120622stemming
============
vrijdag 22 juni 2012
------------------------
22-6-2012 11:09:
Er is geen hoop.
Ik heb niemand met wie ik in gespreek verwikkeld ben. En ik heb de correspondentie met neefJan ook afgebroken. Samenspraak, die bijspraak moet zijn, die bedoel ik. De ander, de gesprekspartner en ik, wij moeten beiden bij hetzelfde onderwerp waarnemend, zintuiglijke indrukken zoekend, opdoend, bewustmakend verwerken en dat verwerken plus conclusies verwoorden. Daarbij moeten we elkaars woordbetekenissen kennen en de verschillen op non-actief stellen, door aan de taal die wij in ons gespreek gebruiken te ijken.
Schoolvoorbeeld ter verduidelijking dus:
Gisteren bleek dat Ineke een jamflesje een potje noemt. En daar heeft ze gelijk in, het zijn glazen potjes. Dat ‘jamflesjes’ noemen, heb ik thuis, van Moeder dus, geleerd.
Dit voorbeeld is dáárom zo goed en passend, omdat het over een concreet, waarneembaar, tastbaar, zintuiglijk gegeven, bestaand SOORT DINGEN gaat.
Het is tamelijk bespottelijk een jampotje een eigennaam te geven, waardoor / waarmee het van alle andere jamflesjes apart gezet, onderscheiden wordt. Het is bespottelijk, tenzij die eigennaam van/voor dit potje gebruiken, eigenlijk op de vulling ervan of op het gebruik ervan slaat. De vermicellipot bijvoorbeeld. Die moet op zijn vaste plekje in de kast staan en doorzichtig zijn, zodat met een oogopslag te zien is ‘of er nog is’.
Kijk, dat is moedertaal, dat is concreet leven, gebeuren, doen, handelen, zorgen, werken.
Maar of we het nu boeiend vinden of niet: het gevangenispersoneel in onze gevangenis (het gespeelde Koninkrijk der Nederlanden, sinds 1813 of zo) speelt met ons, zoals wij dat vermicellipotje gebruiken. Dat potje ís helemaal niet van zichzelf of vanwege de bedoeling van de glazenpottenfabrikant (schepper, heet dat bij ons, levende wezens) een vermicellivat. Wij, gebruiken het als zodanig. Tot het valt en breekt of totdat wij uit ons spel gehaald worden door de dood of andere ellende.
Dan ineens blijkt dat het alleen maar een DOOR ÓNS GESPEELD ZÍJN VAN DAT DING was.
Over de identiteit van de moderne mens (let op: tegenwoordig moeten we dat niet meer zijn, wij zijn postmodern, een totaal ongedefinieerd bijvoeglijk naamwoord) wordt verteld dat die sukkels (gebruikt, - als timmerman bijvoorbeeld -, zoals die lege weckfles als vermicellipot) zich ook timmerman gingen vinden, voelen, achten, noemen: het werd hun identiteit.
ZE WAREN NIETS ANDERS MEER. ZE DEDEN NOG SLECHTS “NIETS” BUITEN HET UITVOEREN VAN DE BEVELEN VAN DE RIJKEN VIA HUN BAZEN. Ze bouwden overdag mee aan het jacht voor de multimiljardair en in hun ‘vrije’ tijd consumeerden ze en amuseerden ze zich.
Aanvankelijk waren ze nog christen of zo, maar dát is nu over. Mensen met een niet volstrekt oppervlakkig gedenk of gevoel of geloof zijn rijp voor een museum. Die hebben het niet door. Je moet niet zwemmen, je moet je door het water laten trekken. Je moet niet uitschrijven wat er aan woordreeksen in je bewustzijn komt, je moet lezen. ‘Lezen’ in de betekenis van: het aan lui die daarvoor betaald (hopen te) worden overlaten om ‘lopende zinnen’ te maken en andere eigenschappen mee te geven aan lectuur van allerhande smaken: leesvoer en literatuur en essays. 22-6-2012 11:56|514||22-6-2012 12:38:
-----
Mijn grootvader was een overtollige zoon van een eigenerfde boer. Twee van zijn broers leefden op de boerderij en hij was in het hoofddorp van het eiland gaan wonen en had een stel zaai -, oogst- en maaimachines, die hij als de tijd daarvoor dat vroeg inzette voor de boeren in de omtrek, hier in de buurt noemen ze dat nu een ‘loonbedrijf’.
Zijn kinderen zagen hun vader anders doen dan het overtollig kroost van de taartenbakker. Pappa werkte in opdracht en/of om te lokken (klanten op de vrije* markt). En dát kroost zag ook weer iets anders ‘thuis’, dan de kinderen van de taartenbakkersknechten, want die zagen thuis helemaal niks nodigs of nuttigs doen, want papa was alleen in zijn vrije tijd thuis. Eindelijk niet op buitenbesturing en niet zelden (minstens een beetje) moe. |*: die vrijheid van de VVD, ondernemen, zich als dienaar aanbieden aan wie de dienst en/of het product kunnen en willen kopen, bidden tot de koopkracht, de god die ‘geld’ heet. De “zelfstandige” taartenbakker aanbidt die ononderbroken, zoals de moslims Allah slechts vijf keer per dag. Dat vijf keer per dag is er om de moslims aan hun god te herinneren, dat is voor de ‘zelfstandige met of zonder personeel’ niet nodig, hij is ononderbroken op zijn god gericht. Daarom is de VVD zo blij met die mensen in die positie van ‘niet op naam van enig voornaam iemand genoteerde slaven’. Ze zijn zo goedkoop, ze moeten voor hun eigen ‘risico’s’ opdraaien. De voornamen hoeven hen niet te laten verzorgen door artsen of zo: dit zijn misleide na-apers. Ze spélen dat ze ook kunnen parasiteren op hún knechten. En als het “liberale” systeem lukt, dan heersen die knechten in hun gezinnen thuis. Zó maken die knechten bruikbare neuroten aan. Doorgankelijk voor het geweld waarop ze berust, deze vrije samenleving met de beschaving** van de Romeinen en de Oude Grieken en de Romeinse Staatskerk met die Ene Gestapogod met zijn hel en verdoemenis. 22-6-2012 13:06|845||
22-6-2012 13:12:
|**: die begrippenrommel*** die ze ‘beschaving’ noemen wordt en vooral werd de ‘kinderen van het hele land, met het oog op hun (jawel, ze zeiden ‘hun’) toekomst’ ingegoten in de kerk en in het gymnasium: de best denkbare voorbereiding op werk met een grote verantwoording.
|***: voornamelijk wmsggs. Door het mengen van ‘klassiek’ en ‘het katholicisme, de orthodoxe staatstichtende parodie op het christendom’, wordt het herkennen verhinderd van de Romeinse legioenen als de voorbeelden voor de SS en van de staatskerk (met Inquisitie en biecht en hel) als voorbeeld voor de Gestapo.
Maar de helderheid van deze vergelijking is er ook al niet meer, de tweede wereldoorlog is al lang vergeten, wat dát betreft. De herinnering er aan is nu speelgoed voor wie ‘politiekje spelen’.
------------------
Het voorkómen van wezenlijke veranderingen is het hoofddoel van***4 zowel
- het al scholend (nog niet opleidend dus, maar ‘algemeen vormend’) instrueren van de elite***5, als van
- het afleiden (verstrooien is het exact beeldende woord) van de aandacht van de gebruikten (het mensvee) via de media van de bewustzijnsindustrie annex vermaaksindustrie
==========
|***4: ‘van’ is hier eigenlijk ‘met’, maar wie is de bedoeler? Zoiets als ‘de gezamenlijkheid van wie vertonend consumeren (Veblen) en wie hen nadoen en dienen’? dat blijft onhelder)
|***5: instrueren met ‘hoe te handhaven de ‘waarden’ van de mensveehouders uit Athene en de ordehandhavers uit Rome. Dat instrueren gebeurt zonder reflectie***6, vormend, bewondering aanbrengend voor die ‘Ouden’ en ‘vaderen’ genoemde vaderaars (kerkvaders).
|***6: reflecteren zou DEMOTIVEREN: de inspirerende en enthousiasmerende werking van de instructie geheel teniet doen en daarmee de energie oproepende, activerende psychische werking. Nog afgezien van de richting van de opgewekte energie. Er is altijd de kans dat er nog niet eliterijpe leerlingen dat type onderwijs binnen komen. En het is moeilijk en bewerkelijk en zonde van de tijd om alsnog toe te voegen die ‘opvoeding tot speler van ‘bezettertje’ tot ‘binnensoortelijk parasiet met de vaardigheid in anderen de waan te induceren van waardevols te doen met en voor het mensvee’ (naast en tussen het aanleren van het, - om te vertonen om te bewijzen dat ze erbij horen -, kunnen gebruiken van termen en gedragingen, die de elites door de eeuwen heen al kenmerken).
-------------
LEZEN, in hoofdletters geschreven om het te onderscheiden van ‘de schrijver voor je laten denken’ is het zoeken naar het onderwerp waar de schrijver bij schrijft.
========
Ik heb me ontdaan van de last rekening te houden met die luie lezers (een pleonasme). Een luie LEZER is onbestaanbaar, net als een niet kijkende ziende.
Ik heb geen geïnteresseerden in mijn onderwerpen in mijn kennissenkring. Jammer genoeg alleen lezers en hoorders, die mij als schrijvende / sprekende tussen zichzelf en ‘waar ik bij spreek’ houden. Ik wil(de) daar weg, maar dat zit/zat niet in hun gewoontenpakket. Nou, dan niet.
Robinson leefde ook verder.
Ook hij kon grote delen van zijn woordenschat niet meer gebruiken, zo min als alle wmsggs.
Ik heb gemerkt dat ik in het gebruiken ervan mijn spullen / dingen niet meer noem.
---
Mijn alleen zijn reduceert mijn taal tot gereedschap t.a.v. de dreigingen van de anderen. De soortgenoten zijn tot ‘dieren’, met name vampiers, in het mij omgevende ecosysteem omgedefinieerd ( ván ‘medemensen’ tot binnensoortelijke parasieten en hun als uit te zuigen vee gehouden onderdanen). WANT ER IS GEEN MEDE, ik ben niet met anderen ergens aan bezig. Ik ben een gevangene / aanwezige in het IETS (I.C. HET VADERLAND), waarvan zij het bestaan spelen. Die dreigingen van de anderen zijn met de taal enigermate te begrijpen, begrijpen, dat ontwijken misschien af en toe mogelijk maakt.
==== 22-6-2012 14:17|1.447||
0 Reacties