Stinken

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: Fortuyn (Pim) | roofmoordtocht

Jaap Schot, 8-9 juni 2002

Het werkwoord ‘stinken’ heeft hetzelfde karakter als het werkwoord ‘moorden’. Het benoemt een verworpen verschijnsel als ware het de daad van datgene (c.q. diegene) waaraan een bezigheid als een verschijnsel wordt waargenomen.
Die olie stinkt niet, die olie geurt en die geur wordt zowel waargenomen als afgekeurd door de waarnemer, die naast zijn waarneming een wensplaat houdt, waarvan deze zijn waarneming naar díe zijde afwijkt die hij negatief (dreigend of zo) acht (hij noemt dat achten overigens ‘vinden’, wat een toegevoegde uiting van die zelfverwijdering is, dat de ‘schuld’, het negatieve, bij dat andere leggen.

Heeft de doodmaker van Sinterpim dan geen kwaad gedaan? Kwaad is kwaad of er nou een wet ten aanzien ervan is geschreven of uitgesproken (Fuhrerbefehl gilt als Gesetz) of niet. Er is altijd wel een tuttel die heeft leren schrijven en dan stelt dat er van de een of andere afgod zo’n wet afkomstig is. Nonsens, als er zo’n afgod bestond die een wet had voor mij, zou hij die mij wel direct laten weten. Hij weet dat ik daar op stá. En als hij iets terecht vindt, dan wel dat ik mijn eigen waarnemingen stel boven wat ik van horen zeggen heb en dat ik dat laatste NIET opvat en behandel en verreken als ware het kennis die ik zelf opdeed.
Alle kwaad dat ik kan doen bevindt zich buiten het gebied (terrein) van het voor mijn LEVEN nodige [nodig is hier: voor het volledig en harmonieus functioneren met (resp. of c.q. IN) al mijn organen]. Het is voor mij waanzin om datgene wat zo nodig is ooit kwaad te achten. Daarmee zou ik namelijk mijn bestaan deels kwaad en dus de harmonie in mijn bestaan kwaad achten. Dat is echt onzin. Daartoe zou ik iets of iemand hoger moeten achten dan mijzelf en dat is niet ingebouwd. Geen ander of Ander die mij liefheeft zou dat ook wensen.
Wat tijdgenoten ‘vinden van’ mijn gedrag, naast welke wensplaat (al of niet in de vorm van wetten, normen en waarden gemaakt) ze dat gedrag houden teneinde het te kunnen veroordelen of prijzen, het is totaal niet ter zake. Het juridische is hún zaak ‘met’ mij, exacter: tegen mij, hún zaak, omtrent mij en zonder mij. Ik heb niet meer en niet anders met hen te maken als met het weer. Hun wetten enz. hebben voor mij belang voor het kiezen van mijn gedrag, niet voor het beoordelen ervan als goed of kwaad.
Ik schreef al op, het is iedereen volstrekt bekend overigens, dat ik niet kán weten wat ik met mijn doen en nalaten veroorzaak of voorkom. Ja, wel iets, maar dat is zo’n minimaal klein deeltje van het geheel van gevolgen en ‘voorkomen zaken’, dat het te verwaarlozen is. [Denk nogmaals maar eens aan die man die voor de aanval op Rusland al een aanslag pleegde op het leven van Adolf Hitler, destijds dictator te Duitsland. Die man kon echt niet weten, en wij ook niet, of hij daarmee de dood van 20 miljoen Russen voorkwam. Als hij Adolf dood had gekregen was hij net zozeer verguisd als nu het mislukte, door ‘toeval’, door een onvoorspelbaar stukje toekomst, waar de man in zijn plan geen rekening mee kon houden. Tjonge, wat zouden ze kwaad geweest zijn, zo kwaad als ‘men’ hier nu op de doodmaker van Sinterpim.]
Een daad wordt niet als kwaad kenbaar door wat ze veroorzaakt of voorkomt, want dat is voor ons onwaarneembaar, onkenbaar. Ook als goed is een daad onkenbaar. Zelfde reden.
Wat zijn al die mensen dan toch aan het dromen met elkaar? Blinden die samen een schilderij maken. Zoiets. Waarbij ze mekaar doodslaan vanwege ‘smerige streken’, die het beeld verpesten.

Ze dromen dat ze een isme (spelend) waar maken: democratisme, rechtsstatelijkheid, noem maar op. Terwijl er geen ander isme houdbaar is dan het bovenstaande niksisme, nihilisme. Gelden = afgedwongen worden. Sonst gar nichts.

Als basis voor alle strijd tegen het kwaad vallen alle ismen en de daaraan verbonden inspiraties weg. Ze blijken hol. Ook als basis of bron voor kwaad doen vallen ze weg en er is dan niets meer te bestrijden. Mag dan alles? Nee, mogen en moeten zijn weggevallen op nodigs na. Fantasiegedrochten als ‘het Xse volk’ vallen weg en daarmee ook hun als een monster Trotteldrom oprukken in de een of andere windrichting tegen wie daar al wonen.

