Stop de civilisatie!

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief | Overige teksten

Trefwoorden:

Jaap Schot, 13 januari 1987

Zodra en inzoverre kan worden geconstateerd dat geciviliseerd gedrag (heersen, toppresteren, vernederen, aanpassen) voortkomt uit angst is het duidelijk dat de civilisatie weg moet, gestopt moet worden. De angst voor de anderen en de angst dat de natuur niet zal voeden moet worden opgeheven.
Weg moet:
1. - het gebrek aan vertrouwen in de natuur, (in God, als men het ook nog even zo wil zeggen,)
2. - het wantrouwen jegens vreemde mensen, van de welwillendheid van de niet-eigen kinderen, de vreemde jongeren, om voor jou te zorgen als je oud en / of door een andere oorzaak tijdelijk zwak bent.
3. - de angst dat anderen jou recht op leven en welzijn moeten verlenen en dat jij dat niet vanzelf waard bent en dat jij dus moet presteren en je tijdgenoten welgevallig moet zijn.
4., 5. en volgende: al die andere formuleringen voor de afwezigheid van zelfvertrouwen, godsvertrouwen, onderling vertrouwen en vooral ook die formuleringen waarin 'vertrouwen' niet voorkomt.
[Het gaat mij hier nu niet om een volledige opsomming van alle ooit door mij en anderen gevonden formuleringen voor (gepostuleerde, dus verzonnen) "redenen" om met instemming en zonder nadere en voortdurende dwang van anderen bij te dragen aan de civilisatie als gebeuren (door doen en laten.]
Die angst en dat wantrouwen moeten weg. Het is niet voldoende dat de mensen om ons heen op het hart te binden. Ze moeten het zelf zien. Het is niet moeilijk te zien, het is slechts nodig de aandacht er op te richten tegen de propaganda en vooral tegen het afleidende en verstrooiende geroep in, tegen het aandacht trekken door anderen in.

De situatie van de geciviliseerde vertoont belangrijke overeenkomsten met de situatie van iemand die slecht kan zien en zijn bril zoekt. De aandacht van de geciviliseerde wordt al sinds zijn geboorte door anderen getrokken en gericht. Om dat te zien is echt geen apart onderzoeksbudget nodig. Onafgebroken vanaf zijn geboorte wordt een mens opgeroepen aandacht aan zijn medemensen te besteden. Zoals veel andere natuurlijke dingen (zogen bijvoorbeeld en schoonhouden) is dit aandacht trekken gedurende enige tijd aan het begin van het leven buitengewoon hard nodig. De zeer vele kinderen die het presteren om te zeggen dat ze dit of dat zelf willen doen, krijgen daarvoor echter zelden voldoende de gelegenheid. Ook van die kinderen [in die 'fase' van zelf willen doen, van nog niet vertwijfeld zijn in deze,] zijn er nog af en toe zelfs op straat waarneembaar. Dat de aandacht van kinderen in scholen door anderen gericht wordt en dat ze door de televisie getrokken wordt is ook niet verborgen. En wie kan nu de reclame en de propaganda en het verstrooiingsaanbod niet zien, ongezien laten?

Ononderbroken, van de wieg tot het graf, wordt gepoogd door legioenen anderen om de aandacht van ieder van ons te trekken en te richten en om ons alle werk uit handen te nemen, op dat ene werk en die paar werkjes na, die ons worden afgedwongen. Afgedwongen wordt dat we niets leren van onze omgeving behalve dat wat men ons omtrent die omgeving wil onderwijzen, als propaganda wil ingieten, aan mores wil leren.

De grote WILLER ontbreekt hierachter evenzeer als de SCHEPPER achter de schepping, achter het totstandkomen, voortbestaan en veranderen van het levende op aarde. Het denken over mensen als over willende wezens verklaart iets, maakt het beschuldigen van medemensen mogelijk zoals het geloof in een aanbidbare Schepper en Onderhouder van het levende op aarde het bidden en het dankbaarheid uiten mogelijk maakt. Niet erg dom en beslist verhelderend is: het opvatten van het in een ander aanwezig stellen van een vrije wil als een truc, een truc die het mogelijk maakt, legitimeert te belonen en te straffen. Een truc van een machtige, een truc uit de gevestigd samenwonende massa, die andere manieren van straffen had dan doden of op de vlucht jagen, wegjagen. Ik stel dus niet dat de mensen die het spel van de civilisatie spelen dat op eigen initiatief doen, zelf op dat idee zijn gekomen, besef hebben van enig alternatief, of iets bedoelen met alles wat ze veroorzaken en mede in stand en gang houden. Het is verre van mij de ingezetenen van de civilisatie voor bedoelers te houden van wat er uit hun handen komt, van wat er uit hun handelen voortkomt, van waar hun doen en laten, hun actieve deelnemen en hun gedogen op uitloopt.
Ik acht zulk verantwoordelijk stellen voor een mateloze overschatting. Een overschatting waarvan? Er schiet me daarvoor geen passende term te binnen. Boeiender is het ook welke term de lezer te binnen schiet.

