Jaap Schot, 13 september 1992
Er zijn lieden die bevoegd zijn en anderen die het niet zijn. Er moet dus een bezigheid 'bevoegen' zijn.
Doordat er bevoegden zijn wier bevoegdheid erkend wordt, kunnen die lieden, ook al zijn ze met weinigen, veel ontketenen en ook veel ketenen (beperken, bepalen, klein houden, tegenhouden).
In vredestijd [in alle rust en zonder enige noodzaak of reden] wordt de samenleving zo ingericht, met weinig bevoegden die samen de hele samenleving in handen hebben. Door het zo georganiseerd zijn van hun samenleving konden bijvoorbeeld de Joegoslaven tegen vrijwel hun aller zin met elkaar in oorlog gebracht worden, vanuit en met gebruikmaking van die in vrede zo getroffen regelingen, al die bevoegdheden die al zijn uitgedeeld of gereedstaan om uitgedeeld te worden, omdat bevoegen een alom door allen aanvaarde bezigheid is.
Een ouder voorbeeld: een vrij gering aantal Nazi's kon heel Duitsland van zijn democratie, van de vrede en van zijn Joden ontdoen. Om van de rest maar te zwijgen.
Al die dingen berusten op het inrichten van de samenleving met van die bevoegdheden, op die bezigheid 'bevoegen'.
Bevoegen is 'macht toedelen', wat weer bevoorrechten is. Maar bevoegen is bevoorrechten dat meteen ook structureren is. 'Organiseren' is een ander woord voor ongeveer diezelfde bezigheid. De samenleving, de wereld, het speelveld (omdat er uitsluitend gevochten wordt, om voorrechten is de term 'het slagveld' of 'het front' bij nader inzien passender) van de civilisatie wordt ingedeeld, voor vele verschillende zetten of pogingen komen er speciale loketten en instellingen en die worden allemaal bemand: er komt een bevoorrechte als eigenaar (voor het leven, bijv. de koningin) of als werknemer. Bij die bevoorrechte moet iedereen dan wezen voor bijvoorbeeld gratie of een bouwvergunning. Het speelveld is bezaaid met loketten en andere 'plaatsen' waar besluiten worden genomen, besluiten over oorlog en vrede en over de prijs van postzegels, om maar een paar qua belangrijkheid ver uiteen liggende voorbeelden te noemen uit de ontelbare verzameling.
De ontelbare instellingen en regelingen worden soms wel 'verkocht' als waren ze uitingen van 'de volkswil', soms worden ze als uitingen van de wil van een god of goden opgevat, soms voorkomt men de vorengenoemde moeizame benoeming door botweg de overlevering, de geschiedenis heilig te noemen, niet zelden is ergens een vorst of een partij zo machtig dat die als oorsprong van dat alles kan worden genoemd.
Feit is overal dat geen enkeling of groep een werkelijke, werkende, gevolgenhebbende, veroorzakende verandering kan aanbrengen in die 'structuur' van ontelbare voorrechten.
Die structuur is voor niemand meer te kennen in zijn werking. Het is ermee als met een groot computerprogramma, het is door mensen geschreven, maar in zijn werking op vele plaatsen en in vele voorbeelden niet denkend te volgen of te controleren. Iedere bemande plaats in die structuur is alleen al doordat de mens in kwestie niet als een onverslijtbaar mechaniek werkt, een bron van onzekerheid.
'Politiek' heet het spel waarin men probeert aan die structuur te sleutelen : de werking ervan te optimaliseren naar kiezersbelangen toe (naar men zegt), door aan de bevoegdheden, de voorrechten, de loketten en aan de bemanning veranderingen aan te brengen.
Het denken en spreken over doel en gevolgen van het systeem is vervangen door het denken en spreken over de tevredenheid der betrokkenen: spelers (ondernemers, politici, strevers), klanten, kiezers: Jan Publiek.
Het nodige is onontkoombaar belangrijker dan het onnodige.
Dat geldt per persoon.
Het nodige voor allen is onontkoombaar belangrijker dan het door sommigen gewenste onnodige.
Dat zou kunnen gelden voor een samenleving, beter: voor de mensheid, pas echt goed: voor alle levenden op aarde, voor de som van alle ecosystemen.
Deze regel slechts laten gelden voor het eigen ras heet racisme en oh, gut, dat mag niet hoor, tegenwoordig. Het beperken van de geldigheid van deze regel tot de diersoort mens, kan soortisme genoemd worden en dat is niet slechts moreel of ethisch af te keuren zoals racisme, het is veel erger: het is gewoon dom, het is handelen (en denken en voelen) tegen alle verstand (alle kennen en inzien) en aanvankelijk ook tegen alle voelen in. Dat voelen treedt bij kinderen vaak nog op, is dus minstens aan te leren; het verdwijnt pas later als ze beginnen mee te spelen, zich te rangschikken.
Maar iedereen kan bij anderen minstens, voorbeelden vinden van hoe personen zich het nodige onthouden om toch maar het onnodige te kunnen vertonen, dat zij voor zich als speler (dat is: als persoon in onderscheid van als individu) onontbeerlijk achten.