Alle kwaad gebeurt (men zegt: wordt gedaan, anders is het helemáál herkenbaar als een variant op het ‘stoute kachel’ zeggen van het kind dat nog niet leerde dat stout alleen op rechtspersonen slaat) in een kader, tussen invloeden, in een klaargezette situatie, opstelling van ‘variabelen’, veroorzaakt en uitgelokt. Die daad losweken uit die omgeving is pure onzin.

Recidive voorkomen, dát is nuttig, als iets ongewenst is. Als je de mensen ontwapent en hen het recht en de mogelijkheid om wat hen aangedaan wordt te weerstaan, dán moet je als ontwapenaars voor dat weerstaan zorgen en wel héél goed.
Soms is het nodig om de personen te vernietigen, soms als apperceptieve massa slechts, soms lijfelijk. Nodig, technisch, om herhaling te voorkomen. Er is NIETS denkbaar dat de ontwapenaar ontslaat van zijn plicht recidive te voorkomen.
Wetten zijn er om te gelden, als je dan zo’n spelletje speelt, dan MOET je het goed doen. De staat is schuldig aan het feit dat Sinterpim macht dreigde te krijgen die hem niet toekwam volgens welk objectief criterium dan ook. Hem noch enig ander overigens. Het spelletje deugt niet, dat voelen ze dan aan, die slaapwandelaars, maar dat vervangen van de foutenmakers door anderen is echt niet te verdedigen.

Niet slechts werd in de loop van de roofmoordtocht die ‘civiliseren’ heet elke traditionele cultuur als een van vele, met een willekeurige, niet overal en voor allen, DUS voor niemand geldige herkend en opgevat, door de zendende ‘christelijke’ of ‘islamitische’ civilisatie, ook de gemeenschappen als zodanig, als identificatieobject werden uiteindelijk buiten werking gezet, van hun [‘economische’, ik bedoel: stoffelijke, exacter: alles anders dan puur gevoelsmatige] inhoud ontdaan, leeg gemaakt. Wat ik degenen die mij beminnen en waardevol achten en andersom kan bieden is niks dan amateurisme en ongeoefend geklungel vergeleken bij wat vreemden voor geld kunnen en willen leveren. Wel, als het dan van enig belang is, dan wíl ik niet eens meer zelf proberen. Zo is elke gemeenschap, groot of klein, leeg gemaakt.

Triomfantelijk stelde Thatcher, als zoveelste natuurlijk, dan ook vast: er is niet zoiets als ‘de gemeenschap’, het geheel, de gezamenlijkheid [‘society’ was het woord].
Inderdaad: een massa mensen die, gegroepeerd, binnen en tussen de groepen in kwestie vechten, om voorrechten en/of ‘rechtsvrij’ om buit, zo’n massa kan met geen behoud van enige betekenis van dat woord ‘gemeenschap’, ‘samenleving’ of zo genoemd worden.

Al die losse individuen hebben tegenwoordig ook al niet meer de gelegenheid om zich [terwijl ze bij hun verstand, enigszins wakker, niet aan het dromen zijn] te identificeren met hun vaderland of enige andere groep waar ze in zitten: landen vormen samen Europa’s, bedrijven wisselen van eigenaar, fuseren als bliksemschichten zo snel en houden op te bestaan en/of veranderen van naam en leidingstijl.

Alles wat er gebeurt drukt de enkeling met zijn neus op het feit dat hij alleen is en er niet toe doet. Hij wordt geleefd, gebruikt en qua keuzes bij de neus rondgevoerd. Ineens raken ze allemaal getatoeëerd en dan komen er ringetjes door hun vel en dan gaat dat allemaal ook weer over. Als een golf beweegt zich eerst bij de rijken als vertoon van hun hoge rang en dan via massaproductie vanwege massabegeerte breder en lager naar de lager geplaatsten weer deze of gene mode, qua bezit en/of gedrag, door de massa heen.

De enkelingen die op deze wijze niet LEVEN, zijn als de dood om op te houden te bestaan. Vandaar de nooit eindigende steeds grotere vraag naar ‘medische’ behandelingen die de dood uitstellen, oftewel: het creperen verlengen.

Er staat hier geen openbaring, iedereen hier nu KENT deze stand en gang van zaken.*

Klik op afbeelding om te vergroten.

Er is niet voor ‘nihilisme’ [niksisme dus], te kiezen, het is ons gebracht. Geen enkele norm of waarde, geen enkel gezag mag er bestaan naast, laat staan boven het rangschikken (dat ‘werkt’ met geldbezit, andere voorrechten / bevoegdheden en juristerij als omhulsel ter verhulling van het dreigen met herhaling van mishandelen en doodmaken). Dat rangschikken gaat ver het zich beveiligen [beschutting zoeken en aanmaken, wat een vorm van dierlijk functioneren (en dus boven elk keuren verheven, zie boven) kan zijn] te boven.

Dat deel van dat geciviliseerd zijn (zich en anderen rangschikken) dat uitsteekt buiten dat natuurlijke kan met recht van logica en consistentie tot het KWAAD gerekend worden.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *