Jaap Schot, 1995
OVER TAAL EN TAALGEBRUIK ALGEMENE INLEIDING.
Reeds eerder gebruikte ik het voorbeeld van de onderwijzer die aan een leerling vraagt "Jan wil jij het licht uit doen?" en de leerling die naar waarheid antwoord dat hij dat desgevraagd wel wil. Iedereen die hiertelande hedentendage de ongeschreven gewoonten kent, weet dat de gestelde vraag een verborgen bevel was. Een bevel in de vorm van een vraag. Omdat bevelen hier tegenwoordig slechts in militaire dienst gewoon is.
De bevelvorm wordt in de reclame weer wel gebruikt: "Koop die plaat, nu!", want die vorm is zo lekker kort.
Niet slechts met de uitspreekvormen* wordt misbruikend omgegaan, ook bij het kiezen van z'n woorden bepaalt de moderne spreker zijn aandacht niet.
Wat men uitzegt is vaak gevat in veel te algemene termen: de ooggetuige zegt "de man was gewond", terwijl hij heel goed weet dat die verwonding door middel van een mes was toegebracht aan de linkerarm. Waarom, waardoor of waartoe kiest die man ervoor alleen het feit van de verwonding te melden, niet de hem bekende details ?
Het kan zijn dat hij helemaal niet kiest, maar meteen zegt wat hem invalt. Dan kunnen we zeggen dat iets in hem gekozen heeft, een deel van zijn hersenen, dat onbewust werkt. Zal vast wel zo zijn. De taalgebruiker kan echter zijn taalgebruiksgewoonten bestuderen en analyseren en verbeteren, zoals ook sportbeoefenaren dat met hun manier van lopen, springen, zwemmen of wat ook doen. Ze doen dat teneinde beter te presteren en daardoor beters te presteren.
Tijdens het verbeteren van de manier van lopen, zwemmen enz. worden geen records gebroken. Eerst gaat de prestatie zelfs achteruit, doordat het aanleren van de nieuwe vaardigheid txaenz kost: aandacht, energie en toewijding die onttrokken aan de andere voor toppresteren nodige onderwerpen (in dit geval zijn dat: delen van het presteren).
De geringe aandacht voor wat we zeggen en horenzeggen is een uiting van de geringe waarde die we hechten aan elkaar en elkaars berichten. Wanneer er weinig gelegenheid tot spreken en tot het horen van tekst was, zou die aandacht vanzelf veel groter worden.
De meeste teksten zijn alleen de moeite van het analyseren waard zolang en inzoverre ik er het analyseren mee leer en / of oefen. Door dat leren en oefenen verkrijgen en behouden mijn hersenen grotere vaardigheid met taal en voorzien mijn bewustzijn van betere invallen. Ik hoor daardoor in mij betere teksten opkomen dan er (naar ik vermoed) zonder die oefening in mij zouden opkomen. Daar moet een mens het voor doen in deze tijd van oneindig veel en daarom slordig gehouden gepraat.
Slordig is overigens ongelijk aan ongedetailleerd. Aan de mogelijkheid om meer details, extra gegevens, extra informatie te verschaffen is nauwelijks een einde. Van iedere langrijdende auto bijvoorbeeld zijn merk, type en kenteken te noemen en in sommige contexten zijn die ook van belang. In romans uit de vorige eeuw staan uitgebreide beschrijvingen van landschappen en schepen. Honderden woorden moet ik als lezer EIGENLIJK opzoeken, omdat ik volstrekt niet weet wat er mee aangeduid wordt. Ik zie zo'n roman dan ook liever verfilmd, dan kan ik van de getoonde omgeving alle details over het hoofd zien en me op het verhaal concentreren, wat ik ook als lezer al deed. Volkomen ten onrechte natuurlijk. Wat moet ik namelijk EIGENLIJK doen? Juist, luisteren naar wat de schrijver zegt. Gehoorzamen aan de schrijver: mijn tijd en aandacht besteden aan wat hij beschrijft. Kijken door zijn ogen. Ik moet als lezer gaan zitten op het ni.o.v.n abstractie (dat is gelijk aan het ni.o.v.n gedetailleerdheid) dat de schrijver kiest. Veel boeken acht ik onleesbaar (onleesbaar is geen eigenschap van een tekst, maar een relatie tussen een tekst en een lezer, namelijk die lezer die het 'onleesbaar' noemt) omdat ik niet met de schrijver mee wil naar zijn details.
Een mooi voorbeeld van een schrijver die zelf met tegenzin naar details gaat is I.Asimow. Het maken van romans doet die man zo uitdrukkelijk dat je als lezer door de techniek ervan heen kijkt. Hij gaat gewoon niet op in zijn beschrijvingen en dialogen. Geen enkele figuur in zijn boeken komt tot leven, het zijn allemaal poppetjes, sprekend en bewegend, erger robots dat zijn robots.
Voordat we aan het beoefenen van taalgebruik zinnig kunnen gaan beginnen moeten we er voor ons geldige goede redenen voor hebben.
Voor het beoefenen van taalgebruik als lezer/hoorder is belangstelling voor de teksten die we bestuderen nodig. Belang stellen is nodig waar nog geen belang ligt. Wanneer we een brief van een officiele instantie ontvangen vatten we die meestal op als een bedreiging, een bevel. Dan hebben we dus meteen een belang bij het lezen en begrijpen ervan.
Publicaties echter, kranten, tijdschriften, boeken, die hebben geen bevelkarakter. Die zijn zo geschreven dat het gekozen detaillisme de meeste lezers niet stoort, volgens de verwachting van de hoofdredacteur. Publicisten zoeken geen contact met, ja zelfs geen invloed op de lezer. Ze weten wel beter dan dat dat zou kunnen. Publicaties zijn pulp.
Waartoe dan gepubliceerde teksten, welke dan ook, als teksten bestuderen?
De schrijver is onbereikbaar, dus onaanspreekbaar, soms al dood, al jaren ouder dan toen hij schreef, nu met iets anders bezig. Kortom, het "luisterend" lezen van gepubliceerde teksten heeft alleen als oefening zin. Als methode om in je eigen hersenen dat deel dat zich met taal bezighoudt aan het werk te zetten en te houden.
Zodra, zolang en inzoverre een tekst een objectieve bespreking van een deel van de werkelijkheid, is er als reden voor het lezen natuurlijk belang bij resp. belangstelling in dat stuk werkelijkheid. Lezen en luisteren we om daarover iets te weten te komen dan slaan we de taal zoveel mogelijk over, besteden we daar zo weinig mogelijk aandacht aan.
Dat aan het werk zetten en houden van je taalcentra moet deels ook gebeuren door actief taalgebruik. Dat wil zeggen: praten bij het omgaan met werkelijkheid: benoemen en bespreken: vergelijken met andere stukken werkelijkheid (die als spreekbeelden gebruiken om relaties, analogieen, overeenkomsten en verschillen aan te duiden) en met 'wensplaten naast de werkelijkheid'.