Niemand zal toch nog zo in een droom leven dat hij denkt dat de bevoorrechten zich van het nemen van onnodigs laten weerhouden door het feit dat er nog zoveel anderen niet het nodige hebben. Integendeel, daartoe geprest verklaren ze bijvoorbeeld dat hun luxe jacht niet ten koste van de vissersvloot van enig arm land werd gebouwd. Goed, er hadden vissersschepen gebouwd en weggegeven kunnen worden voor datzelfde geld en met diezelfde inspanning, en deskundigheid, maar 'de verhoudingen, die zijn niet zo'.
Het doen en nalaten van al de bevoorrechten met hun bevoegdheden en met hun eigen geld, dat valt niet te controleren. Men maakt elkaar wijs dat dat controleren toch ononderbroken moet worden gepoogd, maar iedereen weet dat het niet kan lukken: niet met checks and balances en niet met moraal.
Ik weet ook geen oplossing.
Maar ik vermoed dat een mens iets anders 'in het leven kan staan' als hij beseft dat hij praktisch invloedloos is en blijft. Er komt een moment dat het gooien van een kiezelsteen als bijdrage tot het dempen van een meer herkend wordt als niet de moeite van het doen waard.
=/=
Dat het leven der mensen in de civilisatie geregeld is door verleende voorrechten (eigendom en andere bevoegdheden) en dat het zo geregeld is (dat de gang van zaken zo is) nu en dat deze lieden nu deze posten bemannen,
dat treft ieder van ons elke morgen opnieuw aan.
In de natuur, waarin wij ook elke morgen ontwaken, want de natuur is niet opgehouden te bestaan toen binnen haar het gezwel groeide dat 'mensheid in civilisatie' heet , is ook een gang en stand van zaken. Daar heeft niemand andere rechten dan die hij neemt door het gebruiken van zijn kracht en vaardigheden zonder iets eromheen van gedachten, regelingen en bemoeienissen van wie niet aangevallenen of anderszins betrokkenen werden. Niemand is almachtig en alomtegenwoordig, niemand bemoeit zich met alles en allen, niemand is onsterfelijk. Niemand kan zich enig recht vestigen, vastleggen, bewaren zonder het altijd weer te moeten verdedigen. Niemand (geen dier in de natuur, zeker geen plant) is ooit geïntimideerd, verlegen of bang, alleen schuw, voorzichtig. Daardoor is er altijd ruimte voor velen. Voor iedereen die aan de aandacht en/of waarneming van de sterkeren ontsnapt, hetzij door geweld, inspanning of list en voor wie, tijdelijk, de sterkste is, gemeten met tegenstanders die hij raken kan. Zelfs de mens, met al zijn geweld en list tegen al wat leeft, soortgenoot of niet, krijgt af en toe een sterkere tegenstander-concurrent, die hem als prooi neemt, een piepklein virus bijvoorbeeld, waar maar geen serum of vaccin tegen is. Er is niets geregeld, zelfs de soorten zijn er slechts met mate, eindeloos is de variatie aan de rand van elke soort. Zulke varianten zijn vaak in de gegevens daar en dan, in hun omgeving 'gehandicapt', maar een afwijker in een door een vaccin vergiftigd milieu kan zeer succesvol worden als afwijker, als 'mislukte kopie' van het gemiddelde, dat men toch in de civilisatie als normaal, ja normatief, opvat.
Iedereen staat voor de vraag, de echte, enige levensvraag:
hoe te handelen, in civilisatie en natuur.
Het gaat er niet om: wat te denken en wat te voelen.
Denken en voelen hebben geen rechtstreekse gevolgen in dat waarover gedacht resp. waaromtrent gevoeld wordt. Denken en voelen kan men dan ook gerust, ja het beste, nalaten, zodra, zolang en in zoverre men succesvol gebleken gewoontehandelingen heeft. Dat doet een mens ook: wie denkt en voelt er nu iets bij het openen van een deur, bij het kammen van zijn haar of iets dergelijks eenvoudigs. Pas als er moeilijkheden aangetroffen worden gaat men denken en voelen.
Alleen handelen, ingrijpen, veroorzaakt veranderingen in de omgeving. Maar zowel in natuur als (met hoeveel tegenzin ook ontvangen door de betrokkenen) in civilisatie veranderen de gegevens (m.a.w. voor de levenden de omstandigheden) ononderbroken. Vandaar dat alle levende wezens kunnen waarnemen en denken. Niemand neemt alles wat voor hem ter zake is waar, niemand doordenkt volmaakt alles wat hij waarneemt, iedereen maakt dus 'fouten', dat is: komt tot voor hem zelf schadelijk doen en nalaten.
In de civilisatie wordt door velen [ als het ware als tegenwicht tegen de regelingen, het vastleggen, dat men daarin aan de natuur (het recht van de sterkste) toevoegt,] gesteld dat het fout is 'fout' zo te definiëren.
Niet slechts wat voor jezelf schadelijk is, is fout.
