed als wat ze zelf deden. En dat is iets wat niet kan, want het andere even goed vinden haalt de basis weg onder jouw keuze voor het ene en je kunt niet twee tegelijk, dus je moet kiezen, kortom: LEED! En Pim verlost je nu van het leed, alles waar je in mee deed en napraatte en meepraatte, het was GOED, het was, c.q. ís MODERNITEIT. HET IS BETER. Het is superieur, die anderen, die het anders doen zijn jouw minderen: ze zijn minder slim en zelfs fout bezig.
Zucht van verlichting: Pim verlost van de onzekerheid, wij zijn O.K., wij zijn goed, meer zelfs: wij zijn de MEERDERE VAN (ouderwetse, achterlijke culturen, traditiehopen, alle buitenstedelijks). Ons als decadent vee bijeen zijn onder de verdoving van het vermaak en het lawaai vanuit de media is SUPERIEUR. Leve Pim.
‘Als vee’? Wat krijgen we nou? Wat een uitdrukking. Wat kenmerkt het leven van vee? Antwoord: dat het gevangen gehouden en verzorgd wordt en alles wat het nodig heeft en meer kríjgt, maar niet geleerd heeft en niet de gelegenheid krijgt om onafhankelijk en ongebruikt zelf te leven en met name: om zich daarbij dan tot het doen van ‘het voor zichzelf als exemplaar van zijn diersoort daar dan nodige’ te beperken.
Daarom kon een fat, een verwende en veel te luxe levend iemand, hen tot inspirator en leider worden. Een ‘op zich niks nieuws’. Zo’n niks anders doende, maar trotse voorvechter van dat zo-zijn, hun (resp. het door hen gewenste) zo zijn, was en is precies wat ze nodig hebben. Grote auto, blitse pakken, zonder verlegenheid, een voorvechter.
Het IK van sinterpim was niet een vrijheid, niet dus een inhoudloos ‘punt van Archimedes’ gebruikt als hulppunt om op te staan om afstand te hebben tot de eigen apperceptieve massa, waarvan een mens die zelf zijn wil afstand moet nemen omdat deze massa immers voortbrengsel is van ‘wat hem overkwam’ en ‘wat hem werd aangedaan’. Een maaksel dus,mede van anderen.
Sinterpim bleek een doorgangspunt van oorzaak-gevolg-ketens, een toevallige verzameling van die ketens, zoals wij allen als apperceptieve massa’s bezien, zijn.
Wie niet blind is ziet dat Amsterdam / Nederland nu is wat in de jaren 19honderd en twintig Berlijn was, de decadente stad. De bedelaars op de straat en daarlangs marcheert, nee paradeert Pim in een lange jas met brede bontkraag: echt bont natuurlijk. [N.a.v. een foto in een tijdschrift, deze zin.]
Trots mag (volgens Pim) de moderne mens zijn, er trots op een consument, een gebruikende gebruikte te zijn, bij de anderen, tussen de anderen. We kennen elkaar niet en gaan niet met elkaar om, maar we doen eender en wat we doen wordt door onze woordvoerder BETER DAN DAT ANDERE genoemd. Hoera voor Pim die het zegt. “Ik had het altijd al zo graag zelf durven denken en zeggen” , zonder meteen te hoeven kiezen voor de erfgenamen van Adolf H. te B. die destijds de Duitsers trots liet zijn op hun ‘daar geboren en bruikbaar gemaakt zijn’. Pim was rooms en had dus het ‘meer dan elk dier van enige andere soort zijn’ al ten geschenke gekregen van ‘de Kerk’. Nou, zo’n geschenk geven aan al dat vee, dat kon Pim ook, dat kon Adolf ook. Adolf gaf levende anderen (de Joden) als minderen. Pim gaf hen ‘ander gedrag’, ‘anders denken en txaenz besteden’ om op neer te kijken. Wie zich zo anders gedragen kunnen dus nog eieren (gelijkheid, erbij horen) voor hun geld kiezen. Hoera voor Sint Pim.
De kiezer kan trots zijn op wat hij (als apperceptieve massa, als toevalproduct, voornamelijk van krachten van buiten hemzelf dus) is. Is, niet: wórden kan, moeizaam.
Pim overtreft. Dat is het hoogste, meest bewonderde wat een geciviliseerde in de ogen van een andere geciviliseerde kan doen. Niets kunnen gebruikten en gebruikers zo intens in elkaar bewonderen: overtreffen.