18 sept. 1995 / 19.55 :
====
Tekst aanmaken is voor mij niet een doel, maar een middel. Tekst is voor mij geen verkoopartikel. Door mij tekst te laten invallen, voeg ik niets aan mijn kennen toe, -dat doe ik door waarnemen -, maar ik maak me wel mijn kennis anders, hanteerbaarder bewust en ik breng mijn aandacht bij het onderwerp waarover ik schrijf. Me tekst laten invallen, daarvoor, voor het uitschrijven van die tekst gaan zitten, is een middel om mijn aandacht te richten op het onderwerp waarover ik wil gaan uitschrijven wat mij invalt. Vooral bij zulke onderwerpen die niet 'ter hand' te nemen zijn (als taal en taalgebruik)mis dat 'er voor gaan zitten' een heel goed middel, vooral omdat het mij in mijn eentje ter beschikking staat.
====
Als ik tekst aanmaak moet die wel ergens over gaan. Het onderwerp moet als ding of als verschijnsel bestaan, mag niet slechts een verzinsel zijn.
====
Het in gebruik zijn van een woord, het in gebruik bij anderen aantreffen van een woord, suggereert dat er een met dat woord benoemd ding of verschijnsel bestaat, aangetroffen werd en/of kan worden.
====
Die suggestie is groot, maar wij weten inmiddels beter: Hobbits, kabouters, Sinterklaas, God, goden, nationale staten, IETSen, die bestaan allemaal niet, ook al zijn er woorden, die door hun bestaan suggereren dat ze horen bij die niet bestaande dingen en verschijnselen, die verzinsels, die bedenksels, die stukken loos denkgereedschap.
=====
Het positieve van de wetenschap is dat ze phlogiston en aether zo gemakkelijk kon laten vallen toen ze die verzinsels niet meer nodig had. De begrippen waarmee men de onwaarheden van staat en kerk vormt wil men niet missen. De gebruikte concepten in die stellende, funderende onwaarheden zijn verzonnen, bedacht, maar waarom wil men dat niet gewoon toegeven ? Wel, die onwaarheden zijn als (surrogaat voor) wapens in gebruik, het zijn leugens. Maar wat is er tegen liegen ? Wat is er tegen wapengebruik, wat is er tegen onderling vechten ? Geen liberaal die er enig bezwaar tegen kan verzinnen. Iedereen die ook maar een of andere emancipatie voorstaat, staat voor de te emanciperen lieden vechtrecht voor. Zo zit de wereld in elkaar. Jawel, maar de religies gaan niet over wat (slechts) binnen de wereld is, ze gaan over wat de wereld, de civilisatie, te boven en te buiten gaat: transcendeert.
====
Alleen als er iets is, dat groter, ouder, machtiger, belangrijker is dan de wereld [ = het speelveld van de civilisatie, dat is: de slavenhouderij ], pas dan kan die wereld worden 'gerelativeerd', = ontdaan van haar absolute karakter, haar onontkoombaarheid, haar waar en niet slechts geldig zijn.
====
Vroeger was het nog mogelijk om de eigen stedelijke massa- opeenhoping te relativeren door te bewijzen dat elders op aarde anderen in andere massa's woonden. Als de roofmoordpoging op die anderen was geslaagd, zat men overigens weer in dezelfde gesloten cel.
====
De hemel, de kosmos, al die sterren, die waren buiten het bereik van de vorst, daar kon hij niet bij, dus was zijn macht niet oneindig. Het weer kon hij niet naar zijn hand (laten) zetten, de zee en de vulkanen waren onoverwinnelijk.
====
De taal van de geloven is sociaal actief, schept, is een politiek wapen. De taal van de wetenschappen hoeft niets te scheppen, ze bespreekt slechts wat reeds is.
====
De wetenschappen maken het zich ook heel eenvoudig: de theorieen zijn alleen maar mnemo-technische hulpmiddelen: ezelsbruggen, denkgereedschap om waarneembare verschijnselen (en groepen daarvan en relaties daartussen) te onthouden en te verwachten (waartoe men ze ordent in een verhaal, theorie, paradigma, model.) 'Verklaren' betekent niks. Onthoudbaar maken is alles.
====
Ik ga het nu voornamelijk hebben over dat deel van de taal, over die woorden, die buiten religies en buiten wetenschappen in gebruik zijn.
====
Ik ga het hebben over gewone woorden, gewone taal, gewoon taalgebruik. 'Gewoon' is ongelijk aan: zoals de meeste mensen het doen.
====
Een woord heeft een betekenis. Soms bedoelt een gebruiker van dat woord er iets mee, soms niet. Soms verstaat degene die het woord gebruikt hoort of ziet worden er iets onder, soms niet. Soms valt het ermee bedoelde, soms het er onder verstane samen met de betekenis, vaak geen van beide. Soms vallen 'het ermee bedoelde' en 'het er onder verstane' geheel of gedeeltelijk samen, heel zelden, dan verstaat de hoorder de spreker, dan kunnen de spreker en de hoorder elkaar verstaan.
====
Ik ga nu maar de woorden die ik tot nu toe in dit opstel gebruikt heb, gebruiken als voorbeelden voor gewone woorden en de tekst als voorbeeld van gewoon taalgebruik.