Al tientallen jaren roept menigeen met klem van argumenten ons, zijn tijdgenoten toe dat we zo niet door kunnen gaan met het spelen van het spel van de civilisatie. "Ik kan er niets aan doen." is de normale formulering voor de onomstotelijke waarheid: "Ik kan er geen meetbare verandering in aanbrengen.". Ieder van ons kan slechts gebaren maken, want ook ernstig gemeemde en op zich echte daden worden door hun relatieve kleinheid tot gebaren. Wij zijn bestolen van het geloof in een ons individueel beoordelende God, die alles in aanmerking neemt, behalve de uitwerking tegen de achtergrond van het wereldgebeuren. Wij weten dat die God een verzinsel was. Door dat verzinsel was ieder individu in staat te slagen in het nastreven van hetgeen hij als goed had herkend. Ieder inidivu was ook los van zijn tijdgenoten voor wat betreft de beoordeling van wat hij deed of naliet. Het besteden van zijn tijd, aandacht, energie, leervermogen en vaardigheden was een zaak tussn hem en die god. Succes kwam er soms, vaak zelfs, bij, als een toegift, een god die jouw nadeel wilde, dat was dit verzinsel niet.

Nu heeft niemand meer enige denkbare, houdbare, verdedigbare reden om zich anders dan op eigen geborneerd en korte termijn voordeel te richten. Nu blijkt dat alles verloren is, nu de God in kwestie niet langer de Schepper en Onderhouder is, maar nog slechts de bankiergod die talenten uitgedeeld had om mee te woekeren. De stamgod, die het uitverkoren volk (dat kon het kerkvolk zich evenzeer voelen als het volk Israel) tegen zijn vijanden hielp vooronderstelt een niet opgedeelde stam, een groep die een eenheid is, niet wat we hier nu nog aan kunnen treffen: een verzameling isolaten, enkelingen, die aangesproken worden op hun eigen doen en laten, dat ze ook hadden kunnen laten, respectievelijk doen, als ze dat alternatief maar hadden gewild.

Kortom: geen scheppergod, dan geen belang als individu. Dan rest nog de constructie dat 'wij die dit goede willen' de handen en de mond van onze God zijn. Die groep welwillenden blijkt een splinter in de plank die de civilisatie is: de zoveelste spelende partij, die alles doet behalve het spel breken.

Praten over wat te doen zonder een God die wil te postuleren blijft zonder inhoudelijke aanwijzingen. Er is geen kracht die ongelukkige bijdragers aan het kwade tot gedragsverandering brengt.

Is het de moeite waarde een brandend hotel te verlaten ook al weet je dat de meeste gasten zullen omkomen? Op die vraag zullen de meeste mensen inderdaad, metterdaad wel positief antwoorden. Nu mist de wereld sedert de hele aarde in bezit is genomen een nooduitgang. Dat maakt het probleem er niet gemakkelijker oplosbaar op. Fysiek kunnen we niet weg.
De tijdgenoten die het door ons als kwaad herkende doen wensen dat kwaad niet vaak om zichzelfs wil, meestal als middel tot enig doel en ook heel vaak wensen ze alleen dat gebeuren waarvan het kwaad in kwestie een onbedoelde uitwerking, een bijwerking is. Het laat de koper koud of voor deze of gene waar het milieu al of niet vervuild is. Als iedereen het product in kwestie zonder te vervuilen gaat produceren koopt de koper het ook, zonder enig bezwaar: het bevel van de koper is niet: 'veroorzaak alle gevolgen van je produceren', maar: 'maak dit product voor mij'. Wie dat laatste bevel het goedkoopste uitvoert, krijgt als beloning de klandizie. Dit gebeuren vindt in miljardenvoud plaats, dagelijks en het summeert zich spontaan tot wat er gebeurt door het doen en laten der in civilisatie bezigen.