Pim overtreft. Pim keurt, keuren dat deden de gevestigde partijen ook: ze keurden alles goed en gelijkwaardig. Gij zult niet discrimineren. Ander gedrag van anderen mag je niet afkeuren en door ‘discriminatie’ afstraffen. Dat is een waanzinnig bevel en schept een onleefbaar regime, want: als een ander niet hoeft te kiezen zoals ik, voor wat ik doe en tegen wat ik nalaat, waarom ík dan wel?
Er is voor niets meer een goed keuzecriterium, behalve: WINSTGEVENDHEID, winstgevendheid verheft elk gedrag boven gedrag dat niet winstgevend of zelfs verliesgevend is. Gedrag waarvoor je betaald wordt is per definitie verantwoord gedrag, er gaat geen moraal boven LOON (soms is dat geld, soms tegenprestatie).
Deze geldgod, loongod, die ‘Mammon’ heet, duldt geen andere goden naast zich. Zo oud is dit alles dat de bijbel er al 25 eeuwen over rept. Het is zo oud als de civilisatie, dus daar, in het Midden-Oosten, inderdaad ongeveer die leeftijd. Elders is het soms nog ouder.
De enkeling in de stad weet niet wat te doen, hij is de tradities kwijt en wordt gebruikt (betaald ook). De enkeling, los in de stad heeft een god (of een Pantheon) nodig. Jahweh of de Mammon, als er maar te weten is wat beter is, als gedrag, dan het andere. Zonder God(en) = zonder keuzecriteria = onzeker = bang.
Wat je reeds, al meedoend, als gebruikte, doet, is superieur aan dat andere, het onmoderne, het achterlijke. Aldus Pim. Eindelijk licht. Evenwicht, nee, zwaarte, overwicht, RUST. Juich, juich mijn hart, ik ben O.K.. Ik kan het niet wórden, ik bén het!! Ik ben SUPERIEUR EN DAARDOOR O.K. EN NU WEET IK HET. Pim zei het.
Schrijver dezes vertelt aan wie zijn teksten leest dat wij als vee gehouden worden, gevangen gehouden, buiten de buitenlanden, in ons private bezit, buiten de bezittingen der anderen, binnen onze rechten, buiten de voorrechten der anderen. Buitengesloten = opgesloten, want: de vrije ruimte, het onbezeten bezitbare, het nog door niemand toegeëigende, dat is op. Wij zijn mensengebruikende gebruikte mensen, wij houden mensen als gebruiksvee en worden als zodanig gehouden tenzij wij [zoals de bewonderde edelparasieten en de verachte onderklasse – buitenstaanders – parasieten] er in slagen buiten gebruik te blijven (te komen, te geraken).
Dat willen ze niet lezen en horen.
“Vee zijn is superieur aan ‘samenleven zonder vorsten en andere parasieten en mensengebruikers boven je’.”
Dat willen ze horen.
Maar niet in die vorm.
Ze kregen dan ook te horen: “moderniteit (= wat nu hier is) is beter dan wat er daarvoor was en wat hier is, is beter dan wat elders nog is.” Wij zijn superieur, ons systeem is superieur. Wat wij in gehoorzaamheid en uit gewoonte en onder druk van opzij, angstig, mee doen, dat is het betere, daaraan geven wij terecht de voorkeur. Eindelijk zekerheid, dank U heiland Pim.
Nee, dat hebben ze niet zo bewust en als ze dit zouden lezen zouden ze het fel ontkennen. En dat laat mij koud. Elk ander verhaal waaruit hun gevoel en gedoe (inclusief stemgedrag) valt te verwachten is eveneens, net als deze, een goede theorie. Meer dan ‘een gereedschap om passend mee te verwachten’ kan een theorie niet zijn. En dat hoeft ook niet. Verkondigen (publiceren) hoeft niet.
Het is nog veel erger dan ik, het hierboven staande schrijvend, durfde vermoeden. De Volkskrant [10 mei] en de NRC [6 juni] samen zorgden voor een illustratie van bespreken (in dit geval van wat er door en rond Fortuyn en v.d. Graaff gebeurde) die veel meer zegt dan wat ik al durfde beweren.
De NRC levert het volgende: een Rus die zei, in 1941, “het is een vroege winter dit jaar” kon terecht verdacht worden van qua gedachtegoed dicht bij de Nazi’s te staan, want ook die hadden al, bij het bespreken van het vastlopen van hun troepen aan het Oostfront gesteld, en dat stond op papier!, dat het een vroege winter was. Het doet overigens, zo toont de NRC voor hen niet ter zake óf het een vroege winter was of niet. Het gaat om het duistere gedachtegoed van de Nazi’s en die Russische weerkundige (of amateur, ervaringsdeskundige).