=/\\=
aan
aandacht
aangetroffen
aanmaak
aanmaken
aantreffen
aarde
absolute
actief
aether
al
als
alleen
allemaal
alles
anders
andere
anderen
B
bedacht
bedenksels
bedoelde
bedoelt
begrippen
beide
belangrijker
benoemd
bereik
beschikking
bespreekt
bestaan
bestaande
bestaat
betekenis
betekent
beter
bewijzen
bewust
bezwaar
bij
binnen
blz
boven
breng
buiten
C
cel
civilisatie
concepten
D
daar
daartussen
daarvan
daarvoor
dan
dat
de
deel
degene
denkgereedschap
dezelfde
die
ding
dingen
dit
doe
doel
doen
door
dus
E
een
eentje
eenvoudig
eigen
elders
elkaar
emancipatie
emanciperen
en
enig
er
ergens
ermee
ezelsbruggen
F
file
fm
fo
funderende
G
ga
gaan
gaat
gebruik
gebruiken
gebruiker
gebruikt
gebruikte
gedeeltelijk
geen
geheel
geldig
geloven
gemakkelijk
gerelativeerd
geslaagd
gesloten
gewone
gewoon
god
goden
goed
groepen
groot
groter
H
haar
had
hand
hanteerbaarder
he
heb
hebben
heeft
heel
hemel
het
hij
hm
hobbits
hoeft
hoorder
hoort
horen
hulpmiddelen
hun
I
iedereen
iets
ietsen
ik
in
inmiddels
invallen
invalt
is
J
jawel
K
kabouters
kan
karakter
kennen
kennis
kerk
kon
kosmos
kunnen
L
laten
leugens
liberaal
lieden
liegen
loos
M
maak
maar
macht
machtiger
mag
maken
massa
me
mee
meer
meeste
men
mensen
met
middel
mij
mijn
mis
missen
mnemo
model
moet
mogelijk
N
naar
nationale
nemen
niet
niets
niks
nodig
nog
nr
nu
O
of
om
omdat
onder
onderling
onderwerp
onderwerpen
oneindig
ongelijk
onontkoombaarheid
onoverwinnelijk
ontdaan
onthoudbaar
onthouden
onwaarheden
ook
op
opeenhoping
opstel
ordent
ouder
over
overigens
P
paradigma
pas
phlogiston
pl
politiek
positieve
R
reeds
relaties
relativeren
religies
richten
roofmoordpoging
S
samen
scheppen
schept
schrijf
sept
sinterklaas
slavenhouderij
slechts
sociaal
soms
speelveld
spreker
staat
staten
stedelijke
stellende
sterren
stukken
suggereert
suggereren
suggestie
surrogaat
T
taal
taalgebruik
te
technische
tegen
tekst
ter
theorie
theorieen
tntgws
toe
toegeven
toen
tot
transcendeert
txt
U
uitschrijven
V
vaak
vallen
valt
van
vechten
vechtrecht
verhaal
verklaren
verkoopartikel
verschijnsel
verschijnselen
verstaan
verstaat
verstane
verwachten
verzinnen
verzinsel
verzinsels
verzonnen
voeg
voor
vooral
voorbeeld
voorbeelden
voornamelijk
voorstaat
vormt
vorst
vroeger
vulkanen
W
waar
waarmee
waarneembare
waarnemen
waarom
waarover
waartoe
wapen
wapens
wapengebruik
waren
was
wat
weer
wel
werd
wereld
weten
wetenschap
wetenschappen
wij
wil
woonden
woord
woorden
worden
Z
zat
ze
zee
zelden
zetten
zich
ziet
zijn
zit
zitten
zo
zoals
zulke
Als we een woord aantreffen suggereert dat dat er iets is, waar dat woord de naam voor is. Als nieuweling, die de taal nog moet leren, ga ik ervan uit dat het aan mij ligt, als een woord mij niet aan iets doet denken. Ik "KEN" het woord in kwestie nog niet, zo heet dat.
=====
Ik hoor het woord 'belangrijk' en moet veronderstellen dat er zoiets als 'belang' bestaat, dat in meerdere en in mindere mate aanwezig kan zijn. 'Belangrijk' vooronderstelt: 'belangarm', en ook: 'belangloos'. 'Belangarm' blijkt dan 'onbelangrijk' te heten, maar ja hoor, het is van veel belang, van geen belang, van weinig belang: belang is spul, net als water en zand. Er is ergens van dat spul of dat spul is er niet. Als het er is, dat spul, dan is er veel of weinig van.
=====
Maar ziet toe: het woord suggereert, doordat het een spulwoord is, dat er stoffelijk spul is, maar dat is niet het geval. We moeten over belang en verantwoordeljkheid en vele, vele andere met spulwoorden benoemde verzinsels praten op dezelfde manier als over stoffelijk spul, echt spul. Maar het gaat alleen over de manier van praten, spul is 'belang' slechts bij wijze van spreken. 'Belang' is slechts bij wijze van spreken spul.
====
Het 'groot'-zijn van belang en het 'zwaar'-zijn van verantwoordelijkheid, dat zijn slechts spreekbeelden. Het is dan ook zo dat er niemand onder verantwoordelijkheid letterlijk, fotografeerbaar gebukt kan gaan, tenzij de betrokkene met zijn lijf uitdrukt wat hij voelt, psychisch ervaart. Kan ik hier zeggen: wat hij zich door de taal, door dat spreekbeeld, laat suggereren?
====
Spreekbeelden: hij draagt de verantwoordelijkheid. Tjonge, wat mooi gezegd. Hij is het slachtoffer. En we zien Abraham met zijn zoontje de berg op lopen, om het kind te slachten als offer aan een bedenksel van Abraham, of had die het bedenksel, verzinsel, concept, "god" ook al tweedehands, overgeleverd gekregen ? Dat maakt allemaal niets uit Het juist een van de ergste dingen die ik opmerk bij de vrijdenkkers, dat zelfs zij nog niet zich vrij gemaakt hebben van de dwang om zich voor dit soort futiliteiten te interesseren.
====
Zo'n spreekbeeld verliest zeer snel zijn kracht. Niemand denkt meer aan die man met dat mes en aan dat altaar. Iedere getroffene, 'Geschaedigte' is hiertelande 'slachtoffer'.
==== Zoals 'zelfstandige naamwoorden' [spulwoorden en dingwoorden] weegbare benoemdheden suggereren, zo suggereren werkwoorden bezigheden en handelingen.
====
En gebeurtenissen, wat voor woordsoort hoort daar bij ? 'civilisatie' en 'slavenhouderij' zijn namen van processen, gebeurtenissen, waarbij, - en dat is het doel met deze wijze van benoemen nagestreefd -, niemand aanwezig is, in ieder geval zeer zeker niet als dader.
====
Dan zijn er nog de bijvoeglijke naamwoorden [inclusief: de eigenschappen].
====/\==== 20 sept. 1995: 20.55:
===
Wanneer ik een tekst in mij hoor, met mijn geestesoor, met andere woorden als mij een tekst invalt, dan is dat nooit een erg lange; die lengte ontstaat pas door uitspreken en /of uitschrijven. Het aanmaken van een langere tekst neemt tijd, speelt zich af in de tijd.
=====
Ik wens dat mijn tekst steeds een onderwerp hebben, dat niet van woorden is gemaakt, dat niet door het aanmaken van woorden is geschapen ( = uit het niets van niets gemaakt, tevoorschijn getoverd).
=====
Het schoolvoorbeeld dat iemand kiest, van tekst die is gemaakt zonder onderwerp, kenmerkt die iemand. Er zijn talloze voorbeelden beschikbaar. Laat ik kiezen voor Tolkiens verhalen over de Hobbits. Anderen zouden 'theologie' kiezen. Waar het om gaat is: tekst moet voor mij ergens over gaan. Tekst moet voor mij een vermenigvuldigingsprodukt zijn van de factoren WAARNEMEN en BENOEMEN. Tussen waarnemen en benoemen in ligt: ONDERSCHEIDEN.
=====
De centrale beslissing wat de tekst in kwestie zal zijn is de beslissing omtrent hetgeen zal worden onderscheiden, dus: onderscheidend benoemd.
==== Ik wil niet op het niveau van het unieke (zo-zijn) en/of het eenmalige (gebeuren, verschijnen, gedaan-worden) bespreken, dat (zo bespreken van wat is) is: melden, journalistiek, nieuwsvoorziening. Als er ook nog over die onderwerpen geoordeeld wordt, is het roddel, dat wil zeggen: worden de onderwerpen gebruikt om de gezamenlijke beoordelingscriteria voor zulk soort gebeurtenissen en feiten te 'vieren', in het onbewuste te laten functioneren onder andere door lovende of misprijzende woorden te kiezen in plaats van 'neutrale'. A doodt B, men spreekt van moord. C doodt D, men spreekt van het heldhaftig verslaan van een vijand. De 'terrorist' die in een zelfmoordcommando 'onschuldige burgers' met zichzelf mee opblaast, heet thuis een 'martelaar' en wordt in de moskee als in het Paradijs gearriveerd vermeld.
===== Zo worden er elke dag ontelbare vierkante kilometers papier vol gedrukt: kranten, tijschriften en boeken. Dat soort tekst hoef ik dus niet mee te produceren.
==== Vele mensen doden vele andere mensen en vele dieren en planten. Dat gebeurt dagelijks. Einde. Ik heb daar niets over te vertellen, in beide betekenissen van die volzin: het gebeurt buiten mijn macht en het gebeurt zonder dat mij er enige tekst bij invalt.
===== Wat blijft er over aan woorden, als de beoordelende woorden, de lovende termen en de scheldwoorden, wegvallen ? Over het beoordelen van wat er gedaan wordt en gebeurt, heb ik alleen te zeggen dat ik opmerk dat het gebeurt (dat is in dit geval: gedaan wordt). Meer kan ik daar niet over opmerken.
==== De daders van dat beoordelen zijn daarbij in geemotioneerde stemming, ze zijn opgewonden, bang, blij, boos, geinspireerd, enz.. Of het die stemming is die door het beoordelen wordt veroorzaakt of andersom of dat het al of niet zich uitspreken er niets toe doet, als er maar uiting is van de emoties, ik wil het niet eens weten, want het is voor mij van geen enkel belang. En belang stellen, daar begin ik niet aan. Net zo min als ik reik of nastreef, zulk pogen zich meer te laten ervaren dan het lot uitreikt, acht ik zelfkwelling. Anderen voelen zich, - naar hun zeggen -, pas echt in leven wanneer ze emoties ervaren. Het voelen van al die verfijnde en onderscheiden emoties, dat is volgens hen nu juist datgene wat hen voorgoed boven alle robots verheft (en boven alle dieren en alle grove lieden, de onbeschaafden, zakelijken, berekenenden, kouden).
==== Hoewel er bij vijanden afkeurenswaardige gevoelens worden aangewezen, vindt men toch 'gevoellozen' slecht.
==== De kaleidoscopische eenmaligheden en de gekeurde verschijnselen vervielen dus, -zo bleek in het bovenstaande -, als onderwerpen voor mij.
=== Het beschrijven van kaleidoscopische eenmaligheden gebeurt door het gebruiken van bijvoeglijke naamwoorden. Het klirrende geluid van de blauw-porceleinen kopjes in de romantische keuken...... Dat soort burgerlijke romans vullende woordopeenhopingen. Ik lees over al die dingen heen en merk dat het boek, het artikel, me niets zegt, niets in mij wakker roept. Ik merk ook in de werkelijkheid zulke dingen niet op. Schrijver en lezer van dat soort teksten waarschijnlijk wel. De gewone mensen dragen ook kleding met een uiterlijk (en een prijs en een merk). Ik niet. Zij vertonen zich en hun bezit en zien anderen en wat die bezitten en vertonen. Daar hebben ze al die woorden voor in gebruik, om aan te duiden wat ze zien en vertonen.
===== En niet alleen dat ze eindeloos veel opmerken, ze merken ook op van wie dat alles was en is. Ze zijn ook met elkaar, met zichzelf en anderen als vertoners en daders bezig. Keurend, beoordelend, op waarde schattend, criteria aanleggend en rangschikkend zijn ze bezig. Bij al die bezigheden, die bij elkaar horen, samen een klonter verschijnselen vormen, samenhangen, hoort een klonter termen.
==== 'veroorzaakt door', 'te wijten aan' en 'te danken aan', zijn drie termen [talige aanduidingsmiddelen] voor een en dezelfde verhouding tussen twee verschijnselen. Voor mijn doel met teksten aanmaken blijft alleen 'veroorzaakt door' over, van die drie. Als ik over mezelf wil vertellen, bijvoorbeeld dat ik het veroorzaakte toejuich, dan kan ik dat beter apart in een losse volzin doen. Dat is duidelijker. Daarbij hoort de vraag waarom iemand voor duidelijkheid zou kiezen hier. Op die vraag zijn voor mijn geval zelfs door mijzelf verschillende antwoorden te verzinnen. Ik denk dat het feit dat ik mensenschuw ben een verklaring is, maar dat feit maakt deel uit van een nogal veel verklarende tekst vragend geheel: 'ik'.
===== Wie deel uitmaakt van een vereniging (een IETS) zit per definitie tussen en met medestrijders (aanvallers of verdedigers), want ieder IETS wordt altijd aangevallen door een of meer andere IETSen of moet, om te gaan en blijven bestaan andere IETSen aanvallen. Elk IETS is meteen een gevechtseenheid, waarbinnen solidariteit onmisbaar is, en dus ook beoordelingscriteria en 'roddel', = het elkaar door middel van incident-evaluatie inscherpen van wat goed en fout is, wie zoet en wie stout is.
==== Dat ik solitair leef verklaart dus dat ik niet roddel, of andersom. Dat ik niet roddel, veroorzaakt dat niemand er achter kan komen waar ik voor sta en dat dus niemand kan herkennen met mij in een gevechtseenheid [meningsgroep] te zitten. Zulke steunende anderen met gelijke meningen zoekt menigeen echter, teneinde het gevoel alleen te zijn te vermijden of op te heffen.
===== Taalgebruik komt voornamelijk neer op woordkeus, de grammatica laat weinig variatie toe.
==== Over 'stijl' heb ik ook niets te zeggen. Voor mij moet het alleen maar duidelijk, dat wil zeggen: eenduidig zijn.
==== Mijn tekst is alleen bedoeld als aanduiding, als een vinger die wijst, naar het onderwerp. En dat moet dan ook voor mij als schrijver en voor de lezer gegeven, te vinden, zijn, buiten de tekst. Dat is een andere manier om te zeggen wat ik bedoel dan 'het moet ergens over gaan', 'het mag niet van woorden gemaakt zijn'. Ik ben gewoon een averzinselist.
==== Maar als ik klaar ben met dat averzinselisme te belijden, dan ga ik die verzinsels wel gewoon gebruiken als ik er dingen mee kan aanduiden die ik niet anders kan aanduiden, dingen, die er wel degelijk zijn . In dit verband zijn ook relaties (verhoudingen, betrekkingen) 'dingen'. Let wel op dat 'in dit verband', want er zit hier en moeilijkheid, die ik alleen even aanduidt, zonder het nader uit te werken, met een verwijzing naar 'oorzaak - gevolg', in de grove mechanica beschrijving, elders: spreekbeeld. Overal elders? Middel- doel, maar wanneer er alleen op te merken is dat gevolgen worden toegejuicht en/of als verdienste worden opgeeist ? We eisen toch dat het bedoelen bewust aan het opmerken van het gevolg voorafgaat.
===== Het voor-gebruik kiezen (resp. vermijden van) termen is ongelijk aan het zo omgaan met begrippen. Voorbeeld: het genoemde drietal: 'veroorzaakt door' / 'te wijten aan' /'te danken aan'. Het begrip 'veroorzaken' wordt gekozen, waarna het beoordelen al of niet wordt gekozen, dan de positieve resp. negatieve beoordeling en dan pas de passende term. De term / uitdrukking 'te wijten aan' is als een pakketje met twee aparte kadootjes: 1. de opvatting als veroorzaakt 2. de verwerping van het verschijnsel.
==== Het is een alom aanvaarde bezigheid om zich werelden te scheppen, zoals Tolkien die wereld van de Hobbits schiep. De science fiction, ruim opgevat, als 'hoe zou het zijn als...'- verhalen, is een duidelijk voorbeeld, naast die werelden waarin alles kan, die werelden waarin tovenaars voorkomen.
==== Het aanmaken van zulke werelden, waarin toveren voorkomt, waarin macht over de stand en gang van zaken wordt verzonnen, wordt ingevoerd, macht die er in werkelijkheid niet is, dat aanmaken is een manier van vluchten uit de machteloosheid. Het is een andere vluchtweg dan die welke ik nam: de weg naar de onverschilligheid, de weg naar die plaats waar er geen wensplaat meer gehouden wordt naast 'wat is'.
==== De wetenschapper beschrijft slechts, hij heeft geen verlangen naar een andere werkelijkheid dan die hem gegeven is, die hij waarneemt, niet 'als wetenschapper'.
===== Dat was voor mij een inspiratie. Dat was voor mij als a-politiek mens een bewoonbare ideologie. Dat, zonder te keuren waarnemen, dat kan ik doen zonder macht te missen. Zodra ik iets wens wat er niet al los van en onbeinvloedbaar / onbereikbaar voor de (andere) mensen is, en blijft, zodra ik zoiets wens, ben ik in gevecht en wel als machteloze enkeling, die zich kan voegen binnen in een voor alle practische doelen toch ook machteloos IETS [zie bijvoorbeeld de grote massa-organisaties binnen 'Weimar', die het allemaal verloren van de Nazi's, die het verloren van ...... enz., enz..]
=====
Tot de orde der wetenschappelijken kan iedere enkeling toetreden, zonder iets anders te hoeven doen dan het vertonen van het juiste gedrag, dat voortkomt uit de juiste instelling. Dat is nog eens wat anders dan het toetreden tot een IETS. Geen wetenschapper kan enig ander wetenschapper gebruiken, uitbuiten. Het van elkaar jatten van 'gegevens' is geen jatten van gegevens, maar van aantekeningen (notities) van waarnemingen en ideeen. Slechts wie om de eer en/of voor de kost bezig zijn, stelen en kunnen zich bestolen voelen. Dat alles is echter buiten de orde. De wetenschapper moet volkomen vrij van zorgen om het nodige zijn, als wetenschapper en om rang zal hij zich niet bekommeren als wetenschapper.
===== De meesten van hen die tegenwoordig in onze civilisatie als wetenschapper bezig zijn, zijn gedwongen (door nooddruft en eerzucht) om buiten de voornoemde orde bezig te zijn: in onvrijheid. Zij kunnen hun tekst niet aanmaken met slechts het oog op 'de zaak plus de taal'.
==== Wat ik verwoord is in hun gezamenlijk zo bezig zijn niet van belang en niet in te passen. Het is nutteloos als wapen in hun strijd.
==== Publiceren is ook totaal onnodig voor mij. Ik schreef al elders dat ik als een mooi voorbeeld van een blijde boodschap opvat het idee van de een of andere New Age figuur, dat het ergens gedacht worden van iets, dat iets voor anderen, ongepubliceerd, makkelijker te denken, te vinden, maakt. Als ik hier iets zit te bedenken ontstaan er krachtvelden waarin anderen gemakkelijker dan zonder deze velden op ""mijn"" ideeen kunnen komen, voor hun gevoel "zomaar, spontaan", het zelfde gevoel dat ik heb bij (het horen met mijn geestesoor van) wat mij invalt, nu ik hier zit uit te schrijven over 'taal en taalgebruik'. =====
21 sept. 1995 / 21.56:
=== Zonder erg kiest het een of ander in mij uit die woorden die ik leerde. Ik ben geen taalgebruiker in dezelfde betekenis van 'gebruiker' die hoort bij het gebruiken van gewoon, stoffelijk gereedschap. Juist het woord - resp. begrip -, 'ik' blijkt bij nader inzien zeer, zeer moeilijk, vrijwel ongrijpbaar.
=== Overigens is ook het woord, - c.q. begrip -, 'jij' dat. En elke eigennaam, - hoewel verwijzend naar een weegbaar ander mens - levert dezelfde moeilijkheden op.
==== Men praat en schrijft vrolijk, blij en onbekommerd voort met gebruikmaking van eigennamen. In feite kan niemand met een eigennaam binnen een betoog iets anders bedoelen dan zijn beeld van de mens die zo heet(te). Tot zijn eer moet gezegd worden dat in "De vrije samenleving en haar vijanden" Carl Popper met dit feit keurig rekening houdt en onderscheidt met typografische middelen Plato van zijn beeld van Plato: plato. Zoiets.
===== Wanneer ik met iemand spreek, spreek ik, - ik kan niet anders -, over en met mijn beeld van die ander.
==== Het grootste gevaar van taal en taalgebruik is wel het grote gemak waarmee tekst wordt aangemaakt en uitgesproken. Niemand kan nog de txaenz opbrengen om echt te luisteren. Dat is iedereen bekend, waarop gereageerd wordt met het aanmaken van meer tekst van steeds mindere kwaliteit. Vooral levert ons snel de nodige voorbeelden hiervan: het besteden van enige txaenz aan de openbare teksten (nieuwsberichten en interviews in radio en televisie). Ik denk dan altijd weer dat een opleiding voor journalisten nuttig zou zijn.
===== Die opgevoerde aanmaak veroorzaakt weer een verkleining van de spreektijd per persoon. Vooral in vergaderingen en media is de hoeveelheid spreek- en schrijfruimte duidelijk te klein geworden. Wie geen baan (= voorrechten) als journalist, presentator of 'inleider' of voorzitter heeft, krijgt geen ruimte genoeg om zelfs de meest doordachte, ingekorte, conciese, bijdrage aan de bespreking toe te voegen.
==== Taal gebruiken is onontkoombaar een sociale bezigheid: de taal is gezamenlijk bezit van allen die hem spreken. Aan samenhebben zijn de mensen in een civilisatie volstrekt mentaal vreemd. Hebben, bezitten, is volstrekt niet samen met anderen te doen. Er is op deze stelling maar een uitzondering: dat is: het bezit in kwestie als eigendom van het een of andere IETS opvatten. "De taal is gans een volk", heet dat in het Vlaams nationalisme. Die mensen vatten de taal, hun taal, op als een bindmiddel tussen de mensen die door de civilisatie tegen elkaar worden uitgespeeld.