Pure zelfzucht, egoisme, noemt menig moralist in de civilisatie een ondeugd.
En dat zou best waar kunnen zijn, daar, in de civilisatie.
Eerbied voor vroegere verdiensten van soortgenoten is niet van nature gegeven, evenmin als eerbied voor de stand en gang van zaken (in natuur of civilisatie); men leert sommigen die eerbied aan en diegenen die dat zich hebben laten aanleren mogen als tegenwicht ook wel eisen dat wie zijn voorrechten neemt, ook het belang van anderen opvat als te eerbiedigen, als: niet te schaden.
Die regel zou de soevereiniteit van de bevoorrechten aantasten, ja volstrekt teniet doen. Soeverein zijn dat is: 'zelf moeten weten wat je doet en nalaat', ongeacht elk belang (van jezelf of anderen) en ongeacht elke redelijkheid. Zodra je met eigen of anderer belang rekening moet houden, ben je niet soeverein en is de belangrijkste spelregel van de civilisatie (resp. de belangrijkste eigenschap van de god van christenen en islamieten) teniet gedaan. Dan is er geen liberalisme en geen democratie meer. Dan heerst het verstand, dan is er geen einde aan de redelijkheid.
Dan kunnen ze in hun liberale democratie geen godje meer spelen.
Tegen het beëindigen van dat spel zullen ze zich allen gezamenlijk, een maal gezamenlijk, ruecksichtslos verzetten.
Het handhaven van dat spel, dat mag alles kosten, al wat leeft, dus zeker al wat alleen maar heilig is. Alle religies zijn vrij en daardoor gedwongen elkaar te verdragen en genoodzaakt het doordenken na te laten, om niet op te merken dat ze door de liberalen geminacht worden. Alleen deze ene religie, wier godsdienstoefening het elkaar bevechten om voorrechten is, is onaantastbaar. Zij heerst. Soeverein, dat wil zeggen: voor geen enkel argument vatbaar. En de nationale staten en de democratieen en de andere spelende IETSen hebben wapens, leger en politie. En alle macht komt uit de loop van een geweer.
Zo zit de wereld in elkaar.
Ik hoef om dat te zien geen details of overzicht te hebben van de stand van zaken, ik hoef niets te weten over de grenzen van de bevoegdheden en van de huidige bemanning zelfs hoef ik geen namen te weten. Hoe meer van die invullende gegevens ik ken, des te onwaarschijnlijker wordt het dat ik ooit mijn aandacht krijg bij het spel als spel. De vraag: waar is dit een voorbeeld van? komt bij een toeschouwer bij een voetbalwedstrijd vreemd over. "Van een voetbalwedstrijd" zou een eerste antwoord kunnen zijn. Waar is een voetbalwedstrijd een voorbeeld van? "Van een fabriek van onnieuws in werking." Waar is onnieuws voor? "Voor de verkoop, om afgedrukt te worden op de achterkant van advertenties waarin men werft om de gunst van Koning Klant, om Zijn vererende opdracht tot levering van diensten." In die richting doorvragend en antwoordend komt men weg van het incidentele, zonder het concrete
te verlaten.
160992:
Aan politiek doen komt neer op het bezig zijn aan al die regelingen iets te veranderen: iets wegwerken, iets toevoegen, iets versterken, iets verzwakken, de bevoegdheden herverdelen, d.w.z. anders delen en aan anderen verlenen. Wel, dat alles samen is werk genoeg en daarbij maakt men voldoende gevoel aan om aan de een stap verder, een laag dieper liggende vraag (resp. zaak) niet toe te komen: over het vechtspel 'bevoorrechten' wordt gesproken noch gedacht. De vraag waar ze mee bezig zijn is: waar en bij wie moet hoeveel van de macht liggen? De vraag of er wel macht moet zijn, blijft buiten beschouwing. Men zegt in een rijdende trein te zitten en niet van de grond af aan die trein al rijdend te kunnen ombouwen. En ik kan niet bewijzen dat dat onwaar is. Het zou waar zijn als het praten over die trein hier geen beeldspraak was. Maar dat is het wel. Het is geen trein, het is een spel. En met een spel kun je wel ophouden.
Maar ja, wie wil dat nou?
Ik weet het niet, het is hun spel, dus wat ze 'de wereld' noemen is hun speelveld. Dat beslaat praktisch de hele aarde en ik voel er zelfs niet voor om te proberen te gaan leven op die stukken die ze nog niet in gebruik hebben. Zo veilig zijn de overwonnen volkeren nu ook weer niet in hun reservaten. Ik ben in gevangenschap geboren. Ik heb niet geleerd mij te handhaven met alle winkels buiten mijn bereik. Ik hoef dat ook niet. Ik hoef ook niet te getuigen van mijn inzichten. Ik hoef niet te publiceren. Wat of wie zou mij daar nu toe kunnen bewegen, naast de dwang uit de loop van een geweer natuurlijk. Maar die dwang wordt nu niet op mij uitgeoefend, dus ik hoef niet. =/240992/=
0 Reacties