De Volkskrant vertelt onder de kop ‘v.d.G. wilde terug naar prehistorie’ over wethouders en burgemeester en ambtenaren van die gemeenten waar boeren tegen letter en geest van de milieubeschermingswetten in wilden vervuilen door nieuwe en uitgebreide bio-industrie. Die overheidsdienaren spanden zich allen gezamenlijk in om, en nu komt het: het toezien op de juiste uitvoering van deze wetten te voorkomen. Dit lokt bij de Volkskrant geen reactie uit, geen goedkeuring en begrip en geen opmerking dat zulks voor overheidsdienaren ongelijk is aan plichtsbetrachting. Dat is vreemd, want het ís plichtsverzaking en het volksblad is dus niet neutraal, maar staat aan de kant van, jawel, diegenen die niet Pim vermoord hebben, doch slechts een ontelbare hoeveelheid dieren hebben mishandeld en geslacht.
Let op het in de taalgebruiksgewoonten in gebouwde waardeoordeel, het slachten van Pim heet ineens ‘vermoorden’, het eten dat een varken doet heet vreten en in het net wordt het er niet beter op als de wetenschapper spreekt van het ‘foerageren’ dat de dieren die hij waarneemt doen.
Een stukje van dat artikel wil ik hier toch overschrijven:
“Een milieuwethouder verklaart: “Zo’n milieuvergunning bestaat uit meer dan dertig elementen. Dan is het niet zo moeilijk om een slordigheidje te ontdekken. Het [= het letten op en dwingen tot correctie van die slordigheidjes ! js] kon zo niet langer doorgaan.”
Mijn commentaar: zelfs de eenvoudigste chirurgische ingreep bestaat uit meer dan dertig elementen en toch moet het opletten enz. doorgaan, ook volgens B & W als ze op de operatietafel liggen.
Ik word er helemaal stil van als ik zoiets lees. Deze krant illustreert zonder enig commentaar een afschuwelijke misstand: “onze” wetten worden bewust en opzettelijk slordig toegepast en protest daartegen ‘kan zo niet langer doorgaan’, als het dan al eens geuit wordt, wat hoogst zelden en ten aanzien van vrijwel geen wetten ooit systematisch gebeurt.
Onvoorstelbaar.
En de NRC brengt het bijna een maand later niet op deze illustratie door de Volkskrant aan te voeren als een illustratie, een voorbeeld, van wat Mussert en Fortuyn helaas terecht aanwezen als ze spraken over incompetente regenten die de baantjes verdelen (het is niet beter: zó en niet anders worden mensen burgemeester. En terzijde: ook kiezen door iedereen uit een lijstje van enkele namen, helpt dat de wereld niet uit. Hoe kom je op zo’n lijstje? Inderdaad.).
Even voor alle duidelijkheid:
De civilisatie vecht ononderbroken tegen de cultuur die nog in de mensen resteert en waardoorheen en waarvan de civilisatiemanagers, de mensengebruikers, gebruik moeten maken om niet overal voor te hoeven betalen, niet voor alles wat ze voor zich, in hun voordeel, laten doen en nalaten.
ZODRA VANUIT DIE CULTUUR EEN EIS AAN DE MACHTHEBBERS IN DE CIVILISATIE WORDT GEFORMULEERD, WORDT DEZE EIS ALS EEN UITING VAN (NEO)NAZISME GESCHOLDEN. Benoemd, geplaatst en volstrekt afgekeurd tegelijkertijd, in een woord.
Als er íets bewust en opzettelijk gebeurt, dan dit. Wie de regenten en de echte machthebbers (dat zijn twee groepen hoor) voor in coma verkerend houdt, gaat wel érg ver mee in het hen voor werkelijk niets verantwoordelijk houden. Ze KENNEN wat ze aan het doen zijn, ze WETEN het ook, ze kunnen het zeer duidelijk verwoorden en doen dat zodra het over anderen (vijanden in buitenland) gaat ook meteen als het nodig is. En héél soms, bijvoorbeeld als het over het tweede deel van een uitspraak gaat, doet een premier het ook wel eens rechtstreeks tot het volk sprekend. Hij zegt dan bijvoorbeeld:
“Wij (allen, niet alleen de politici, ook van die lieden die een politicus in statu nascendi als bloedlink herkennen) bestrijden elkaar…..”. Wij hier in ons land bestrijden elkaar. Er woedt hier een burgeroorlog, allen (in groepen en partijen en verenigingen enz. soms, soms als enkelingen) bestrijden elkaar. Het is geen sport, het is bestrijden. Onkruidbestrijding. Ongediertebestrijding. Dat woord: bestrijden. Wij bestrijden elkaar. De premier WEET het en kan het verwoorden en zelfs uitspreken. “Wij bestrijden elkaar.”
Maar voor het volk en kennelijk ook voor de regenten, de machthebbers, geldt: we doen dat met woorden, niet met wapens. Dat is voor het volk, voor de mensen onderling, prima, maar voor de regering niet. Even nadenken. Als je het volk ontwapent, moet je allen ontwapenen, juist ook diegenen die een wapen hebben en wensen te hebben. En dat kun je alleen doen als je als overheid meer en betere wapens hebt dan die overtreders en die wapens gebruikt. Dus volk en regering vallen hier niet onder één ‘wij’. Dat doen ze wel als het over het klimaat gaat, het regent op allen, dán past ‘wij’: “wij treffen het zeer, deze zomer”.
Of bedoelde de premier: “wij, bovenmensen, bestrijden elkaar, volk moet zich daar buiten houden. Naar hun gepraat luisteren wij, bovenmensen niet, maar ze mogen niet gaan schieten, dat kunnen wij niet negeren, dat schieten en dat mogen ze dus niet doen.”
We zullen het nooit weten. Wel merken wij dat het doodmaken van een would-be politicus meer reactie oplevert dan de dood van al die anderen dit jaar in ons lieve vaderland tezamen. Het doet me denken aan dat álles kon tegen de Rote Armee Fraktion wat in geen rechtsstaat kan voor welk goeds dan ook.
Waar komt toch mijn morele verontwaardiging vandaan over dat gedrag van die kranten en die regenten en werknemers? Antwoord: van het feit dat ik wetenschappelijkheid en sportiviteit als mentaliteiten opvat als vormen van zedelijk zijn, dat wil zeggen: van ‘aan het samenleven, samen aan het leven’ zijn. Wetenschappelijkheid en sportiviteit als mentaliteit gaan boven het zich houden aan de spelregels en wetten en voorschriften uit, ze verantwoorden zich voor ‘God’ en/of ‘het geweten hebben hoe het wél moest’. Schuld of schaamte treden niet op, het fout zijn wordt op het moment zelf gekend, niet eerst achteraf en als er iemand uit angst ZONDIGT, want dát is het, dat overtreden van de zedelijke, echte grenzen, dan zijn hij én degenen die hem bang maakten en houden verantwoordelijk. ‘Niemand zondigt in het luchtledig en alleen, tot het tegendeel bewezen is’, laten we het daar op houden.
Je mag alles met alles, elk ding met elk ander ding vergelijken. De eis is slechts dat je volledig bent en alle overeenkomsten en alle verschillen opsomt. En dat je vermeldt, telkens weer, dat de vergeleken ‘dingen’ komen uit de oneindige verzameling vergelijkbare dingen. En waarom koos jij dan déze hier nu? Vermeld het even. En het gaat niet aan alleen sommige overeenkomsten te noemen en onvermeld te laten dat je er ongeteld veel wegliet, samen met alle verschillen.
De NRC, onze kwaliteitskrant vergelijkt Pim met Anton en noemt slechts enkele overeenkomsten, geen verschillen. Zo stelt men daar dat bij beiden over ‘demonisering’ werd gesproken.
Er werd ook ten aanzien van de anti-apartheidsbeweging van Nelson gesproken over demonisering. Waarom dát niet even vermeld?
Omdat het bij Anton en Pim ten onrechte, en daar terecht, werd gedaan? Toon dat dan aan.
Ik walg van dit soort vieze retoriek. Hier wordt de lezer zeer slecht gevormd en opgevoed of zeer teleurgesteld en geërgerd. Waartoe? Hoe komt het dat die opleiding voor journalisten zo uitdrukkelijk dit niet uitroeit in de cursisten, zodat het ophoudt.
Wel, de premier gaf het antwoord, maar zonder dat de bijpassende bovenstaande vraag was gesteld en zonder dat hij wenste verstaan te worden: wij, hier nu in deze civilisatie, bestríjden allen elkaar.
Hij weet het, ik weet het, de lezer weet het, iedereen weet het. Vrijwel nooit maken we ons weten tot WETEN, maken we het ons bewust en brengen we het onder in een goed verwoorde gedachte. Ontmoedigd of bang of ‘daar te slim voor’ spreken we het niet (meer) uit. Zodoende komen sportiviteit en wetenschappelijkheid niet meer als bewuste mentaliteit in de hersens en breinen der jongeren.
Nihilisme heet dat, wanneer er niet langer van zulke waardesystemen rondwaren: postmodern, aan gene zijde van alle ismen. Verdraagzaamheid. En af en toe lekker gezamenlijke opwinding, desnoods naar aanleiding van een dood. Maar met evenveel plezier ook n.a.v. een voetbalsucces of ‘een gouden plak voor Nederland’ of ene bruiloft.
0 Reacties