===///\\\=== zondag avond 24 sept. 1995: 20.22:
==== 'Taal en Taalgebruik' is een veel te omvattende titel voor datgene waarover ik kan schrijven. In feite komt het onderwerp in kwestie bij mij voor wat betreft de verschijnselen hierop neer: WOORDkeuze.
==== De taal 'bevat' regels waaronder woorden kunnen worden gemaakt. Het aantal woorden kan op oneindig worden geschat.
==== taal begrippensystemen woordenschat gedachtengoed 'grote boeken' gemeenplaatsen
==== Van gemeenplaatsen naar taal toe, is er sprake van 'minder eng' worden.
==== Als ik zit uit te schrijven kies ik woorden uit.
=== 'Ik kies' is een verzinselrijke uitdrukking. 'ik' noch 'kiezen' zijn verschijnselen; het zijn zelfs geen introspectieve gegevens. Naast de mij aanvankelijk in het geestesoor klinkende woorden, nu ja, niet naast, maar zeer kort daarna, 'hoor' ik alternatieve (= ter keuze staande), soms.
===== De taal bevat ook regels voor het aanmaken van volzinnen, de grammatica. Ook de aanvankelijke zinnen die ik met mijn geestesoor hoor, zijn niet precies die welke uiteindeijk uitgetypt worden: ook daar is sprake van in de loop van de tijd, tussen het 'horen' en 'het aanslaan van de toetsen' het aanbrengen van veranderingen, verbeteringen, het toepassen van de genoemde regels: het kiezen voor deze of gene volgorde der woorden, het inkorten van zinnen, enz..
=======///\\\=======
Het aanmaken van 'nieuwe' woorden, volgens de genoemde regels (die daartoe liefst ook geexpliciteerd moeten worden), dat zou ik vaker en meer kunnen doen. Waar het initiatief bij mij ligt, spreekt de taal(gebruiker) van verwachting, waar het initiatief aan de andere kant ligt: van verschijnsel resp. van uitblijfsel; daar het onpersoonlijks betreft; betreft het een persoonlijk, persoonachtig iets, dan heet het een verschijning: dat is dus geen iets en toch ook nog geen iemand. Zulke regels worden door gewone mensen inderhaast toegepast, daardoor met de nodige fouten. Als die fouten de gelegenheid en tijd krijgen om tot gewoonte te worden, is de regel blijvende schade toegebracht: de burgerman heeft een uitzonderlijk voorbeeld en dat houdt hij voor een bewijs voor de ongeldigheid van de regel, want de sukkel is een gelovige, die denkt dat de toe te passen regel een natuurwet is, die gehandhaaft wordt door een opperwezen, een kracht en macht buiten hem en zijn soortgenoten/medeburgers/taalgenoten. Dat de taal, een menselijk maaksel, zijn taal, mede zijn taal, zijn te onderhouden en verzorgn bezit is, dat wil er bij hem niet in, wie betaalt hem er uiteindelijk, per slot van rekening voor, voor dat onderhoud? En als er niet betaald wordt: voor wat hoort wat (geld). Nietwaar?
===///\\\===
==== Spreken = melden, waarschuwen, toespreken.. Spreken is verworden tot vechten en pralen. Taal is nooit privaatbezit, die laatste X-spreker kan die taal X niet gebruiken, die taal is zonder bezitters.
==== De ontmoedigende of minstens als bron van energie droog staande, niet leverende, verschijnslen, uitblijfselen dus, dat zijn de anderen, als gesprekspartners:: dat is: als sprekers 'n luisteraars, bezig met hetzelfde onderwerp en met dezelfde begrippenapparatuur en woorden(aanmaak)apparatuur (taal) als ik.
===== Slechts als keuringscriterium bestaat een gedachte voorafgaand aan de tekstvormige boodschap die we 'de verwoording van die gedachte' noemen.
==== Dit is een heel belangrijke formulering. Met behulp van een bundel keuzecriteria die wij 'de gedachte in kwestie' noemen, kiezen en keuren we de woorden, zinswendingen en zinsstructuren. We zeggen dat we met die zo gekozen, gemaakte, (bijeengesprokkelde) tekst onze gedachte uiten, dat we die ermee bedoelen, dat we er wat mee bedoelen; het is ongeveer zo dat die bundel criteria de bundel criteria is die wij zeggen te bedoelen.
==== De hele beschrijving, - exacter: de tekst rond dat onderwerp 'wat doen we, wat gebeurt er als en vooral: voordat we een tekst maken, die uitspreken /uitschrijven' -, die rammelt, die is onduidelijk. Het lijkt wel alsof daar nooit wetenschappelijk, fenomenologisch naar gekeken is. Ik probeer dat nu te doen. [terzijde: ik begon daarmee toen ik een eigenwijze vrijdenker probeerde terug te sturen in zijn hoek De omgeving van mijn opmerking toen, ben ik totaal vergeten. ]
==== Menigeen praat gemakkelijk verder met termen als 'denken' en 'gedachte'. Bij nader oplettend toezien wat er bij mij binnen gebeurt (een dader 'ik' kan ik niet waarnemen!) merk ik dat ik niet kan denken. Denken is als spijsverteren, het gebeurt in mij Tekst is als poep, het verlaat het producerende lichaam en wordt door de rest waargenomen: met het geestesoor wordt de tekst gehoord. Met het geestesoog wordt het voorleggen, kiezen en keuren van woorden en zinswendingen waargenomen tijdens het uitschrijven. Ik leg niet voor, ik kies niet, ik keur niet, ik zie het met mijn geestesoog gedaan worden, exacter: ik merk dat het gebeurt, maar er is niets te zien, geen beelden. Het grootste deel van het waarneembare is ook hierbij: het resultaat, het gedane.