Niemand kan de gevolgen van zijn kopen en verbruiken overzien. Iedereen kan de gevolgen van zijn produceren enigermate overzien. Als hij producerend kwaad doet en dat niet onwetend, 'zondigt' hij. Maar nee, zonde is een oud begrip. De Christenen willen zelfs wie iemand aan een kruis spijkert vergeven. Als de dader maar niet weet wat hij doet. Dat is niet een manier om de mens wakker te maken: onwetendheid beschermt tegen kwalijk genomen krijgen en tegen schuld. De gewone wereldlijke dader acht zich niet zozeer tot onwetendheid meer verplicht, maar tot betaald worden. De schuld, als een of andere zeurende schertsfiguur het daar over wil hebben, ligt bij de koper, bij de koopkracht. De verlener van de dienst moet dienen voor geld, want geld is nodig om niet te hoeven stelen, om het bezit te kunnen eerbiedigen, om de orde te kunnen laten voortbestaan.
Wetten, regelingen en voorschriften zijn er voor scheidsrechters en grensbewakers, dan weten die waar ze op moeten letten. Wij, gewone anderen, met een ander beroep of vak, met een andere baan, wij willen geen politiestaat en wij hebben geen belangstelling voor wetgeving en wetshandhaving tot wij er mee in aanraking komen, worden gebracht, want wij reiken er echt niet naar.

Sommigen praten elkaar belangstelling aan voor de vraag of er na ons nog 3, nog 30, nog 300 of nog 3000 generaties mensen zullen bestaan op aarde. Die belangstelling is niet echt daarop gericht, het is gewoon de zoveelste club of beweging waarvan je de identiteit die ze levert kunt consumeren, kunt gebruiken. We zijn nu echt zover dat we zien dat alle vullingen van ons leven noodvullingen zijn. Elke keuze om aan dit of aan dat [onze tijd, aandacht, energie, leervermogen, vaardigheden en toewijding] te besteden, is een willekeurige keuze, is zomaar wat, is niks, is gewichtloos.

In een poging dit op zich verschrikkelijke tegen een achtergrond van nog ergers te plaatsen, spreekt men elkaar toe over de grote klap waarmee het bestaan van het heelal onbedoeld en onbestuurd begonnen is. Niet slechts herkennen wij individuen ons als stofjes op de aarde, maar ook de aarde is een stofje, dat evenmin als wij, die er over spreken, ook maar te eniger zake iets doet. Het bestaan van het heelal is even grote poeha als ieder van ons apart en als dat van ons als soort en als dat van het leven op aarde als geheel.

"Alles is niks" lijkt wel een aardige korte samenvatting van wat ons wordt aangezegd door de de priesters van vroeger vervangende "wetenschappers". Maar wat ons uit eigen waarneming bewust wordt, bevestigt de ondertoon van hun prediking wel: alles is niks. Er wordt helemaal niets bestuurd, wie in de wijsheid en / of stuurkundigheid (stuurvaardigheid en stuurgelegenheid) van wie 'leiders' heten gelooft, is wel erg naief. Ze kunnen een hoop sterke kwaad veroorzakende bewegingen "berijden", gebruiken, als leider bemannen, deze leiders, maar meer is er niet aan de hand. Wat betekent overigens 'kwaad' nog? Kwaad is waar ik last van heb, waar ik me aan erger. Wat gebeurt, gebeurt, als ik daar een wensplaatje naast houd pas treedt er in mij teleurstelling, blijdschap, tevredenheid, angst, zicht op goed en kwaad enz. op. Geen plaatjes dus, geen idealen, geen waarden, geen toewijding, dat geeft rust, wat overigens ook geen doel is. Ach wat, dat gedenk over een doel, over je leven een zin geven, dat was bij de existentialisten (jaren zestig) nog modern, dat was een nawerking van het christendom, vooral van het katholicisme, dat is niet van en voor de jaren tachtig en verder.

Een kern-ingredient van de civilisatie is de bewondering voor de succesvollen. Wie het 'alles is niks' echt tot zich laat doordringen zal die bewondering in zich zien verdwijnen. Er is geen weg terug naar dit of dat geloof. Er is geen veilig wonen in dit of dat geloof. Nationalisme en traditie zijn voorbije dingen. Alles is niks, dat moet dan maar tot ons doordringen. We zijn terug bij af, waar de mensen ook waren voordat ze religies verzonnen en voordat deze religies misbruikt werden om een plaatje naast de werkelijkheid te houden teneinde anderen te manipuleren. Ja, met de mode en met het nalaten van luxe-consumptie omdat dat toch ook leeg gedoe is, valt enorm veel werkgelegenheid weg.
Ja, ons bestaan is leeg, leeg van zin en leeg van nodig werk. Wat waar is moet dan maar beseft worden en het moet ons doen en laten maar leiden.
O.K., ik weet ook niet wat er dan van komt. Je weet wat je nu hebt: de zekerheid van een nare toekomst. Je weet niet wat je krijgt. Angst geeft raad. Ik heb geen mogelijkheid om die raad te beoordelen. Anderen hebben dat ook niet.

Nu ja, mooi tekstje dus. Men zoeke het uit.

Gerelateerde tekst

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *