Jaap Schot, 10 februari 2003
Niet de goden zijn de ergste verzinsels, maar de ‘rechten’. Aan het ongeloof in de rechten en daarvan vooral de voorrechten zijn de mensen nog niet toe. Ze geloven ongebroken in de rangverschillen tussen de mensen. ‘Gelijk’ in ‘de universele verklaring van de rechten van de mens’ moet luiden: ongerangschikt.
‘Mensengebruikerij’ is de centrale bezigheid binnen civilisaties (= multiculturele bijeenlevingen op leeftijd). ‘Binnensoortelijk parasitisme’ zou het biologisch besproken heten. Slavernij is slechts een vorm van geregeldheid daarvan.
Alle macht komt uit het plegen van en daarna dreigen met fysiek geweld: mishandelen wordt ‘straffen’ genoemd en is bedoeld om te intimideren, de gestrafte en de andere gebruikten. Alle gezag wordt toegekend door berustende gebruikten / geïntimideerden, die hun timiditeit anders opvatten dan als puur bang gemaakt zijn en diegenen van wie ze bang zijn niet herkennen als terroristen, maar hen als ‘beteren’, als aristo’s, edelen. Zo opvatten leren ze met de moederspraak en wat ze ook verder leren, dat leren vindt plaats binnen die ‘geleefde’ vanzelf sprekende gezagsverhoudingen’.
Ze vinden eigendom [door alle omstanders vanzelfsprekend geachte en als instelling verdedigde bezitsopeenhopingen en grove ongelijkheid van die hopen, normaal, goed, rechtmatig] ter handhaving aanwezig. Onbespreekbaar, verzwegen in alle verhalen en beschouwingen.
Dát is centraal. Dat is het systeem. Bijeenlevende ‘deeltijd-gebruikten – deeltijd-mensengebruikers’ , zogenaamde middelklassemensen, bemannen en behouden het systeem net zozeer en even doeltreffend als ‘slaven en meesters’ dat deden, toen hier, nu nog elders. Loonslavernij is een vorm van slavernij, zo men wil: van mensengebruikerij en verbruikerij.
Het grote voordeel van zelden reizen is onder andere dat ik dan zelden kranten tegenkom. In de Trouw (dagblad ) die in de trein lag las ik een artikel over slavernij in Mauritanië tegenwoordig. Wat die man schreef zal vast wel kloppen met de feiten daar. Voor mij is het interessant te lezen wat ik in mijn opstellen aan ingrediënten heb, die hij níet in zijn beschrijving en beschouwing deed.
Dat waren belangrijke ‘dingen”:
* Txaenz,
* De economie als txaenzhuishouding,
* De geweren (van de eigendomsverdedigers) waaruit de macht stroomt.
Het toekennen van gezag aan mensengebruikers en van vanzelfsprekend aan tradities, die had hij wel.
Die begrippen die wel al in de kranten en voor televisie komen worden door zeer velen gebruikt. Wat daarmee begrepen, benoemd, beschreven, gezegd (gedacht, verwoord) kan worden, dat vinden ‘ze’ (die velen dus) wel. Hun teksten worden ook aanvaard en via de media onder de gedachteconsumenten, de lezers, luisteraars (nu ja, hoorders) gebracht.
Het krantenartikel was erg goed. Het stond dan ook in de afdeling ‘wetenschap en beschouwing’. Het was echter vooral, zo maak ik mezelf wijs, aanvaardbaar en te plaatsen door dat weglaten van die toepassing van en bedreiging met mishandeling (straf), die de drijvende (bijeendrijvende en opjagende) kracht is “achter” het zó lopen van deze (menselijke) schapen.
Het over het hoofd zien van de herdershonden. Zo kunnen wij deze alom op te merken weglating van de drijvende kracht aanduiden. Het moet toegegeven worden dat de honden in kwestie, evenals de herders, de veehouders (mensenhouders) voor het oog nauwelijks van de gebruikten, de gelovigen, te onderscheiden zijn. Ze willen zich er graag van onderscheiden en doen dat dan met toegevoegde dingen, die ze dragen, dingen die voor dat onderscheiden zo onmisbaar zijn als jodensterren.
De schrijver van dit prima artikel, - ik zit die man niet af te katten, zo stel ik even, volledig ten overvloede -, is zelf een middelklassemens: een mensen gebruikende gebruikte mens. Iemand die werkt voor de kost en wel voor (= diensten verlenend aan) andere mensen, die hem daarvoor betalen. ‘Betalen heft de slavernij niet op’, schrijft die man zelf, zijn tekst is écht hartstikke goed. Het verbaasde me dat ze dat drukken, in een krant.
De angel is er uit.
Juist over anderen mag alles beschreven worden, ongeacht het begrippensysteem: de lezers lezen over het begrippensysteem heen ?? Ja, helaas. De verzinsels waarmee ze roddelen bijvoorbeeld zien ze ook niet.
Die ‘IK’ die waarneemt wat er in ‘zijn’ tekstaanmaker aan begrippen gebruikt wordt, hebben weinigen gepostuleerd en als centraal kanaal voor veel van hun txaenz gemaakt: wie schrijft er nou uit?? Alle dagboek bijhoudende lieden. Maar dan: zoals ik: ‘abstract’, ik zou niet weten hoe ik het zou moeten noemen, mijn ‘steeds gericht zijn metabespreken, zodra ik dat kan’.
Mijn afstand genomen hebben en houden (bewaren) tussen mijn tekstaanmaker en ‘MIJ’, ‘MIJ’ de eigenschaploze naast de bak met eigenschappen van genencombinatie en (eigenlijk: maal) apperceptieve massa.
Ik ben er zo gelukkig door, door dat afstand hebben van mijn eigen bestaan, gebeuren, verlopen, evenveel afstand als ik heb van andermans gebeuren. Ik let niet op mijn en niet op hun uiterlijk. Ik hecht aan hen noch aan mij waarde of betekenis.
Er is gewoon niets aan de hand. Dat is een vreemd gelukkig, los gevoel. Wie het nog niet helemaal heeft zal er inderdaad de boer mee op gaan en de mensen aanraden zich zo te gaan opstellen, zodat ze van hun boze geesten, hun ongelukkigheid, hun gewoonheid zich verlossen, vrij maken, verwijderen. En dan gaat men praten over dat gepostuleerde ‘IK’, dat slechts bedacht werd en gedacht wordt en niet bestaat, niet (aan)tastbaar is, niet sterfelijk, niet stoffelijk, ‘anders dan de echte, vergankelijke, gebeurende, veranderende, slechts tijdelijke dingen. En dat verwart. Zoals zoveel bestaat ook dit IK slechts bij wijze van spreken, slechts door het spreken, met name door de ‘inner speech’, het ‘denken’.
De betrokkenheid op anderen als alles wat zij als IK zouden ‘bezitten’, het hunne zouden noemen, die betrokkenheid vervalt. Die (hun) toevalligheden zijn voor MIJ even oninteressant als ze voor HEN zouden zijn, in het geval zij als ‘IK’ bestonden (bestaan). Óf zij als (een) IK bestaan, is totaal oninteressant voor MIJ. IK zoek geen ANDEREN.
0 Reacties