==== Het verschil met spijsverteren is dat ik aandachtig dichter bij het gebeuren dat 'denken' heet zit, als waarnemer en notulant van de naar voren gebrachte tekst. Let wel:Ik beschrijf hierboven 'wat er gebeurt als ik er voor ga zitten mijn invallen uit te schrijven'. Als ik in het vuur van een interactie met anderen, praat, dan hoor ik mijn tekst zo snel na het dan supersnelle aanmaken, dat het mijn ervaren is, dat ik die tekst ook voor het eerst hoor en keur en er op moet reageren. Ik ben praten niet meer gewend. =====
ma 25-09-'95 / 23.26:
==== Om een gedachte (zo'n klont keuzecriteria voor woorden, uitdrukkingen en zinswendingen) zo helder en duidelijk mogelijk te krijgen, verdient het aanbeveling ook te noteren welke termen je bewust gehad hebt en verworpen en daarbij de redenen voor dat verwerpen noemen. ===///\\\===
Angst is de drijfveer om een IETS binnen te gaan, erin te gaan meedoen, het mee te gaan vullen, txaenz bij te gaan dragen aan het voortbestaan ervan. Overangst, eerzucht en geldingsdrang [samen ook wel 'ambitie' genoemd] van de ingezetene van het IETS, werken daarna allemaal in dezelfde richting: ze drijven hem ertoe te gaan streven naar het midden, streven een centraler lid te worden, dat is in elk IETS meteen ook: hoger, dat is: bevoorrecht. De door deze veren aangedrevene schaft zich diegenen die meer aan de buitenkant (de periferie) van het IETS blijven aan als minderen. Als de angstige eenmaal binnen is acht hij de geldende regels binnen het IETS waar. Dat, 'dat wat geldt aanzien voor en behandelen / gebruiken als ware het waar', dat heet GELOVEN. De illusies (verzinsels) waarmee het verhaal van het IETS in kwestie is opgebouwd, zijn voor de ingezetenen HEILIG. [(WAARMEE, niet: waaruit, want er zijn ook waarnemingen / constateringen waarmee bij het bepalen van het beleid van het IETS gerekend wordt).]
===== Geldig is: de (overgeleverde, overgenomen of gemaakte) afspraak verwoordend. Die 'afspraak' is het wachtwoord waarmee men langs de wacht (en iedere ingezeten is een wacht !) een IETS binnenkomt en zo veiligheid koopt, betalend met TxAenz.
==== Als iemand het heeft over zand, heeft hij het over iets, over spul. Dat (spul dus) bestaat. Het neemt ruimte in en het weegt, de spreker kan er onder bedolven worden. Als iemand over zijn hoofd spreekt, heeft hij het over een ding, dat weegt en tastbaar is, waar hij zelfs pijn 'in' kan hebben. Als iemand het over zijn huwelijk heeft, spreekt hij ergens over, niet over iets (geen spul) en niet over een ding, dat weegt en tastbaar is. Hij spreekt over een IETS, over een illusie, een verzonnen instelling die is aangemaakt door middel van een afspraak en waarover en waarbinnen gesproken wordt en berekenend beleid gevoerd wordt mede met verzinsels, fantasieen en gevoelens.
==== Hij spreekt over een IETS, dat DUURT. Het IETS duurt zelfs langer dan de verzinner(s), doordat derden het honoreren, het eerbied waardig achten, ook doen alsof het voor hen waarachtig bestond, het ook geldig achten, terwijl het alleen maar voor de afsprekers geldig was, zodra en zolang ze er zich aan hielden, het heilig achten. [Zodra en zolang, niet: zodra, zolang en inzoverre ze zich er aan hielden, het heilig achtten, het eerbiedigden. Het zich houden aan de instellingen dient niet enigermate maat volledig, absoluut, te worden gedaan. Daarover zijn allen het eens, zowel gelovigen als ongelovigen, zowel gebruikers ervan (van die afsprakenverzameling) als ermee gebruikten, zowel centralen als periferen, hoogeplaatste gezagsdragers als eenvoudige beminde gelovigen.]
===== Een IETS is een juridisch persoon; een persoon is: iemand (een natuurlijk persoon) of iets (een verzinsel dus, geen ding, een IETS) waarmee rekening gehouden moet worden, bij het kiezen van doen en nalaten. De aanwezigheid van een persoon is geldig, geldend, dat is: die aanwezigheid is een factor in het kiezen van het gedrag.
==== Heilig verklaren doet men wat van zichzelf geen verzinsel is, maar echt bestaat (of bestond en doodging). Heilig verklaren = geldig (= gedragskeuzemedebepalend) verklaren.
==== De onderlinge dwang van de angstigen die in een IETS bijeen zijn komt tot uiting in wat geldt. Het maakt niets uit wat er geldt, het gaat er om dat er (van alles en nog) wat geldt. Aan de variatie van het geldige en van het heilige zijn geen grenzen. Alles kan dienen, het maakt niets uit, de inhoud, het gaat om het gelden.
==== Geloven, de bezigheid, is: niet onderscheiden tussen 'waar' en 'geldig'.
==== Duidend op de een of andere geloofsinhoud zegt de atheist: "Dat God bestaat, dat is niet waar." "Welles", zegt de gelovige, "heilig is Hij, dat is: zijn bedachte, veronderstelde, aangenomen, geloofde bestaan geldt."
===== De gebruikers van ( dat zijn vrijwel altijd de centralen in) het IETS in kwestie (waarin de gelovigen veiligheid zoeken, zoals de vroege middeleeuwers in de kastelen van hun heren ) antwoorden: "Vanzelfsprekend is het niet waar, voor hoe stompzinnig en ondoordacht houdt U ons eigenlijk ? en op basis waarvan? Het is niet waar, het is binnen het iets geldig. En U, atheist, laat, net als de gelovigen, die wij beminnen, gebruiken en verbruiken, na, te onderscheiden tussen 'waar' en 'geldig'. Sticht maar een gezellig atheisten-IETS, dan kunt U als ondergeschikte, want minder-doordachte, dienen voor wie dit onderscheid wel maken. Het is gezellig in zulke IETSen en waarom zou U zich die gezelligheid ontzeggen. Het voordeel van het onderscheiden hebt U toch niet, dan hoeft U daar ook niet met eenzaamheid voor te betalen, te boeten. U boet nu met eenzaamheid, omdat pas het maken van dit en dergelijke onderscheidingen het alleen-zijn voor iemand passend maakt."
===== Wat moet ik met die uitspraak "God is heilig"?, uitgesproken door een gelovige. Ik moet erbij vertellen aan het kind dat het hoort zeggen: "Dat is niet waar Jantje, dat is geldig." "Het is niet overal (niet in de hele wereld en niet voor alle mensen) geldig, het is binnen het IETS waarin die spreker leeft, dat is: waarin hij schuilt voor het onverbloemd waarnemen van wat is." "Zelfs het grootste, sterkste, rijkste en/of oudste IETS kan wie daarin schuilen niet echt doeltreffend beschermen tegen wat er gebeurt [gebeurt, mede tengevolge van al die daden, die zetten, van die ontelbare IETSen in de wereld]. De meeste ervan zijn daden van mensen, de meeste van die kleine delen die samen het grote wereldgebeuren stellen (= doen staan en in dit geval ook : doen lopen, doen gaan, doen verlopen). En toch wordt dat gebeuren volstrekt niet door 'de mensen' beheerst, gestuurd, gewenst, nagestreefd. Zozeer zijn de aanwezige mensen daarvan ondersteboven dat ze ook nalaten het zo goed mogelijk te benutten: betreuren is vaak hun hoofdbezigheid naast het streven het te beinvloeden."
==== Wat waar is, is niet geldig. Wat waar is telt niet mee in de farce die 'democratie' genoemd wordt, maar democratisme is: die klucht waarin per nastrevenswaardig geldende uitspraak het aantal 'gelovigen en gebruikers' wordt bepaald, waarna maatregelen worden genomen die zoveel mogelijk 'gevoel van ook een beetje zijn ideaal nagestreefd zien' opwekken, bij zoveel mogelijk lieden die meetellen, personen die zich kunnen laten gelden, als kiezer. In het democratische IETS is geen inhoudelijks geldig, maar slechts de tel-procedure. Er worden met de uitkomsten van het toepassen van die procedure ook geen ZAAKgerichte maatregelen geformuleerd (uitgevoerd is nog weer wat anders, dat komt er zelden van, het uitvoeren), maar OP TEVREDEN-STELLEN GERICHTE.
==== Ook in die procedure wordt geloofd. Wat gelovigen ook tegenkomen, aan geldigs, in "hun" IETS, ze geloven het.
==== 'Nastrevenswaardigheden' zijn er om te laten meetellen, om in het geheel van de voorgenomen acties van het democratische IETS te laten meeklinken.. Ze zijn er niet om er met andersdenkenden over te praten. Dat is zelfs af te raden. De verdraagzame laat de ander in zijn waarde (heet ook wel 'zijn eigen sop').
==== Aan het democratisme, dat waarin dus slechts de procedure, namelijk tellen, heilig is, ligt totale ontmoediging en totaal cynisme ten grondslag.
==== De gelovige die zich van zijn foute bezigheid (geloven) vrij maakt (denkt), niet slechts van de inhoud ( = van wat hij tot dan toe geloofde), die vrijdenker kan niet constateren wat niet is. En van wat is, slechts wat hem gegeven is, en wel: 'zintuiglijk en door doordenken zonder verzinsels, zonder 'wat hij slechts van horen zeggen heeft' en zonder 'wat hij zich slechts herinnert'. Hij heeft niet te kiezen voor of tegen desillusie: 'het zich ontdoen van illusies' is wat hij 'vrijdenken' wenst te noemen. Hij heeft niet te kiezen voor of tegen ontgoocheling: zijn vrijdenken is: het zich weren tegen begoocheld worden nu (en tegen de onopgemerkt nawerkende restanten daarvan in hem, van vroeger).
===== dinsdag 26 september 1995 / 02.45 =====
dinsdag 26 september 1995 / 23.02 :
=== Terug naar het onderwerp: uiterst verschillende dingen worden benoemd met overeenkomstige soorten woorden; er zijn veel minder soorten woorden in omloop dan er soorten dingen gedacht worden. Duidelijker: verantwoording is geen spul maar het wordt wel gedragen en er is per persoon meer en minder hem toebedeeld.
=== Als er een werkwoord is, dan zal er ook wel een bezigheid of een verschijsnel zijn, zo suggereert de taal. Er is het werkwoord 'denken' en er is het werkwoord 'veroorzaken'. En dat zijn geen verschijnselen, zogen en zagen, dat zijn bezigheden, regenen en ontploffen, dat zijn verschijnselen.
===== Ik kan nog een beetje ontdekkertje spelen als ik me 'begrippen' als 'denken' en 'menen' als onderwerp van studie neem. Als ik maar zo verstandig ben er vrijwel niets over te lezen, dan kan ik er nog onbevooroordeeld naar kijken.
==== Wat ik nu mis, is een probleem. Ik lijd niet aan die suggesties vanuit de vorm van de namen en ik lijd zelfs niet aan de suggestie die er uitgaat van begrippen: die suggestie dat de werkelijkheid bij voorkeur met die gegeven, reeds verspreide begrippen ingedeeld en bekeken dient te worden.
=== Niets hoeven, het onnodig zijn van al die bezigheden, zoals dat bestuderen, daar wordt ik niet sprankelender van. Wat anderen opmerken en hoe ze dat begrijpen, dat heeft voor mij geen belang Het maatschappelijk spel is zo, dat ik mijn uitkering wel zal krijgen. Als ik geld heb, kan ik kopen. Ik ben in feite rijk. Ik heb al helemaal geen zin meer om te reizen, zo min als om te vrijen of om met anderen onderwerpen te bespreken. Het is allemaal verleden, voorbij, over.
==== Ik geef er totaal niet meer om. Bijvoorbeeld niet meer om mijn eigen woordgebruik. Ik geef er ook helemaal niet meer om dat ik aan niemand meer kan uitleggen 'hoe de wereld in elkaar zit'. De anderen kennen de feiten net zo goed en zelfs vaak veel beter dan ik. Ik heb het te laat doorgekregen om nog carriere te kunnen maken.
==== Ik kan met het cp/m programma 'correct-it' een uitputtende lijst van gebruikte verschillende woorden maken van elk opstel, dat ik onder 'Wordstar' uitschreef. Ik kan dan onder WP-5.1 ctr F2 van dat opstel een lijst van 'uitstekende' [= in de woordenlijst niet voorkomende] woorden maken.
==== Nou, `n? Niks dus. Het gaat nergens over. Ik gebruik de taal als woordaanmaak-gereedschap, wat ze ook is, naast: tekstaanmaak- gereedschap. Soms is een aangemaakt woord een begeleidend verschijnsel voor een aangemaakt begrip, soms niet. ==== TxAenz, dat heb ik zelf gevonden, dat begrip, gemaakt, dat woord.
=== Eigenlijk gedraag ik mij jegens het 'communiceren' [en daartoe: streven naar gelegenheid om te publiceren] precies zo als jegens 'copuleren'. Het is dan ook nooit wat geworden, dat is het gevolg van het laten van het initiatief aan (de voor die vormen van interageren onmisbare) anderen. Ik neem geen initiatief en ik vraag niet. Niet met aandrang, niet met enig doorzetten, volharden. Zelfs als ik 'ja' als antwoord krijg op mijn eenmalige en half gemeende vraag, dan laat ik die gelegenheid na de eerste keer weer onbenut.
==== Ik ben totaal niet in staat mij [van mijn omgaan met hem] enig voordeel van de ander in te denken, dat te vooronderstellen of op te merken. Mijn gezelschap, acties en interacties zijn voor mijn diepste gevoel (vooronderstelling) voor de ander(en) volstrekt waardeloos. Zo waardeloos als hun aanwezigheid voor mij is, ten diepste: is geworden, ten langen leste. Nu dus.
===== Ik ben op aarde voor kost en inwoning. Ik loop voor spek en bonen mee. Ik ben boventallig. Ik vul geen plaats in het een of ander organisatieschema.
==== Ik ben een vreemdeling. Ik ben nooit tot een 'man' geworden, zo'n schertsfiguur die een koninkrijkje sticht met een koningin en troonopvolgertjes, om toch maar op gelijk rang-niveau te komen met de anderen. Vermoeiend gedoe. Nazaten plaatsen tussen zes miljard anderen. Die nazaten zullen daar blij mee zijn, met zoveeel gezelschap.
===== Hoe dan ook: het lukt me niet mijn aandacht bij het onderwerp te krijgen. Volgende keer beter. ===///\\\===
0 Reacties